Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Oualhadj en Mohandis over een bericht van vicepremier Keijzer over de NOS.
Vragen van de leden Oualhadj (D66) en Mohandis (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over een bericht van vicepremier Keijzer over de NOS (ingezonden 27 november 2025).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 12 januari
2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het X-bericht van de vicepremier Keijzer?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is dit een standpunt van het kabinet?
Antwoord 2
Het kabinet onderschrijft het belang van een sterke en onafhankelijke publieke omroep
en de noodzaak tot afstand tussen media en politiek volledig.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u deze uitlatingen in het licht van de wettelijke waarborg dat de publieke
omroep onafhankelijk dient te zijn van politieke beïnvloeding?
Antwoord 3
In, onder meer, de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn
de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid verankerd. Onder deze vrijheden valt
in ieder geval bescherming tegen ongeoorloofde overheidsinmenging. Het is belangrijk
dat media zich vrij weten van politieke beïnvloeding. De Mediawet 2008 bevat aanvullende,
specifieke waarborgen voor de redactionele onafhankelijkheid van de publieke omroep.
Deze normen vormen essentiële onderdelen van het constitutionele en wettelijke kader
waarbinnen onafhankelijke journalistiek functioneert. Het is een groot goed dat we
in Nederland persvrijheid hebben. Alleen als de publieke omroep onafhankelijk kan
opereren, kan zij haar essentiële taak binnen de democratische rechtsstaat vervullen.
Dit alles wil overigens uiteraard niet zeggen dat omroepen zich in het huidige bestel
niet hoeven te verantwoorden over hun redactionele keuzes, of dat daar geen debat
over zou mogen ontstaan. Ook dat hoort bij de journalistieke praktijk. Bij opmerkingen
of klachten over de journalistieke handelwijze kan iedereen contact opnemen met de
desbetreffende omroep of redactie. Wanneer iemand niet tevreden is met de reactie
van de omroep of redactie is er de mogelijkheid om een melding te maken bij de Ombudsman
voor de publieke omroepen. De Ombudsman kan naar aanleiding van klachten nader onderzoek
doen naar het journalistiek handelen van de omroep of redactie. Ook de Raad voor de
Journalistiek kan om een oordeel gevraagd worden. Dit stelsel van zelfregulering,
en ieders verantwoordelijkheid voor de wet, moet ervoor zorgen dat publieke omroepen
zich verantwoorden over de journalistieke keuzes die zij maken. In het kader van de
hervorming van de landelijke publieke omroep worden voorstellen voorbereid om deze
zelfregulering verder te versterken.2
Vraag 4
Hoe verhoudt een dergelijke publieke uitlating van een vicepremier zich tot de ministeriële
verantwoordelijkheid voor een betrouwbare en onafhankelijke nieuwsvoorziening in Nederland?
Antwoord 4
Als Minister van OCW ben ik verantwoordelijk voor het mediabeleid en stelselverantwoordelijk
voor de publieke omroep en de journalistiek. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid
om te staan voor een betrouwbare en onafhankelijke nieuwsvoorziening. Zie verder mijn
antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Is er binnen het kabinet gesproken over de mogelijke impact van dit soort uitspraken
op het vertrouwen in journalistiek en publieke instituties? Zo ja, wat was de conclusie?
Antwoord 5
Het kabinet onderschrijft het belang van een sterke en onafhankelijke publieke omroep
en de noodzaak tot afstand tussen media en politiek volledig.
Vraag 6
Acht u dat een lid van het kabinet door dergelijke uitlatingen de indruk kan wekken
zich te mengen in de inhoudelijke berichtgeving van de publieke omroep?
Antwoord 6
Zie mijn antwoord op vraag 3.
Vraag 7
Hoe waarborgt het kabinet dat er geen sprake is van (de schijn van) politieke druk
op redacties van publieke media?
Antwoord 7
In de Grondwet, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Mediawet
2008 zijn verschillende bepalingen opgenomen die de onafhankelijkheid van media beschermen.
In de eerste plaats garanderen de Grondwet en het EVRM de persvrijheid. Artikel 7
van de Grondwet verbiedt daarbij expliciet voorafgaand toezicht op radio en televisie-uitzendingen.
Op grond van artikel 2.1 van de Mediawet 2008 zijn publieke omroepen gehouden media-aanbod
te verzorgen dat vrij is van overheidsinvloeden. Bovendien schrijft de Mediawet 2008
voor dat publieke omroepen redactionele autonomie hebben en zelf verantwoordelijk
zijn voor de vorm en inhoud van hun programma’s.
Vraag 8
Kunt u reflecteren op de mogelijke effecten van dit soort publieke uitspraken op journalisten,
redacties en de mate waarin zij vrij en onbelemmerd hun werk kunnen doen?
Antwoord 8
Zoals ik in mijn antwoord op vraag 3 al schreef, is het van belang dat media zich
vrij moeten weten van politieke beïnvloeding. Het wettelijk kader zoals ik dat omschrijf
in het antwoord op vraag 3 en vraag 7 moet dit waarborgen.
Vraag 9
Bent u bereid om Minister Keijzer hierop aan te spreken en is volgens u de eenheid
van het kabinetsbeleid in het geding?
Antwoord 9
Zie mijn antwoord op vraag 5.
Vraag 10
Kunt u deze vragen vóór het wetgevingsoverleg Media op 8 december 2025 beantwoorden?
Antwoord 10
Het wetgevingsoverleg Media is inmiddels verplaatst naar 26 januari 2026. Ik heb uw
vragen beantwoord voordat dit wetgevingsoverleg plaatsvindt.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.