Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het gebruik van robots in de ouderenzorg
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het gebruik van robots in de ouderenzorg (ingezonden 3 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Pouw-Verweij (Volksgezondheid, Welzijn en Sport ) (ontvangen
8 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 752
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht «Regels voor robots in ouderenzorg nodig: «De menselijke
maat moet gehandhaafd blijven»»?1
Antwoord 1
Het nieuwsitem geeft een beeld hoe de ouderenzorg zich ontwikkelt en welke vraagstukken
er spelen als het gaat om innovatieve technologie.
Vraag 2
Bent u het ermee eens dat de inzet van robots in de ouderenzorg alleen een aanvulling
kan zijn op de inzet van zorgverleners als mensen dat zelf willen en dat ouderen dus
de optie moeten houden van menselijke zorg?
Antwoord 2
Ja, daar ben ik het mee eens. Zoals in het HLO is beschreven kan slimme digitale ondersteuning
directe voordelen bieden voor ouderen en zorgverleners. Robots kunnen een aanvulling
zijn op de inzet van zorgverleners zodat zorgverleners tijd hebben om de intensieve
zorg uit te blijven voeren. Ouderen behouden hierdoor de menselijke zorg.
Vraag 3
Bent u het ermee eens dat de inzet van robots vooral nuttig kan zijn bij taken waarbij
sociaal contact minder belangrijk is en veel minder voor zorgtaken die ook een belangrijke
sociale functie hebben?
Antwoord 3
Ja, hier ben ik het mee eens. Robots moeten ingezet worden zodat mensen het mensenwerk
kunnen doen.
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat de inzet van robots geen alternatief is voor een echte inzet
op het oplossen van het personeelstekort in de zorg? Hoe staat het inmiddels met de
uitvoering van de motie-Dobbe, die opriep «om een wervingscampagne op te zetten, vergelijkbaar
met de wervingscampagne van Defensie, om mensen te werven om in de zorg te werken,
en de Kamer hier voor de begrotingsbehandeling over te informeren»?2
Antwoord 4
Het inzetten van robots is één van de vele technologieën die wordt ingezet om het
personeel in de zorg te ondersteunen om invulling te geven aan het personeelstekort.
Daarbij kan inzet van technologie wel degelijk een bijdrage leveren aan het oplossen
van het arbeidsmarktvraagstuk. Naast de voordelen op het gebied van personeel kan
inzet van technologie de zorg ook aanvullen en zorgen voor betere ondersteuning aan
de cliënt. Een voorbeeld is zorgrobot Tessa die al bij meer dan 175 zorgorganisaties
wordt gebruikt. Tessa begeleidt cliënten verbaal en herinnert hen aan (zorg)taken
zodat ze de taken ook uitvoeren wat hun zelfredzaamheid vergroot.
De motie-Dobbe roept op om een wervingscampagne in de zorg te starten. De Minister
van VWS is verantwoordelijk voor het brede arbeidsmarktbeleid in de zorg. Hij merkt
op dat werving van personeel de verantwoordelijkheid is van werkgevers in zorg en
welzijn. Het Ministerie van VWS is, in tegenstelling tot het Ministerie van Defensie,
geen werkgever. Tevens zijn er in vele maatschappelijke sectoren personeelstekorten
en acht hij het gelet daarop ook niet passend om een dergelijke grootschalige wervingscampagne
vanuit het Ministerie van VWS op te zetten. Dit is in lijn met de brede arbeidsmarktagenda
van dit kabinet, waarin voor de sectorale inzet juist de afstemming en samenwerking
tussen sectoren wordt onderstreept
3.
Om deze redenen ziet de Minister van VWS af van de uitvoering van deze motie. Wel
is hij, gelet op de urgentie van de personeelstekorten in de sector, bereid om te
onderzoeken welke andere opties er zijn om met de beschikbare middelen invulling te
geven aan de gedachte achter deze motie. In het AZWA is bijvoorbeeld afgesproken dat
bestaande loopbaaninstrumenten die bijdragen aan de instroom, doorstroom en behoud
van medewerkers geïntegreerd voortgezet worden. Hij zal uw Kamer voor de begrotingsbehandeling
nader informeren over de uitkomst hiervan.
Vraag 5
Bent u het ermee eens dat robots niet ingezet mogen worden voor zorg of ondersteuning
bij ouderen tenzij deze goedgekeurde en getest zijn en ouderen nooit proefkonijn mogen
zijn voor bedrijven? In hoeverre wordt dit nu gegarandeerd?
Antwoord 5
Robots moeten goedgekeurd en getest zijn voordat ze worden ingezet. Zo bestaat er
Europese en Nederlandse normering voor zorgtechnologie. Veiligheid, privacy en betrouwbaarheid
zijn absolute randvoorwaarden voor de inzet van zorgtechnologie. Ouderen mogen niet
als proefkonijn dienen en onderzoek wordt getoetst bij regionale Medisch Ethische
Toetsingscommissies.
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat, als robots worden ingezet voor ondersteuning, deze toegankelijk
en betaalbaar moeten zijn voor iedereen en niet alleen voor mensen die geld hebben?
In hoeverre wordt hier nu rekening mee gehouden?
Antwoord 6
Zorg moet altijd toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit zijn, dat geldt ook
voor robots die worden ingezet in de zorg.
Vraag 7
Bent u het ermee eens dat er regels nodig zijn om te bepalen wanneer robots verantwoord
kunnen worden ingezet in de zorg?
Antwoord 7
De stelselverantwoordelijkheid van VWS reikt niet tot ontwikkelaars van zorgtechnologie.
Daarnaast stelt de sector zelf kwaliteitskaders op voor de langdurige zorg, zoals
in de ouderenzorg het Generiek Kompas «Samen werken aan kwaliteit van bestaan». Inzet
van technologie is hier onderdeel van. Als er vanuit de zorgsector behoefte is om
richtlijnen/ ethische regels aan te scherpen dan kan de zorgsector daartoe zelf het
initiatief nemen.
Vraag 8
Welke stappen worden momenteel gezet om regels op te stellen voor de inzet van robots
in de ouderenzorg? In hoeverre wordt daarbij ook rekening gehouden met het feit dat
commerciële producenten van zorgrobots niet altijd dezelfde belangen hebben als de
ouderen en zorgverleners die deze gebruiken?
Antwoord 8
Ik ben niet bekend met regels die op dit moment worden ontwikkeld voor de inzet van
robots in de ouderenzorg. Wel worden door organisaties zoals Vilans handvaten aan
de sector aangeboden om digitaal hybride zorgtechnologie goed te organiseren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.