Schriftelijke vragen : De bijdrage van de landbouw aan de nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater
Vragen van het lid Flach (SGP) aan de Ministers van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Infrastructuur en Waterstaat over de bijdrage van de landbouw aan de nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater. (Ingezonden 7 januari 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «PBL rekent watervervuiling (stikstof en fosfor)
uit andere bronnen toe aan landbouw» en de publicatie van het Compendium voor de Leefomgeving
waarnaar wordt verwezen?1 2
Vraag 2
Waarom wordt in de landelijke emissiecijfers, gebaseerd op de Emissieregistratie en
weergegeven in het Compendium voor de Leefomgeving, de nutriëntenbelasting van het
oppervlaktewater door stikstofdepositie op landbouwgronden, bodemleverantie, kwel
en extern inlaatwater op het conto van de landbouw geschreven?
Vraag 3
Bent u bereid ervoor te zorgen dat in de landelijke emissieregistratie en het Compendium
voor de Leefomgeving verschil wordt gemaakt tussen de landbouwbijdrage via bemesting
en erfafspoeling enerzijds en stikstofdepositie op landbouwgronden, bodemleverantie,
kwel en extern inlaatwater anderzijds?
Vraag 4
Waarom is in de rapportage op grond van artikel 10 van de Nitraatrichtlijn wat betreft
de uit- en afspoeling bij landbouwgronden geen verschil gemaakt tussen de directe
bijdrage van bemesting enerzijds en de bijdrage van stikstofdepositie op landbouwgronden,
bodemleverantie, kwel en extern inlaatwater anderzijds?3
Vraag 5
Is de Europese Commissie (EC) geïnformeerd over de landelijke bronnenanalyse van Wageningen
Environmental Research en de daarin genoemde relatieve landbouwbijdrage via bemesting
en erfafspoeling?
Vraag 6
Kunt u aangeven of de landelijke emissiecijfers, gebaseerd op de Emissieregistratie
en weergegeven in het Compendium voor de Leefomgeving, een rol hebben gespeeld bij
de besluitvorming over en de afwijzing van de derogatie voor Nederland door de EC?
Zo ja, welke?
Vraag 7
Kunt u aangeven in hoeverre de normstelling voor Kaderrichtlijn Water (KRW)-waterlichamen
door waterschappen en provincies is gebaseerd op bronnenanalyses?
Vraag 8
Kunt u aangeven in hoeverre bij de KRW-normstelling onderscheid is gemaakt tussen
de daadwerkelijke bijdrage van de landbouw via bemesting en erfafspoeling enerzijds
en de bijdrage van stikstofdepositie op landbouwgronden, bodemleverantie, kwel en
extern inlaatwater anderzijds?
Vraag 9
Is voor alle waterlichamen de nutriëntenbelasting van kwelwater en bodemleverantie
verrekend in de nutriëntennormen?
Vraag 10
Is het u bekend dat waterschappen en provincies verschillend omgaan met het al dan
niet verrekenen van natuurlijke bronnen van nutriëntenbelasting in de normen, waardoor
deze normen mogelijk strenger zijn dan nodig is? Hoe waardeert u dat?
Vraag 11
Welk ander beleid en andere regelgeving wordt gebaseerd op de eerder genoemde emissiecijfers?
Vraag 12
Kunt u aangeven wat de belangrijkste verschillen zijn tussen de landelijke bronnenanalyse
van Wageningen Environmental Research en de eigen regionale bronnenanalyses van waterschappen?
In hoeverre is sprake van verschillen in de toewijzing van bronnen?
Vraag 13
Acht u het verstandig om, gelet op de grote verschillen in waterkwaliteitsproblemen
en de relatieve bijdrage van landbouwbemesting tussen de verschillende regio’s, in
te zetten op het niet aanwijzen van heel Nederland als kwetsbaar gebied op grond van
de Nitraatrichtlijn dan wel het vaststellen van verschillende actieprogramma’s voor
verschillende regio’s, inclusief eventuele derogaties passend bij de regionale waterkwaliteitsproblematiek?
Indieners
-
Gericht aan
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Gericht aan
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
André Flach, Kamerlid