Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over Oekraïne en het Ottawa verdrag tegen personeelslandmijnen
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over Oekraïne en het Ottawa verdrag tegen personeelslandmijnen (ingezonden 15 december 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 6 januari 2026)
Vraag 1
Is het kabinet op de hoogte van de verklaring van maatschappelijke organisaties over
de door Oekraïne aangekondigde opschorting van het landmijnverdrag?1
Antwoord 1
Ja, het kabinet is hiervan op de hoogte.
Vraag 2
Beschikt u over inhoudelijke bezwaren tegen deze verklaring? Zo ja, welke?
Antwoord 2
Nee. Het staat deze organisaties vrij een dergelijke verklaring te publiceren.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat het landmijnverdrag geen mogelijkheid tot opschorting kent,
zoals Oekraïne nu beoogt? Zo nee, op basis waarvan niet?
Antwoord 3
Ja.
Vraag 4
Kunt u toelichten wat de Nederlandse inzet was tijdens de bijeenkomst van de staten
die partij zijn bij het landmijnverdrag? Heeft Nederland daar expliciet aangegeven
dat opschorting niet is toegestaan en verzocht dit in een publieke verklaring op te
nemen? Is formeel bezwaar gemaakt, zoals Zwitserland heeft gedaan? Zo nee, waarom
niet?2
Antwoord 4
Het kabinet betreurt het feit dat Oekraïne zich genoodzaakt ziet het Verdrag van Ottawa
te willen opschorten, maar heeft begrip voor de situatie gezien de voortdurende Russische
agressieoorlog tegen Oekraïne. Tijdens de bijeenkomst van de staten die partij zijn
bij het Verdrag van Ottawa, heeft Nederland in de nationale verklaring expliciet aandacht
gevraagd voor de context waarin Oekraïne dit besluit heeft genomen. Nederland heeft
de Russische Federatie opgeroepen haar agressie te staken en zich bij het Verdrag
van Ottawa aan te sluiten. Nederland heeft tevens aangegeven dat het Verdrag van Ottawa
geen bepaling bevat die opschorting van verplichtingen onder het Verdrag toestaat.
Nederland heeft in context zoals aangegeven geen formeel bezwaar gemaakt tegen het
Oekraïense besluit.
In overeenstemming met motie Dobbe (Kamerstuk 21 501–02, nr. 3195), heeft Nederland bilateraal de zorgen over opschorting onder de aandacht gebracht
van de Oekraïense autoriteiten, waarbij aandacht is gevraagd voor de juridische grondslag
van de opschorting. Ook is Oekraïne opgeroepen de verdragsverplichtingen te blijven
nakomen. Hierbij werd benadrukt dat Nederland oog heeft voor de veranderende veiligheidssituatie
in Oekraïne en Europa.
In het unaniem aangenomen eindrapport van de bijeenkomst wordt bevestigd dat het Verdrag
geen opschorting van zijn werking – en daarmee ook niet van de daaruit voortvloeiende
verplichtingen – toestaat. Ook vermeldt het rapport dat de Vergadering Oekraïne, als
Verdragspartij, heeft opgeroepen zich onverminderd te blijven inzetten voor de naleving
van het Verdrag.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.