Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Boswijk over diverse berichtgeving over nieuw onderzoek van Unicef over de zorgen van jongeren over oorlog
Vragen van het lid Boswijk (CDA) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Defensie over Nederlandse jongeren die zich zorgen maken over oorlog (ingezonden 8 oktober 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 5 januari 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 296.
Vraag 1
Herkent u de zorgen van kinderen en jongeren over oorlog en veiligheid, zoals blijkt
uit het onderzoek van UNICEF?1
Antwoord 1
De Rijksoverheid neemt de zorgen van kinderen en jongeren zoals uit het onderzoek
van Unicef blijkt, uiterst serieus.
Vraag 2
Welke verantwoordelijkheden ziet u voor de overheid om ervoor te zorgen dat kinderen
in Nederland zich veilig voelen?
Antwoord 2
De Rijksoverheid werkt aan de veiligheid van kinderen op verschillende gebieden. Zowel
op het gebied van fysieke als digitale veiligheid en weerbaarheid. Zo is recentelijk
door het kabinet de Strategie Kinderrechten Online gelanceerd. Hierin staat hoe de
overheid en organisaties samenwerken aan oplossingen die jongeren helpen om veilig
en vaardig op te groeien. Betere ondersteuning voor ouders en het vergroten van de
digitale weerbaarheid is hier onderdeel van.
Vraag 3
Op welke manier worden kinderen en hun specifieke behoeften en kwetsbaarheden momenteel
meegenomen in plannen om Nederland veilig en weerbaar te houden? Kunt u hierbij ingaan
op fysieke kwetsbaarheden van jongeren, maar ook op kwetsbaarheden omdat zij midden
in hun ontwikkeling zitten en bijvoorbeeld zo veel mogelijk voorkomen moet worden
dat zij onderwijs missen?
Antwoord 3
Het versterken van de weerbaarheid van Nederland is niet alleen een taak voor de overheid,
maar ook voor de gehele samenleving. Voor kinderen en jongeren is het van groot belang
dat zij worden meegenomen in de plannen om Nederland veilig en weerbaar te houden.
De bijdrage van het funderend onderwijs is belangrijk voor de gehele weerbaarheidsopgave
en onderstreept ook het belang van continuïteit in deze sector. Om die reden houdt
de Rijksoverheid bij het treffen van voorbereidingen op mogelijke crises rekening
met kinderen en specifiek ook met kinderen in een kwetsbare positie. Het onderwijs
speelt daarin een essentiële rol. Het Ministerie van OCW zet er daarom op in dat de
onderwijssectoren van het funderend onderwijs zo goed mogelijk zijn voorbereid op
situaties van maatschappelijke ontwrichting, zodat het onderwijs aan alle leerlingen
zoveel mogelijk door kan blijven gaan. OCW doet dit samen met andere organisaties
in de onderwijssector, die voor de continuïteit van het onderwijs in crisissituaties
van belang zijn.
Vraag 4
Hoe borgt u dat de belangen van kinderen in crisistijd niet van tafel vallen?
Antwoord 4
Besluitvorming en communicatie tijdens een crisis ziet toe op de belangen van alle
inwoners van Nederland, dus ook van kinderen.
Vraag 5
Is er in de communicatie vanuit de overheid over oorlog en mogelijke rampen specifieke
aandacht voor kinderen (van 0 tot 18), aangezien veel kinderen aangeven dat hun zorgen
een direct gevolg zijn van wat ze zien op televisie en op sociale media?
Antwoord 5
In november 2025 is de meerjarige publiekscampagne Denk vooruit gestart, inclusief
een informatieboekje dat vanaf 25 november bij ruim 8,5 miljoen adressen huis-aan-huis
is bezorgd. Dit boekje richt zich op het activeren van het huishouden en is niet specifiek
gericht op de zorgen van kinderen. Unicef heeft hier bij de start van de verzendperiode
haar zorg over geuit. Wel wordt in deze publicatie aandacht gegeven aan het voeren
van het gesprek binnen een huishouden en het gezamenlijk opstellen van een noodplan.
Ouders en verzorgers worden gestimuleerd om het gesprek binnen het gezin te voeren.
Daarnaast staan er op www.denkvooruit.nl vragen en antwoorden met tips voor ouders/verzorgers om het gesprek met kinderen
die zich zorgen maken te voeren en een doorverwijzing naar organisaties die hen hierbij
kunnen helpen.
Als onderdeel van de campagne-inzet in 2026 komt er speciale aandacht voor het informeren
en activeren van kinderen en jongeren. Daarnaast is er al in een groot aantal veiligheidsregio’s
een Risk Factory: een fysiek belevingscentrum voor veiligheid waar basisschoolleerlingen
antwoord krijgen op allerlei vragen die gaan over veiligheid en leren hoe ze met deze
risico’s om kunnen gaan.
Vraag 6
Is bij communicatie vanuit de overheid over crisisparaatheid aandacht voor het feit
dat kinderen dit ook zien en dat dit tot zorgen kan leiden? Welke acties neemt u om
te zorgen dat kinderen hierover in gesprek kunnen gaan?
Antwoord 6
Zie antwoord vraag 5. Zie aanvullend ook het antwoord op vraag 3, waaruit blijkt dat
het Ministerie van OCW hier ook andere organisaties in de onderwijssector bij betrekt.
Vraag 7
Bent u voornemens om binnen de middelen die gereserveerd zijn voor het vergroten van
de maatschappelijke weerbaarheid een deel specifiek te bestemmen voor het vergroten
van de weerbaarheid van kinderen? Zo ja, welke plannen heeft u hiervoor? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 7
In november 2025 is de meerjarige publiekscampagne Denk vooruit gestart. Als onderdeel
van de campagne-inzet in 2026 komt er speciale aandacht voor het informeren en activeren
van kinderen en jongeren.
Vraag 8
Op welke manier bent u van plan er voor te zorgen dat meer kinderen en jongeren er
vertrouwen in krijgen dat de overheid weet wat zij nodig hebben om zich veilig te
voelen, aangezien uit de peiling van UNICEF blijkt dat nu slechts een kwart van hen
denkt dat de overheid weet wat hiervoor nodig is?
Antwoord 8
Het is van belang dat de Rijksoverheid blijft investeren in de betrokkenheid van jongeren
bij al het beleid dat hen aangaat, waaronder op het gebied van veiligheid. Want jongeren
kunnen het beste zelf aangeven hoe hun veiligheidsgevoel versterkt kan worden.
Op de NAVO-top ontvingen de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister-President
het manifest over hoe jongeren vrede en veiligheid ervaren in Nederland en hebben
ze met jongeren het gesprek gevoerd. Dit manifest is opgesteld door twee Jongerenvertegenwoordigers
aan de hand van gesprekken met meer dan 1000 jongeren. Het manifest beschrijft de
zorgen van jongeren op het gebied van geopolitieke spanningen, polarisatie in de samenleving,
bestaanszekerheid en de digitale wereld. In dit manifest wordt uiteengezet hoe de
overheid jongeren beter kan betrekken bij de besluitvorming rondom thema’s als veiligheid
en weerbaarheid- fysiek en digitaal. In het gesprek met jongeren op de NAVO-top is
afgesproken dat de Minister-President elk half jaar met de Jongerenvertegenwoordigers
om tafel gaat, en zijn opvolger motiveert hetzelfde te doen. Tot slot, kwam uit het
gesprek naar voren dat de stem van jongeren wordt betrokken in de werkgroep van de
Ministeries van Defensie, Justitie en Veiligheid en de NCTV.
Om de stem van jongeren beter te betrekken bij al het beleid dat hen aangaat wordt
gewerkt aan een Nationale Jeugdstrategie2. Op 4 september jl. is door jongeren het ontwerp voor de nationale jeugdstrategie
gepresenteerd. Dit ontwerp, waar 12.000 jongeren uit Europees en Caribisch Nederland
aan meewerkte, bevat aanbevelingen vanuit jongeren op 9 door hen gekozen thema’s (waaronder
«politiek en veiligheid»). Het doel van de nationale jeugdstrategie is dat er afspraken
worden gemaakt over de manier waarop jongeren duurzaam en structureel betrokken worden
bij het maken van beleid. De nationale jeugdstrategie noemt bestaanszekerheid, een
verslechterende mentale gezondheid en een gebrek aan toekomstperspectief de drie grootste
uitdagingen voor Nederlandse jongeren. De komende tijd werken de Ministeries van VWS,
SZW en OCW aan het implementeren van de nationale jeugdstrategie.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.