Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kathmann over het slopen van de privacybescherming in de nieuwe Europese Omnibus-wetgeving
Vragen van het lid Kathmann (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretarissen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie en Veiligheid over het slopen van de privacybescherming in de nieuwe Europese Omnibus-wetgeving (ingezonden 17 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister
van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(ontvangen 5 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 583.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «EU Commission internal draft would wreck core principles
of the GDPR» en de brandbrief van 127 organisaties over de Digitale Omnibus?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op het bovenstaande bericht en de brandbrief? Kunt u ingaan op de
inhoudelijke bezwaren en zorgen die hierin worden geuit?
Antwoord 2
Wij hebben kennisgenomen van de bezwaren en zorgen en nemen deze opmerkingen serieus.
De bezwaren en zorgen waren evenwel gericht op een nog niet gepubliceerde versie van
de zevende omnibus verordening. Alhoewel het kabinet bij de gepubliceerde voorstellen
veel aanpassingen binnen de Omnibus AI en Omnibus Digitaal kan steunen omdat deze
in lijn zijn met de Nederlandse inzet, heeft het kabinet vooral bij een aantal fundamentele
wijzigingen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) serieuze zorgen,
omdat deze wijzigingen het niveau van gegevensbescherming wezenlijk verminderen, zonder
dat er sprake is van een effectieve bijdrage aan het verlagen van regeldruk. Via een
versnelde Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-route is uw Kamer op 12 december
met een BNC-fiche geïnformeerd over de positie van het kabinet op de Omnibus Digitaal.
In het antwoord op vraag 3 wordt hierop nader ingegaan.
Vraag 3
Wat is uw zienswijze op de Digitale Omnibus, die ook aanpassingen van de Algemene
Verordening Gegevensbescherming en de voorgestelde e-Privacyverordening bevat?
Antwoord 3
In navolging van een vierde Omnibuspakket, waarin ook sprake was van een aantal gerichte
vereenvoudigingen voor de AVG heeft de Europese Commissie (EC) op 19 november 2025
het zevende Omnibuspakket (ook wel het «Digitale Pakket») gepubliceerd. Zoals aangegeven
in het BNC-fiche, verwelkomt het kabinet dat de Commissie met de omnibussen erop inzet
digitale wetgeving te vereenvoudigen en stroomlijnen. Dit past binnen de bredere doelstelling
van het kabinet om de regeldruk terug te dringen. Het kabinet ziet dat het pakket
mogelijk ook kansen biedt voor de ontlasting van de uitvoeringsorganisaties en de
vereenvoudiging van de uitvoering van beleid. Het kabinet zet erop in dat deze omnibussen
zich focussen op versimpeling, verduidelijking en stroomlijning van wetgeving en dat
de doelen van de wetgeving daarbij overeind blijven.
De voorgestelde wijzigingen aan de AVG geven wel aanleiding tot zorgen, omdat deze
kunnen leiden tot een wezenlijke vermindering van het niveau van gegevensbescherming,
zonder dat er sprake is van een effectieve bijdrage aan het verlagen van regeldruk.
Vraag 4
Zal de Digitale Omnibus de privacybescherming van burgers verzwakken? Kunt u antwoorden
met een heldere ja of nee, en dit vervolgens onderbouwen?
Antwoord 4
Het kabinet is het voorstel nog aan het bestuderen en heeft uw Kamer via het BNC-fiche
geïnformeerd over zijn positie op de Omnibus Digitaal. Het ontbreken van een impact
assessment maakt het moeilijk om deze vraag met een helder ja of nee te beantwoorden.
Het kabinet zal opheldering vragen bij de Commissie en de gevolgen voor regeldruk,
uitvoerbaarheid en bescherming van grondrechten verder in kaart brengen, voordat het
tot een definitief oordeel komt op deze onderdelen. Het kabinet hecht er dan ook aan
dat er in het bijzonder voor wijzigingen met impact op gegevensbescherming en grondrechten
gelegenheid is om de voorstellen en de gevolgen daarvan gedegen te analyseren en deze
inhoudelijk te bespreken. Het kabinet vindt daarnaast dat het nog te verschijnen advies
van de Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) al dan niet in samenspraak
met Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) moet worden betrokken bij de bespreking
van dit voorstel.
Vraag 5
Deel u de mening dat «simplificatie» van wetgeving nooit mag leiden tot deregulering
en een feitelijke verzwakking van de privacybescherming?
Antwoord 5
Met betrekking tot de Omnibus Digitaal en Omnibus AI zet het kabinet erop in dat de
omnibussen digitale wetgeving versimpelen, verduidelijken en stroomlijnen en dat de
doelen van de wetgeving daarbij overeind blijven.
Het kabinet steunt het doel van simplificatie van digitale wetgeving en zal zich hier
proactief voor inzetten in het kader van de omnibus, maar in het bijzonder voor wijzigingen
met impact op gegevensbescherming hecht het kabinet er als gezegd aan dat er gelegenheid
is om de voorstellen en de gevolgen daarvan gedegen te analyseren en deze inhoudelijk
te bespreken.
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat het beschermen van privacy een kernwaarde is van de Europese
Unie, een uitvloeisel is van een gezamenlijk wereldbeeld én de lessen getrokken uit
de Tweede Wereldoorlog, en dat dit onder geen enkele voorwaarde geweld mag worden
aangedaan?
Antwoord 6
Het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (het «recht op privacy»),
daaronder begrepen het recht op gegevensbescherming, is een grondrecht dat onder meer
is neergelegd in artikel 10 Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de
Rechten van de Mens (EVRM). Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon
op 1 december 2009, is het recht op gegevensbescherming in het Handvest van de grondrechten
van de Europese Unie een op zichzelf staand grondrecht, expliciet ontkoppeld van het
recht op privacy. In artikel 7 Handvest Grondrechten EU staat het recht op eerbiediging
van het privéleven, in artikel 8 het recht op bescherming van persoonsgegevens. De
Unierechtelijke uitwerking is gedaan in de Algemene verordening gegevensbescherming
(AVG). Het recht op bescherming van persoonsgegevens heeft geen absolute gelding (overweging
4 AVG). Zo kan het recht bij wet worden ingeperkt, mits voldaan is aan de eisen van
noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit en de inperkingen voldoende
voorspelbaar en voorzienbaar zijn voor de betrokkenen. Dat onder geen enkele voorwaarde
inbreuk mag worden gemaakt op dit grondrecht, onderschrijven wij derhalve niet.
Vraag 7
Op welke manieren en op welke momenten heeft Nederland haar zienswijze over de Digitale
Omnibus gedeeld met de Europese Commissie? Kunt u deze contactmomenten uiteenzetten?
Antwoord 7
Het versimpelen van (onderdelen van de) digitale wetgeving is onderwerp geweest van
diverse Raadsbesprekingen waar de Europese Commissie aan deelnam en besprekingen in
EU-verband. Potentiële wijzigingen aan de AVG waren daarbij niet altijd onderwerp
van gesprek. Versimpeling van de AI-verordening is besproken tijdens meetings van
de AI-Board en versimpeling van de Dataverordening, Datagovernanceverordening en de
Free Flow of Dataverordening is onderwerp geweest van de Raadswerkgroep Telecom. Het
kabinet heeft het non-paper regeldruk en digitale wetgeving onder de aandacht gebracht
bij de informele Telecomraad van 9 en 10 oktober en in hoogambtelijke besprekingen
met de Commissie.
Vraag 8
Kunt u alle relevante documenten, die betrokken zijn bij het bepalen van de Nederlandse
inzet delen met de Kamer? Heeft u ook adviezen van burgerrechtenorganisaties hierbij
betrokken?
Antwoord 8
Het kabinet heeft u via een versnelde BNC-route geïnformeerd over de inzet ten aanzien
van de Omnibuswetgeving. Vanwege de snelle doorlooptijd van het omnibusvoorstel en
brede betrokkenheid van meerdere departementen is er geen overzicht van alle input
die is ontvangen en betrokken. Het kabinet krijgt soms van stakeholders, zoals belangenorganisaties,
proactief input toegestuurd. Daarnaast neemt het kabinet ook input in beschouwing
die hem via de media bereikt, zoals de brandbrief waar u in vraag 1 naar verwijst.
Het kabinet betrekt ook adviezen van burgerrechtenorganisaties hierbij.
Vraag 9
Acht u het verantwoord en acceptabel dat AI-bedrijven, waaronder Amerikaanse techgiganten
als Google en Meta, meer mogelijkheden krijgen om gegevens van Europese burgers te
gebruiken om AI-modellen te trainen?
Antwoord 9
In het voorstel van de Commissie wordt een artikel 88c aan de AVG toegevoegd, waarin
het expliciet de grondslag «gerechtvaardigd belang» (artikel 6 lid 1 onder f) wordt
aangewezen als de grondslag voor – kort gezegd – het ontwikkelen en toepassen van
AI-modellen. Om de gevolgen van deze voorgestelde wijziging goed te overzien, is meer
duidelijkheid daarover nodig en Nederland heeft op dat punt vragen gesteld aan de
Commissie. De mogelijkheid om persoonsgegevens te gebruiken voor het trainen van AI-modellen
bestaat overigens ook nu al. De EDPB, waarin de Europese toezichthouders samenwerken,
heeft hierover op 18 december 2024 een advies aangenomen.2 Uit dat advies volgt dat de AVG ruimte biedt om ook zonder toestemming van de betrokkene
op basis van de verwerkingsgrondslag «gerechtvaardigd belang» (artikel 6, eerste lid,
onder f AVG) persoonsgegevens voor dit doel te verwerken. Of van deze grondslag gebruik
kan worden gemaakt, wordt bepaald door de omstandigheden van het geval. Zo moet worden
vastgesteld dat de beoogde verwerking noodzakelijk is ter behartiging van het gerechtvaardigde
belang én dat de belangen of fundamentele rechten en vrijheden van betrokkenen die
door de verwerking van persoonsgegevens worden geraakt, niet zwaarder wegen dan het
gerechtvaardigde belang dat met de verwerking wordt gediend. Ook moet elke verwerkingsverantwoordelijke
aantoonbaar maatregelen nemen om de impact van de verwerking op de belangen van betrokkenen
te verkleinen. Daarbij speelt de toegang tot rechten van betrokkenen onder de AVG
een rol, zoals het recht op inzage en het recht op bezwaar. De toezichthouder beoordeelt
uiteindelijk of een dergelijke vorm van verwerking rechtmatig is. Of deze mogelijkheden
verder moeten worden verruimd, vergt nadere beoordeling. Dit zou alleen aan de orde
kunnen zijn als de gevolgen voor fundamentele rechten voldoende gewaarborgd zijn.
Vraag 10
Deelt u de mening dat bescherming van gevoelige gegevens, zoals politieke voorkeur,
seksuele oriëntatie, en gezondheidsdata, geen geweld mag worden aangedaan?
Antwoord 10
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5 hanteert het kabinet in het kader van
de omnibus het uitgangspunt dat de omnibus moet focussen op verduidelijking, versimpeling
en het vergroten van consistentie van digitale wetgeving. De inzet is dat daarbij
de doelen van de wetgeving niet worden afgezwakt. Onder de AVG is de verwerking van
deze bijzondere categorieën van persoonsgegevens verboden, vanwege de impact die dit
kan hebben. Verwerking kan alleen plaatsvinden, als er een wettelijke uitzonderingsgrond
bestaat. Met het voorstel worden twee nieuwe uitzonderingsgronden opgenomen in de
AVG. Deze worden op dit moment nog beoordeeld. Uw Kamer is hierover geïnformeerd met
het BNC-fiche.
Vraag 11
Welk signaal geeft het verzwakken van de AVG en de e-Privacyverordening af aan het
Nederlandse en Europese midden- en kleinbedrijf dat volop inzet op het ontwikkelen
van verantwoorde en privacyvriendelijke AI conform deze regelgeving?
Antwoord 11
De voorgestelde wijzigingen aan de AVG en de e-Privacyverordening zijn nog onderwerp
van onderhandeling. Deze wetten zijn dus nog niet gewijzigd. Het kabinet heeft het
streven om de regeldruk terug te dringen. Regeldruk zet een rem op de productiviteitsgroei
van bedrijven en dus ook op het concurrentievermogen van onze economie. Dit kan op
den duur ook de financiering van publieke taken onder druk zetten. Het kabinet zet
zich daarom constructief in voor het versimpelen van digitale wetgeving, waarbij één
van de uitgangspunten is dat de bescherming van grondrechten gewaarborgd blijft. Dit
betekent dat het kabinet kritisch beziet of de voorstellen het doel van verlaagde
regeldruk daadwerkelijk dienen en welke gevolgen dit heeft voor het niveau van gegevensbescherming.
Het kabinet hecht waarde aan duidelijkheid en rechtszekerheid voor het bedrijfsleven.
Bij fundamentele wijzigingen aan wetgeving, zeker als die impact hebben op het recht
op gegevensbescherming, hecht het kabinet aan een impact assessment zodat het kabinet
kan beoordelen of voorgestelde wijzigingen noodzakelijk, proportioneel en subsidiair
zijn en de gevolgen voorspelbaar en voorzienbaar.
Vraag 12
Deelt u de mening dat het verduidelijken van wet- en regelgeving voor het midden-
en kleinbedrijf niet ten koste hoeft te gaan van privacybescherming? Is dit ook uw
uitgangspunt?
Antwoord 12
Ja. Het is al langere tijd een doel van het kabinet om regeldruk terug te dringen
en daartoe zijn ook al oplossingsrichtingen in kaart gebracht. Hierbij kan worden
gedacht aan praktische hulpmiddelen, zoals sjablonen en praktische richtsnoeren van
de toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), om naleving van de wet- en
regelgeving voor kleinere organisaties te vereenvoudigen. Ook kunnen lijsten van verwerkingsactiviteiten
met een laag risico die door toezichthoudende autoriteiten worden verstrekt, meer
duidelijkheid verschaffen en kan de ontwikkeling en het gebruik van gedragscodes en
certificering worden gestimuleerd. Ten aanzien van het gebruik van gedragscodes en
certificering, overweeg ik om hier nader onderzoek naar te laten doen. Het uitgangspunt
van het kabinet bij de Omnibus Digitaal is dat bij het versimpelen van de wetgeving
de doelen, inclusief de bescherming van grondrechten, van de wetgeving niet worden
afgezwakt.
Vraag 13
Bent u bereid om in gesprek te treden met onafhankelijke experts, waaronder de Autoriteit
Persoonsgegevens en burgerrechtenorganisaties op het gebied van privacy, om de Digitale
Omnibus te beoordelen en in kaart te brengen of deze in de praktijk zal leiden tot
een verzwakking van de privacybescherming?
Antwoord 13
Het is vanzelfsprekend dat het kabinet goede contacten onderhoudt met het veld, met
inbegrip van burgerrechtenorganisaties, maar ook met partijen zoals VNO-NCW. Ten aanzien
van de omnibus betrekken wij in elk geval de informatie van deze organisaties die
zij publiceren bij de zelfstandige oordeelsvorming, en is er contact met de AP. Waar
het om gegevensbescherming gaat kijken wij uit naar het gezamenlijke advies van de
EDPB/EDPS.
Vraag 14
Bent u bereid om een voorbehoud te maken op het steunen van de Digitale Omnibus, zolang
niet is uitgesloten dat deze de privacybescherming verzwakt?
Antwoord 14
Het kabinet is het voorstel nog aan het bestuderen en heeft uw Kamer via het BNC-fiche
geïnformeerd over zijn positie op de Omnibus Digitaal. In beginsel steunt Nederland
voorstellen om digitale wetgeving te vereenvoudigen en de regeldruk ervan te verlagen.
Daarbij is het wel belangrijk dat de doelen, met inbegrip van het niveau van gegevensbescherming,
van de wetgeving overeind blijven en er gelegenheid is om de voorstellen, en de gevolgen
daarvan voor onder andere de bescherming van grondrechten, gedegen te analyseren,
de impact ervan te kunnen doorgronden, en goed inhoudelijk te bespreken. Het kabinet
vindt het in het algemeen van belang dat bij fundamentele wijzigingen aan wetgeving,
zeker als die impact hebben op het recht op gegevensbescherming, een impact assessment
wordt gedaan. Ook is het van belang om bij wijzigingen die impact hebben op het recht
op gegevensbescherming, het advies van Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming
(EDPS) al dan niet in samenspraak met het Europees Comité voor gegevensbescherming
(EDPB) te betrekken bij de verdere analyse en bespreking, om te voorkomen dat de bescherming
van grondrechten, waaronder gegevensbescherming, wordt verlaagd.
Vraag 15
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en zo snel mogelijk beantwoorden, en toezeggen
om geen definitief standpunt in te nemen over de Digitale Omnibus zolang de Kamer
zich hierover niet heeft uitgesproken?
Antwoord 15
De vragen zijn zo snel als mogelijk en separaat beantwoord. Het kabinet bestudeert
momenteel het gepubliceerde voorstel van de EC en heeft uw Kamer via het BNC-fiche
geïnformeerd over zijn positie op de Omnibus Digitaal.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken -
Mede namens
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.