Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 875 Uitvoering van Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voorproducten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Uitvoeringswet verordening cyberweerbaarheid)
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
HOOFDSTUK 2 AANWIJZINGEN
Artikel 2.1 Aanwijzing Onze Minister als aanmeldende autoriteit
Artikel 2.2 Aanwijzing Onze Minister als markttoezichtautoriteit
Artikel 2.3 Bevoegdheid als coördinator aangewezen CSIRT
HOOFDSTUK 3 TOEZICHT EN SANCTIONERING
Artikel 3.1 Toezicht
Artikel 3.2 Onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden Markttoezichtverordening
Artikel 3.3 Betreden woning zonder toestemming van de bewoner
Artikel 3.4 Fictieve identiteit en hoedanigheid
Artikel 3.5 Zelfstandige last
Artikel 3.6 Bijstand verlenen aan marktoezichtautoriteiten andere lidstaten
Artikel 3.7 Sanctionering
HOOFDSTUK 4. NADERE REGELS
Artikel 4.1 Nadere regels uitvoering Verordening cyberweerbaarheid
HOOFDSTUK 5. WIJZIGING ANDERE WETGEVING
Artikel 5.1 Wijziging Algemene wet bestuursrecht
HOOFDSTUK 6. SLOTBEPALINGEN
Artikel 6.1 Samenloop
Artikel 6.2 Inwerkingtreding
Artikel 6.3 Citeertitel
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels te stellen ter
uitvoering van Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van
23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten
met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU)
2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Verordening cyberweerbaarheid);
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
– aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij:
aanbieder van een dienst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de Markttoezichtverordening;
– CSIRT:
Computer security incident response team;
– Markttoezichtverordening:
Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019
betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn
2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011 (PbEU 2019,
L169);
– onlineinterface:
online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van de Markttoezichtverordening;
– Onze Minister:
Onze Minister van Economische Zaken;
– product met digitale elementen:
product met digitale elementen als bedoeld in artikel 3, onder 1, van de Verordening
cyberweerbaarheid;
– Raad voor Accreditatie:
Stichting Raad voor Accreditatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet
aanwijzing nationale accreditatie-instantie;
– Verordening cyberweerbaarheid:
Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024
betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen
en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn
(EU) 2020/1828.
HOOFDSTUK 2 AANWIJZINGEN
Artikel 2.1 Aanwijzing Onze Minister als aanmeldende autoriteit
1. Onze Minister is de aanmeldende autoriteit, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van
de Verordening cyberweerbaarheid, en is bevoegd om de taken uit te voeren en de bevoegdheden
uit te oefenen die bij of krachtens de Verordening cyberweerbaarheid zijn toegekend
aan de aanmeldende autoriteit, met inachtneming van het tweede lid.
2. Ten behoeve van de beoordeling en monitoring wordt een conformiteitsbeoordelingsinstantie
geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie of door een andere nationale accreditatie-instantie
als bedoeld in Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad
van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht
betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG)
nr. 339/93 (PbEU 2008, L 218).
Artikel 2.2 Aanwijzing Onze Minister als markttoezichtautoriteit
Onze Minister is de markttoezichtautoriteit, bedoeld in artikel 52, tweede lid, van
de Verordening cyberweerbaarheid, en is bevoegd om de taken uit te voeren en de bevoegdheden
uit te oefenen die bij of krachtens de Verordening cyberweerbaarheid zijn toegekend
aan de markttoezichtautoriteit.
Artikel 2.3 Bevoegdheid als coördinator aangewezen CSIRT
Het krachtens artikel 17, eerste lid, van de Cyberbeveiligingswet als coördinator
met het oog op een gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden aangewezen CSIRT
is het als coördinator aangewezen CSIRT, bedoeld in artikel 3, onder 51, van de Verordening
cyberweerbaarheid, en is bevoegd om de taken uit te voeren en de bevoegdheden uit
te oefenen die bij of krachtens de Verordening cyberweerbaarheid zijn toegekend aan
het als coördinator aangewezen CSIRT.
HOOFDSTUK 3 TOEZICHT EN SANCTIONERING
Artikel 3.1 Toezicht
Met het toezicht op de naleving van de Verordening cyberweerbaarheid zijn belast de
bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
Artikel 3.2 Onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden Markttoezichtverordening
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.1, zijn bevoegd om de bevoegdheden uit te oefenen,
bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen f, g en h, van de Markttoezichtverordening.
Artikel 3.3 Betreden woning zonder toestemming van de bewoner
1. De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.1, zijn in afwijking van artikel 5:15, eerste
lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur
een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van de uitoefening
van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van
de Markttoezichtverordening.
2. Voor het uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, is een voorafgaande
machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging
worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris
kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek
van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
3. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het tweede lid, staat
voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen
veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.
4. De artikelen 2 en 3 van de Algemene wet op het binnentreden zijn niet van toepassing.
Artikel 3.4 Fictieve identiteit en hoedanigheid
1. De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.1, zijn bevoegd om, ter uitvoering van de Markttoezichtverordening,
onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit
en hoedanigheid, producten met digitale elementen te verkrijgen en de hieraan gerelateerde
handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk
is. Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
2. Degene die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt
daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt:
a. zijn naam of nummer en hoedanigheid;
b. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid;
c. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien;
d. het adres, waaronder indien van toepassing, het elektronische adres, waar het product
met digitale elementen is verkregen en, voor zover bekend, de omschrijving van de
betrokken marktdeelnemer;
e. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij de handelingen ten behoeve van het verkrijgen
van de toegang tot het product met digitale elementen is verstrekt;
f. de wijze waarop en het tijdvak waarin de handelingen hebben plaatsgevonden; en
g. hetgeen tijdens het onderzoek van het product met digitale elementen is verricht,
gebleken en overigens is voorgevallen.
Artikel 3.5 Zelfstandige last
1. Onze Minister kan, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om
een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van de Markttoezichtverordening,
gevormd door een product met digitale elementen, weg te nemen, een zelfstandige last
opleggen aan:
a. degene die ertoe in staat is om inhoud te verwijderen van, of de toegang te beperken
tot, een online interface, of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een
waarschuwing voor eindgebruikers, bedoeld in artikel 3, onderdeel 21, van de Markttoezichtverordening,
wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface;
b. een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij, indien niet binnen de daarvoor
gestelde termijn aan een last als bedoeld onder a, is voldaan, om alle maatregelen
te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een
online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde
te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.
2. Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid is gericht, handelt
overeenkomstig die last.
3. Op grond van het eerste lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt
tot het blokkeren of filteren van internetverkeer.
4. Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid is voorafgaande machtiging
vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden
de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris
kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek
van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
5. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vierde lid, staat
voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen
veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht. Onze Minister maakt
de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld
in het eerste lid, bekend.
Artikel 3.6 Bijstand verlenen aan marktoezichtautoriteiten andere lidstaten
Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing voor
zover de ambtenaren, bedoeld in artikel 3.1, bijstand verlenen aan een markttoezichtautoriteit
als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de Markttoezichtverordening uit een andere
lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 22 of artikel 23 van die verordening.
Artikel 3.7 Sanctionering
1. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete van ten hoogste
het bedrag, genoemd in artikel 64, tweede lid, van de Verordening cyberweerbaarheid,
ter handhaving van de in dat lid genoemde verplichtingen.
2. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete van ten hoogste
het bedrag, genoemd in artikel 64, derde lid, van de Verordening cyberweerbaarheid,
ter handhaving van de in dat lid genoemde bepalingen.
3. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete van ten hoogste
het bedrag, genoemd in artikel 64, vierde lid, van de Verordening cyberweerbaarheid,
ter handhaving van dat lid.
4. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving
van de in artikel 64, tweede lid, van de Verordening cyberweerbaarheid, genoemde verplichtingen.
5. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving
van de in artikel 64, derde lid, van de Verordening cyberweerbaarheid, genoemde bepalingen.
6. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving
van artikel 64, vierde lid, van de Verordening cyberweerbaarheid.
7. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving
van artikel 7 van de Markttoezichtverordening.
8. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving
van een maatregel die getroffen is op grond van artikel 3.2 en ter handhaving van
artikel 3.5, tweede lid.
HOOFDSTUK 4. NADERE REGELS
Artikel 4.1 Nadere regels uitvoering Verordening cyberweerbaarheid
Onze Minister kan bij ministeriële regeling regels stellen voor zover dat nodig is
voor een goede uitvoering van de Verordening cyberweerbaarheid en de op grond van
de Verordening cyberweerbaarheid vastgestelde uitvoeringshandelingen en gedelegeerde
handelingen.
HOOFDSTUK 5. WIJZIGING ANDERE WETGEVING
Artikel 5.1 Wijziging Algemene wet bestuursrecht
Bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:
1. In artikel 7 worden in de alfabetische volgorde ingevoegd:
– Uitvoeringswet verordening cyberweerbaarheid
– Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024
betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen
en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn
(EU) 2020/1828.
2. In artikel 11 worden in de alfabetische volgorde ingevoegd:
– Uitvoeringswet verordening cyberweerbaarheid
– Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024
betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen
en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn
(EU) 2020/1828.
HOOFDSTUK 6. SLOTBEPALINGEN
Artikel 6.1 Samenloop
Indien het bij koninklijke boodschap van 20 maart 2023 ingediende voorstel van wet
tot vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering)
(Kamerstukken 36 327) tot wet is of wordt verheven en artikel 1.2.27 van die wet eerder in werking is
getreden of treedt dan artikelen 3.3 en 3.5 van deze wet, wordt in de artikelen 3.3,
tweede lid, en 3.5, vierde lid, van deze wet «Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering»
vervangen door «Artikel 1.2.27 van het Wetboek van Strafvordering».
Artikel 6.2 Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 6.3 Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet verordening cyberweerbaarheid.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Economische Zaken,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.