Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over het verdwijnen van programma’s bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en de aangekondigde bezuinigingen
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het verdwijnen van programma’s bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en de aangekondigde bezuinigingen (ingezonden 1 december 2025).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 18 december
2025)
Vraag 1
Bent u bekend met het verdwijnen van verschillende programma’s bij de NPO naar aanleiding
van de aangekondigde bezuinigingen in 2027?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat deze bezuinigingen gepresenteerd worden als een directe
bedreiging van de publieke taak terwijl de NPO een jaarbudget heeft van ongeveer één
miljard euro?
Antwoord 2
De bezuiniging op de rijksmediabijdrage van de landelijke publieke omroep bedraagt
€ 156,7 miljoen per 2027. Het kabinet is van mening dat de publieke mediaopdracht
van de landelijke publieke omroep met de resterende middelen ook kan worden uitgevoerd.
Het is echter onvermijdelijk dat bij een besparing van die omvang ook op het programmabudget
moet worden gekort en dat dit daarmee impact heeft op de uitvoering van de publieke
taakopdracht.
Vraag 3
Klopt het dat commerciële omroepen als RTL en Talpa het moeten doen met een hogere
werkdruk, kleinere teams en nog geen vijfde van het publieke budget, terwijl ze qua
output vergelijkbaar zijn met de publieke omroep?
Antwoord 3
Ik beschik niet over de benodigde cijfers en informatie bij de genoemde onderwerpen
om een vergelijking tussen de landelijke publieke omroepen en de commerciële omroepen
te maken. Vergelijkingen tussen de publieke en commerciële omroepen moeten daarnaast
ook rekening houden met de verschillende positie die zij innemen in het Nederlandse
medialandschap door de wettelijk vastgelegde publieke mediaopdracht van de landelijke
publieke omroep.
Vraag 4
Hoe kijkt u naar het feit dat de NPO bij bezuinigingen direct snijdt in programma’s
in plaats van te kijken naar efficiëntieverbeteringen zoals bij commerciële partijen?
Antwoord 4
Het is aan de NPO en de omroepen om binnen de huidige wettelijke kaders de bezuinigingen
op de rijksmediabijdrage op te vangen. De NPO en de omroepen nemen hiervoor verschillende
maatregelen. Die maatregelen hebben betrekking op meerdere terreinen waaronder ook
besparingen op organisatiekosten en op kosten voor distributie. Bij de NPO-organisatie
zelf leidt dit tot een afname van circa 80 arbeidsplaatsen. Het organisatiebudget
van de omroepen wordt verlaagd, met 10% voor de taakomroepen en met 16% voor de omroepverenigingen.
Het is bij een bezuiniging van deze omvang onvermijdelijk dat ook op het programmabudget
moet worden gekort, waarbij de opbrengst niet enkel kan worden gevonden in efficiëntieverbeteringen.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de zaken die worden betaald met publiek geld binnen de NPO, zoals
een dure studio in Amsterdam, reizen naar tv-beurzen, luxe kantoorruimtes en meerdere
managementlagen? En kan u aangeven hoeveel miljoen er binnen de NPO wordt uitgegeven
aan managementlagen?
Antwoord 5
Het is aan de NPO en de omroepen om met de beschikbare middelen binnen de kaders van
de Mediawet en andere relevante wet- en regelgeving de publieke mediaopdracht uit
te voeren. De accountant en het Commissariaat voor de Media zien hierop toe. De NPO
en de omroepen leggen hierover publiek verantwoording af in hun jaarverantwoording
en volgen daarbij de richtlijnen uit de Regeling financiële verantwoording landelijke
publieke omroepen. Kosten worden daarin verantwoord naar kostensoort zoals personeelskosten
of huisvesting. Aanvullend worden programmakosten bij omroepen nog onderscheiden naar
genres en kosten bij de NPO naar activiteiten zoals de kosten voor aankoop van rechten
of distributie. In de jaarverantwoording wordt conform de Wet Normering Topinkomens
(WNT) ook gerapporteerd over de hoogte van de bezoldiging van de topfunctionarissen
in bestuur en toezicht.
Zoals vermeld bij het antwoord op vraag 4 wordt in het kader van de bezuinigingen
ook bezuinigd op organisatiekosten.
Vraag 6
Kan u, ook in het kader van de herinrichting, uitzoeken of de NPO snijdt in hun managementlagen
(en zo nee, waarom dit niet gebeurt), en waarom dan wel gekozen wordt om te snijden
in programma’s met journalistieke meerwaarde zoals Kassa?
Antwoord 6
Zoals gezegd wordt bij de invulling van de bezuiniging vanaf 2027 ook bespaard op
het budget voor de organisatiekosten van de NPO en de omroepen. Het verminderen van
het aantal bestuurders is een van de doelen van de hervorming zoals aangekondigd door
dit kabinet.1 Mocht de aangekondigde hervorming tijdig doorgang vinden, kan deze vermindering ingaan
vanaf 2029. Bij welke inrichting van het bestel dan ook geldt dat bij een besparing
van deze omvang het onvermijdelijk is dat ook op het programmabudget moet worden gekort.
Vraag 7
Kan u reflecteren op een schijnbare cultuur binnen de NPO waarbij volgens mediakenners
sprake is van een «verwend rijkeluiskind-mentaliteit» en waarbij bezuinigingen vooral
worden gepresenteerd als een ramp, terwijl het in verhouding tot het totaal aantal
werknemers om een beperkte ingreep gaat?
Antwoord 7
Het gaat om een bezuiniging van € 156,7 miljoen op de rijksmediabijdrage. Zoals gezegd
is het bij een besparing van die omvang onvermijdelijk dat naast een besparing op
organisatiekosten ook op het programmabudget moet worden gekort. Het kabinet is van
mening dat de publieke mediaopdracht ook met de resterende middelen kan worden uitgevoerd.
Het staat iedereen vrij daar anders over te denken, ook de medewerkers en bestuurders
bij de landelijke publieke omroep. Ik ga ervan uit dat zij zich hoe dan ook blijven
inzetten voor de uitvoering van de publieke taak.
Vraag 8
Hoe verhoudt deze houding zich tot de publieke taak en de maatschappelijke verantwoordelijkheid
van de NPO?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 9
Bent u bereid om in gesprek te gaan met de NPO over het feit dat ze het schrappen
van journalistieke en maatschappelijk relevante programma’s prioriteren boven het
schrappen van interne luxe, managementlagen en dure faciliteiten?
Antwoord 9
De invulling van de bezuinigingen is aan de NPO en de omroepen. Ik spreek de NPO regelmatig
over de voortgang van de uitvoering van de besparingsmaatregelen.
Vraag 10
Kan u toezeggen deze vragen voor het wetgevingsoverleg Media van 8 december te beantwoorden?
Antwoord 10
De vragen zijn voor het verplaatste wetgevingsoverleg Media van 26 januari beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.