Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Ceder en Heera Dijk over het bericht ‘Nederland moet zich uitspreken tegen grote militaire actie in Cariben
Vragen van de leden Ceder (ChristenUnie) en Heera Dijk (D66) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht ««Nederland moet zich uitspreken» tegen grote militaire actie VS in Cariben» (ingezonden 18 november 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister van Defensie
en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 18 december
2025).
Vraag 1 en 2
Hoe luidt uw reactie op het bericht ««Nederland moet zich uitspreken» tegen grote
militaire actie VS in Cariben» en de aankondiging van operatie «Southern Spear» van
Secretary of War Pete Hegseth?1
2
Heeft u al contact gehad met de Amerikaanse regering over de aanvallen in het Caribisch
gebied en de operatie? Welke boodschap heeft u daarbij overgebracht?
Antwoord 1 en 2
Het Koninkrijk der Nederlanden zet zich onverminderd in voor stabiliteit en veiligheid
in het Caribisch gebied. Het kabinet benadrukt dat alle partijen zich moeten inspannen
om verdere escalatie te voorkomen en zich dienen te houden aan het internationaal
recht. Het kabinet roept, samen met andere EU-lidstaten, hiertoe op. Dit werd op 9 november
jl. ook onderschreven in de gezamenlijke verklaring van de CELAC-EU-top met Latijns-Amerikaanse
– en Caribische landen.
In contacten met de Verenigde Staten benadrukt de regering het belang van het meewegen
van de gevolgen voor de regio, waaronder het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Vraag 3
Meent u dat de aanvallen een ondermijning zijn van het internationaal recht? Zo nee,
waarom niet? Welk juridisch regime is volgens u dan van toepassing?
Antwoord 3
Het Koninkrijk is niet betrokken bij de huidige militaire operatie van de Verenigde
Staten. Het betreft een nationaal aangestuurde operatie van de VS, die in internationale
wateren plaatsvindt, waarbij de regering van de VS zich beroept op zelfverdediging.
Volgens de VS vormen transnationale drugskartels, vanwege hun gewelddadige en paramilitaire
activiteiten, een ernstige dreiging voor de nationale veiligheid van de VS.
Het kabinet heeft kennisgenomen van deze rechtvaardiging voor het gebruik van geweld.
Zoals bekend is het standpunt van het kabinet dat voor het recht op zelfverdediging
sprake moet zijn van een gewapende aanval of een onmiddellijke dreiging daarvan. Het
kabinet beschikt op dit moment niet over informatie om eigenstandig te kunnen beoordelen
of hiervan sprake is.
Vraag 4
Wat is op dit moment de veiligheidsanalyse ten aanzien van de veiligheid van de landen
in het Caribisch deel van het Koninkrijk? Welke stappen moeten naar aanleiding van
de meest recente nieuwsberichten verder ondernomen worden om de veiligheid van de
inwoners op de eilanden te garanderen?
Antwoord 4
De veiligheidssituatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk staat onder verhoogde
aandacht vanwege de recente spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela, in
combinatie met de aanhoudende politieke, sociaaleconomische en humanitaire instabiliteit
in Venezuela. Mogelijke neveneffecten van deze ontwikkelingen zouden met name gevolgen
kunnen hebben voor de Benedenwindse eilanden – Aruba, Curaçao en Bonaire – gezien
hun geografische nabijheid. De risico’s betreffen zowel mogelijke neveneffecten van
geopolitieke spanningen als de impact van regionale migratie- en veiligheidsvraagstukken.
De Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensie houden de ontwikkelingen
nauwgezet in de gaten. De Minister van Buitenlandse Zaken staat in contact met en
houdt de regeringen van Aruba en Curaçao en de gezaghebber van Bonaire op de hoogte
van de ontwikkelingen. Ondanks de afwezigheid van een acute dreiging, werken Aruba,
Bonaire en Curaçao momenteel aan diverse scenario’s die helpen bij de voorbereiding
op bijvoorbeeld logistieke vraagstukken. Dit geldt eveneens voor Nederland, door voorbereidingen
te treffen voor bijstand en ondersteuning. Dat hoort bij de reguliere samenwerking
op het gebied van crisisbeheersing. De eilanden kunnen daarbij waar gewenst rekenen
op de ondersteuning van de Nederlandse departementen.
Vraag 5
Hoe is de motie Ceder c.s. over het versterken van defensiecapaciteit van het Caribisch
deel van het Koninkrijk uitgevoerd? Kunt u in detail ingaan op welke versterkingen
er inmiddels zijn gedaan? Hoe luidden de reacties van de verantwoordelijke bestuurders
op de eilanden omtrent deze stappen?3
Antwoord 5
Het Ministerie van Defensie is verantwoordelijk voor de handhaving van de onafhankelijkheid
en de verdediging van het Koninkrijk. Defensie heeft daarom een permanente presentie
in de regio bestaande uit personeel en materieel van meerdere Defensieonderdelen,
verspreid over diverse bases en kazernes.
Doorlopend weegt Defensie zorgvuldig af of aanvullende versterkingen nodig zijn in
het licht van de huidige ontwikkelingen. Op dit moment wordt er geen aanvullend materieel
vanuit Europees Nederland gestuurd. Defensie kijkt periodiek of dit passend is als
voorzorgsmaatregel.
Daarnaast wordt de Nederlandse Krijgsmacht in het licht van de ernstig verslechterde
veiligheidssituatie in de wereld verder versterkt. Een deel van de investeringen komt
ook de activiteiten van Defensie in het Caribisch deel van het Koninkrijk ten goede,
bijvoorbeeld de vernieuwing van de marinevloot. Investeringen voor de aankomende jaren
die specifiek toezien op het Caribisch deel van het Koninkrijk zijn onder andere een
luchtwaarschuwingsradar, counter-UAS (Unmanned Aerial Systems) middelen, draagbare
luchtverdedigingsmiddelen, en het gebruik maken van aanvullende vlieguren voor Defensie
voor de DASH-8, het verkenningsvliegtuig van de Kustwacht Caribisch Gebied. Tot slot
worden de beveiligings- en bewakingstaken van de Caribische milities (CARMIL) overgedragen
aan het Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie (DBBO), waardoor de CARMIL
meer paraat kan staan voor inzet en bijstand.
Vraag 6
Nu het Verenigd Koninkrijk is gestopt met het delen van inlichtingen over vermeende
drugssmokkel in het Caribisch gebied met de VS, overweegt u dit ook te doen? Zo nee,
waarom niet?4
Antwoord 6
Het Koninkrijk der Nederlanden is niet betrokken bij de Amerikaanse operatie. Door
de VS is toegezegd dat de informatie die gezamenlijk voor de Joint Interagency Taskforce
South (JIATF-S) wordt vergaard, niet wordt ingezet voor de nationale operatie van
de VS.
Defensie doet geen publieke uitspraken over de concrete activiteiten op het gebied
van samenwerking en gegevensuitwisseling met andere inlichtingendiensten en communiceert
daarover met de Kamer via de geëigende kanalen.
Vraag 7
Heeft de Amerikaanse aanwezigheid binnen het Koninkrijk (zoals op Curaçao en Aruba)
een rol gespeeld bij de Amerikaanse aanvallen op boten, doordat er bijvoorbeeld Amerikaanse
vliegtuigen zijn opgestegen vanaf Curaçao die betrokken waren bij de aanvallen? Zo
ja, wat was die rol concreet en hoe beoordeelt u deze rol?
Antwoord 7
Er vinden geen vluchten plaats vanaf Hato Airport t.b.v. de nationale operatie van
de VS.
Voor het gebruik van de Cooperative Security Location (CSL) op het vliegveld van Curaçao hebben het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde
Staten in het een verdrag5 afspraken vastgelegd. Dit verdrag geeft toestemming voor het uitvoeren van vluchten
vanaf de luchthaven van Curaçao ten behoeve van surveillance, monitoring en het opsporen
van drugstransporten. Deze instemming ziet alleen op onbewapende vluchten. Het uitvoeren
van onbewapende verkenningsvluchten vanaf de CSL naar de internationale wateren en
het internationale luchtruim past binnen de verdragsafspraken. Deze reikwijdte beperkt
zich echter tot gezamenlijke inzet, niet tot nationale inzet. Het Koninkrijk is niet
betrokken bij de nationale inzet vanuit de VS in de internationale wateren en het
internationale luchtruim.
Vraag 8 en 9
Bent u bereid om, zo nodig met gelijkgestemde landen of in EU-verband, aan te dringen
op een onafhankelijk onderzoek naar de aanvallen? Zo nee, waarom niet?
Bent u voornemens om zich uit te spreken tegen deze aanvallen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8 en 9
Het is in eerste instantie aan de Verenigde Staten om (onafhankelijk) onderzoek uit
te voeren. We spreken partners en bondgenoten aan wanneer de situatie daartoe aanleiding
geeft, ook in EU-verband. Vaak is het effectiever om dat via diplomatieke kanalen
te doen. Daarnaast verwijst het kabinet naar de gezamenlijke verklaring van de EU
en de Latijns-Amerikaanse en Caribische landen van 9 november 2025.
Vraag 10
In hoeverre is er contact en overleg met de verantwoordelijke bestuurders binnen het
Koninkrijk. Bent u bereid de Kamer periodiek te informeren over de stand van zaken?
Antwoord 10
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft regelmatig en nauwgezet contact met de verantwoordelijke
bestuurders over de geopolitieke actualiteit.
De Kamer is in de laatste periode op verschillende manieren geïnformeerd over de stand
van zaken, waaronder het Kamerdebat op 9 december jl. Desgevraagd kunnen de Minister
van Buitenlandse Zaken, de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties altijd om aanvullende informatie worden gevraagd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
E. van Marum, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede namens
R.P. Brekelmans, minister van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.