Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Raijer over het afschaffen van het predicaat cum laude aan de Universiteit Twente.
Vragen van het lid Raijer (PVV) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het afschaffen van het predicaat cum laude aan de Universiteit Twente (ingezonden 13 november 2025).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 18 december
2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 555.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Universiteit Twente stopt met «cum laude» om ongelijkheid tussen mannen en vrouwen:
«Luie oplossing»», waarin wordt gemeld dat de Universiteit Twente het predicaat cum laude bij promoties afschaft omdat dit volgens de universiteit «systematisch nadelig» zou
uitpakken voor vrouwelijke promovendi?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de kritiek van diverse academici dat dit besluit een «luie oplossing» vormt
die het probleem van subjectieve beoordelingen niet oplost, maar slechts de erkenning
van uitzonderlijke kwaliteit afschaft en zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Het is niet aan mij als Minister om in te gaan op de inhoud van het promotiereglement
van een universiteit. In de wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
(WHW) is vastgesteld dat het college voor promoties van een universiteit is bevoegd
de graden Doctor of Doctor of Philosophy te verlenen op grond van promotie. In de
WHW staat dat het college voor promoties het promotiereglement vaststelt. In het promotiereglement
legt elke universiteit vast wat de regels zijn voor de procedure van beoordeling,
waaronder de toekenning van cum laude.
Ik vind het zorgelijk dat het beoordelen van proefschriften niet objectiveerbaar lijkt
te zijn en dat het differentiëren tussen proefschriften daardoor wordt bemoeilijkt.
Ik vind het belangrijk om excellente onderzoeksprestaties te waarderen. Ik ondersteun
het daarom van harte dat de Universiteit Twente een andere manier zoekt om bijzondere
prestaties in promotietrajecten alsnog te waarderen.
Vraag 3
Hoe reflecteert u op de uitspraak van Renée Römkens die zegt «dat de oplossing vooral
in bewustwording zit»?
Antwoord 3
Ik heb als Minister geen bemoeienis met de maatregelen die een universiteit neemt
om haar promotiereglement te vernieuwen.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het schrappen van het predicaat cum laude talentvolle promovendi, zowel mannen als vrouwen, benadeelt, terwijl de oorzaak van
mogelijke ongelijkheid juist ligt in verbeterbare beoordelingsprocedures en bewustwording
binnen commissies?
Antwoord 4
Ik vind het goed dat al onze talentvolle onderzoekers, ongeacht sekse, gelijke kans
maken op waardering. Ik vind ook dat selecteren onderdeel is van de wetenschap en
dit betekent dat er onderscheid gemaakt moet kunnen worden tussen onderzoekers.
Vraag 5
Bent u bereid in gesprek te gaan met de Universiteit Twente om dit besluit te heroverwegen,
en op welke wijze gaat u voorkomen dat andere universiteiten een vergelijkbare, ideologisch
gemotiveerde nivellering doorvoeren die academische excellentie en meritocratie ondermijnt?
Antwoord 5
Nee, de universiteiten stellen zelf hun promotiereglement vast. Ik ga er vanuit dat
zij onderling in gesprek zijn over wijzigingen in hun promotietrajecten.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.