Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bikker, Krul en Diederik van Dijk over het bericht 'Coöperatie Laatste Wil komt met nieuwe levenseindemethode'
Vragen van de leden Bikker (ChristenUnie), Krul (CDA) en Diederik van Dijk (SGP) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Coöperatie Laatste Wil komt met nieuwe levenseindemethode» (ingezonden 20 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
15 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Coöperatie Laatste Wil komt met nieuwe levenseindemethode»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het artikel.
Vraag 2
Wat is uw reactie op het feit dat Coöperatie Laatste Wil (CLW) weer met een nieuwe
methode voor zelfdoding komt?
Antwoord 2
Het verstrekken van informatie over en het ontwikkelen van zelfdodingsmethodes en
het propageren daarvan, onder meer via de media, vind ik onwenselijk. Verder vind
ik het zorgelijk dat Coöperatie Laatste Wil (hierna: CLW) de grenzen van de wet blijft
opzoeken en op deze manier mensen in een kwetsbare positie in gevaar brengt. Waar
het gaat om hulp bij zelfdoding of euthanasie kent Nederland een wettelijk kader waarmee
uitsluitend artsen bevoegd zijn om dit, met inachtneming van de wettelijke zorgvuldigheidseisen,
uit te voeren. Verder is de inzet van het kabinet juist om het aantal suïcides terug
te dringen, onder andere door de toegang tot dodelijke middelen te beperken, het taboe
op het gesprek over zelfdoding te doorbreken en mensen met suïcidaliteit laagdrempelig
te ondersteunen via de hulplijn van Stichting 113 Zelfmoordpreventie.
Vraag 3
Deelt u de grote zorg van deze leden wat dit bericht kan veroorzaken bij mensen in
kwetsbare omstandigheden?
Antwoord 3
Ja, ik deel deze zorg. Voorkomen moet worden dat mensen – al dan niet in een kwetsbare
positie – een laagdrempelig aanbod krijgen om over te gaan tot zelfdoding. Daarom
wordt in het kader van suïcidepreventie blijvend ingezet op het beperken dan wel opwerpen
van belemmeringen van toegang tot dodelijke middelen. Op die manier wordt gewerkt
aan een effectieve manier om impulsieve, eenzame en radeloze zelfdodingen te voorkomen.
Vraag 4
Hoe rijmt u de ruimte die CLW krijgt om nieuwe zelfdodingsmethodes te verspreiden
met uw inzet om het aantal suïcides omlaag te brengen?
Antwoord 4
Het kabinet blijft onverminderd inzetten op het verminderen van het aantal suïcides,
onder meer via de landelijke agenda suïcidepreventie. Ook faciliteert de overheid
de hulplijn van Stichting 113 Zelfmoordpreventie waar mensen met suïcidale gedachten
gratis, anoniem en 24 uur per dag in gesprek kunnen. Suïcidale gedachten zijn namelijk
vaak heel lang wél omkeerbaar. Dan kan laagdrempelige hulp het verschil maken.
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 2, vind ik het verstrekken van informatie over
en het ontwikkelen van zelfdodingsmethodes onwenselijk. Suïcidepreventie is een maatschappelijk
vraagstuk en daar hoort het veilig praten over zelfdoding in nieuwsberichten en andere
(informatieve) media-uitingen ook bij. Mede dankzij de inzet van Stichting 113 Zelfmoordpreventie
is er binnen redacties steeds meer aandacht voor de wijze waarop over suïcides wordt
bericht.
Vraag 5
Wat vindt u ervan dat CLW keer op keer nieuwe methodes aankondigt bij haar leden en
op die manier verwachtingen wekt, terwijl de praktische en juridische mogelijkheden
nog in het geheel niet zijn doordacht?
Antwoord 5
Zoals gesteld in het antwoord op vraag 2 vind ik het verstrekken van informatie over
en het ontwikkelen van zelfdodingsmethodes en het propageren daarvan, onder meer via
de media, onwenselijk. Ik vind het zorgelijk dat CLW met haar activiteiten de grenzen
van de wet blijft opzoeken en op deze manier mensen in een kwetsbare positie in gevaar
brengt. Daarnaast kan CLW inderdaad mogelijk verkeerde verwachtingen wekken over de
strafbaarheid van het verstrekken van informatie over en het ontwikkelen van zelfdodingsmethodes
en het propageren daarvan. Het is namelijk niet aan CLW, maar aan het Openbaar Ministerie
(hierna: het OM) en vervolgens aan de rechter om te beoordelen of bepaalde handelingen
wel of niet strafbaar zijn en of iemand daarvoor vervolgd kan worden.
Vraag 6
Welk instrumentarium heeft u om mensen in kwetsbare omstandigheden hiertegen te beschermen
en acht u dat afdoende? Kunt u dit toelichten?
Antwoord 6
Op grond van artikel 294 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is het strafbaar
om opzettelijk een ander tot zelfdoding aan te zetten respectievelijk om opzettelijk
een ander bij zelfdoding behulpzaam te zijn of hem daartoe de middelen te verschaffen,
als de zelfdoding daarop volgt.
Daarnaast blijft het kabinet onverminderd inzetten op het verminderen van het aantal
suïcides door het onderwerp te agenderen en bespreekbaar te maken en door het financieren
van de vierde landelijke agenda suïcidepreventie. Daarnaast biedt de Wet integrale
suïcidepreventie, die op 1 januari 2026 in werking treedt, ondersteuning aan partijen
om een samenhangende aanpak rondom suïcidepreventie op te stellen. Deze wet geeft
de overheid ook de opdracht om de al bestaande hulplijn zelfmoordpreventie te blijven
faciliteren. Hier kunnen mensen met suïcidale gedachten daarover gratis, anoniem en
24 uur per dag in gesprek.
Het wettelijk instrumentarium in combinatie met het suïcidepreventiebeleid van het
kabinet is onder meer bedoeld om mensen in een kwetsbare positie te beschermen en
is mijns inziens voldoende.
Vraag 7
Heeft u contact met experts en 113 over de gevolgen van deze acties en kunt u de bevindingen
delen?
Antwoord 7
Ja, ik heb contact met experts van 113 Zelfmoordpreventie over de gevolgen van de
acties van CLW. 113 Zelfmoordpreventie deelt mijn zorgen hierover. De experts geven
aan dat het belangrijk is om het maatschappelijke gesprek te voeren over het levenseinde,
en de manier waarop mensen daarin zelf de regie kunnen behouden. Daarbij is ook de
manier waarop een dergelijk gesprek wordt gevoerd van belang. Het benoemen van zelfdodingsmethodes
is volgens de experts geen veilige manier. Sterker nog, onderzoek laat zien dat berichtgeving
over zelfdodingsmethodes de drempel tot zelfdoding kan verlagen voor mensen die zich
in een kwetsbare positie bevinden, bijvoorbeeld omdat ze psychische klachten of schulden
hebben.2, 3, 4
Vraag 8
Op welke manier gaat u kwetsbare mensen beschermen die een zelfdodingswens hebben
en bij CLW aankloppen?
Antwoord 8
Ik heb geen zicht op mensen in een kwetsbare positie die een zelfdodingswens hebben
en daarmee bij CLW aankloppen. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4 blijft
het kabinet onverminderd inzetten op het verminderen van het aantal suïcides. Onderdeel
van dit beleid is het beperken van de toegang tot dodelijke middelen, om ook op die
manier mensen in een kwetsbare positie te beschermen.
Vraag 9
Kunt u beoordelen of de nieuwe methode en de manier waarop CLW die wil verspreiden
toegestaan zijn volgens het strafrecht? Indien het niet of mogelijk niet is toegestaan,
wat gaat u dan doen?
Antwoord 9
Op grond van artikel 294 lid 2 Sr is het strafbaar om een ander bij zelfdoding behulpzaam
te zijn of die ander daartoe middelen te verstrekken. Volgens de Hoge Raad is daarbij
relevant of iemand met zijn handelen het voor een ander «mogelijk of gemakkelijk»
heeft gemaakt zichzelf te doden. Op grond van de bestaande jurisprudentie is in ieder
geval duidelijk dat als de zelfdoding slaagt, het verstrekken van het gebruikte zelfdodingsmiddel
valt onder de strafbaarstelling van dit artikel. Ook is duidelijk dat het in georganiseerd
verband behulpzaam zijn bij zelfdoding of het verstrekken van een zelfdodingsmiddel
kan leiden tot een veroordeling wegens artikel 140 Sr (deelname aan een criminele
organisatie), ook als de zelfdoding nog niet heeft plaatsgevonden. Het OM heeft de
Minister van Justitie en Veiligheid laten weten dat het afhangt van de concrete omstandigheden
van het geval of hetgeen CLW van plan is te doen (onder begeleiding vervaardigen van
een zelfdodingsmiddel) valt onder een van de genoemde strafbaarstellingen. Het is
aan het OM om te beoordelen of iemand wordt aangemerkt als verdachte van hulp bij
zelfdoding en uiteindelijk aan de rechter om de strafbaarheid te bepalen.
Vraag 10
Welke strafrechtelijke onderzoeken lopen er momenteel gerelateerd aan CLW?
Antwoord 10
In zijn algemeenheid geldt dat de Minister van Justitie en Veiligheid kan bevestigen
noch ontkennen of tegen bepaalde natuurlijke of rechtspersonen strafrechtelijke onderzoeken
lopen, nu daardoor de mogelijkheid bestaat dat daardoor een lopend, maar nog niet
door het OM naar buiten gebracht onderzoek zou kunnen worden geschaad. Om deze reden
kan niet worden gezegd of er strafrechtelijke onderzoeken lopen gerelateerd aan CLW.
Wel kan worden vastgesteld dat er momenteel geen onderzoeken lopen waarover het OM
zelf naar buiten is getreden.
Vraag 11
Wanneer is wat u betreft de maat vol met de proefballonnen die CLW oplaat en onderneemt
u stappen om CLW op basis van het Burgerlijk Wetboek artikel 2:20 te verbieden?
Antwoord 11
Op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan het OM de rechtbank
verzoeken een rechtspersoon waarvan het doel of de werkzaamheid in strijd is met de
openbare orde, verboden te verklaren en te ontbinden. Van strijd met de openbare orde
is sprake als het doel of de werkzaamheid leidt of klaarblijkelijk dreigt te leiden
tot aantasting van de menselijke waardigheid, geweld of het aanzetten tot haat of
discriminatie. Gelet op de grondwettelijk verankerde vrijheden van meningsuiting,
vereniging en vergadering, past het OM wel terughoudendheid bij het doen van een dergelijk
verzoek. Het OM heeft de Minister van Justitie en Veiligheid laten weten op te zullen
treden als blijkt dat de strafrechtelijke grenzen worden overschreden of wanneer het
vermoeden ontstaat dat CLW werkzaamheden uitvoert die in strijd zijn met de openbare
orde.
In de procedure op grond van art. 2:20 BW heeft de Minister van Justitie en Veiligheid
geen formele bevoegdheid. Het is dus ook niet aan hem om de door u gevraagde stappen
te zetten. Wel is de Minister van Justitie en Veiligheid op grond van art. 127 Wet
op de rechterlijke organisatie bevoegd het OM daartoe een bijzondere aanwijzing te
geven. De Minister van Justitie en Veiligheid ziet geen aanleiding om in dit geval
van deze bijzondere aanwijzingsbevoegdheid gebruik te maken.5
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.