Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over het uitblijven van actie bij seksadvertentiewebsites met ernstige vermoedens van uitbuiting
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het uitblijven van actie bij seksadvertentiewebsites met ernstige vermoedens van uitbuiting (ingezonden 10 november 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 15 december 2025).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Markt voor seksadvertenties is markt voor cowboys:
geen druk van politiek» en de bijbehorende reportage van Omroep Brabant van 7 november
jongstleden?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herinnert u zich de aangenomen motie-Ceder c.s. over een wettelijke verplichting voor
aanbieders van seksadvertenties om de leeftijd van geadverteerde personen te verifieren?2
Antwoord 2
Ja. In de voortgangsbrief mensenhandel die op 15 december 2025 aan uw Kamer is verstuurd,
geef ik aan op welke wijze ik invulling geef aan deze motie.
Vraag 3
Herinnert u zich uw beantwoording van de schriftelijke vragen van de leden Bikker,
Krul, Boomsma, Tseggai en Diederik van Dijk over de aanpak van klanten die betaalde
seks hebben met minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting?3 Herinnert u zich uw toezegging dat u in gesprek zou treden met de leden van het Fieldlab
Tulpafslag die destijds sterk hebben aangedrongen op een wettelijke verplichting tot
leeftijdsverificatie? Wat hebben die gesprekken opgeleverd?
Antwoord 3
Ja, de betreffende gesprekken lopen. Er is een ambtelijke werkgroep opgezet waarin
de politie, het OM, de G4-gemeenten en mijn ministerie vertegenwoordigd zijn. Gezamenlijk
wordt een verkenning uitgevoerd naar de online sekswerkadvertentieplatforms. Aanvullend
is het WODC gestart met een onderzoek naar de aard en omvang van de sekswerkbranche,
met daarin een deelonderzoek naar de sekswerkadvertentieplatforms. Dit deelonderzoek
wordt in de zomer van 2026 opgeleverd. Aan de hand van de resultaten van de verkenning
en de uitkomsten van dat onderzoek, zal ik verschillende mogelijkheden voor het tegengaan
van misstanden afwegen en een plan van aanpak delen met uw Kamer. De motie van het
lid Ceder met betrekking tot een wettelijke grondslag voor verplichte leeftijdsverificatie
voor online sekswerkadvertentieplatforms zal hierin worden meegenomen.
Vraag 4
Hoe staat het met het kader dat de Europese Commissie samen met lidstaten, waaronder
Nederland, en de toezichthouders op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
en Digitaledienstenverordening (DSA) zou ontwikkelen en dat zou bijdragen aan een
Europees wettelijk kader? Zouden Nederlandse seksadvertentieplatforms zoals Kinky.nl
en Bullchat, als relatief kleine spelers wel onder de reikwijdte van dit kader vallen?
Wat is het tevens het tijdspad wanneer u een concreet Europees wettelijk kader verwacht?
Antwoord 4
Door de Europese Commissie en de nationale toezichthouders onder de DSA, zoals de
Autoriteit Consument en Markt (ACM) wordt toezicht gehouden op naleving van de DSA
door online platforms en hostingdiensten. Online platforms moeten een hoge mate van
bescherming bieden aan minderjarige gebruikers. Deze verplichting op grond van de
DSA geldt enkel voor diensten die meer dan vijftig werknemers tellen en een omzet
van meer dan tien miljoen euro per jaar genereren. Het valt niet direct te zeggen
of Nederlandse seksadvertentieplatforms voldoen aan deze criteria. Er zal per website
of app getoetst moeten worden of voldaan wordt aan de criteria uit de DSA om te kwalificeren
als een online platform. Indien dit niet het geval is, dan kunnen zij alsnog wel kwalificeren
als een hostingdienst, waar ook verplichtingen voor gelden, bijvoorbeeld inzake het
tegengaan van illegale content. Daarnaast geldt voor alle online diensten, ook zij
die geen online platform zijn, dat voldaan moet worden aan een reeks andere verplichtingen,
waaronder die om tijdig, consistent en uitlegbaar in te grijpen wanneer illegale content
op hun dienst door gebruikers wordt gemeld.
De Europese Commissie heeft in mei 2025 onderzoek aangekondigd naar porno-platformen
die het grootste zijn in de EU.4 Kleinere websites die wel kwalificeren als online platform onder de DSA, worden door
de nationale toezichthouders in lidstaten in kaart gebracht en waar nodig en mogelijk
kan er handhavend op worden getreden. Het tijdpad van het onderzoek van de Commissie
is niet bekend, maar de Commissie behandelt het met hoge prioriteit. De sekswerkbranche
en de porno-industrie zijn verschillende branches die niet één op één met elkaar kunnen
worden vergeleken. Desalniettemin kan dit mogelijk interessante inzichten opleveren
ten aanzien van sekswerkadvertentieplatforms. Dit heeft dan ook mijn aandacht.
Vraag 5
Deelt u de mening dat er momenteel te weinig wettelijke mogelijkheden bestaan om seksadvertentieplatforms
te dwingen tot het uitvoeren van een leeftijdsverificatie? Wat weerhoudt u ervan om
– parallel aan- en in de geest van dat Europees kader – nationale wetgeving te ontwikkelen
om dit mogelijk te maken? Deelt u de mening dat het onwenselijk is dit proces nog
langer af te wachten vanuit het perspectief van de aanpak van mensenhandel? Welke
andere maatregelen overweegt u – in afwachting van wet- en regelgeving – te ondernemen
om misbruik op en van deze platforms tegen te gaan?
Antwoord 5
Ik vind dat sekswerkadvertentieplatforms er alles aan moeten doen om te voorkomen
dat er minderjarige sekswerkers worden geadverteerd. De platforms voeren meestal al
een controle uit, maar dit gebeurt niet altijd zorgvuldig, waardoor er minderjarige
personen op de platforms terecht kunnen komen. Dit vind ik onacceptabel. Ik deel de
mening dat dit actie vereist. De meeste platforms voeren leeftijdscontroles uit, maar
dit lijkt niet waterdicht.
Een online leeftijdsverificatie vergt een zorgvuldige afweging tussen de verwerking
van persoonsgegevens, het na te streven doel en de effectiviteit van de maatregel.
Een online leeftijdsverificatie kan makkelijk worden omzeild door bijvoorbeeld het
gebruik van een VPN. Een dergelijke verificatie is bovendien geen garantie dat de
persoon die de leeftijdscheck heeft uitgevoerd, ook daadwerkelijk de sekswerker achter
de advertentie is. Bovendien zijn de gegevens van sekswerkers bijzondere persoonsgegevens.
Omdat de maatregel in dit kader naar verwachting een beperkte effectiviteit heeft
en leidt tot verwerking van bijzondere persoonsgegevens, moet een dergelijke stap
zeer goed gemotiveerd worden. Om deze reden wil ik het traject met de politie, het
OM en de G4-gemeenten doorlopen en de resultaten van het hierboven genoemde WODC onderzoek
afwachten. Zoals eerder genoemd zal ik aan de hand van de resultaten van de verkenning
en de uitkomsten van het onderzoek een plan van aanpak delen met uw Kamer.
Vraag 6
Wat kunt u zeggen over de resultaten van het online outreach project van Spine? Tot
wanneer loopt dit project? Baren deze resultaten u zorgen? In hoeverre volgen er aanvullende
maatregelen binnen het programma Samen tegen Mensenhandel in lijn met de aanbeveling
van de Nationaal Rapporteur om verder te investeren in online hulp en signalering
van slachtoffers?
Antwoord 6
Het is verwerpelijk dat uitbuiting van slachtoffers plaatsvindt op de seksadvertentieplatforms.
Om deze groep beter te bereiken en te begeleiden naar passende hulp financiert mijn
ministerie het Online Outreach Programma van Spine. Tijdens de projectperiode is gereageerd
op advertenties op seksadvertentieplatforms met een verhoogd risico op seksuele uitbuiting.
Het reageren op deze advertenties wordt gedaan via het medium dat door de mogelijke
slachtoffers wordt gebruikt, bijvoorbeeld WhatsApp. Door middel van speciaal ontwikkelde
tooling, speciaal opgeleide forensische ICT’ers én hulpverleners wordt geprobeerd
om deze mogelijke slachtoffers hulp te bieden door hen bijvoorbeeld toe te leiden
naar offline hulp in de regio waar zij zich bevinden. Het project zorgt voor waardevolle
inzichten in wat er zich afspeelt op deze advertentieplatforms en brengt deze slachtoffers
beter in kaart. Dit project liep tot en met 31 oktober 2025. Ik verwacht op korte
termijn de eindrapportage waarin de resultaten zijn opgenomen, waarover ik uw Kamer
in de eerste helft van 2026 zal informeren.
Vraag 7
Hoeveel slachtoffers mensenhandel zijn in de afgelopen jaren aangeboden op reguliere
en legale seksadvertentieplatforms? In hoeveel gevallen was hier sprake van minderjarig
slachtofferschap? In hoeverre wordt dit actief gemonitord en worden de platforms hierop,
hetzij juridisch, hetzij anderzijds op aangesproken?
Antwoord 7
Deze cijfers zijn bij politie en OM niet bekend omdat binnen de groep slachtoffers
van mensenhandel deze categorieën niet specifiek worden aangemerkt. Om deze vraag
te kunnen beantwoorden zou de politie alle onderzoeken handmatig moeten doornemen
om te bezien of er in het dossier wordt vermeld dat het desbetreffende slachtoffer
op een sekswerkadvertentieplatform heeft gestaan. Dat kost erg veel capaciteit.
De politie (het landelijk coördinatiepunt online mensenhandel, LCOM) staat in contact
met platforms en heeft periodiek overleg waarin zij de platforms aanspreken op misstanden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.