Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over de herbeoordeling van F-35-export Israël
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over de herbeoordeling van F-35-export Israël (ingezonden 28 november 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) en de Staatssecretaris van Buitenlandse
Zaken (ontvangen 11 december 2025).
Vraag 1
Kunt u aangeven of de herbeoordeling van de uit- en doorvoer van F-35-onderdelen naar
Israël is gedaan aan de hand van de acht criteria die in het EU Gemeenschappelijk
Standpunt zijn opgenomen? Zo nee, waarom niet?1
Antwoord 1
Conform het arrest van de Hoge Raad (d.d. 3 oktober 2025) is de uit- en doorvoer van
F-35 onderdelen vanuit Nederland naar Israël opnieuw beoordeeld aan de hand van de
geldende kaders voor wapenexportcontrole. Daarbij is de reguliere toets aan de criteria
van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport toegepast.
Vraag 2
Kunt u per criterium de Kamer informeren hoe u tot het oordeel bent gekomen de uitsluiting
van Israël als eindbestemming voor de algemene vergunning AV009 te handhaven? Kunt
u, kortom, de exporttoets zelf met de Kamer delen, niet enkel de uitkomst ervan, zodat
de Kamer haar controlerende taak kan uitvoeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Het kabinet is transparant over de resultaten van het wapenexportbeleid. Over zowel
toegewezen als afgewezen vergunningaanvragen wordt openbaar gerapporteerd via rijksoverheid.nl.
In aanvulling daarop wordt de Tweede Kamer conform de motie El Fassed c.s. (Kamerstuk
2010–2011, 22 054, nr. 165 en Kamerstuk 2011–2012, 22 054, nr. 181) versneld (binnen twee weken na afgifte van vergunning) per brief geïnformeerd over
afgegeven nieuwe vergunningen (niet zijnde een verlenging of vervanging) voor de definitieve
uitvoer van volledige wapensystemen met een waarde van meer dan EUR 2 miljoen indien
het land van eindbestemming geen EU/NAVO-land of een daaraan gelijk gesteld land (Japan,
Zwitserland, Nieuw-Zeeland en Australië) betreft. De herbeoordeling van de uit- en
doorvoer van F-35-onderdelen naar Israël voldoet niet aan die voorwaarden. Daarnaast
omvat de herbeoordeling gevoelige informatie die schadelijk kan zijn voor bilaterale
relaties van Nederland. Gelet op bovenstaande is het kabinet niet voornemens af te
wijken van de staande praktijk inzake informatievoorziening over de resultaten van
het wapenexportbeleid.
Vraag 3
Waarom heeft u besloten tot een volgende herbeoordeling binnen een uiterlijke termijn
van zes maanden?
Antwoord 3
Gelet op de recente ontwikkelingen rondom het staakt-het-vuren en de verdere uitwerking
van het vredesplan, is er sprake van een situatie die voortdurend in ontwikkeling
is. Het kabinet heeft daarom besloten tot een volgende herbeoordeling binnen een uiterlijke
termijn van zes maanden. Dat het kabinet over de mogelijkheid beschikt om naar eigen
inzicht over te gaan tot een herbeoordeling wordt ook bevestigd in het arrest van
de Hoge Raad van 3 oktober 2025.
Vraag 4
Waarom schrijft u dat het staakt-het-vuren standhoudt? Bent u ermee bekend dat Israël
vrijwel dagelijks het staakt-het-vuren schendt en talloze aanvallen op Gaza zijn uitgevoerd,
waarbij honderden Palestijnen zijn gedood sinds 10 oktober, waaronder veel burgers?
Antwoord 4
Het staakt-het-vuren is fragiel, maar houdt stand. Het is zaak dat dit zo blijft en
dat afspraken worden gemaakt over de tweede fase van het vredesplan, waaronder de
ontwapening van Hamas. Dat is een grote uitdaging.
Vraag 5
Erkent het kabinet dat ook in de nieuwe situatie op de grond die het kabinet beschrijft
in de Kamerbrief het lijden van Palestijnse burgers in Gaza onverminderd doorgaat
als gevolg van de totale verwoesting, ontheemding, en tekorten aan levensreddende
goederen?
Antwoord 5
Het leed van Palestijnen in de Gazastrook gaat niet aan het kabinet voorbij. Daarom
is het van belang dat implementatie van het vredesplan voor de Gazastrook, waar een
groot deel van de wereld zich achter geschaard heeft, en VN Veiligheidsraadsresolutie
2803 (2025) slagen. Daar is de inzet van het kabinet op gericht.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u het gegeven dat Israël momenteel ongeveer de helft van Gaza bezet
houdt?
Antwoord 6
Het standpunt van Nederland is onverminderd dat Israël de bezettende macht is in de
Palestijnse gebieden, inclusief de Gazastrook, en daarom verplichtingen heeft op basis
van het bezettingsrecht. Nederland veroordeelt unilaterale stappen die zouden neerkomen
op annexatie van de Gazastrook door Israël en staat achter het zelfbeschikkingsrecht
van het Palestijnse volk.
Het is voor het kabinet essentieel dat de Palestijnse Autoriteit in de toekomst verantwoordelijkheid
draagt voor het bestuur van de Palestijnse Gebieden, mede omdat de Gazastrook en de
Westelijke Jordaanoever onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden. Het kabinet onderstreept
daarbij dat Hamas de wapens dient neer te leggen en geen rol mag spelen in het toekomstige
bestuur van Gaza. Het vredesplan van president Trump biedt hier aanknopingspunten
voor. Het is van belang dat dit plan wordt geïmplementeerd in overeenstemming met
het internationaal recht en de onderhandelingen over de tweede fase spoedig worden
voortgezet.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat export van onderdelen van de F-35 naar Israël uitgesloten
dient te blijven zolang de dreiging blijft bestaan dat dit wapensysteem ingezet wordt
voor mensenrechtenschendingen of oorlogsmisdaden in Gaza (of elders in de regio) en
Israël de kuststrook deels bezet? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
De internationaalrechtelijke verplichtingen in het kader van wapenexportcontrole van
Nederland (het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport en het Wapenhandelsverdrag)
zijn leidend bij besluitvorming over wapenexport. De Hoge Raad heeft dit bevestigd
in het arrest van 3 oktober 2025. Op grond van die verplichtingen geldt dat het kabinet
geen vergunningen verleent voor de uitvoer van militaire goederen, indien een duidelijk
risico bestaat dat de uit te voeren militaire goederen kunnen worden gebruikt bij
het begaan of faciliteren van ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair
oorlogsrecht.
Vraag 8
Bent u, nu u tot het oordeel komt dat de levering van F-35-onderdelen aan Israël voorlopig
niet plaats mag vinden, eveneens van mening dat landen die dergelijke onderdelen van
of via Nederland geleverd krijgen, deze onderdelen ook niet zouden moeten doorleveren
aan Israël? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 8
Nee. Het bevel van de Hoge Raad en in het verlengde daarvan de uitgevoerde herbeoordeling
ziet niet op de uit- en doorvoer van F-35 onderdelen vanuit Nederland naar andere
landen.
Op het moment van uitvoer van in Nederland geproduceerde, onderhouden of opgeslagen
F-35-onderdelen naar andere F-35 partnerlanden, bijvoorbeeld voor de productie van
nieuwe toestellen, is het vanwege de werking van de internationale logistieke keten
in het F-35-programma niet duidelijk welke onderdelen uiteindelijk bij welke F-35
gebruiker terechtkomen. Er kunnen meerdere jaren zitten tussen de uitvoer van deze
onderdelen uit Nederland aan het andere F-35 partnerland, en het moment dat het afgebouwde
F-35-toestel door het andere F-35 partnerland daadwerkelijk aan een F-35-gebruiker
wordt geleverd. Voor dergelijke projecten met EU-, NAVO-, en daaraan gelijkgestelde
landen (Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Zwitserland) geldt binnen de Nederlandse
exportcontrole bij de uitvoer van componenten naar producenten al langere tijd het
ontvangende land als land waaraan getoetst wordt, als op het moment van uitvoer geen
eindgebruiker bekend is.
Vraag 9
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het commissiedebat op 11 december
over de Raad Buitenlandse Zaken van 15 december?
Antwoord 9
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.