Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over de voortgangsrapportage Hertsteloperatie Toeslagen
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Staatssecretaris van Financiën over de voortgangsrapportage Hertsteloperatie Toeslagen (ingezonden 19 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Palmen (Financiën) (ontvangen 10 december 2025).
Vraag 1 en 2
Waarom acht u het disproportioneel om gegevensdeling tussen UHT en DUO wettelijk mogelijk
te maken teneinde inzicht te krijgen in welke jongeren een studieschuld hebben als
gevolg van de toeslagenaffaire, terwijl dezelfde informatie wel noodzakelijk is om
de omvang en aard van het probleem in kaart te brengen?1
Kunt u volledig uiteenzetten welke juridische obstakels bestaan voor gegevensdeling
tussen UHT en DUO, en waarom deze niet kunnen worden weggenomen met een zorgvuldig
vormgegeven wettelijke grondslag die privacy waarborgt?
Antwoord 1 en 2
Gegevensdeling tussen UHT en DUO zou uitsluitend inzicht geven in de hoogte en de
aantallen studieleningen van getroffen jongeren, niet over of die leningen het gevolg
zijn van de toeslagenaffaire. Een dergelijke gegevensdeling zal dus niet de omvang
en aard van het mogelijke probleem in kaart brengen. Het zal alleen een onvolledig
beeld geven, op basis waarvan geen onderbouwd beleid te ontwikkelen is.
De Tweede Kamer heeft meermaals aangegeven geen voorstander te zijn van een generieke
regeling voor het kwijtschelden van studieleningen. Ook de Raad van State heeft gewezen
op de risico’s van meer generieke regelingen2 en ook de commissie Van Dam waarschuwt dat een algemene regeling op dit gebied niet
wenselijk is3. Het kabinet kan zich geheel in die conclusies vinden. Nu er geen generieke kwijtscheldingsregeling
zal komen, is het disproportioneel om de gevraagde gegevens te verzamelen en te verwerken.
Een wetswijziging realiseren om een dergelijke gegevensdeling alsnog mogelijk te maken
is om die reden dan ook onwenselijk aangezien dit een onnodige inbreuk op de privacy
van de betrokken jongeren zal betekenen.
Dit neemt niet weg dat het kabinet het leed erkent dat kinderen en jongeren hebben
ervaren als gevolg van de toeslagenaffaire. Ook zij zijn getroffen.
Daarom is er samen met hen in 2022 de kindregeling ontwikkeld en wettelijk vastgelegd.
De kindregeling is bedoeld als steun in de rug, als onverplichte betaling, om hen
tegemoet te komen. De groep kinderen die geraakt is door de toeslagenaffaire is namelijk
zeer divers, in leeftijd en in behoeften.
Daarom bestaat de ondersteuning aan getroffen kinderen uit een breed aanbod:
– Een erkenningsbrief waarin het leed dat zij hebben ervaren wordt erkend;
– Een financiële tegemoetkoming, afhankelijk van leeftijd, van maximaal 10.000 euro;
– Ondersteuning door gemeenten op vijf leefgebieden. Ook het aanvullend schuldhulpverleningsaanbod
is hier onderdeel van, voor jongeren die te maken hebben met problematische schulden4.
– Mogelijkheden om eigen (culturele) herstelinitiatieven op te zetten en gebruik te
maken van lotgenotencontact;
– Psychosociale ondersteuning: volgend jaar kunnen jongeren, net als hun ouders, terecht
bij het landelijk steunpunt voor mentaal welzijn.
Op deze manier draagt het kabinet bij aan een hoopvolle toekomst voor jongeren.
Ik zie en erken ook de signalen van openstaande studieleningen van getroffen jongeren
die zij als gevolg van de toeslagenaffaire zijn aangegaan. Dat is één situatie, er
zijn ook veel andere manieren waarop het gezin overeind is gebleven tijdens de problemen
met de kinderopvangtoeslag. Daarom gaat financiële compensatie en aanvullende schadevergoeding
in de hersteloperatie naar de erkend gedupeerde ouder en diens gezin; de ouders weten
als geen ander hoe zij het hoofd boven water hebben gehouden en wie daarbij hebben
geholpen. Na de beoordeling door UHT en na het eventueel doorlopen van een aanvullende
schaderoute5 krijgen ouders hun financiële schade gecompenseerd. Zij kunnen dit geld inzetten
om de mensen terug te betalen die hen ten tijde van de toeslagenaffaire financieel
hebben bijgestaan, bijvoorbeeld hun kinderen.
Mocht de studielening toch tot problemen leiden voor jongeren, dan kunnen zij terecht
bij DUO. DUO kent verschillende mogelijkheden waar jongeren in veel gevallen een beroep
op kunnen doen als zij problemen ervaren bij het terugbetalen van de lening, of tegen
onvoorziene omstandigheden aanlopen tijdens hun studie. Onder meer om de hiervoor
genoemde redenen ga ik geen regeling treffen voor studieleningen. Dat heeft ook de
Kamer meermaals bevestigd.
Vraag 3, 4 en 7
Welke alternatieven heeft u onderzocht om toch inzicht te krijgen in de omvang van
studieschulden van jongeren die geraakt zijn door de toeslagenaffaire, zonder dat
daarvoor directe gegevensuitwisseling nodig is?
Kunt u uitleggen waarom het oordeel van het CBS dat een dergelijk onderzoek «vooralsnog
niet uitvoerbaar» is, betekent dat het überhaupt niet kan worden uitgevoerd, in plaats
van dat wordt onderzocht onder welke voorwaarden het wél uitvoerbaar kan zijn?
Bent u bereid om samen met DUO, UHT, het CBS en privacyexperts te verkennen welke
(geanonimiseerde of statistische) methoden wél mogelijk zijn om de gevraagde informatie
te verzamelen, en zo nee, waarom niet?
Antwoord 3, 4 en 7
Aan het CBS is gevraagd om te kijken naar mogelijkheden om de impact van de toeslagenaffaire
op levens van getroffen gezinnen te onderzoeken. Het CBS heeft op 17 oktober jl. de
Haalbaarheidsstudie Kinderen beëindigd, omdat een goede voor- en nameting niet te
maken is, waardoor de kwaliteit van de onderzoeksresultaten niet voldoende is gewaarborgd.
Het wel uitvoeren van dit onderzoek brengt te veel uitvoeringstechnische risico’s
met zich mee om door het CBS uitgevoerd te worden. Ik volg daarin het advies van het
CBS.
Hierbij vind ik het belangrijk nogmaals te benadrukken dat er geen generieke regeling
komt voor studieleningen van getroffen kinderen, om de redenen die ik hierboven heb
toegelicht. Het nogmaals en verder verkennen van andere methoden acht ik dan ook niet
opportuun. Het palet aan mogelijkheden in het kader van de kindregeling, zoals beschreven
in het antwoord op vraag 1 en 2, bieden samen met de bestaande voorzieningen bij DUO
een breed aanbod dat past bij de diversiteit in problematiek van de kinderen van gedupeerde
ouders, inclusief indirecte compensatie via de schadeherstelroute van de ouder. Ik
vind het belangrijk om mijn energie te richten op het verbeteren en verspreiden van
dat aanbod, en om geen valse verwachtingen te wekken bij jongeren op gebied van aanvullende
regelingen die het kabinet niet zal introduceren.
Vraag 5
Hoe verhoudt uw standpunt zich tot de aanbevelingen van diverse belangenorganisaties
(Het Onafhankelijk Jongerenpanel Toeslagen (OJPT), Ombudsman Rotterdam-Rijnmond (ORR)
en de Rijnmondse Alliantie) en gedupeerden zelf, die juist pleiten voor inzichtelijkheid
en transparantie in de omvang van jongerenproblematiek binnen de toeslagenaffaire?
Antwoord 5
Ik ben mij zeer bewust van de verhalen van getroffen jongeren en de impact die die
de toeslagenaffaire ook op hun levens heeft gehad, onder andere op basis van de verhalen
van de jongeren die ik persoonlijk spreek. Elk verhaal is anders. Ik vind het daarom
belangrijk dat getroffen jongeren niet door hun schulden in de problemen komen. Daarom
ben en blijf ik in gesprek met deze jongeren, waaronder met het Onafhankelijk Jongerenpanel
Toeslagen, en met onder andere de (kinder)ombudsman Rotterdam-Rijnmond om de hulp
die we hebben te blijven verbeteren.
Vraag 6
Hoe waarborgt u dat jongeren die wél een studieschuld hebben als gevolg van de toeslagenaffaire
volledig worden geholpen als er geen systematisch inzicht bestaat in welke jongeren
dit betreft?
Antwoord 6
Het is belangrijk dat alle jongeren, en dus ook jongeren die een studieschuld hebben
als gevolg van de toeslagenaffaire, de juiste hulp krijgen bij hun studielening als
zij problemen hebben met deze lening, bijvoorbeeld als zij moeite hebben met terugbetalen
of als zij tegen onvoorziene omstandigheden aanlopen tijdens hun studie. In veel gevallen
kunnen zij in die situaties een beroep doen op de mogelijkheden die DUO biedt. In
de kamerbrief van juni 20246 en in de beantwoording van de schriftelijke vragen in maart 20257 is aan uw Kamer uitgebreid uiteengezet wat deze mogelijkheden zijn, waaronder ook
indirecte vergoeding via een schadeherstelroute van de ouder. Het is belangrijk dat
jongeren weten wat de mogelijkheden bij DUO zijn. Daarom is er in de afgelopen periode
extra aandacht besteed aan het verbeteren van informatievoorziening hierover, o.a.
op de website kindregelingvoorjou.nl.
Vraag 8 en 9
Erkent u dat zonder inzicht in aantallen, gemiddelde hoogte en totale studieschuld,
het onmogelijk is voor de Kamer om weloverwogen beleid te maken of te beoordelen of
bestaande compensatie voldoende is?
Waarom acht u het acceptabel dat er anno 2025 nog steeds geen volledig beeld bestaat
van de financiële schade die jongeren persoonlijk hebben geleden door de toeslagenaffaire,
inclusief studieschulden?
Antwoord 8 en 9
Ik ben het met u eens dat kinderen van gedupeerde ouders geraakt zijn door de toeslagenaffaire.
Met de kindregeling erkent het kabinet dit leed en ondersteun ik hen richting de toekomst.
Ik blijf me voor deze kinderen en jongeren inzetten.
Ik vind het daarbij belangrijk om helder te zijn in wat wel en niet mogelijk is en
om geen valse verwachtingen te wekken. De kindregeling voor kinderen van gedupeerde
ouders is ingevoerd met brede steun in uw Kamer, met het besef dat deze niet was en
is bedoeld om schade of schulden uit het verleden te compenseren. Schade wordt vergoed
aan de gedupeerde ouder en diens gezin, bijvoorbeeld voor gemist inkomen. Het kabinet
heeft er samen met uw Kamer voor gekozen om kinderen en jongeren een steun in de rug
te bieden: een (onverplichte) tegemoetkoming, richting de toekomst. We zetten daarbij
in op ondersteuning op verschillende leefgebieden, passend bij de diversiteit aan
problematiek en behoeften. Een aparte regeling past hier niet bij en is ook meermaals
door uw Kamer verworpen. Ik wil daarom duidelijk zijn en mijn inzet richten op het
verschil maken voor kinderen en jongeren, door in te zetten op verbetering en verspreiding
van het brede pakket dat wij juist voor hen te bieden hebben.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.