Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Podt over van het artikel 'Tweede Kamer zaait twijfel over abortuszorg met twee aangenomen moties'
Vragen van het lid Podt (D66) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het artikel «Tweede Kamer zaait twijfel over abortuszorg met twee aangenomen moties» (ingezonden 2 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 9 december 2025).
Vraag 1
Klopt het dat er op dit moment onderhandeld wordt tussen de Raad en het Europees Parlement
over de Richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming
van slachtoffers van strafbare feiten?1
Antwoord 1
Ja, dat klopt.
Vraag 2
Kunt u de Nederlandse positie in de Raad ten aanzien van die richtlijn toelichten?
Kunt u specifieke toelichting geven op het Nederlandse standpunt ten aanzien van artikel
9(3) die betrekking heeft op de toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg
voor slachtoffers?
Antwoord 2
De Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel voor herziening van de richtlijn
is neergelegd in het BNC-fiche van 6 oktober 20232.
Met betrekking tot het Nederlandse standpunt ten aanzien van artikel 9 (3) is Nederland
groot voorstander van het beschermen en ondersteunen van slachtoffers van seksueel
geweld. Daaronder valt de toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg en
tevens toegang tot abortuszorg. Wij steunen het expliciet benoemen van toegang tot
abortuszorg in de overweging bij artikel 9 (3) met een verwijzing naar het nationale
recht. Het genoemde artikel en de bijbehorende overweging leiden niet tot harmonisering
van wetgeving op EU-niveau.
Vraag 3
Klopt het dat Nederland zich op ambtelijk niveau heeft uitgesproken tegen het opnemen
van toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg voor slachtoffers in deze
richtlijn en het expliciet benoemen van abortus in de overweging die correspondeert
met dit artikel? Zo ja, waarom?
Antwoord 3
Nee, dat is niet correct. In het kader van de onderhandelingen en het meest recente
voorstel van het Europese Parlement (hierna: EP) om abortus expliciet te noemen in
de overweging bij artikel 9 (3), heeft Nederland aangegeven het voorstel van het EP
te kunnen steunen mits wordt aangegeven dat dit een onderwerp is van nationaal recht.
De juridische basis van deze richtlijn3 biedt geen grondslag om toegang tot gezondheidszorg, waaronder seksuele en reproductieve
gezondheidszorg, te harmoniseren binnen de Europese Unie. Het expliciet benoemen van
abortuszorg ligt echter gevoelig bij een aantal lidstaten. Nederland wil ook deze
lidstaten aan boord houden om zo tot een onderhandelingsakkoord met betrekking tot
een herziene richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming
van slachtoffers van strafbare feiten te komen. Daarom is de suggestie gedaan om aan
te sluiten bij artikel 26 lid 2 van de reeds vastgestelde richtlijn ter bestrijding
van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.4
Vraag 4
Deelt u de mening dat Nederland als voorvechter van progressieve waarden juist voorop
zou moeten lopen met het beschermen van slachtoffers van seksueel geweld, en dat toegang
tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg, en specifiek abortuszorg daar een onlosmakelijk
onderdeel van is?
Antwoord 4
Ja, deze mening deel ik.
Vraag 5
Bent u bereid om dan wel op ambtelijk niveau, dan wel op ministerieel niveau van standpunt
te veranderen ten aanzien van artikel 9(3) en de corresponderende overweging, in de
richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers
van strafbare feiten, en het Deens voorzitterschap daarover zo spoedig mogelijk te
informeren?
Antwoord 5
Nee, dat is niet nodig in het licht van bovenstaande beantwoording.
Vraag 6
Bent u bereid deze vragen zo spoedig mogelijk, het liefst voor 10 december 2025 te
beantwoorden?
Antwoord 6
Ik heb uw vragen conform uw verzoek voor 10 december 2025 beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
K.M. Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.