Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Koekkoek over de ontwikkelingen omtrent opschorten van asielaanvragen, de inbreukprocedure en de belemmeringen van ngo’s in Griekenland
Vragen van het lid Koekkoek (Volt) aan de Minister van Asiel en Migratie over de ontwikkelingen omtrent opschorten van asielaanvragen, de inbreukprocedure en de belemmeringen van ngo’s in Griekenland (ingezonden 30 september 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Asiel en Migratie) (ontvangen 8 december 2025).
Vraag 1
Hoe beoordeelt u het feit dat 109 ngo’s in Griekenland gezamenlijk hebben opgeroepen
tot intrekking van deze maatregel en tot optreden van de Europese Commissie?
Antwoord 1
Het kabinet heeft kennis genomen van de oproep gericht aan Griekenland en de Europese
Commissie. In algemene zin toont de oproep aan dat de ontwikkelingen in Griekenland,
sterk leven onder maatschappelijke organisaties in Griekenland. Het is verder aan
Griekenland en aan de Commissie om hier opvolging in.
Vraag 2
Bent u bereid om, samen met andere lidstaten of zelfstandig, bij de Europese Commissie
aan te dringen op een spoed juridische analyse van de verenigbaarheid van de Griekse
maatregelen met het EU-recht, dit mede in licht van de uitspraken van het Europees
Hof?
Antwoord 2
Het is primair aan de Europese Commissie om te beoordelen of Griekenland met de maatregelen
het EU-recht schendt, en hier indien nodig tegen op te treden. Het kabinet steunt
de Commissie in haar rol als hoedster van de Verdragen.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de bevelen van het Europees Hof? Ziet u hierin aanleiding om de juridische
houdbaarheid van de Griekse wetgeving inzake de asielopschorting ter discussie te
stellen, zowel zelfstandig als in EU-verband?
Antwoord 3
Ik begrijp dat u verwijst naar de voorlopige maatregelen van het Europees Hof voor
de Rechten van de Mens (EHRM), waar individuen klachten kunnen indienen over de naleving
van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Voorlopige maatregelen zijn
dringende maatregelen die in uitzonderlijke omstandigheden, na onderzoek van alle
relevante informatie, worden toegepast wanneer het EHRM meent dat de betrokkene anders
zal worden blootgesteld aan een dreigend risico op onherstelbare schade en wanneer
een dergelijke maatregel noodzakelijk is in het belang van de partijen of voor het
goede verloop van de procedure. Over dergelijke maatregelen wordt beslist in het kader
van een procedure voor het EHRM, zonder vooruit te lopen op latere beslissingen over
de ontvankelijkheid of de gegrondheid van de zaak in kwestie. Voorlopige maatregelen
worden niet gemotiveerd, dus de reden voor het opleggen van de voorlopige maatregel
is niet bekend. Deze voorlopige maatregelen zeggen daarom nog niets over de juridische
houdbaarheid van de Griekse wetgeving.
Vraag 4
Kunt u aangeven op welke manier bilateraal Nederlandse ondersteuning in Griekenland
op uniebrede steun van de Europese Unie aan Griekenland mogelijk bijdraagt aan het
onrechtmatig in detentie plaatsen van personen die een asielverzoek willen indienen?
Antwoord 4
Voor zover bekend draagt bilaterale Nederlandse steun hier niet aan bij. Nederlandse
bilaterale steun aan Griekenland richt zich op de opvang van alleenstaande minderjarige
vreemdelingen, via onder andere het MERIMNA III-project onder auspiciën van de Internationale
Organisatie voor Migratie (IOM) op het eiland Lesbos en het versterken van het Griekse
voogdijprogramma voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
Vraag 5
Kunt u aangeven op welke manier Europese agentschappen zoals de European Union Agency
for Asylum (EUAA) en Frontex mogelijk betrokken zijn bij het onrechtmatig in detentie
plaatsen van personen die een asielverzoek willen indienen?
Antwoord 5
Voor EUAA geldt dat zij sinds 2011 actief zijn in Griekenland en operationele ondersteuning
verlenen. Voor zover bekend is in het meest recente operationele plan vastgesteld
dat EUAA ondersteuning biedt op het vlak van de verwerking van asielaanvragen en het
bieden van opvang in lijn met het GEAS. Het mandaat van EUAA strekt dus niet tot vreemdelingenbewaring.
In hun operationele ondersteuning mogen zij dan ook geen taken uitvoeren die zien
op inbewaringstelling. De onafhankelijke grondrechtenfunctionaris van het Agentschap
houdt bij de uitvoering van de taken door het Agentschap toezicht op de naleving van
fundamentele rechten en rapporteert daarover aan de Raad van Bestuur.
Ook Frontex biedt ondersteuning aan Griekenlandop het gebied van grensbeheer en terugkeer.
Frontex heeft hierbij geen rol in de inbewaringstelling bij asielaanvragen. Frontexpersoneel
verwijst personen die een asielaanvraag indienen door naar de nationale autoriteiten.
De afweging tot inbewaringstelling valt onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende
lidstaat. De operationele inzet van Frontex wordt doorlopend gemonitord. De onafhankelijke
grondrechtenfunctionaris van het Agentschap houdt bij de uitvoering van de taken door
het Agentschap toezicht op de naleving van fundamentele rechten en rapporteert daarover
aan de Raad van Bestuur.
Vraag 6
Kunt u toezeggen de Kamer regelmatig te informeren over de situatie van asielzoekers
in Griekenland, en daarbij ook inzicht te geven in de inzet van de Nederlandse overheid,
zowel zelfstandig als in EU-verband, om verbeteringen te bewerkstelligen?
Antwoord 6
Indien daar aanleiding toe bestaat, zal ik uw Kamer informeren, via de reguliere route
van de geannoteerde agenda of het verslag van de JBZ-Raad.
Vraag 7
Bent u op de hoogte van de stand van zaken in procedure INF(2022)2156, die de Europese
Commissie in januari 2023 is gestart tegen Griekenland wegens het onvolledig transponeren
van de Opvangrichtlijn (2013/33/EU), mede gezien rapporten (CPT-comité, VN-Mensenrechtencomité,
Artsen zonder Grenzen, EHRM) over onmenselijke behandeling en erbarmelijke omstandigheden
in gesloten centra op de Griekse eilanden?
Antwoord 7
Daar ben ik van op de hoogte. Vooralsnog is enkel bekend dat de Commissie op 26 januari
2023 een aanmaningsbrief aan Griekenland heeft gestuurd wegens het niet volledig conform
omzetten van alle bepalingen van de richtlijn tot vaststelling van normen voor de
opvang van verzoekers om internationale bescherming (Richtlijn 2013/33/EU).1
Vraag 8, 9 en 10
Heeft u gesproken met uw Griekse collega over procedure INF(2022)2156? Zo nee, waarom
niet en wanneer zal u dit wel doen? Zo ja, wat is er uit die gesprekken gekomen?
Heeft u procedure INF(2022)2156 besproken binnen de Europese Raad en met de Europese
Commissie? Zo nee, waarom niet en wanneer zal u dit wel doen? Zo ja, wat is er uit
die gesprekken gekomen?
Bent u bereid uw Griekse ambtsgenoot aan te spreken over de niet proportionele beperkingen
die worden opgelegd aan organisaties die essentiële hulp verlenen aan vluchtelingen
en migranten?
Antwoord 8, 9 en 10
In mijn gesprekken met collega-bewindspersonen van andere lidstaten, de Commissie
en tijdens besprekingen van de Raad, komen de brede bilaterale en EU-agenda aan de
orde. Daarbij wordt van geval tot geval bezien of het opportuun is om aandachtspunten,
zoals door het voormalige Lid Koekoek aangedragen, op te brengen.
Tijdens een ontmoeting met mijn Griekse collega en marge van de JBZ-Raad van 13 en
14 oktober 2025 in Luxemburg heb ik in het kader van de implementatie van het Asiel-
en Migratiepact en het solidariteitsmechanisme benadrukt dat het van belang is voor
Nederland dat lidstaten hun verplichtingen in het kader van Dublin nakomen. Daarvoor
is het essentieel dat er adequate opvang beschikbaar is in lijn met de verplichtingen
zoals vastgelegd in de opvangrichtlijn. Zie verder het antwoord op vraag 11.
Vraag 11
Bent u tevens bereid de Europese Commissie op te roepen het Griekse registratiekader
voor ngo’s volledig en spoedig te evalueren op verenigbaarheid met het EU-recht en
internationale normen en wetgeving?
Antwoord 11
In het jaarlijkse rechtstaatrapport heeft de Commissie in het landenhoofdstuk over
Griekenland aandacht besteed aan de registratievereisten voor NGO’s2. Tijdens de Raad Algemene Zaken vinden op basis van dit rapport landenspecifieke
rechtsstaatdialogen plaats3. Nederland treedt in Benelux-verband op en bevraagt lidstaten daarin over ontwikkelingen
op het gebied van de rechtsstaat, en wisselt ook best practices uit. Deze dialoog biedt een goede gelegenheid om op Europees niveau over zorgwekkende
ontwikkelingen op het gebied van de rechtsstaat te spreken. Het kabinet vindt het
preventief en structureel monitoren van de rechtsstaat in de Unie van groot belang,
zodat in een vroeg stadium rechtsstatelijke problemen in de Unie kunnen worden geïdentificeerd,
besproken en gezamenlijk tot oplossingen wordt gekomen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.