Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Hirsch over de herziening van het beleid voor het klachtenmechanisme van FMO
Vragen van het lid Hirsch (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over de herziening van het beleid voor het klachtenmechanisme van FMO (ingezonden 11 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris de Vries (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 5 december
2025).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de herziening van het beleid voor het klachtenmechanisme van
FMO?1
Antwoord 1
Ja, daar ben ik van op de hoogte. Het onafhankelijk klachtenmechanisme (hierna: ICM2) dat FMO samen met de Duitse en de Franse ontwikkelingsbanken (DEG3 en Proparco) heeft, is essentieel voor de effectiviteit en werking van FMO als ontwikkelingsbank.
Dit mechanisme zorgt ervoor dat derden, waaronder lokale gemeenschappen, klachten
kunnen indienen over projecten die door FMO gefinancierd worden, waarna het onafhankelijke
expertpanel tot oplossingen probeert te komen. Ik hecht veel waarde aan een goed functionerend
en onafhankelijk klachtenmechanisme om onbedoelde negatieve effecten van activiteiten
gefinancierd door FMO te adresseren.
FMO staat op afstand van de Staat en is, samen met DEG en Proparco, zelf verantwoordelijk
voor het onafhankelijke klachtenmechanisme en de herziening hiervan. Desalniettemin
word ik door FMO goed betrokken bij de herziening.
Vraag 2
Wat is de aanleiding van deze herziening? Wat is het doel van deze herziening? Deelt
u de mening dat het doel van deze herziening moet zijn om een klachtenmechanisme te
hebben dat voldoet aan internationale best practices? Zo nee, waarom niet? Zo ja,
welke basiscriteria hanteert u hier dan voor?
Antwoord 2
Ik heb van FMO vernomen dat ze een evaluatie van het huidige ICM-beleid heeft afgerond
in 2023 en dat uit deze evaluatie werd geconcludeerd dat het beleid verbeterd kon
worden. Daarom werd een vernieuwing van het beleid gestart. Tevens heb ik van FMO
vernomen dat het doel van de herziening van het beleid is om het ICM verder te versterken,
het beleid verder te verduidelijken en in lijn te brengen met best practices. Hiermee wordt het ICM dienstbaarder aan individuen en gemeenschappen die mogelijk
negatieve effecten ondervinden van activiteiten gefinancierd door FMO.
In de Overeenkomst tussen FMO en de Staat is vastgelegd dat FMO handelt naar internationaal
geaccepteerde conventies, principes en standaarden voor impact en risicomanagement
ten aanzien van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO), zoals
de IFC Performance Standards, OECD Guidelines for Multinational Enterprises en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights4. Ik verwacht dan ook van FMO dat het ICM-beleid hieraan voldoet. Daarnaast verwacht
ik dat het nieuwe ICM-beleid de onafhankelijkheid van het klachtenmechanisme ten goede
zal komen.
Vraag 3
Welke rol spelen de leden van het Panel behorend bij het mechanisme, voor en na de
herziening? Deelt u ook de mening dat de expertise van de leden van dit Panel onontbeerlijk
is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke criteria hanteert u hier dan voor? Bent u van
mening dat de aanbevelingen voor verbetering die de leden van het Panel doen, leidend
moeten zijn voor de door te voeren herzieningen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke
manier zet u zich hiervoor in?
Antwoord 3
FMO heeft mij geïnformeerd dat de leden van het Panel het ICM-beleid toepassen, de
klachten behandelen en zorgen dat de principes van het beleid worden nageleefd. Dit
was het geval voor de herziening en dit verandert niet. Wel biedt het nieuwe beleid
ruimte voor een adviserende rol van het Panel richting de ontwikkelingsbanken en kan
het ICM contact leggen met belanghebbenden om de bekendheid en begrip van het ICM
te vergroten. Bovendien is het een doelstelling van het nieuwe beleid om de operationele
onafhankelijkheid van het Panel te versterken. De beleidsherziening is echter nog
niet voltooid. De consultatieronde voor de herziening is in oktober afgerond en de
input van de stakeholders wordt nu verwerkt in een finale versie van het ICM-beleid.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1 is het ministerie in dialoog met FMO over
de herziening van het ICM-beleid en heeft in dat kader ook gesproken met de leden
van het Panel. De visie van de Panelleden heeft het ministerie meegenomen in haar
inbreng. Daarnaast heb ik van FMO vernomen dat het proces om tot een nieuw ICM-beleid
te komen in nauwe samenwerking is gedaan met het Panel en dat het Panel een integrale
rol heeft gespeeld in de totstandkoming van het beleid. FMO heeft mij laten weten
dat de inhoud van het beleid, op een paar punten na, in consensus werd overeengekomen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.