Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Podt en Paternotte over het bericht 'Het kabinet wil twee Afghaanse vrouwen terugsturen ondanks vrouwonvriendelijk bewind van de Taliban'
Vragen van de leden Podt en Paternotte (beiden D66) aan de Ministers voor Asiel en Migratie en van Buitenlandse Zaken over het bericht «Het kabinet wil twee Afghaanse vrouwen terugsturen ondanks vrouwonvriendelijk bewind van de Taliban» (ingezonden 7 november 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Asiel en Migratie), mede namens de Minister van Buitenlandse
Zaken (ontvangen 3 december 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 512.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Het kabinet wil twee Afghaanse vrouwen terugsturen
ondanks vrouwonvriendelijk bewind van de Taliban»?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Bent u bekend met de recente verklaring van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten
van de Verenigde Naties, waarin hij oproept om de gedwongen terugkeer van Afghaanse
vluchtelingen en asielzoekers onmiddellijk stop te zetten en waarschuwt voor een mensenrechtencrisis
waarin hij wijst op willekeurige arrestaties, bedreigingen van teruggekeerde Afghanen
en de ernstige onderdrukking van vrouwen en meisjes, die vrijwel volledig zijn uitgesloten
van onderwijs, werk en deelname aan het openbare leven?
Antwoord 2
Ja
Vraag 3
Hoe beoordeelt u deze oproep in relatie tot het Nederlandse beleid om Afghaanse vrouwen
uit te zetten naar Afghanistan?
Antwoord 3
De fragiele mensenrechtensituatie in Afghanistan is zorgvuldig meegewogen bij de totstandkoming
van het door het Ministerie van Asiel en Migratie vastgestelde landgebonden asielbeleid
voor Afghanistan en wordt ook bij de individuele beoordeling door de IND steeds meegenomen.
Overigens is er op dit moment feitelijk geen sprake van gedwongen terugkeer vanuit
Nederland naar Afghanistan.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het feit dat iemand «niet verwesterd» is, geenszins betekent
dat diegene geen gevaar loopt of niet het recht heeft om bescherming te vragen tegen
onderdrukking of geweld tegen vrouwen?
Antwoord 4
In de Vreemdelingencirculaire (paragraaf C7.2) is opgenomen dat een Afghaanse vrouw
in aanmerking kan komen voor een verblijfsvergunning asiel als zij aannemelijk heeft
gemaakt dat zij zich niet kan conformeren aan de door de Taliban opgelegde normen
en leefregels en door het niet naleven van deze opgelegde normen en leefregels het
risico loopt op (ernstige daden van) vervolging. In diezelfde paragraaf van de Vreemdelingencirculaire
is opgenomen dat de IND daarnaast beoordeelt in hoeverre de vrouw door de Taliban
opgelegde normen en leefregels dermate ernstig in haar mogelijkheden tot ontplooiing
en sociale en maatschappelijke deelname wordt beperkt en welke impact dit zal hebben
op haar. Bij een voldoende ingrijpende impact zal dit aanleiding geven voor een verblijfsvergunning
asiel. Dat zal in het overgrote deel van de gevallen zo zijn. Verwesterd zijn is daarbij
zeker geen voorwaarde. Wel kunnen verklaringen over het dagelijks leven van een asielzoeker
voorafgaand aan het vertrek bij deze beoordeling een rol spelen.
Met inachtneming van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie betekent dit in
de huidige beslispraktijk dat op basis van hetgeen een Afghaanse vrouw in de asielprocedure
naar voren brengt wordt onderzocht of en, zo nodig, in welke mate zij stelt en aannemelijk
maakt te zijn of zullen worden getroffen door de discriminerende maatregelen ten aanzien
van vrouwen in Afghanistan. Als zij stelt en aannemelijk maakt door deze discriminerende
maatregelen te zijn of te zullen worden getroffen, wordt in de regel een verblijfsvergunning
verleend. In de praktijk is dat al snel het geval, maar dat betekent niet dat het
individuele relaas er als het ware niet meer toe doet. Een Afghaanse vrouw zal tenminste
naar voren moeten brengen en aannemelijk moeten maken dat zij vanwege de huidige discriminerende
maatregelen niet naar Afghanistan kan en wil terugkeren.
Vraag 5
Op welke wijze waarborgt de IND dat vrouwen die tegen hun wil naar Afghanistan worden
teruggestuurd, daar veilig kunnen terugkeren?
Antwoord 5
Die waarborg is erin gelegen dat er steeds een zorgvuldige individuele beoordeling
plaatsvindt tegen de achtergrond van de zorgelijke mensenrechtensituatie in Afghanistan,
zoals hiervoor uiteengezet.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het tegenstrijdig is om enerzijds Afghanistan internationaal
ter verantwoording te roepen voor de schending van vrouwenrechten, maar anderzijds
Afghaanse vrouwen vanuit Nederland terug te sturen naar datzelfde regime dat structureel
alle vormen van vrijheid en veiligheid ontneemt?
Antwoord 6
Op 25 september 2024 heeft Nederland – samen met Australië, Canada en Duitsland –
Afghanistan aansprakelijk gesteld voor grove en systematische schendingen van het
Vrouwenverdrag. Met de aansprakelijkstelling zet Nederland zich samen met de genoemde
staten in om naleving van internationale verplichtingen onder het Vrouwenverdrag door
Afghanistan af te dwingen en toekomstige schendingen te voorkomen. Deze schendingen
moeten stoppen. Afghaanse vrouwen en meisjes moeten aanspraak kunnen maken op de rechten
onder het Vrouwenverdrag. In het bijzonder moet het recht op onderwijs voor Afghaanse
vrouwen en meisjes worden gerespecteerd en gegarandeerd. Als eerste noodzakelijke
stap bij een dergelijke aansprakelijkstelling is Afghanistan uitgenodigd om in onderhandeling
te treden. Momenteel is Nederland, samen met Australië, Canada en Duitsland, bezig
met de organisatie van deze onderhandelingen. Over dit proces [en vragen gerelateerd
aan deze internationaal-juridische procedure] kan het kabinet, in het belang van de
aansprakelijkstelling, geen verdere uitspraken doen. Voor het huidige asielbeleid
voor vrouwen in Afghanistan verwijs ik naar het antwoord op vraag 4.
Vraag 7
Bent u bereid het besluit in deze zaak te heroverwegen, gelet op de uitspraak van
de rechtbank Den Haag waarin het oordeel van de IND is verworpen?
Antwoord 7
Zoals uw Kamer bekend ga ik niet in op individuele zaken. Op dit moment bestaat er
geen aanleiding het landgebonden asielbeleid te wijzigen. Op korte termijn zal een
nieuw ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden gepubliceerd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Asiel en Migratie -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.