Schriftelijke vragen : Het bericht ‘Rechters geven op Schiphol betrapte drugskoeriers lagere straf door scheefgroei’
Vragen van de leden Ellian en Michon-Derkzen (beiden VVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Rechters geven op Schiphol betrapte drugskoeriers lagere straf door scheefgroei» (ingezonden 4 december 2025).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Rechters geven op Schiphol betrapte drugskoeriers lagere
straf door scheefgroei» en het persbericht hierover van de Rechtbank Noord-Holland?1, 2
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de stelling van de Rechtbank Noord-Holland dat de disbalans tussen
opgelegde straffen aan drugskoeriers enerzijds en grote drugscriminelen die zich bezighouden
met (de organisatie van) grootschalige drugshandel anderzijds de laatste jaren verder
is vergroot door de introductie van procesafspraken?3
Vraag 3
Hoe vaak zijn er tot nu toe procesafspraken gemaakt met verdachten die worden beschuldigd
van betrokkenheid bij de organisatie van grootschalige drugshandel en in hoeveel van
deze grote drugszaken wil het Openbaar Ministerie in 2025 en 2026 nog procesafspraken
maken?
Vraag 4
Hoeveel drugszaken zijn er op dit moment in de voorraad te plannen strafzaken waarop
de nieuwe uitgangspunten van de Rechtbank Noord-Holland van toepassing zijn en, als
dit niet uit de managementsystemen van de Rechtspraak kan worden afgeleid, kunt u
dan in contact treden met de Rechtspraak om dit aantal bij benadering te achterhalen?
Vraag 5
Hoeveel procesafspraken zijn er tot nu toe in totaal tot stand gekomen sinds de inwerkingtreding
van de OM-aanwijzing in 2023 en in hoeveel zaken streeft het OM naar het maken van
procesafspraken in 2025 en 2026?
Vraag 6
Hoe beoordeelt u het feit dat er dankzij procesafspraken een nog grotere kloof is
ontstaan tussen opgelegde straffen in drugszaken in Nederland en opgelegde straffen
in drugszaken in ons omringende landen zoals België, Duitsland en Frankrijk?
Vraag 7
Begrijpt u dat criminele netwerken hierdoor een sterkere prikkel krijgen om uithalers
en andere drugskoeriers juist naar Nederland te sturen, omdat de opgelegde straffen
in Nederland in verreweg de meeste gevallen veel lager zijn dan in België, Duitsland
en Frankrijk?
Vraag 8
Bent u bereid om mede naar aanleiding van deze berichten in gesprek te gaan met het
Openbaar Ministerie om te bevorderen dat geen verdere procesafspraken worden gemaakt
in grootschalige drugszaken tot na de behandeling van de eerste aanvullingswet van
het Wetboek van Strafvordering in de Kamer? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Ulysse Ellian, Kamerlid -
Medeindiener
Ingrid Michon-Derkzen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.