Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Kent en Dijk over het bericht 'Vacatures voor renovatie Binnenhof duiden op schijnzelfstandigheid'
Vragen van de leden Van Kent en Dijk (beiden SP) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Vacatures voor renovatie Binnenhof duiden op schijnzelfstandigheid» (ingezonden 23 oktober 2025).
Antwoord van Minister Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening), mede namens
de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
en de Staatssecretaris van Financiën (ontvangen 26 november 2025).
Vraag 1
Wat is uw reactie op de berichten van de Aannemersfederatie, FNV & CNV dat er sprake
is van schijnzelfstandigheid bij de renovatie van het Binnenhof?1
Antwoord 1
Deze berichten zijn ons bekend, maar het Rijksvastgoedbedrijf herkent zich niet in
de berichtgeving. Van ondernemingen die contracten afsluiten met de Rijksoverheid
en dus ook met het Rijksvastgoedbedrijf wordt verwacht dat zij werken volgens wettelijke
kaders en regelgeving. Dit is ook in de contracten geborgd. Dat betekent overigens
niet dat er geen ruimte is voor zelfstandigen binnen de Rijksoverheid. Daar waar het
mogelijk is om voor eigen rekening en risico te werken, en waar geen sprake is van
gezag, kunnen zelfstandigen worden ingezet.
Bij het Rijksvastgoedbedrijf, noch bij de voor het Binnenhof door het Rijksvastgoedbedrijf
gecontracteerde aannemers, zijn meldingen ontvangen van de bonden. Daarnaast hechten
het Rijksvastgoedbedrijf en de aannemers eraan dat de vakbonden wanneer de wens daartoe
bestaat, een bezoek kunnen brengen aan de bouwplaats. Er is geen verzoek ontvangen
van FNV en CNV om een bezoek te brengen aan de bouwplaats. Op de bouwplaats van het
Binnenhof gelden veiligheidsmaatregelen, waardoor deze niet vrij toegankelijk is.
Dit geldt voor meer bouwplaatsen in Nederland. Vanwege de veiligheidsbeperkingen is
het maken van een afspraak voorafgaand aan het verkrijgen van toegang tot de bouwplaats
noodzakelijk. Van een van de aannemers hebben wij vernomen dat op 27 oktober jl. contact
is opgenomen. Dit heeft nog niet geleid tot een afspraak om de bouwplaats te bezoeken.
In algemene zin is het kabinet van mening dat de Rijksoverheid zelf het goede voorbeeld
moet geven bij de uitvoering van beleid en zich aan geldende wet- en regelgeving moet
houden. In dat kader wordt het aantal (potentieel) schijnzelfstandigen binnen het
Rijk zo snel mogelijk naar nul afgebouwd, voor 1 januari 2026. Hiervoor is eerder
ook een circulaire ontwikkeld, waarmee ieder departement is opgeroepen om in hun inhuurbestand
bij te houden wat de ondernemingsvorm van een inhuurkracht is. Over de voortgang van
het afbouwen van het aantal (potentieel) schijnzelfstandigen bij de Rijksoverheid
wordt u op korte termijn geïnformeerd door de Minister van BZK.
Vraag 2
Hoe is het mogelijk dat schijnzelfstandigheid zich voordoet op een bouwplaats van
het Rijksvastgoedbedrijf terwijl het Rijk tegelijkertijd zich inzet om schijnzelfstandigheid
te beperken?
Antwoord 2
Zie het antwoord op vraag 1. Bij het Rijksvastgoedbedrijf zijn geen gevallen van schijnzelfstandigheid
bekend. Van de gecontracteerde aannemers wordt ook verwacht dat zij werken volgens
wettelijke kaders en regelgeving. Bij een overtreding zullen passende maatregelen
worden genomen door het Rijksvastgoedbedrijf.
Vraag 3
Kunt u inzage geven in hoe de aanbesteding is verlopen met de verschillende bedrijven
waarbij mogelijk sprake is van schijnzelfstandigheid?
Antwoord 3
Over de renovatie van het Binnenhof wordt uw Kamer geïnformeerd met halfjaarlijkse
voortgangsrapportages. In deze rapportages wordt ook ingegaan op de contractering.
In de Kamerbrief van 23 november 2016 (Kamerstuk 34 293, nr. 31) is toegelicht dat het project renovatie Binnenhof geheim is verklaard in de zin
van de Aanbestedingswet 2012. Dit mede gebaseerd op het advies van de Nationaal Coördinator
Terrorismebestrijding en Veiligheid. Het geheim verklaren heeft als doel om informatie
bij een zo klein mogelijke groep van marktpartijen te houden. Dit heeft onder meer
tot gevolg dat werkzaamheden voor de renovatie door het Rijksvastgoedbedrijf aan een
of meer partijen worden opgedragen zonder dat een aanbestedingsprocedure wordt gevolgd.
Vraag 4
Bij hoeveel werknemers is er sprake van schijnzelfstandigheid op het Binnenhof, mocht
u geen concrete getallen hebben, dan graag een schatting?
Antwoord 4
Er zijn bij het Rijksvastgoedbedrijf geen gevallen van schijnzelfstandigheid bekend.
Vraag 5
Hoelang is er al sprake van schijnzelfstandigheid? Is dit al vanaf het begin van de
renovatie in 2021 of is dit op een later moment pas geïnitieerd?
Antwoord 5
Zie antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Welke maatregelen gaat u nemen om de schijnzelfstandigheid op het Binnenhof tegen
te gaan zoals is afgesproken binnen de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties
(DBA)? Hoe gaat specifiek de handhaving worden verbeterd?
Antwoord 6
Van ondernemingen die contracten afsluiten met de Rijksoverheid en dus ook met het
Rijksvastgoedbedrijf wordt verwacht dat zij werken volgens wettelijke kaders en regelgeving.
Dit is ook in de contracten van het Rijksvastgoedbedrijf geborgd middels een aantal
uniforme bepalingen. Gedurende de uitvoering wordt door het Rijksvastgoedbedrijf risicogestuurd
getoetst op de werkwijze en het naleven van de processen door de opdrachtnemer. Daarnaast
is dit onderwerp van gesprek in de voortgangsoverleggen van het Rijksvastgoedbedrijf
met de opdrachtnemer en wordt de opdrachtnemer – indien noodzakelijk – gewezen op
het strikt naleven van de wettelijke en contractuele bepalingen. Bij een overtreding
zullen passende maatregelen worden genomen door het Rijksvastgoedbedrijf.
In het kader van de verbetering van de handhaving is op 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium
voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen opgeheven. Dit betekent
dat de Belastingdienst weer volledig kan handhaven en weer met terugwerkende kracht
naheffingen loonheffingen kan opleggen tot 1 januari 2025. Met betrekking tot de periode
vóór 1 januari 2025 geldt dat Belastingdienst – met inachtneming van de vijfjaarstermijn
– alleen naheffingen kan opleggen als sprake is van kwaadwillendheid of als een eerder
gegeven aanwijzing niet in voldoende mate is opgevolgd. Zoals eerder aangegeven in
de Kamerbrief van 24 juni 2022 inzake de Kabinetsreactie rapporten ARK en ADR en daaropvolgende
voortgangsbrieven werken met en als zelfstandige(n) is enkel het verbeteren van de
handhaving echter niet de oplossing van het probleem rondom schijnzelfstandigheid.
Daarom heeft het kabinet gekozen voor een aanpak langs drie lijnen waarin naast het
verbeteren van de handhaving, een gelijker speelveld tussen contractvormen (lijn 1)
en meer duidelijkheid over de vraag wanneer gewerkt wordt als werknemer dan wel als
zelfstandige (lijn 2) urgent zijn om stappen op te zetten.
Daarnaast heeft het kabinet de Kamer onlangs geïnformeerd dat de afgesproken verbetering
op de handhaving van schijnzelfstandigheid wordt voortgezet en de zachte landing niet
wordt verlengd2.
Vraag 7
Bent u bekend met het signaal van zowel werkgevers- als werknemersorganisaties dat
intermediairs op grote schaal schijnzelfstandigen bemiddelen in de bouw ondanks de
aangekondigde en lopende wetgeving? Zo ja, wat gaat u hier op korte termijn aan doen?
Zo nee, bent u bereid tot een rondetafelgesprek met deze organisaties?
Antwoord 7
Het kabinet voert regelmatig gesprekken met werkgevers-, werknemers en zelfstandigenorganisaties
over de aanpak van schijnzelfstandigheid in den brede, maar ook als het gaat om specifieke
sectoren zoals de bouw. Het doel hiervan is om tijdig signalen op te halen en met
elkaar te delen. Tevens zijn er in aanloop naar de opheffing van het handhavingsmoratorium
per 1 januari 2025 – maar ook in het afgelopen jaar – veel gesprekken gevoerd met
brancheorganisaties om meer duidelijkheid te geven over het aangaan van de juiste
arbeidsrelatie, en te werken conform wet- en regelgeving. Dat geldt ook voor de bouwsector.
Deze gesprekken blijven wij waar nodig ook de komende periode voeren, ook als het
gaat om de bouw.
Vraag 8
Bent u zich bewust van waar soortgelijke situaties zich nog meer afspelen waar het
Rijk onderdeel van uitmaakt? Zo ja, welke plekken zijn dat? Zo nee, bent u van plan
hier onderzoek naar te doen?
Antwoord 8
In algemene zin wordt er door het kabinet naar gestreefd het aantal schijnzelfstandigen
binnen het Rijk zo snel mogelijk af te bouwen. Dat wil helaas (nog) niet zeggen dat
er op dit moment helemaal geen sprake meer is van situaties waarbij mogelijk sprake
is van schijnzelfstandigheid. Daarom zijn acties er op gericht het aantal (potentieel)
schijnzelfstandigen zo snel mogelijk naar nul af te bouwen, voor 1 januari 2026.
Over de voortgang van het afbouwen van het aantal (potentieel) schijnzelfstandigen
bij de Rijksoverheid wordt u, conform de motie Boon, op korte termijn geïnformeerd
door de Minister van BZK.
Vraag 9
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de werknemers waarover het gaat zo snel mogelijk een
vast contract krijgen aangeboden?
Antwoord 9
Zoals in het antwoord op vraag 4 is aangegeven, zijn er geen gevallen van schijnzelfstandigheid
bekend bij het Rijksvastgoedbedrijf. In het algemeen benadruk ik dat de renovatie
van het Binnenhof een grote en complexe bouwopgave is. Hiervoor is een grote noodzaak
om (specialistisch) personeel te werven en te behouden. Via aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden
wordt juist ingezet op de werving van personeel.
Vraag 10
Is hier mogelijk sprake van een fiscaal delict doordat er sprake is van een belastingschuld
van de werkgever? Zo ja, is de FIOD hiervan op de hoogte en wordt er een onderzoek
gestart? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
De Belastingdienst kan deze vraag op grond van zijn geheimhoudingsplicht niet beantwoorden.
In zijn algemeenheid kan gezegd worden dat ook bij handhaving op het gebied van arbeidsrelaties
het Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied
van douane en toeslagen (Protocol AAFD 2023) gevolgd wordt. Het Protocol beschrijft
hoe de Belastingdienst de aanmeldingen van delicten die voor mogelijke strafrechtelijke
afdoening in aanmerking komen, selecteert op het terrein van belastingen, douane en
toeslagen. Als er sprake is van een fiscaal nadeel van meer dan € 100.000 en een vermoeden
van opzet, wordt de zaak aangemeld.
Vraag 11
Hoe verantwoordt u dat er bij aanbestedingen geen eisen worden gesteld ten aanzien
van onderaannemers, zodat preventief al gehandhaafd kan worden op schijnzelfstandigheid?
Antwoord 11
Van ondernemingen die contracten afsluiten met de Rijksoverheid en dus ook met het
Rijksvastgoedbedrijf wordt verwacht dat zij werken volgens wettelijke kaders en regelgeving.
Dit is ook in de contracten geborgd.
Vraag 12
De Arbeidsinspectie geeft aan dat de kans op een ongeval hoger is voor werknemers
in de flexibele schil, hoe gaat u ervoor zorgen dat dit wordt beperkt? Hoe wordt daarbij
ook de toezicht verbeterd zodat ook de kleinere ongevallen, waar geen medische hulp
bij nodig is, inzichtelijk worden gemaakt?3
Antwoord 12
Structureel werk zou moeten worden uitgevoerd op basis van een vast contract of een
tijdelijk contract met uitzicht op vast. De realiteit is helaas dat veel structureel
werk ook nog steeds wordt uitgevoerd door mensen in de flexibele schil. De werkgever
hoort er primair voor te zorgen dat iedere werkende het werk gezond en veilig moet
kunnen uitvoeren. Dat betekent op de werkvloer voor de werkgever mogelijk extra aandacht
voor ervaring, opleiding, competenties, werkinstructies en toezicht om aan de zorgplicht
te voldoen. Mede vanuit de Arbovisie 2040 wordt ingezet op nog meer bewustwording
en kennis hierover richting werkgevers.
Indien er sprake is van een ernstig arbeidsongeval, is de werkgever verplicht dit
te melden aan de Arbeidsinspectie. Naast deze gemelde arbeidsongevallen, dient de
werkgever ook op basis van artikel 9 lid 2 van de Arbowet een lijst bij te houden
van arbeidsongevallen die hebben geleid tot verzuim van meer dan drie werkdagen. Bij
dit soort arbeidsongevallen hoeft geen medische hulp nodig te zijn geweest. De werkgever
dient de aard en datum te registreren en de gegevens toegankelijk te maken voor deskundigen
als arbodeskundigen en arbodiensten.
Vraag 13
Deelt u de mening dat een Bouwplaats-ID een goede oplossing is om meer toezicht te
krijgen in de werkzaamheden op de bouwplaats, zeker ook preventief met betrekking
tot schijnzelfstandigheid. Zo ja, wanneer bent u bereid dit in te voeren? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 13
Op 30 oktober jl. is uw Kamer per brief geïnformeerd dat onvoldoende rechtvaardiging
bestaat om ondernemingen en werkenden via een wettelijke verplichting te onderwerpen
aan een allesomvattend Bouwplaats-ID systeem. Het belang van eerlijk, gezond en veilig
werk op de bouwplaats kan evenwel worden onderschreven. De brief vermeldt mogelijke
alternatieven die zonder wettelijke verplichting kunnen worden gerealiseerd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën -
Mede namens
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.