Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over de situatie in Soedan
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in Soedan (ingezonden 5 november 2025).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) en de Staatssecretaris van Buitenlandse
Zaken (ontvangen 26 november 2025).
Vraag 1
Deelt u de opvatting dat Nederland, als partij bij het Genocideverdrag, een juridische
én morele plicht heeft om actief maatregelen te nemen om genocide in Soedan te voorkomen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 1
Genocide is een uiterst serieuze kwalificatie en daarom is het kabinet in de regel
terughoudend om situaties als genocide te kwalificeren. Om genocide vast te stellen,
moet aan alle elementen van de juridische definitie van genocide uit het Genocideverdrag
worden voldaan: het aantonen van één of meerdere handelingen uit het Genocideverdrag
én van genocidale opzet. Hierbij geldt een hoge bewijslast en is grondig feitenonderzoek
noodzakelijk.
Het kabinet spant zich naar vermogen in om verergering van de situatie te voorkomen.
Een voorbeeld hiervan is de inzet van het kabinet in de VN-Mensenrechtenraad, als
lid van de Soedan kerngroep in de Mensenrechtenraad, samen met Duitsland, Verenigd
Koninkrijk, Ierland en Noorwegen, voor de uitbreiding van het mandaat van de Fact-Finding Mission in Soedan, zodat ook specifiek onderzoek kan worden gedaan naar de gebeurtenissen
in Darfoer. Op deze manier zet het kabinet in op gedegen en onafhankelijk onderzoek
naar de misstanden in Soedan.
Op vrijdag 14 november jl. heeft in de Mensenrechtenraad, op verzoek van de Soedan-kerngroep
waar Nederland deel van uitmaakt, een sessie plaatsgevonden over de mogelijke misdaden
tegen burgers in en om El Fasher. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft hierbij
het belang van waarheidsvinding benadrukt en opgeroepen tot naleving van het humanitair
oorlogsrecht, het VN-wapenembargo en het waarborgen van voldoende humanitaire hulp.
Voor verdere uiteenzetting van Nederlandse inzet omtrent Soedan verwijzen we u graag
naar de antwoorden op de vragen van het lid Teunissen (PvdD) over de laatste stand
van zaken Nederlandse inzet op humanitaire crisis in Soedan1 de Kamerbrief van 24 september jl. inzake de humanitaire situatie in Soedan2 en de Kamerbrief van 24 november betreft de ontwikkelingen en humanitaire situatie
van El Fasher na de inname door de RSF en de Nederlandse reactie hierop3.
Vraag 2
Welke concrete preventieve stappen onderneemt Nederland momenteel in internationaal
verband om de massamoorden in Darfur en de hongersnood in El Fasher en Kadugli te
stoppen, zoals bevestigd door de VN-voedselwaakhond en het Rode Kruis?4
5
Antwoord 2
Via diplomatieke inzet in bilaterale en multilaterale kanalen blijft Nederland zich
inzetten voor een staakt-het-vuren en het verbeteren van humanitaire toegang. Het
kabinet heeft het recente geweld in en rond El Fasher veroordeeld, onder meer via
de gezamenlijke verklaring «Joint Statement Condemning Atrocities and Violations of IHL in Sudan» van 10 november jl. die door 20 landen en de Europese Commissie is getekend en door
vele andere landen is gesteund.6
Binnen de EU blijft Nederland zich inspannen voor een effectieve, gezamenlijke aanpak
richting Soedan. Samenwerking in EU verband is van belang om in de complexe dynamiek
van het Soedan conflict verschil te maken.
In bilaterale gesprekken met leden van de Quad (Verenigde Staten, Verenigde Arabische
Emiraten, Egypte en Saoedi-Arabië) worden zorgen uitgesproken over de humanitaire
situatie ter plekke, het geweld tegen burgers en de negatieve consequenties van het
voortduren van de oorlog voor zowel Soedan, de regio als de EU. Ook wordt het belang
van het stoppen van de toevoer van wapens naar Soedan in deze gesprekken benadrukt.
Naast onze diplomatieke inzet werken ook Nederlandse partnerorganisaties die gespecialiseerd
zijn in conflictbemiddeling en bescherming van burgers aan het tegengaan van (gericht)
geweld tegen burgers en andere schendingen van het humanitair oorlogsrecht, zoals
het blokkeren van humanitaire hulp.
Nederland ondersteunt humanitaire organisaties werkzaam in Soedan bij het werk om
de hoogste noden, inclusief de hongersnood, te adresseren. Dit gaat zowel via flexibele
financiering – zoals aan de belangrijkste VN-organisaties (waaronder het Wereldvoedselprogramma/WFP
en UNICEF) en de Rode Kruis- en Rode Halvemaanbeweging – als via financiering specifiek
voor Soedan (via de Dutch Relief Alliance en het VN-landenfonds Sudan Humanitarian Fund/SHF). De Nederlandse manier van voorfinancieren biedt hulporganisaties de ruimte om snel
en flexibel te reageren op crises zoals nu El Fasher en Kadugli.
Sinds de inname van El Fasher, de wreedheden die daar plaatsvinden en de stroom mensen
die de stad ontvluchten, heeft het Central Emergency Response Fund (CERF) van de VN USD 20 miljoen beschikbaar gesteld voor humanitaire hulp aan de
getroffen bevolking en vluchtelingen. Daarnaast is door SHF in 2025 al USD 48 miljoen
gealloceerd voor humanitaire hulp in zowel Kordofan als Darfoer. Nederland is voor
zowel het CERF als het SHF een van de belangrijkste donoren. Over de brede humanitaire
inzet heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd via de Kamerbrief Humanitaire situatie
Soedan en specifiek El Fasher.7
Vraag 3
Human Rights Watch heeft op 3 november 2025 gezamenlijk met ngo’s opgeroepen tot een
speciale zitting van de VN-Mensenrechtenraad over de situatie in en rond El Fasher
in Noord-Darfur, met als doel urgent onderzoek naar mogelijke misdrijven onder internationaal
recht, inclusief de rol van externe actoren zoals de Verenigde Arabische Emiraten
(VAE); bent u bereid dit verzoek te steunen, en welke concrete bijdrage zal Nederland
leveren aan zo’n Human Rights Council (HRC)-speciale zitting en de follow-up onderzoeken?8
Antwoord 3
Op 14 november heeft er een speciale zitting van de VN-Mensenrechtenraad plaatsgevonden,
aangevraagd met steun van Nederland, waarbij de situatie in Soedan en in het speciaal
in El Fasher is besproken. Tijdens deze speciale zitting is een nieuwe resolutie met
consensus aangenomen met dat het mandaat van de Fact Finding Mission Soedan uitbreid
om ook specifiek onderzoek te doen naar de gebeurtenissen in El Fasher. Nederland
is als lid van de kerngroep nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van deze
resolutie en heeft diplomatieke capaciteit ingezet om de resolutie aangenomen te krijgen.
De Minister van Buitenlandse zaken heeft de VN-Mensenrechtenraad via een videoboodschap toegesproken en het belang van waarheidsvinding
voor deze schendingen benadrukt, opgeroepen tot een onmiddellijk einde van het conflict,
het respecteren van het humanitair oorlogsrecht, naleving van het VN-wapenembargo
op Darfoer en voldoende humanitaire hulp.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de rol van de VAE in de oorlogsmisdaden van de Rapid Support Forces
(RSF), nu meerdere bronnen, waaronder The Guardian, Wall Street Journal en RTL Nieuws,
melden dat de VAE de RSF voorzien van wapens, huurlingen en geld in ruil voor goud?9
10
11
Antwoord 4
De VAE maakt onderdeel uit van het Quad initiatief – een samenwerkingsverband met
de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië en Egypte. De Quad heeft in een verklaring in september
jl. opgeroepen tot een wapenstilstand en noemde een einde aan externe militaire steun
cruciaal voor het beëindigen van het conflict. De groep landen spreekt met beide partijen
om een einde te maken aan het conflict.
Het is in algemene zin van belang om wapentoevoer en financiële stromen richting de
strijdende partijen in te dammen, met als doel een eind te maken aan het geweld. Nederland
pleit tot maatregelen hiertoe in EU-verband, waaronder bijvoorbeeld het oproepen tot
een wapenembargo voor geheel Soedan.
Nederland spreekt bovendien externe actoren aan op hun verantwoordelijkheid om geen
handelingen te verrichten die het conflict voeden en om in te zetten op de-escalatie,
naleving van het humanitair oorlogsrecht en ongehinderde humanitaire toegang.
Vraag 5
Bent u bereid de wapenexportvergunningen naar de VAE onmiddellijk te schorsen of in
te trekken, zolang niet onafhankelijk is vastgesteld dat deze wapens niet in Soedan
belanden?
Antwoord 5
Het kabinet toetst alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen
per geval en zorgvuldig conform het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole
(2008/944/GBVB), met onder andere specifieke aandacht voor het risico op omleiding
van de goederen naar ongewenste eindgebruikers. In het geval van de voor uitvoer naar
de VAE afgegeven vergunningen is in het verleden ten aanzien van de uit te voeren
goederen geen risico op omleiding naar Soedan vastgesteld. Daarbij gaat het bijvoorbeeld
om goederen ten behoeve van marineschepen met als eindgebruiker de VAE marine. Gelet
op het feit dat er in Soedan geen sprake is van een maritiem conflict is het niet
aannemelijk dat dergelijke goederen worden omgeleid naar Soedan.
Vraag 6
Welke stappen heeft u gezet om de aangenomen moties van de leden Dobbe en Boswijk
en Dobbe en Van der Burg over diplomatieke druk en maatregelen tegen VAE te implementeren?12
13
Antwoord 6
Het kabinet spreekt binnen de brede bilaterale relatie met de VAE ook over de situatie
in Soedan, zowel op politiek als hoog-ambtelijk niveau. Zo sprak de Minister van Buitenlandse
Zaken op 19 november jl. met de Minister van Buitenlandse Zaken, Sheikh Abdullah bin
Zayed Al Nahyan, waar aandacht is gevraagd voor de situatie in El Fasher en het belang
is onderstreept om te komen tot een einde aan het geweld. Inzet van de gesprekken
is constructief engagement met de VAE als een relevante actor die aangeeft bij te
willen dragen aan een einde van het conflict.
Het kabinet heeft conform motie-Ceder c.s. (21 501-02, nr. 3276) tijdens de Raad Buitenlandse Zaken in november gepleit voor engagement vanuit de
EU met externe actoren, inclusief in de context van EU-GCC relaties. Ook heeft het
kabinet bepleit dat de EU zich inzet voor een onmiddellijke wapenstilstand, bescherming
van burgers, onbelemmerde humanitaire toegang voor hulporganisaties en het verder
verhogen van de humanitaire hulp voor Soedan.
Het kabinet steunt het werk van de EU Speciaal Gezant voor de Hoorn van Afrika en
het werk van de VS om een einde te maken aan het conflict, het laatste voornamelijk
via het kader van het Quad-initiatief (VS, Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi Arabië
en Egypte).
Vraag 7
Kunt u aangeven op welke wijze Nederland momenteel controleert of door Nederland geëxporteerde
militaire goederen via de VAE in handen van de RSF terechtkomen?
Antwoord 7
Wapenexportcontrole wordt vormgegeven door een zorgvuldige risicoanalyse op grond
van alle beschikbare informatie die op het moment van toetsing beschikbaar is, waarbij
alle relevante ontwikkelingen van dat moment worden meegenomen.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5, toetst het kabinet alle vergunningaanvragen
voor de uitvoer van militaire goederen zorgvuldig en per geval aan de hand van de
acht criteria uit het EUGS. Bij het toetsen van een eventueel omleidingsrisico wordt
er onder andere zorgvuldig gekeken naar de risico’s in relatie tot de specifieke aard
van de goederen, het opgegeven eindgebruik, de eindgebruiker en het land van eindbestemming.
Om zicht te krijgen op (de aannemelijkheid van) het eindgebruik, is onder andere een
eindgebruikersverklaring vereist bij een vergunningaanvraag voor de uitvoer van militaire
goederen. Ook wordt op basis van de aard van de goederen bezien hoe waarschijnlijk
het is dat zij na omleiding inzetbaar zouden zijn in conflictgebieden, bijvoorbeeld
Soedan. Zo is bij uitvoer van goederen ten behoeve van marineschepen met als eindgebruiker
de VAE bijvoorbeeld overwogen dat het, gelet op het feit dat er in Soedan geen sprake
is van een maritiem conflict, niet aannemelijk is dat dergelijke goederen worden omgeleid
naar Soedan.
Vraag 8
De EU onderhandelt sinds april 2025 over een vrijhandelsverdrag met de VAE; bent u
bereid deze onderhandelingen op te schorten vanwege de steun van VAE aan de RSF met
wapens, huurlingen en financiële middelen?14
Antwoord 8
Op 28 mei 2025 zijn de onderhandelingen over een mogelijk handelsverdrag (FTA) tussen
de EU en de VAE gestart. De onderhandelingen richten zich op het opheffen van beperkingen
op de handel in goederen, diensten en investeringen, evenals samenwerking in strategische
sectoren zoals hernieuwbare energie, groene waterstof en kritieke grondstoffen.
Conform het betreffende BNC-fiche15 heeft het kabinet een positieve grondhouding ten aanzien van EU-handelsakkoorden,
waarbij het uitgangspunt blijft dat ieder akkoord op de eigen merites wordt beoordeeld.
Juist nu het wereldwijde handelssysteem onder druk staat, is het belangrijk dat we,
conform de motie Hirsch-Ceder, afspraken blijven maken met internationale partners
over moderne en duurzame handelsbetrekkingen, en ons inzetten voor een open en op
regels gebaseerd handelssysteem.
In het mandaat voor de onderhandelingen met de VAE wordt verwezen naar de beginselen
en doelstellingen van het externe optreden van de EU, waaronder de naleving van het
internationaal recht door derde landen. De Raad heeft met dit onderhandelingsmandaat
ingestemd. Het is nu aan de Commissie om op basis hiervan tot een onderhandelingsresultaat
te komen met de VAE. Het kabinet zal daarover een positie innemen op het moment dat
een eventueel onderhandelingsresultaat ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de
Raad.
Vraag 9
Bent u bereid zich in te zetten voor een Europees verbod op de import van goud uit
de VAE, zolang er een reëel risico bestaat dat dit goud afkomstig is uit door de RSF
gecontroleerde mijnen in Soedan?
Antwoord 9
Sinds 2021 implementeert Nederland de Europese conflictmineralenverordening. Deze
voorziet in wettelijke gepaste zorgvuldigheidsverplichtingen voor Europese importeurs
die boven een bepaalde drempelwaarden tin, tantaal, wolfraam en goud (3TG) importeren.
Deze Verordening ziet toe op de controle op handel in 3TG met als doel om bij te dragen
aan het tegengaan van de financiering van gewapende groepen en mensenrechtenschendingen.
Hoewel de implementatie niet landen specifiek is bestaat er onder de Verordening wel
een lijst van conflict- en hoog risicogebieden, opgesteld door onafhankelijke externe
experts. Lidstaten en de Europese Commissie hebben geen directe invloed op de lijst.
Desalniettemin heeft het kabinet zorgen over doorvoerlanden besproken met de Commissie.
De Commissie gaf aan de intentie te hebben om het element van doorvoerlanden onderdeel
te maken van de aanbestedingsprocedure voor actualisatie van de lijst.
Vraag 10
Bent u bereid samen te werken met gelijkgezinde landen aan een internationaal onderzoek
naar de rol van de VAE in de financiering en bewapening van de RSF?
Antwoord 10
Het is in algemene zin van belang om wapentoevoer en financiële stromen richting de
strijdende partijen in te dammen, met als doel een eind te maken aan het geweld. Nederland
pleit tot maatregelen hiertoe in EU-verband, waaronder bijvoorbeeld het oproepen tot
een wapenembargo voor geheel Soedan.
Nederland spreekt bovendien externe actoren aan op hun verantwoordelijkheid om geen
handelingen te verrichten die het conflict voeden en om in te zetten op de-escalatie,
naleving van het humanitair oorlogsrecht en ongehinderde humanitaire toegang.
Vraag 11
Hoe beoordeelt u de mogelijkheid van gerichte sancties tegen VAE-entiteiten of individuen
die de RSF direct of indirect ondersteunen?
Antwoord 11
Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken in november zijn sancties aangenomen tegen Abdelrahim
Hamdan Dagalo, de tweede man binnen de RSF en broer van Hemedti, leider van de RSF.
Conform de motie-Piri c.s. (21 501-02, nr. 3278) en motie-Piri (21 501-02, nr. 3279) heeft Nederland tijdens de Raad gepleit voor aanvullende sancties tegen verantwoordelijken
voor de oorlog, zowel binnen als buiten Soedan, en inclusief de strijdende partijen
op het hoogste niveau.
Vraag 12
Kunt u deze vragen binnen een week beantwoorden?
Antwoord 12
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.