Amendement : Amendement van het lid Ceder c.s. over elke acht jaar evalueren of de kerndoelen moeten worden herzien
36 699 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen)
Nr. 18
AMENDEMENT VAN HET LID CEDER C.S.
Ontvangen 24 november 2025
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
Aan artikel I, onderdeel B, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
13. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
20. Onze Minister zendt iedere acht jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak
tot herziening van de krachtens het tweede lid vastgestelde kerndoelen en betrekt
daarbij het advies van de Onderwijsraad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel
c, van de Wet op de Onderwijsraad.
II
In artikel II wordt na onderdeel C een onderdeel ingevoegd, luidende:
Ca
Na artikel 12 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 12a. Verslag herziening kerndoelen
Onze Minister zendt iedere acht jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak
tot herziening van de krachtens de artikelen 11, tweede lid, en 12, tweede lid, vastgestelde
kerndoelen en betrekt daarbij het advies van de Onderwijsraad, bedoeld in artikel
2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de Onderwijsraad.
III
In artikel III wordt na onderdeel F een onderdeel ingevoegd, luidende:
Fa
Na artikel 16 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 16a. Verslag herziening kerndoelen
Onze Minister zendt iedere acht jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak
tot herziening van de krachtens de artikelen 13, tweede lid, 14c, derde lid, en 14f,
derde lid, vastgestelde kerndoelen en betrekt daarbij het advies van de Onderwijsraad,
bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de Onderwijsraad.
IV
In artikel IV, onderdeel A, wordt aan het voorgestelde artikel 2.13 een lid toegevoegd,
luidende:
7. Onze Minister zendt iedere acht jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak
tot herziening van de krachtens het tweede lid vastgestelde kerndoelen en betrekt
daarbij het advies van de Onderwijsraad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel
c, van de Wet op de Onderwijsraad.
V
Na artikel V wordt een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL Va. WIJZIGING VAN DE WET OP DE ONDERWIJSRAAD
Aan artikel 2, eerste lid, van de Wet op de Onderwijsraad wordt, onder vervanging
van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd,
luidende:
c. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap eenmaal per acht jaar te adviseren
over het curriculum.
Toelichting
Indieners achten het wenselijk dat de kerndoelen met enige regelmaat tegen het licht
worden gehouden, bijvoorbeeld vanwege maatschappelijke ontwikkelingen. Indieners vinden
het verstandig om op zijn minst eens in de acht jaar te evalueren of de kerndoelen
aan herziening toe zijn. Dat wordt met dit amendement geregeld.
Dit amendement regelt daartoe dat in ieder geval elke acht jaar de Onderwijsraad de
regering en het parlement adviseert of herziening van de kerndoelen noodzakelijk is.
Deze wettelijke verplichting is er momenteel niet. De regering heeft aangegeven dat
er een systeem van periodiek onderhoud van het curriculum wordt opgezet. Indieners
vinden dit meer dan terecht, aangezien de huidige kerndoelen, op een uitzondering
nagelaten, sinds schooljaar 2004/2005 (voor het primair onderwijs) en het schooljaar
2006/2007 (voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs) niet meer zijn gewijzigd.
Indieners beogen dit voornemen middels onderhavig amendement tot wetsniveau te verheffen.
Ten overvloede beogen indieners eerdere herijking niet onmogelijk te maken, mocht
dat bijvoorbeeld vanwege maatschappelijke ontwikkelingen noodzakelijk zijn.
Ceder Moorman Kisteman
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Don Ceder, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Marjolein Moorman, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Arend Kisteman, Tweede Kamerlid