Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Michon-Derkzen over het voorkomen van een terroristische aanslag met een drone op politici in België
Vragen van het lid Michon-Derkzen (VVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het voorkomen van een terroristische aanslag met een drone op politici in België (ingezonden 13 oktober 2025).
Antwoord van Minister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 24 november 2025).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 326.
Vraag 1 en 2
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving dat in België een jihadistisch geïnspireerde
aanslag met een mogelijk explosief op een drone is verijdeld, waarbij premier Bart
De Wever, doelwit was?1
Deelt u de mening dat dit soort aanvallen de fundamenten van de democratische rechtsstaat
raken, juist vanwege het gericht zijn op publieke ambtsdragers?
Antwoord 1 en 2
Ja, hier heb ik kennis van genomen. Laat ik vooropstellen dat iedere aanslagpoging
afschuwelijk is en altijd impact heeft op onze democratische rechtsstaat. Zeker in
de gevallen dat het een aanslagpoging betreft op een publieke ambtsdrager raakt dit
de fundamenten van onze democratische rechtsstaat.
Vraag 3 en 4
Heeft u signalen dat er in Nederland sprake is van vergelijkbare dreiging waarbij
drones mogelijk worden ingezet door extremistische of terroristische netwerken?
Heeft u signalen dat extremistische netwerken in Nederland beschikken over of experimenteren
met 3D-printers en andere middelen om op eigen initiatief drones of explosieven te
vervaardigen?
Antwoord 3 en 4
In het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) van juni 2024 is aandacht besteed
aan de inzet van drones voor terrorisme. In algemene zin hebben extremisten en terroristen
al jarenlang interesse in het gebruik van drones en 3D printen voor verschillende
doeleinden, waaronder aanslagen. Buiten Europa maken terroristische organisaties soms
gebruik van drones om verkenningen of aanvallen uit te voeren. Verder roepen terroristische
organisaties, zoals ISIS en Al Qa’ida, sympathisanten op tot het plegen van aanslagen
in Europa, ook door middel van het gebruik van drones. Tot op heden komen aanslagen
met een drone echter nauwelijks voor. Aanslagplegers in Europa handelen vaak alleen
en maken daarbij doorgaans gebruik van aanslagmiddelen die eenvoudig te verkrijgen
en te gebruiken zijn, zoals een steekwapen of een voertuig. De inzet van een drone
met explosieven is relatief complex en ligt daardoor minder voor de hand.
Vraag 5
In hoeverre wordt het gebruik van drones door criminele of terroristische groeperingen
in Nederland momenteel actief gemonitord door politie, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding
en Veiligheid (NCTV) of inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Antwoord 5
Over het algemeen geldt dat de AIVD onderzoek kan verrichten met betrekking tot organisaties
en personen die door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten, aanleiding
geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van
de democratische rechtsorde, dan wel voor de nationale veiligheid of voor andere gewichtige
belangen van de staat. De AIVD kan doorgaans, op basis van de Wet op de Inlichtingen-
en Veiligheidsdienst 2017, geen uitspraken doen over al dan niet lopende onderzoeken.
De politie heeft in het algemeen aandacht voor alle aanslagmiddelen die groepen of
individuen willen verwerven of gebruiken. Verder kent de politie een gespecialiseerd
team dat zich vooral bezighoudt met het tegengaan van de dreiging van drones. Vanuit
de NCTV wordt het gebruik van drones door criminele of terroristische groeperingen
in Nederland niet (operationeel) gemonitord, aangezien de NCTV geen operationele dienst
is en hier geen wettelijk kader voor heeft. Wel kan de NCTV trends en fenomenen signaleren,
analyseren en duiden als dit bijdraagt aan het coördineren van terrorismebestrijding
en de bescherming van de nationale veiligheid. Wanneer deze trends en fenomenen invloed
hebben op het dreigingsniveau worden deze opgenomen in het halfjaarlijks gepubliceerde
DTN, zoals dat ook vanaf juni 2024 is gebeurd voor het thema drones (Dreigingsbeeld
Terrorisme Nederland, juni 2024).
Vraag 6
Zijn er concrete maatregelen, protocollen of scenario’s beschikbaar om drones die
worden ingezet voor terroristische doeleinden tijdig te detecteren en uit te schakelen,
met name in de nabijheid van politici, journalisten, rechters, officieren van justitie,
andere functionarissen of gevoelige infrastructuur?
Antwoord 6
Ja, er zijn maatregelen, protocollen en scenario’s beschikbaar. Vanwege veiligheidsoverwegingen
doe ik hier in het openbaar nooit uitspraken over. Wel wil ik benadrukken dat, waar
dat nodig wordt geacht, in samenwerking met partners op verschillende niveaus de benodigde
maatregelen worden getroffen en voortdurend wordt verkend of aanvullende stappen en/of
beleid noodzakelijk zijn ten behoeve van een passende reactie.
Vraag 7
Acht u de bestaande wet- en regelgeving rondom het bezit en gebruik van drones toereikend
in het licht van de opkomst van dit type dreiging? Zo nee, welke aanpassingen overweegt
u?
Antwoord 7
Nederland is gebonden aan Europese wet- en regelgeving die voorwaarden stelt om een
veilige civiele vlucht uit te voeren. De regering heeft beleid ontwikkeld gericht
op de bestrijding en detectie van ongewenste drone activiteiten. Hiertoe zijn maatregelen
opgesteld en wordt er in het kader van kennisdeling en expertiseonderhoud op zowel
nationaal als Europees niveau samengewerkt met betrokken partners om te anticiperen
op dit type dreigingen. In het licht van de recente ontwikkelingen wordt onderzocht
of aanvullende stappen nodig zijn ten behoeve van de inzet van counter-drone maatregelen.
Vraag 8
Op welke wijze wordt er met onze buurlanden samengewerkt om wet- en regelgeving rondom
het bezit en gebruik van drones effectiever te handhaven? Bent u bereid in een aankomende
JBZ-raad de toename van de dreiging door drones aan de orde te stellen?
Antwoord 8
Zoals onder vragen 3 en 4 aangegeven hebben extremisten en terroristen in het algemeen
al jarenlang interesse in het gebruik van drones. De dreiging om met een drone een
aanslag te plegen niet toegenomen. Nederland werkt nauw samen met buurlanden via bilaterale
en Europese afspraken om passende wet- en regelgeving te maken voor de veilige vluchtuitvoering
met drones. Voor ongewenste drones is tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken
(JBZ-Raad) van de Raad van de Europese Unie op 13 en 14 oktober jl. gesproken over
de aanpak en detectie van ongewenste drone activiteiten, op initiatief van Duitsland.
Er is stilgestaan bij de dreiging die uitgaat van drones, door zowel statelijke als
niet-statelijke actoren, en opgeroepen tot verdere samenwerking waar het gaat om detectie
van- en verdediging tegen drones. De komende periode zal de Europese samenwerking
hierop verder vorm krijgen, via de JBZ-Raad maar ook in Defensieverband. Het volledige
verslag van de JBZ-raad is apart aan uw Kamer verzonden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.