Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over het bericht 'Jongeren verslaafd aan online gokken kloppen massaal aan voor hulp: 'Soms al vanaf 16 jaar’
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Minister en Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Jongeren verslaafd aan online gokken kloppen massaal aan voor hulp: «Soms al vanaf 16 jaar»» (ingezonden 9 oktober 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 24 november 2025). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 295.
Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van het bericht in Tubantia van 7 oktober 2025 waarin experts
de noodklok luiden dat steeds meer mensen in de regio in de problemen komen door online
gokken?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u zich ervan bewust dat grote aantallen online gokkers én gokverslaafden, niet
alleen in de randstad maar ook op het platteland voorkomen?
Antwoord 2
Ik ben mij ervan bewust dat deelname aan online kansspelen en de problematiek die
daarmee gemoeid kan gaan niet beperkt zijn tot bepaalde regio’s in Nederland. De inzet
op betere bescherming tegen gokschade, waaronder verslaving, is dan ook gericht op
alle mensen in Nederland.
Vraag 3 en 4
Herkent u de constatering dat met name jongeren, zeker ook op middelbare scholen,
sinds de legalisering van online gokken dit in groten getale zijn gaan doen en in
de problemen komen?
Kunt u de cijfers omtrent deze zorgwekkende trend delen, en bij de analyse hiervan
ook ingaan op regionale verschillen?
Antwoord 3 en 4
Sinds de opening van de online gokmarkt zijn meer mensen, waaronder jongeren, online
gaan gokken. Er zijn geen exacte cijfers over het aantal jongeren, waaronder minderjarigen,
dat online is gaan gokken sinds oktober 2021. Uit onderzoek is wel gebleken dat het
aantal jongeren dat online gokt is oververtegenwoordigd ten opzichte van de gehele
populatie online gokkers. Daarnaast is het aantal jongeren dat online gokt in 2025
gestegen ten opzichte van 2024.2 Met name het aantal minderjarigen dat online is gaan gokken is in 2025 gestegen.
Dat vind ik een zeer zorgwekkende ontwikkeling. Jongeren behoren tot een kwetsbare
groep die extra gevoelig is voor de verleidingen van gokken. Dit geldt in het bijzonder
voor minderjaren, voor wie het om die reden ook verboden is om te gokken.
Het is niet duidelijk of de jongeren waaraan wordt gerefereerd in het aangehaalde
bericht illegaal hebben gegokt, of het speelaccount van een meerderjarig persoon hebben
gebruikt, of dat zij de strenge identificatieplicht die bij legaal aanbod geldt hebben
kunnen omzeilen. Momenteel doet de Kansspelautoriteit (Ksa) verdiepend onderzoek naar
deelname van minderjarigen aan online kansspelen bij legale aanbieders. Hierbij wordt
onder meer met hulp van de banken gekeken naar mogelijke betalingen van minderjarigen
naar kansspelaanbieders. De vraag hoe minderjarigen deelnemen aan online kansspelen
wordt tevens meegenomen in het onderzoek Perspectief van Nederlanders op kansspelen
2025 dat dit najaar wordt opgeleverd.
Ten aanzien van eventuele regionale verschillen in deelname en problemen door online
gokken merk ik het volgende op: de Stichting Informatievoorziening Zorg (IVZ) verzamelt
in Nederland gegevens over het aantal mensen in behandeling voor verslaving in het
Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS). In haar jaarlijkse rapport
«Kerncijfers verslavingszorg» wordt ook de regionale spreiding van het aantal personen
in behandeling voor gokproblematiek in kaart gebracht.3 Uit het rapport blijkt dat in sommige regio’s relatief meer mensen in behandeling
zijn voor gokproblematiek. Dit moet echter met voorzichtigheid worden geduid. Niet
alle mensen met gokproblematiek zijn in behandeling bij de verslavingszorg. Daarnaast
kan het lang duren voordat mensen op het punt komen dat ze hulp zoeken. Daarom zet
ik met het kansspelbeleid in op het voorkomen van problemen en goede geleiding naar
hulp. In het onderzoek naar de deelname aan (online) kansspelen, dat uitgevoerd is
door Ipsos I&O in opdracht van het WODC, is ervoor gezorgd dat de uitkomsten representatief
zijn voor alle Nederlanders van 16 jaar en ouder als het gaat om onder andere de regio
waar respondenten vandaan komen.4 Hierbij wordt niet nader ingegaan op mogelijke regionale verschillen.
Vraag 5
Wat doet u om deze zorgelijke ontwikkelingen te keren? En hoe zet u zich in om ervoor
te zorgen dat juist ook instellingen in de regio de middelen hebben om slachtoffers
te helpen?
Antwoord 5
De zorgelijke cijfers benadrukken hoe belangrijk het is om in te zetten op het voorkomen
van gokschade, zoals ook is aangegeven in de brief over de visie op het kansspelbeleid,
die in februari 2025 aan uw Kamer is gestuurd.5 In deze brief zijn ook maatregelen aangekondigd om de Wet kansspelen op afstand (Wet
koa) te herzien. De nieuwe visie kent als belangrijkste doelstelling het beschermen
van mensen tegen schade door gokken, met specifieke aandacht voor jongvolwassenen
en minderjarigen. Deze doelgroepen zijn, zoals genoemd in het antwoord op vraag 3
en 4, extra gevoelig voor de verleidingen van gokken en eventuele gokschade kan nog
lange tijd doorwerken in hun latere leven. Daarnaast wordt ingezet op intensievere
bestrijding van het illegale aanbod en deelname daaraan.
De Ksa zet ook specifiek in op het beschermen van minderjarigen en jongvolwassenen
en heeft dit als prioriteit opgenomen in haar Toezichtsagenda 2025.
Voorts wordt ingezet op andere preventieve maatregelen, zoals gerichte bewustwordingsactiviteiten
om met name jongvolwassenen en hun omgeving bewust te maken van de risico’s van gokken.
Daarnaast werk ik samen met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
en de Ksa aan een meerjarenagenda bescherming tegen gokschade ter opvolging van de
werkagenda verslavingspreventie kansspelen.6 In dat kader worden ook vanuit het Verslavingspreventiefonds onverminderd initiatieven
mogelijk gemaakt of ondersteund, waaronder verbetering van de samenwerking tussen
regionale partijen. Zoals door mijn voorganger is aangegeven in zijn brief van 3 juli
2025 is de zorgelijke groei van gokken onder minderjarigen tevens onder de aandacht
gebracht bij Verslavingskunde Nederland (VKN). In het programma van VKN gericht op
preventie en vroegsignalering van verslavingsproblematiek, waarbij VKN onder meer
nauw samenwerkt met gemeenten, wordt ook ingezet op het tegengaan van gokproblematiek.
VKN gaat bekijken of en hoe zij in hun bestaande preventietrajecten meer aandacht
kan hebben voor het voorkomen van gokken onder minderjarigen.
Vraag 6
Op welke manier is dit Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hierbij
betrokken? Wie houdt toezicht op het aantal verslavingen in de regio, en zorgt ervoor
dat adequate zorg en begeleiding beschikbaar is?
Antwoord 6
De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport is verantwoordelijk voor preventie van
schade door gebruik van genotsmiddelen zoals drugs, alcohol en tabak. Zoals benoemd
in het antwoord op vraag 5 werk ik samen met het Ministerie van VWS aan de meerjarenagenda
bescherming tegen gokschade en betrek ik daarbij hun expertise.
Daarnaast is het Ministerie van VWS stelselverantwoordelijk voor de verslavingszorg,
waaronder ook zorg bij gokverslaving. Binnen dit stelstel kan de huisarts een jongere
of volwassene met (online gok)verslaving verwijzen naar verslavingszorg, maar ook
andere zorgverleners zoals bedrijfsartsen, psychiaters en soms gemeenten of jeugdhulporganisaties
(voor jeugd) mogen verwijzen.
De zorgverzekeraar dient vanuit diens zorgplicht voldoende verslavingszorg in te kopen,
zodat hun verzekerden binnen een redelijke tijd en reisafstand toegang hebben tot
zorg. Wanneer er knelpunten optreden in een bepaalde regio moeten zorgverzekeraars
hier proactief mee aan de slag. Hierbij is het ook van belang dat zorgaanbieders tijdig
signaleren wanneer er knelpunten zijn in capaciteit of toegankelijkheid en hierover
in overleg treden met zorgverzekeraars, zodat gezamenlijk naar oplossingen kan worden
gezocht. In het stelsel houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) toezicht
op de kwaliteit, de veiligheid en de continuïteit van de zorg. De Nederlandse Zorgautoriteit
(NZa) ziet toe op de zorgplicht van verzekeraars.
Zoals gemeld in het antwoord op vraag 3 en 4 houdt IVZ in het LADIS bij hoeveel mensen
in behandeling zijn voor gokverslaving, waarbij ook onderscheid gemaakt wordt tussen
regio’s.
Vraag 7
Bent u voornemens om onverkort de, door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
aangekondigde maatregelen om de (online) gokmarkt te beteugelen uit te voeren, en
daar waar nodig een schepje bovenop te doen?
Antwoord 7
Op dit moment werk ik de aangekondigde maatregelen uit de brief van 14 februari 2025
uit, op basis van onder meer de meest recente en nog lopende onderzoeken. Ik streef
ernaar uw Kamer op korte termijn te informeren over de contouren voor wet- en regelgeving
op basis waarvan het wetsvoorstel zal worden uitgewerkt. Dan zal ik uw Kamer ook informeren
over de meerjarenagenda bescherming tegen gokschade.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.