Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op van het lid Welzijn over het artikel 'Kabinet plant grootschalige woonwijken bij vier Nederlandse steden'
Vragen van het lid Welzijn (Nieuw Sociaal Contract) aan de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het artikel «Kabinet plant grootschalige woonwijken bij vier Nederlandse steden» (ingezonden 31 oktober 2025).
Antwoord van Minister Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) (ontvangen
24 november 2025).
Vraag 1
Wat is de huidige eigendomssituatie van de percelen binnen de in de Nota Ruimte genoemde
locaties voor grootschalige woningbouwontwikkeling?1
Antwoord 1
In de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving van afgelopen juni zijn enkele gemeenten
benoemd waarbinnen een kansrijke nationaal grootschalige locatie ligt die extra Rijksregie
vraagt. Vervolgens zijn na verder overleg deze gebieden in de ontwerop-Nota Ruimte
opgenomen. De selectie van deze nationaal grootschalige woningbouwlocaties is gebaseerd
op de huidige woondeals waarbij gekeken is naar de omvang van het aantal woningen
dat t/m 2034 gerealiseerd kan worden op één geografisch samenhangende locatie, de
complexiteit van de opgave en de ruimtelijke effecten van een locatie. De eigendomssituatie
van de percelen is in deze analyse niet meegenomen.
Deze vier nieuwe nationaal grootschalige woningbouwlocaties zijn abstract aangestipt
in de Ontwerp-Nota Ruimte en niet te herleiden tot perceelniveau. Het grondeigendom
is in zijn algemeenheid gevarieerd met gronden in eigendom van verschillende partijen
zoals overheid, particulieren, marktpartijen, agrariërs en bedrijven. Het ministerie
heeft geen compleet overzicht van de eigendomssituatie van de percelen binnen de nationaal
grootschalige woningbouwlocaties.
Vraag 2
Heeft de Rijksoverheid of een publieke partij, zoals het Rijksvastgoedbedrijf of de
gemeente, al grondaankopen gedaan of opties genomen in deze gebieden voorafgaand aan
de publicatie van de plannen?
Antwoord 2
Gemeenten maken soms de keuze om proactief gronden aan te kopen of een samenwerking
te zoeken met de grondeigenaar of ontwikkelaar. Dit is vaak al gedaan voorafgaand
aan de publicatie Ontwerp-Nota Ruimte. Ook zijn gemeenten gericht actief met de toepassing
van het voorkeursrecht binnen de Omgevingswet. Wij hebben geen compleet overzicht
van percelen waar gemeenten voornemens zijn om een voorkeursrecht te vestigen of al
hebben gevestigd.
Eendachtig de motie van het lid Grinwis (CU) c.s.2 roep ik gemeenten actief op om strategisch om te gaan met de inzet van het voorkeursrecht
op potentiële ontwikkellocaties. Het is een belangrijk instrument in het kunnen versnellen
van de woningbouw.
Vraag 3
Is vooraf onderzocht of het openbaar aankondigen van deze locaties de grondprijs heeft
beïnvloed, zoals stijging door speculatie?
Antwoord 3
De aanwijzing in de Ontwerp-Nota Ruimte is abstract en vaak niet direct toe te leiden
naar percelen. De aankondiging in de Ontwerp-Nota Ruimte is voor de betrokken mede
overheden en marktpartijen geen verrassing. Het betreft gebieden waar gemeenten al
zelf actief bezig waren met visievorming etc. en die ze zelf bij het ministerie hebben
aangedragen om aan te wijzen. Sommige gemeenten hebben intern hier een afweging gemaakt
en het onderwerp van risico van prijsopdrijving meegewogen.
Vraag 4
Zijn er afspraken gemaakt met gemeenten of grondeigenaren over het afromen van planbaten
bij functiewijziging van de grond (bijvoorbeeld via een planbatenheffing)?
Antwoord 4
Nee, deze afspraken zijn er niet gemaakt. Er is geen wettelijke regeling op basis
waarvan gemeenten aan grondeigenaren een planbatenheffing kunnen opleggen. Gemeenten
kunnen de kosten voor publieke investeringen verhalen op de grondeigenaar (initiatiefnemer)
voor maximaal de waardestijging als gevolg van een wijziging in de toegestane functie
in het Omgevingsplan. Gemeenten maken met grondeigenaren afspraken over het verhalen
van kosten. Zonder een houdbaar juridisch stelsel proberen gemeenten nog niet om een
planbatenheffing in te voeren.
Vraag 5
Is overwogen om het eigendom van de gronden eerst publiek te maken voordat het woningbouwprogramma
wordt gestart, zodat betaalbaarheid geborgd wordt?
Antwoord 5
Afhankelijk van de gemeente en locatie is gekeken of men een actieve rol in de verwerving
kon spelen. Op specifieke locaties is wel deze keuze gemaakt maar dit geldt zeker
niet voor alle vier nieuwe nationaal grootschalige woningbouwlocaties.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.