Schriftelijke vragen : Het bericht ‘ Demonstrant aangehouden bij abortuskliniek in Amsterdam’
Vragen van de leden Diederik van Dijk en Flach (beiden SGP) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht «Demonstrant aangehouden bij abortuskliniek in Amsterdam» (ingezonden 21 november 2025).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht in Het Parool van 6 november jl. over de aanhouding
van een persoon die een eenmensprotest houdt bij de abortuskliniek in Amsterdam-Oost?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat een eenmensprotest niet onder de Wet openbare manifestaties
(Wom) valt en derhalve niet aan een kennisgevingsplicht is onderworpen, maar primair
onder artikel 7 van de Grondwet valt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de door sommige gemeenten gehanteerde opvatting dat de aanwezigheid
van een waarnemer op afstand ertoe leidt dat sprake is van een «collectieve actie»,
in het licht van de opvatting van de Nationale ombudsman2 en juridische vakliteratuur3 dat een eenmensprotest haar karakter niet verliest door de aanwezigheid van een waarnemer?
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat gemeenten, politie en Openbaar Ministerie grote terughoudendheid
moeten betrachten bij het beperken of beëindigen van vreedzame eenmensprotesten, gelet
op de ruime grondrechtelijke bescherming daarvan? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Is het naar uw oordeel juridisch houdbaar dat gemeenten formele waarschuwingen of
beperkingen baseren op de veronderstelling dat een eenpersoonsactie onder de Wom valt?
Zo ja, op welke wettelijke grondslag berust dit?
Vraag 6
Welke criteria worden door Politie en Openbaar Ministerie gehanteerd bij het besluit
om een persoon die een vreedzaam eenmensprotest houdt aan te houden, indien er geen
aanwijzingen bestaan voor strafbare feiten of verstoring van de openbare orde, bovendien
in de wetenschap dat het aanmerken van een eenmensprotest als demonstratie discutabel
is? Hoe wordt in dit kader de proportionaliteit en noodzakelijkheid van vrijheidsbeneming
gewaarborgd?
Vraag 7
Erkent u dat de aanhouding van personen die op vreedzame wijze een eenmensprotest
houden een intimiderende werking kan hebben en mogelijk een ontmoedigend effect op
de uitoefening van grondrechten veroorzaakt? Hoe wordt dit effect voorkomen en op
welke wijze wordt hiermee rekening gehouden in de beleidskaders voor het politieoptreden?
Vraag 8
Hoe heeft u uw toezegging4 van 22 januari 2025 gestand gedaan om gemeenten te voorzien van nadere richtlijnen
of een geactualiseerde handreiking inzake de omgang met eenmensprotesten, opdat duidelijk
is dat dit niet onder de Wom valt, en hoe de grondrechtelijke bescherming van artikel
7 lid 3 concreet moet worden toegepast? Kunt u de door u verspreide handreiking ook
met de Kamer delen?
Vraag 9
Welke maatregelen bent u voornemens te treffen om te waarborgen dat personen die een
vreedzaam eenmensprotest houden in de toekomst niet onterecht worden belemmerd, bedreigd
met sancties of aangehouden?
Indieners
-
Gericht aan
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Indiener
Diederik van Dijk, Kamerlid -
Medeindiener
André Flach, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.