Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bromet over ‘PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen en het Deense verbod daarop.’
Vragen van het lid Bromet (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen en het Deense verbod daarop (ingezonden 25 september 2025).
Antwoord van Minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
17 november 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 203.
Vraag 1 en 2
Bent u bekend met het Deense onderzoek waaruit blijkt dat de PFAS-verbinding TFA (trifluorazijnzuur)
makkelijk uitspoelt naar het milieu en daarmee drinkwaterbronnen bedreigt? Hoe kijkt
u naar die conclusies?1
Hoe kijkt u naar het besluit dat door Denemarken is genomen om 23 bestrijdingsmiddelen,
die het schadelijke afbraakproduct TFA vormen, per direct te verbieden vanwege de
risico’s voor het grondwater en de drinkwatervoorziening?
Antwoord 1 en 2
Denemarken heeft de Europese Commissie en alle lidstaten geïnformeerd over het besluit
om de toelating van deze middelen in te trekken. Het Ctgb bestudeert het onderzoek
waarop dit besluit is gebaseerd om te bepalen wat dit betekent voor de Nederlandse
situatie. Het is vervolgens aan het Ctgb om, als aangewezen toelatingsautoriteit,
te bepalen of er aanleiding is om de in Nederland toegelaten middelen op basis van
deze stoffen tussentijds opnieuw te beoordelen.
Vraag 3 en 4
Hoe lang duurt het voordat het College voor de toelating van gewasbeschermingingsmiddelen
en biociden (Ctgb) het genoemde onderzoek en het daaropvolgende besluit in Denemarken
heeft bestudeerd, zoals toegezegd tijdens het tweeminutendebat Gewasbeschermingsmiddelen
op 3 september jongstleden?
Wanneer gaat u de Kamer verder informeren over de analyse van het Ctgb en het mogelijke
besluit dat daaruit volgt?
Antwoord 3 en 4
Het Ctgb bestudeert het Deense onderzoek momenteel zorgvuldig en dat kost tijd. Vanwege
de hoeveelheid werk en complexiteit van het dossier kan het Ctgb nog niet aangeven
wanneer dit is afgerond. Zodra er een besluit is genomen door het Ctgb zal ik uw Kamer
hierover informeren.
Vraag 5
Waarom zijn al deze middelen in Nederland nog steeds toegestaan terwijl het Ctgb al
eerder om een snelle Europese herbeoordeling vroeg?
Antwoord 5
Het Ctgb heeft aangedrongen op een snelle Europese herbeoordeling van de betreffende
werkzame stoffen omdat nieuwe wetenschappelijke informatie beschikbaar is over het
afbraakproduct TFA. Deze nieuwe informatie zorgt voor een strengere norm voor TFA
bij de beoordeling van risico’s voor het grondwater. Om vervolgens te bepalen of nog
aan deze norm voldaan wordt is aanvullende informatie nodig of werkzame stoffen inderdaad
TFA produceren en hoeveel TFA dan wordt gevormd en uitspoelt naar het grondwater.
Deze informatie wordt gegenereerd in de Europese stofbeoordeling.
Het Deense onderzoek levert voor 6 stoffen aanvullende informatie op over de vorming
van TFA. Het Ctgb bestudeert deze informatie om te bepalen wat dit betekent voor de
Nederlandse situatie en de in Nederland toegelaten middelen. Voor overige stoffen
die mogelijk TFA produceren moet de benodigde informatie over TFA nog worden gegenereerd
door middel van onderzoek. Een brede Europese aanpak op stofniveau heeft de voorkeur
boven een nationale aanpak op middelniveau, omdat alle werkzame stoffen die mogelijk
TFA produceren hiermee zo snel mogelijk met Europees geharmoniseerde methodes kunnen
worden beoordeeld. De Europese Commissie is van mening dat de beoordeling van het
afbraakproduct TFA in de lopende herbeoordelingen moet worden geadresseerd en maant
lidstaten die een stof beoordelen die mogelijk TFA produceert tot een snelle afronding
van de (her)beoordeling
Vraag 6
Waarom wordt het middel «Luna Sensation» van Bayer, dat fluopyram bevat, wel verboden
wegens risico’s voor boeren, bijen en vogels, maar mogen negen andere fluopyram-houdende
middelen nog steeds worden toegepast?
Antwoord 6
Het middel Luna Sensation bevat twee werkzame stoffen: fluopyram en trifloxystrobin.
De aanleiding van de herbeoordeling van het middel Luna Sensation was de herbeoordeling
van de stof trifloxystrobin. De werkzame stof fluopyram wordt momenteel Europees herbeoordeeld.
Wanneer deze herbeoordeling is afgerond, start het Ctgb met de herbeoordeling van
toegelaten middelen op basis van fluopyram.
Vraag 7
Dringt u er bij het Ctgb op aan dat de herbeoordelingen van deze negen middelen op
zeer korte termijn worden uitgevoerd, zodat deze schadelijke stoffen niet langer in
het milieu terechtkomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Zodra de Europese herbeoordeling van fluopyram is afgerond zal het Ctgb, conform toelatingsprocedure,
starten met de herbeoordeling van de betreffende middelen. De werkzame stof fluopyram
is daarnaast één van de stoffen uit het Deense onderzoek over TFA. Op dit moment bestudeert
het Ctgb wat deze informatie betekent voor de Nederlandse situatie. Ik heb hierbij
vertrouwen in de deskundigheid van het Ctgb als Nederlandse toelatingsautoriteit.
Vraag 8
Waarom mogen bestaande voorraden van «Luna Sensation» nog worden opgebruikt tot juli
2026 terwijl dit besluit is genomen vanwege de risico’s voor mens en natuur? Deelt
u de opvatting dat het gebruik ervan dan per direct moet worden gestopt?
Antwoord 8
Het Ctgb stelt de aflever- en opgebruiktermijnen van gewasbeschermingsmiddelen vast
conform het besluit beleidsregel respijttermijnen voor gewasbeschermingsmiddelen2. Deze termijnen geven de sector de mogelijkheid om naar alternatieven te zoeken en
eventuele voorraden kunnen worden afgeleverd en opgemaakt. De duur van de respijttermijn
is afhankelijk van de ernst van de risico’s, omvang van de voorraad, het gebruiksseizoen
en de mate waarin de keten is verrast en de mogelijkheden om de gevolgen van de intrekking
op te vangen. De wettelijke vastgestelde maximum duur van respijttermijnen is 6 maanden
voor afleveren en 12 maanden daarbovenop voor opgebruik (totaal maximaal 18 maanden).
Het Ctgb heeft voor Luna Sensation beperkt respijt gegeven van in totaal 12 maanden
(aflever- en opgebruiktermijn beide 6 maanden).
Vraag 9
Heeft u gesprekken met de drinkwaterbedrijven en milieuorganisaties die al veel langer
waarschuwen voor de milieu- en gezondheidsrisico’s van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen?
Antwoord 9
Ja, ik heb gesprekken gevoerd met de vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin)
over PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen.
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat er voldoende wetenschappelijk onderzoek is over de risico’s
van PFAS om PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen van de markt te halen? Zo ja, per wanneer
kan de Kamer een verbod verwachten? Zo nee, kunt u dat onderbouwen?
Antwoord 10
Ik heb vertrouwen in het toelatingssysteem waarbij alle toegelaten middelen zijn beoordeeld
op de risico’s voor mens, dier en milieu. Hierbij zijn de stoffen Europees beoordeeld
aan de hand van Europees geharmoniseerde beoordelingskaders en worden middelen nationaal
toegelaten waarbij gekeken wordt naar de specifieke toepassing en naar de nationale
omstandigheden. Een middel mag pas op de markt komen als wetenschappelijk is aangetoond
dat dit veilig kan worden toegepast. Op het moment dat nieuwe relevante wetenschappelijk
informatie beschikbaar komt over een stof zal worden bekeken of een eerdere beoordeling
van een stof of middel moet worden herzien.
Naar aanleiding van het genoemde onderzoek van Denemarken is nieuwe informatie beschikbaar
gekomen over de afbraak van zes werkzame stoffen tot TFA en de uitspoeling hiervan
naar grondwater. Het Ctgb bestudeert momenteel het onderzoek waarop het besluit is
gebaseerd om te bepalen wat dit betekent voor de Nederlandse situatie en of er aanleiding
is om de in Nederland toegelaten middelen op basis van deze stoffen tussentijds opnieuw
te beoordelen. Het is aan het Ctgb om, als aangewezen toelatingsautoriteit, eventueel
vervolgstappen te bepalen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.