Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Wijen-Nass over de randweg Abdissenbosch
Vragen van het lid Wijen-Nass (BBB) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de randweg Abdissenbosch (ingezonden 2 oktober 2025).
Antwoord van Minister Rijkaart (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
17 november 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 324.
Vraag 1
Bent u bekend met het feit dat de randweg Abdissenbosch al jarenlang op zich laat
wachten, terwijl de verkeersdruk en leefbaarheidsproblemen in de dorpskern aanhouden?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met de plannen voor een randweg rondom Abdissenbosch.
Vraag 2
Wat is de huidige stand van zaken van het project «Randweg Abdissenbosch» en de verbindingsweg
naar de Duitse B221n?
Antwoord 2
Provinciale en gemeentelijke wegen vallen onder verantwoordelijkheid van de provincies.2 De verantwoordelijkheid voor de randweg Abdissenbosch valt daarmee onder de provincie
Limburg. Het bevoegd gezag van de Rijksoverheid over wegen is de Minister van Infrastructuur
en Waterstaat (IenW), wiens gezag met name toeziet op de Rijkswegen. Als Minister
van BZK ben ik daarom niet in de positie om inhoudelijk in te gaan op het project
«Randweg Abdissenbosch» ofwel de stand van zaken van het project. Ik verwijs u hiervoor
graag door naar de provincie Limburg. Daar waar ik wel de mogelijkheid zie om antwoord
te geven op de gestelde vragen, doe ik dit in afstemming met mijn collega van IenW.
Vraag 3
Klopt het dat door de aanleg van de randweg de woonwijken veiliger en leefbaarder
kunnen worden gemaakt, met meer ruimte voor langzaam verkeer zoals fietsers en voetgangers?
Antwoord 3
Dit oordeel is aan de lokale overheden.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat de aanleg van een randweg ook bijdraagt aan de economische vitaliteit
en bereikbaarheid van de regio Parkstad en daarmee een belangrijke impuls kan geven
aan een gebied dat al langere tijd met achterstanden kampt?
Antwoord 4
Zie antwoord vraag 3.
Vraag 5
Deelt u de analyse dat het uitblijven van deze randweg de achterstandspositie van
deze regio verder vergroot?
Antwoord 5
Zie antwoord vraag 3.
Vraag 6
Wat is uw analyse waarom de start van de aanleg van de randweg in Nederland niet van
gang komt, terwijl Duitsland al in de startblokken staat om met de aanleg van haar
deel van het traject te beginnen?
Antwoord 6
Zoals beantwoord in vraag 2 ligt de verantwoordelijkheid voor aanleg van de randweg
bij de medeoverheden, in dit geval de provincie Limburg.
Vraag 7
In hoeverre is de vertraging in Nederland van invloed op de Duitse plannen en welke
gevolgen heeft dit voor de grensoverschrijdende samenwerking in de Euregio Maas-Rijn?
Antwoord 7
Zie antwoord vraag 2.
Vraag 8
Klopt het dat de vertraging komt doordat Nederlandse milieuregelgeving strenger is
dan in Duitsland?
Antwoord 8
Daar is niet één algemeen antwoord op te geven, omdat onduidelijk is welke Nederlandse
milieuregelgeving hier bedoeld wordt. Milieuregelgeving kan bijvoorbeeld om ruimtelijke
ordeningsregels gaan of om geluidseisen, luchtkwaliteit of veiligheidscontouren.
Als hier de natuurregelgeving voor stikstof wordt bedoeld, dan is de regelgeving voor
toestemmingverlening aan projecten met mogelijk negatieve effecten op natuurgebieden
in Nederland inderdaad strenger dan in Duitsland en Vlaanderen.
Alleen feitelijk bezien dienen alle EU-lidstaten aan dezelfde Habitatrichtlijn te
voldoen, dus vanuit dat abstractieniveau is er geen ongelijkheid. Overigens zijn de
situaties tussen landen niet één op één vergelijkbaar, maar hangt dit van veel factoren
af, bijvoorbeeld de manier van aanwijzen van gebieden, de kwaliteit van de natuur
en hoe beheerd wordt.
Vraag 9
Deelt u de zorgen dat de huidige milieuregelgeving onevenredig hard uitpakt voor (grens)regio’s,
omdat noodzakelijke infrastructuurprojecten hierdoor moeilijker of later van de grond
komen?
Antwoord 9
Heel Nederland ondervindt momenteel hinder van de stikstofproblematiek. In dit specifieke
geval ligt er ook een bredere heroverweging van de provincie Limburg aan de vertraging
aan ten grondslag.
Dat dit voor grensregio’s onevenredig hard uitpakt is niet zonder meer te zeggen.
Ook in de rest van Nederland zien we problemen met de uitvoering van projecten vanwege
stikstof, daarin is Limburg geen uitzondering.
Vraag 10
Wat vindt u ervan dat Nederland bij de aanleg van deze randweg achterblijft, terwijl
Duitsland wél doorpakt en middelen beschikbaar stelt, waardoor de regio kansen dreigt
mis te lopen?3
Antwoord 10
Het betreft hier een provinciale bevoegdheid. Het is daarmee niet aan mij om de beslissingen
van medeoverheden op het gebied van lokale infrastructuur te beoordelen.
Vraag 11
Wat gaat u doen zodat deze randweg sneller kan worden gerealiseerd, de leefbaarheid
wordt verbeterd én een grensoverschrijdend project met Duitsland niet spaak loopt?
Antwoord 11
De verantwoordelijkheid voor aanleg van de randweg ligt bij de medeoverheden, in dit
geval de Provincie Limburg. Ik zie daarom op dit moment geen directe rol weggelegd
voor mij als Minister van BZK in de versnelling van dit grensoverstijgende project.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.