Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Rajkowski over het bericht 'Techsamenwerking in gevaar: Florida plaatst Nederlandse universiteiten op zwarte lijst'
Vragen van het lid Rajkowski (VVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Techsamenwerking in gevaar: Florida plaatst Nederlandse universiteiten op zwarte lijst» (ingezonden 21 oktober 2025).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 11 november
2025)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Techsamenwerking in gevaar: Florida plaatst Nederlandse
universiteiten op zwarte lijst»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat Amerikaanse bedrijven de samenwerking met Nederlandse universiteiten
stoppen als gevolg van anti-BDS-wetgeving?2
Antwoord 2
Ik heb geen aanwijzingen dat Amerikaanse bedrijven de samenwerking met Nederland stoppen
als gevolg van wetgeving tegen de Boycott, Divestment, Sanctions(BDS) beweging. Het bericht verwijst naar specifieke wetgeving uit de Staat Florida.
Florida kent sinds 2016 anti-boycotwetgeving die het publieke pensioenfonds van de
staat – de Florida State Board of Administration (SBA) – verplicht om elk kwartaal
een geactualiseerde lijst te publiceren van «onderzochte bedrijven die Israël boycotten»
en de betreffende bedrijven hierover schriftelijk te informeren. Het is verboden voor
het fonds om directe aandelen te verwerven in de bedrijven op die lijst. Voor zover
bekend heeft deze wetgeving tot nog toe geen gevolgen gehad voor Nederlandse bedrijven.
Afgelopen juni heeft Florida de bestaande anti-boycotwetgeving uitgebreid, waardoor
meerdere publieke beleggings- of pensioenfondsen niet langer mogen investeren in onderwijsinstellingen
die een academische boycot van Israël voeren. De lijst die nu circuleert, is afkomstig
van het publieke pensioenfonds SBA. SBA heeft de bestaande lijst geactualiseerd naar
aanleiding van de voorgenoemde wetswijziging. Dit fonds investeert zelf niet in Nederlandse
kennisinstellingen. De verwachte directe impact van deze lijst op Nederlandse kennisinstellingen
is daardoor nihil.
Vraag 3
Heeft u inzicht in welke universiteiten door de staat Florida op een zogenaamde «zwarte
lijst» zijn geplaatst? Zo ja, is het duidelijk welke criteria daarbij zijn gehanteerd?
Antwoord 3
De betreffende lijst is gepubliceerd door de SBA van Florida. De Nederlandse onderwijs-
en onderzoeksinstellingen die op de lijst staan vermeld zijn de Technische Universiteit
Eindhoven, de Erasmus Universiteit Rotterdam (met een aparte vermelding van de Rotterdam
School of Management), de Gerrit Rietveld Academie, de Radboud Universiteit, de Koninklijke
Academie van Beeldende Kunsten, de Technische Universiteit Delft, de Universiteit
Utrecht, de Universiteit van Tilburg, en de Universiteit van Amsterdam (met een aparte
vermelding van de Amsterdam School for Cultural Analysis).
Bij het opstellen van de lijst hanteert de SBA de criteria zoals meegegeven in de
statelijke wetgeving van Florida. Zoals hierboven is aangegeven, vereist deze wetgeving
sinds juni 2025 dat ook instellingen die participeren in «academische boycots» dienen
te worden opgenomen in de lijst. De Staat Florida definieert een academische boycot
van Israël als een situatie waarin een onderwijsinstelling restrictieve beleidsmaatregelen
voert, of op andere wijze deelneemt aan activiteiten die resulteren in het beperken
van bestaande of potentiële academische relaties op basis van banden met de staat
Israël of met diens academische, onderwijs- of onderzoeksinstellingen. Binnen de gehanteerde
definitie valt ook het collectief aansprakelijk stellen van onderzoekers, (toekomstige)
studenten of gastdocenten voor vermeend aanstootgevend gedrag van de staat Israël.
Een onderwijsinstelling wordt beschouwd als deelnemer aan een academische boycot van
Israël wanneer één van de onderdelen van een instelling (bijvoorbeeld een vakgroep
of faculteit) een boycot voert.3
De SBA claimt de selectie van opgenomen entiteiten op de lijst gemaakt te hebben op
basis van publiek beschikbare informatie en gesprekken die het fonds voert met belanghebbenden
en andere investeringsfondsen. Het is niet duidelijk welke informatie precies heeft
geleid tot de toevoeging van de genoemde Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen.
Vraag 4
Is u bekend of andere Amerikaanse staten vergelijkbare maatregelen hebben getroffen
of in voorbereiding hebben? Zo ja, om welke staten gaat het?
Antwoord 4
Veel Amerikaanse staten kennen een vorm van anti-boycotwetgeving met betrekking tot
Israël. In de meeste staten richt de wetgeving zich op bedrijven die overheidsdiensten
leveren of op publieke fondsen die in bedrijven investeren. Florida is voor zover
bekend de enige Amerikaanse staat die onderwijsinstellingen en academische boycots
expliciet opneemt in de wet.
Vraag 5
Wat is de verwachte impact van deze ontwikkeling op Nederlandse universiteiten en
wat voor gevolgen heeft dit voor hun onderzoek?
Antwoord 5
De huidige lijst is afkomstig van een individueel fonds uit één Amerikaanse staat.
Dit fonds investeert zelf niet in Nederlandse kennisinstellingen. De verwachte directe
impact van deze lijst op Nederlandse kennisinstellingen is daardoor nihil.
Vraag 6
Heeft u inzicht in de eventuele schade aab de Nederlandse kennisinfrastructuur, bijvoorbeeld
op het gebied van chips maar ook medische innovatie, nu Amerikaanse instellingen hun
samenwerking met Nederlandse universiteiten lijken op te schorten?
Antwoord 6
Ik heb geen signalen ontvangen dat Amerikaanse instellingen hun samenwerking met Nederlandse
universiteiten opschorten. Ik verwacht daarom geen impact op de Nederlandse kennisinfrastructuur.
Vraag 7
Is er sprake van overleg of coördinatie tussen de Nederlandse overheid en kennisinstellingen
enerzijds en de Amerikaanse staten anderzijds? Zo ja, wat is daarin uw inzet?
Antwoord 7
Mijn ministerie voert geen regulier overleg met afzonderlijke staten. Wel is er contact
op federaal niveau. Samen met de Minister van Economische Zaken, de Minister van Buitenlandse
Zaken en de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp zet ik me in om
de samenwerking met de Verenigde Staten op het gebied van wetenschap en innovatie
te behouden en versterken, onder meer via dialoog en uitwisseling.
Kennisinstellingen onderhouden over het algemeen geen regulier contact met de statelijke
overheden. Zij staan direct in contact met de lokale kennisinstellingen en/of wetenschapsfinanciers.
Vraag 8
Bent u bereid om contact op te nemen met de genoemde Nederlandse universiteiten om
te kijken wat er nodig is om de voortgang van onderzoek en wetenschap te waarborgen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Ik sta doorlopend in contact met onze universiteiten en hogescholen over de impact
van ontwikkelingen in de Verenigde Staten op het onderwijs en onderzoek in Nederland.
De Vereniging Universiteiten van Nederland (UNL) en de Vereniging Hogescholen (VH)
hebben mij laten weten dat enkele universiteiten en hogescholen een informerend bericht
hebben gehad van de SBA over de toevoeging van hun instelling aan de lijst. Vanwege
het ontbreken van een financieringsrelatie met de SBA verwachten UNL en de VH vooralsnog
niet dat dit bericht impact zal hebben op de voortgang van onderzoek en wetenschap
bij de universiteiten en hogescholen die op de lijst vermeld staan.
Vraag 9
Bent u bereid om maatregelen te treffen om de schade voor Nederlandse instellingen
zo veel als mogelijk te beperken en zijn er eventuele alternatieve samenwerkingsroutes
mogelijk? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Zoals hiervoor aangegeven, verwacht ik geen schade voor Nederlandse instellingen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.