Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden De Hoop en Patijn over het FNV-rapport “De problemen op Schiphol”
Vragen van de leden De Hoop en Patijn (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het rapport de problemen op Schiphol (ingezonden 4 september 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 16 oktober 2025). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 138.
Vraag 1
Kent u het rapport «De problemen op Schiphol – Hoe zijn ze ontstaan en waarom zijn
ze nog niet opgelost», dat de FNV onlangs publiceerde?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het rapport van de FNV met de titel «De problemen op Schiphol».
Vraag 2
Kunt u samenvatten wat er post-corona concreet en merkbaar is verbeterd aan de arbeidsomstandigheden
van werknemers op Schiphol en in hoeverre daarmee is voldaan aan de gemaakte afspraken?
Antwoord 2
Het is de verantwoordelijkheid van Schiphol en werkgevers op Schiphol om hun werknemers
te beschermen tegen ongezonde en onveilige arbeidsomstandigheden. De Arbeidsinspectie
heeft eisen gesteld aan Schiphol en werkgevers op Schiphol. Schiphol en werkgevers
op Schiphol zijn bezig met het doorvoeren van maatregelen naar aanleiding van deze
eisen. Deze maatregelen zijn gericht op het beperken en uiteindelijk het voorkomen
van fysieke belasting en op het minimaliseren van de blootstelling aan gevaarlijke
stoffen. De Arbeidsinspectie blijft de voortgang monitoren. Voor de andere elementen
van gezond en veilig werken in het rapport van FNV verwijs ik naar het antwoord op
vraag 5.
Daarnaast meldt Schiphol het volgende:
• Blootstelling gevaarlijke stoffen (vliegtuigmotoruitstoot): Schiphol voert de deelbesluiten
van de Arbeidsinspectie uit die gericht zijn op het verminderen van blootstelling
aan dieselmotor- en ultrafijnstof.
• Aankomst- en vertrekprocedures: Er is een Plan van Aanpak opgesteld dat stapsgewijs
wordt uitgevoerd, telkens na veiligheidsbeoordeling. Daarnaast zijn vier elektrische
taxibots aangeschaft en in voorbereiding voor reguliere inzet. Deze maatregelen zorgen
voor minder stationair draaiende motoren en dus minder uitstoot en geluidsbelasting
voor medewerkers.
• Persoonlijke bescherming: Voor situaties waar bron- en procesmaatregelen nog niet
volledig effect hebben, geldt een dringend advies voor het dragen van adembescherming
door medewerkers airside.
• Voorzieningen en rustruimten: Rust- en sanitaire ruimten worden vernieuwd. In totaal
zijn er circa 240 ruimten gepland; medio 2025 was ongeveer de helft daarvan gerealiseerd.
Samen met de Minister van IenW neem ik deel aan reguliere overleggen tussen het Rijk,
Schiphol en de FNV. Daarin zal ik vanuit mijn rol nadrukkelijk aandacht blijven vragen
voor gezonde en veilige werkomstandigheden.
Vraag 3
Kunt u aangeven wat er volgens u nog allemaal moet gebeuren en per wanneer aan alle
afspraken is voldaan? Kunt u aangeven aan welke afspraken niet is voldaan en hoe dat
komt?
Antwoord 3
Het is de verantwoordelijkheid van Schiphol en de werkgevers op Schiphol (zoals bagageafhandelaars)
om te zorgen voor gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Ik ga er dan ook vanuit
dat zij zorgdragen voor een gezonde en veilige werkomgeving. Zoals hiervoor is aangegeven,
heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie eisen gesteld aan Schiphol en werkgevers op
Schiphol met betrekking tot een gezonde en veilige werkomgeving. Schiphol en werkgevers
op Schiphol zijn bezig met het doorvoeren van maatregelen naar aanleiding van deze
eisen. De Arbeidsinspectie blijft de voortgang hiervan monitoren.
Vraag 4
Kunt u ingaan op de klachten, zoals samengebracht in dit rapport, en wie volgens u
hiervoor verantwoordelijk is? Wilt u hierbij ook de ketenverantwoordelijkheid betrekken?
Antwoord 4
In het rapport worden klachten genoemd die gaan over blootstelling aan fysieke belasting,
blootstelling aan ultrafijnstof, voorzieningen, werkdruk, sociale veiligheid en meldcultuur.
Schiphol en de andere werkgevers op Schiphol zijn verantwoordelijk voor gezonde en
veilige arbeidsomstandigheden. Het is aan Schiphol om verder inhoudelijk te reageren
op het rapport van de FNV en om hierover het gesprek aan te gaan met de werknemers
en de FNV. Schiphol heeft daarnaast een rol als eigenaar van de luchthaven. Vanuit
die rol kan Schiphol als opdrachtgever eisen stellen in aanbestedingen en zo goede
arbeidsomstandigheden bevorderen.
Vraag 5
Kunt u ingaan op de eisen en aanbevelingen in het rapport en wie volgens u de eerst
aangewezenen zijn om deze om te zetten en wie volgens u de eerst aangewezenen zijn
om te handhaven?
Antwoord 5
Er staan verschillende aanbevelingen in het rapport. Werkgevers gaan zelf over deze
onderwerpen, zo ook Schiphol. Hieronder licht ik dit nader toe en geef ik aan hoe
het kabinet in het algemeen over deze onderwerpen denkt.
• Flexwerk uitbannen:
Het is aan werkgevers om de juiste balans te vinden in de mate van flexibele en vaste
contracten. Het kabinet werkt aan het arbeidsmarktpakket. Het kabinet zet erop in
dat mensen in flexibele contracten meer zekerheid krijgen over hun inkomen en hun
rooster en dat schijnzelfstandigheid wordt teruggedrongen. Het wetsvoorstel «Meer
zekerheid flexwerkers» bevat maatregelen die de inkomens- en roosterzekerheid voor
uitzendkrachten, oproepkrachten en tijdelijke contracten verbetert. Tegelijkertijd
hebben werkgevers hier natuurlijk ook zelf een belangrijke rol om hun personeel juist
te behandelen. Niet voor niets hebben ook sociale partners in het SER middellangetermijnadvies
het uitgangspunt onderschreven dat bij structureel werk een vast contract hoort.
• Toereikend loon betalen:
Het is aan sociale partners om over arbeidsvoorwaarden, waaronder het loon, te onderhandelen
en cao’s af te sluiten. Cao-onderhandelingen zijn een zaak tussen werkgevers en werknemers.
Cao-partijen weten het beste wat er speelt in de desbetreffende sector. Zij zijn op
de hoogte van de financiële ruimte die er is en weten welke arbeidsvoorwaarden van
belang zijn. Naast de sociale partners heeft ook de overheid een rol. Bijvoorbeeld
in het vaststellen van het wettelijk minimumloon. Het kabinet beoordeelt de huidige
hoogte van het minimumloon als toereikend.
• Minimum bezettingsnormen hanteren om de werkdruk beheersbaar te maken:
Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om de werkdruk beheersbaar te maken.
De werkdruk mag niet tot gevolg hebben dat werkenden ziek worden.
• Taal- en opleidingseisen hanteren:
De Arbowet schrijft voor dat werkenden voorlichting moeten krijgen over het werk,
de risico’s en veiligheidsmaatregelen, in een voor hen begrijpelijke taal2. Wanneer de wet hierover niets voorschrijft, is het zorgen voor passende opleidingseisen
een verantwoordelijkheid van de werkgever.
• Gezonde werkroosters invoeren:
Gezonde werkroosters zijn de verantwoordelijkheid van de werkgever. Hierover kunnen
afspraken worden gemaakt met sociale partners in de CAO. Wettelijke kaders voor werk-
en rusttijden zijn vastgelegd in de Arbeidstijdenwet.
• Personeelsverloop omlaag brengen:
Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om te zorgen voor gezonde en veilige
arbeidsomstandigheden. Als er een hoger personeelsverloop is door de mate van gezondheid
en veiligheid van het werk, is het aan de werkgever om maatregelen te treffen.
• Bepalen dat bedrijven alleen werkzaam mogen zijn op de luchthaven als zij op basis
van een recent, openbaar en onafhankelijk onderzoek kunnen aantonen dat de veiligheids-
en securitycultuur op orde is.
Schiphol is de aangewezen partij om in te gaan op eisen waar bedrijven aan moeten
voldoen om op de luchthaven te mogen werken.
De handhaving van de arbeidswetgeving, waaronder de Arbeidsomstandighedenwet, is een
taak van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Zij is een onafhankelijke toezichthouder
en houdt risicogericht toezicht.
Vraag 6
Bent u bereid een jaarlijkse rapportage te eisen over het aantal veiligheidsvoorvallen,
de werkdruk, het personeelsverloop en de veiligheids-, security- en meldingscultuur
in de grondafhandeling en in de luchthavenbeveiliging en hierover te rapporteren?
Antwoord 6
Ik neem samen met de Minister van IenW deel aan reguliere overleggen tussen het Rijk,
Schiphol en de FNV. Daarin zal ik vanuit mijn rol nadrukkelijk aandacht blijven vragen
voor gezonde en veilige werkomstandigheden. Schiphol en sociale partners hebben afgesproken
periodiek onderzoek te laten doen naar werkdruk, sociale veiligheid en de veiligheidscultuur3.
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat laat weten dat het met betrekking
tot de veiligheidscultuur belangrijk is dat er een meldingsbereidheid onder het personeel
van de grondafhandeling en security wordt gestimuleerd. Incidenten bij grondafhandeling
kunnen directe gevolgen hebben voor de veilige vliegoperatie. Het toezicht op de vliegveiligheid
wordt uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)-Luchtvaartautoriteit
en meldingen gerelateerd aan de vliegveiligheid kunnen gedaan worden bij het Analysebureau
Luchtvaartvoorvallen (ABL). De ILT-Luchtvaartautoriteit publiceert jaarlijks een Staat
van de Luchtvaart waarin de belangrijkste trends en ontwikkelingen worden geduid;
grondafhandeling maakt hier regelmatig onderdeel van uit. Meldingen over arbeidsomstandigheden
kunnen gedaan worden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Vraag 7
Bent u bereid Schiphol te verplichten om maatregelen te nemen voor een lager personeelsverloop
en een lagere werkdruk, onder meer door het betalen van een leefbaar loon, het vast
in dienst nemen van werkers, en het voldoen aan een verantwoorde minimale bezettingsnorm?
Antwoord 7
Als Staatssecretaris kan ik geen verplichtingen of maatregelen opleggen aan specifieke
bedrijven, zoals u in uw vraag bedoelt. Het kabinet zet erop in dat mensen in flexibele
contracten meer zekerheid krijgen over hun inkomen, hun rooster en dat schijnzelfstandigheid
wordt teruggedrongen. Zie daartoe mijn antwoord bij vraag 5. Het is aan Schiphol en
de werkgevers op Schiphol om invulling te geven aan de verhouding tussen flexibel
en vast werk.
Vraag 8
Kunt u bij vraag 5 ten minste de punten op pagina 44 betrekken en deze punten los
aflopen?
Antwoord 8
Ik heb de punten op pagina 44 van het rapport specifiek behandeld bij het antwoord
op vraag 5.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.