Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Lee over concurrentievervalsing van de Big Four
Vragen van het lid Van der Lee (GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Financiën en van Economische Zaken over concurrentievervalsing van de Big Four (ingezonden 15 januari 2025).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën), mede namens de Minister van Economische
Zaken (ontvangen 20 februari 2025).
Vraag 1
Heeft u kennis genomen van de reactie van de EC op de klacht van de Orde van Register
Adviseurs Nederland (OvRAN) over de concurrentievervalsing van deBig Four,en het verzoek om over te gaan tot actie?1, 2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat de Big Four zich niet aan de voorschriften van de NBA houden?
Antwoord 2
Accountantsorganisaties, waaronder de vier grootste accountantsorganjsaties die organisaties
van openbaar belang mogen controleren, ook wel bekend als de «big four», moeten zich
aan de voorschriften van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) houden.
De klacht die bij de Europese Commissie is ingediend, gaat over vermeende concurrentievervalsing
door de Big Four. Toezichthouder ACM vond geen aanwijzingen voor verboden concurrentiebeperkende
gedragingen door de Big Four.
Vraag 3
Hoe beïnvloedt dit volgens u het economische speelveld in de accountancy?
Antwoord 3
De mededingingsregels dragen bij aan een gelijk speelveld voor alle accountantsorganisaties.
Voor het overtreden daarvan heeft de ACM geen aanwijzingen gevonden. Overigens zie
ik wel dat de vier grootste accountantsorganisaties gezamenlijk een aanzienlijk marktaandeel
en economische machtspositie hebben op de markt voor accountancy in Nederland. Een
gezamenlijke economische machtspositie is echter niet verboden. Dit zou pas het geval
zijn als deze ondernemingen misbruik zouden maken van die economische machtspositie.
Hier zijn op dit moment geen aanwijzingen voor. Zie verder het antwoord op vraag 5.
Vraag 4
Bent u het met ons eens dat een gelijk speelveld voor alle participerende bedrijven
van groot belang is voor een goed werkende markt?
Antwoord 4
Ja.
Vraag 5
De Europese Commissie erkent in haar brief de door de OvRAN aangekaarte problematiek
en stelt dat het een Nederlandse aangelegenheid is om dit op te lossen. Welke stappen
gaat u nemen om de concurrentie in de Nederlandse accountancysector zo snel mogelijk
weer eerlijk te maken?
Antwoord 5
In haar brief schrijft de Europese Commissie dat de inhoud van de klacht een Nederlandse
aangelegenheid betreft en dat de Nederlandse autoriteiten goed in staat zijn te beoordelen
of hier sprake is van een mogelijke inbreuk op de Europeesrechtelijke mededingingsregels.
De betrokken Nederlandse bestuurlijke en rechterlijke instanties hebben zich recent
uitgesproken over de vraag of er voldoende aanknopingspunten zijn om een onderzoek
naar een inbreuk op de artikelen 101 en 102 van het EU-Werkingsverdrag te starten.
De OvRAN had bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een handhavingsverzoek ingediend
tegen de NBA en de «big four» wegens overtreding van de Mededingingswet. De ACM heeft
het verzoek afgewezen, omdat uit eigen onderzoek geen aanwijzingen naar voren kwamen
van (verboden) concurrentiebeperkende gedragingen door deze accountantsorganisaties.
De rechtbank en het College van Beroep voor het bedrijfsleven hebben het (hoger) beroep
van de OvRAN tegen dit besluit van de ACM ongegrond verklaard. 3 Ik zie daarom geen reden om verdere actie te ondernemen.
Vraag 6
Wanneer bent u van plan het verzoek te vervullen van de vaste Kamercommissie voor
Financiën om de beantwoording van de Wijzigingswet accountancysector zo snel mogelijk
naar de Kamer te sturen?4
Antwoord 6
Aan de nota naar aanleiding van het verslag wordt momenteel de laatste hand gelegd.
Ik verwacht deze binnen afzienbare tijd aan de Tweede Kamer te kunnen toesturen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën -
Mede namens
D.S. Beljaarts, minister van Economische Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.