Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Synhaeve, Mohandis, Van Kent, Ceder en Koekkoek over de uitspraak van het gerechtshof Den Haag dat de Nederlandse Staat en twee drinkwaterbedrijven onrechtmatig handelen door niet al het redelijkerwijs mogelijke te doen om te voorkomen dat minderjarige kinderen in een situatie terechtkomen waarin zij niet voldoende toegang hebben tot drinkwater
Vragen van de leden Synhaeve (D66), Mohandis (GroenLinks-PvdA), Van Kent (SP), Ceder (ChristenUnie) en Koekkoek (Volt) aan de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en voor Armoede, Participatie en Pensioenen over de uitspraak van het gerechtshof Den Haag dat de Nederlandse Staat en twee drinkwaterbedrijven onrechtmatig handelen door niet al het redelijkerwijs mogelijke te doen om te voorkomen dat minderjarige kinderen in een situatie terechtkomen waarin zij niet voldoende toegang hebben tot drinkwater (ingezonden 20 maart 2024).
Antwoord van Minister Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 12 april 2024).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de rechter dat de Nederlandse Staat en
twee drinkwaterbedrijven onrechtmatig handelen door niet al het redelijkerwijs mogelijke
te doen om te voorkomen dat minderjarige kinderen in een situatie terechtkomen waarin
zij niet voldoende toegang hebben tot drinkwater?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op de uitspraak van de rechter?
Antwoord 2
Het arrest vraagt om actie op twee gebieden.
Allereerst is het zaak dat gevolg wordt gegeven aan de rechterlijke bevelen aan de
Staat en de gedaagde drinkwaterbedrijven om de door de rechter vastgestelde onrechtmatige
situatie op te heffen. Dat betekent dat ten aanzien van huishoudens met kinderen bestaande
afsluitingen wegens wanbetaling moeten worden opgeheven en nieuwe afsluitingen moeten
worden voorkomen, dan wel dat in gevallen van afsluiting in elk geval hoeveelheden
water moeten worden verstrekt die beantwoorden aan de richtlijnen van de Wereldgezondheids-organisatie
(WHO) zoals die in het arrest worden aangehaald. Gelet op de aard en strekking van
de rechterlijke bevelen hebben deze ook gevolgen voor de drinkwaterbedrijven die niet
in de rechtszaak partij waren.
Ten tweede zal met belanghebbenden, waaronder de drinkwaterbedrijven, maar ook met
VNG, de brancheorganisatie voor schuldhulpverlening NVVK, het Ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en andere stakeholders, op basis van de lijnen in het
arrest moeten worden bezien op welke wijze de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers
van drinkwater het beste kan worden aangepast. Daarvoor wordt ook ingezet op overleg
met Defence for Children en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten.
Vraag 3
Welke maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat huishoudens met kinderen
per direct niet meer worden afgesloten van water?
Antwoord 3
De drinkwaterbedrijven Dunea en PWN (medegedaagden in de gerechtelijke procedure)
hebben toegezegd huishoudens per direct niet meer af te sluiten wegens wanbetaling,
totdat de incassotrajecten zijn aangepast op de uitspraak van het gerechtshof.
Het is wenselijk dat de overige drinkwaterbedrijven dit beleid volgen. Zij hebben
hiertoe een brief ontvangen.
Vraag 4
Hoe gaat u ervoor zorgen dat huishoudens met kinderen die nu afgesloten zijn weer
worden aangesloten?
Antwoord 4
De drinkwaterbedrijven Dunea en PWN hebben toegezegd alle particuliere adressen langs
te gaan die wegens wanbetaling zijn afgesloten:
• Indien het adres bewoond is, de bewoner is thuis én de bewoner positief antwoordt
op de vraag of er minderjarige kinderen inwonend zijn, dan wordt het adres weer aangesloten.
• Indien het adres bewoond is en de bewoner is niet thuis, dan wordt er een schriftelijk
bericht (bijv. brief of kaartje) achtergelaten met de vraag om per direct contact
op te nemen met het drinkwaterbedrijf. Er wordt geen heraansluiting gemaakt op een
adres als een bewoner niet thuis is. Het is immers mogelijk dat er kranen open staan,
hetgeen tot lekkages en/of overlast zou kunnen leiden indien de drinkwaterlevering
weer wordt hervat.
Het is wenselijk dat de overige drinkwaterbedrijven dit beleid volgen. Zij zullen
hiertoe een brief ontvangen.
Vraag 5
Hoe gaat u ervoor zorgen dat het belang van het kind als eerste overweging wordt meegenomen
en inzichtelijk wordt gemaakt bij nieuw beleid?
Antwoord 5
Zie antwoord op vraag 2.
Vraag 6
Hoe gaat u ervoor zorgen dat drinkwaterbedrijven zo snel als mogelijk inzichtelijk
hebben of er kinderen op een adres wonen?
Antwoord 6
In beginsel is het niet nodig dat drinkwaterbedrijven van alle aansluitingen weten
of er minderjarige kinderen woonachtig zijn. Alleen in geval van dreigende afsluiting
wegens wanbetaling is dit inzicht nodig. Voor de adressen die op dit moment zijn afgesloten
wordt verwezen naar het antwoord op vraag 4.
Voor de langere termijn moet een wijze worden gevonden waarmee met grote zekerheid
kan worden vastgesteld of er kinderen woonachtig zijn op een adres. In overleg met
de VNG, de Nederlandse koepelorganisatie voor schuldhulpverlening NVVK en de drinkwaterbedrijven
wordt bezien wat de mogelijkheden zijn en hoe we dit het beste kunnen vormgeven.
Vraag 7
Gaat u in lijn met de met een brede Kamermeerderheid aangenomen motie Kat2 en in lijn met de uitspraak van de rechter een drinkwaterfonds oprichten? Zo ja,
op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het kabinet onderschrijft het belang van de toegang tot basisvoorzieningen voor huishoudens
met kinderen. Met het oog op dit belang is door de Minister voor Armoedebeleid, Participatie
en Pensioenen de toezegging gedaan om te bezien welke mogelijkheden er zijn om kinderen
beter te beschermen tegen de afsluiting van drinkwater. Er loopt nu een onderzoek
naar de instrumenten die ingezet kunnen worden om kinderen beter te beschermen. Ook
wordt in dit onderzoek gekeken naar de mogelijkheid om een drinkwaterfonds op te richten.
Dit onderzoek bevindt zich in de eindfase en zal voor de zomer aan de Kamer worden
toegestuurd, voorzien van een kabinetsreactie.
Vraag 8
Gaat u de richtlijnen voor het afsluiten van water bij huishoudens aanpassen, in aanloop
van de uitvoering van motie Kat, in lijn met de uitspraak en de met een brede Kamermeerderheid
aangenomen motie Synhaeve cs.?3 Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
De motie Synhaeve verzoekt de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater
aan te passen zodat deze minstens gelijkgetrokken wordt met Regeling afsluitbeleid
voor kleinverbruikers van elektriciteit en gas. De laatst genoemde regeling is per
1 april 2023 aangepast. In de regeling afsluitbeleid voor energie zijn twee mogelijkheden
opgenomen tot het uitwisselen van signalen van energieleverancier naar gemeente ten
behoeve van schuldhulpverlening. Zo wordt er een vroegsignaal gestuurd na twee gemiste
termijnbedragen of wanneer de betalingsachterstand aanmerkelijk hoger is geworden
en is er een eindeleveringssignaal op het moment dat de leverancier overgaat tot ontbinding
van het contract. De gemeente krijgt na dit laatste signaal nog vier weken de tijd
om tot een hulpaanbod te komen alvorens de leverancier het contract opzegt en de netbeheerder
tot afsluiting over dient te gaan. Door het sturen van twee signalen op verschillende
momenten in het proces, kunnen gemeenten beter in positie worden gebracht om huishoudens
met geldzorgen te ondersteunen.
Als vaste lastenpartner werken drinkwaterbedrijven nu reeds veelal samen met instanties
ten behoeve van schuldhulpverlening om te voorkomen dat burgers in problematische
schulden terecht komen.
Het ministerie zal onderzoeken welke onderdelen van de Regeling afsluitbeleid voor
kleinverbruikers van elektriciteit en gas kunnen worden overgenomen in de Regeling
afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater. Zoals aangegeven in het antwoord
op vraag 2 kan het arrest van het Hof aanleiding zijn om in overleg met alle betrokkenen
de regeling verder aan te passen.
Vraag 9
Gaat u in lijn met motie Synhaeve cs.4 schuldhulpverlening voor deze huishoudens laagdrempeliger aanbieden? Zo ja, op welke
manier en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
De motie verzocht de regering tevens om te bezien of het aanbieden van schuldhulpverlening
voor deze huishoudens laagdrempeliger kan worden aangeboden, bijvoorbeeld door de
inzet van maatschappelijk organisaties en sociale wijkteams. De Minister voor Armoedebeleid,
Participatie en Pensioenen heeft u over dit deel van de motie al geïnformeerd op 28 maart
2024.5
Vraag 10
In hoeverre neemt u de uitspraak mee in het beleid van het afsluiten van huishoudens
zonder kinderen van water, ondanks dat de uitspraak zich richt op kinderen? In hoeverre
is het volledig afsluiten van water van ieder persoon in uw ogen in strijd met een
waardig bestaansminimum?
Antwoord 10
Dit wordt meegenomen in de herbezinning op de regeling naar aanleiding van het arrest
zoals aangegeven in vraag 2.
Vraag 11
Bent u bereid om in gesprek te gaan met de mensenrechtenorganisaties die de zaak hebben
aangespannen (het Nederlands Juristen Comite voor de Mensenrechten (NJCM) en Defence
for Children), maar ook andere relevante organisaties zoals de drinkwaterbedrijven
over vervolgstappen?
Antwoord 11
Ja. Zie ook het antwoord op vraag 2.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.G.J. Harbers, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.