Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over enkele rapporten en handhavingsresultaten over tabaksontmoediging (Kamerstuk 32011-101)
32 011 Tabaksbeleid
Nr. 105
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 14 september 2023
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aantal vragen
en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport over de brief van 13 april 2023 over enkele rapporten en handhavingsresultaten
over tabaksontmoediging (Kamerstuk 32 011, nr. 101).
De vragen en opmerkingen zijn op 14 juni 2023 aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 14 september 2023 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Smals
Adjunct-griffier van de commissie, Heller
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
2
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
3
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
4
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie
5
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie
6
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
7
Vragen en opmerkingen van het lid van de BBB-fractie
7
II.
Reactie van de Staatssecretaris
8
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de rapporten en handhavingsresultaten
over tabaksontmoediging en hebben daarover nog enkele vragen.
Onderzoek gebruik en kopen van sus en vape producten door jongeren
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Staatssecretaris uitvoering geeft aan de
motie van de leden Mohandis en Bikker1 door de controle op de leeftijdsgrens voor vapes te intensiveren door middel van
het inzetten van testkopers. Echter, de illegale verkoop van vapes aan minderjarigen
wordt met deze inzet niet geraakt. Mede met het oog op het smaakjesverbod vragen de
leden van de VVD-fractie de Staatssecretaris hoe hij van plan is de illegale verkoop
van vapes, bijvoorbeeld via sociale media, terug te dringen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de rapporten en
handhavingsresultaten over tabaksontmoediging. Zij hebben daarbij nog enkele vragen.
Genoemde leden lezen in het onderzoek naar het gebruik en kopen van snus en vape producten
dat minderjarigen snus en vape producten met name via vrienden of via sociale media
kopen. De leden van de D66-fractie achten het van groot belang dat minderjarigen niet
(starten met) roken of tabaksproducten gebruiken. Zij maken zich dan ook zorgen over
het resultaat dat dergelijke producten te koop zijn voor minderjarigen via sociale
media. Kan de Staatssecretaris verder uitweiden over zijn plan van aanpak om dit tegen
te gaan? Welke mogelijkheden ziet hij, anders dan campagnes? De Nederlandse Voedsel-
en Warenautoriteit (NVWA) is gevraagd om controle op de leeftijdsgrens voor vapes
te intensiveren. Hebben zij voldoende zicht op wat er op sociale media gebeurt? Hebben
zij hier voldoende capaciteit voor? Tevens zijn deze leden in dit kader benieuwd naar
de voortgang van motie van de leden Van der Laan en Ceder die de regering verzoekt
te onderzoeken welke stappen er gezet moeten worden om ook de e-sigaret zelf een uniform
en neutraal uiterlijk te geven2. Wat is de huidige stand van zaken en de planning voor de uitvoering hiervan?
De leden van de D66-fractie zijn voorstander van het neutraal maken van het uiterlijk
van sigaretten, evenals die van e-sigaretten. In dit kader vragen genoemde leden de
Staatssecretaris hoe hij kijkt naar het niet meer vermelden van de merknaam en merkvariant
op de sigaret zelf.
De leden van de D66-fractie lezen dat de Staatssecretaris voornemens is om nicotinezakjes
in zijn geheel te verbieden. Wanneer verwacht hij dat dit verbod in werking kan treden?
Wat is de status van het wettelijke proces?
In de brief lezen de leden van de D66-fractie dat de Staatssecretaris de aanbevelingen
van het RIVM inzake de overweging om «zeer lage, niet verslavende nicotinegehaltes
voor sigaretten te verplichten» goed kan volgen, maar het op dit moment juridisch
niet mogelijk is dit op nationaal niveau aan te passen. Kan de Staatssecretaris aangeven
welke bepalingen in de Europese Tabaksproductenrichtlijn (TPD) daar precies aan in
de weg staan?
Voorts stelt de Staatssecretaris in zijn brief dat het de verwachting is dat de Europese
Commissie (EC) in 2024 met een voorstel voor herziening van de TPD komt. Kan de Staatssecretaris
aangeven of deze verwachting nog steeds geldt? Is er al meer bekend over de tijdlijn,
bijvoorbeeld wanneer de Nederlandse reactie op de herziening dient te worden ingediend?
Kan de Staatssecretaris meer specifiek ingaan op deze tijdlijn en de Kamer, bij wijziging
van de verwachting dan wel de tijdlijn, hier tijdig over informeren?
In de Kamerbrief lezen de leden van de D66-fractie eveneens dat de Staatssecretaris
het rapport en de aanbevelingen van het RIVM mee zal nemen bij de Nederlandse reactie
op de herziening. Geeft de Staatssecretaris daarmee aan dat de Nederlandse inzet bij
de herziening van de TPD zal zijn om het mogelijk te maken om zeer lage, niet verslavende
nicotinegehaltes voor sigaretten te verplichten? Kan de Staatssecretaris dit bevestigen,
zo vragen de leden van de D66-fractie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris.
Genoemde leden hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de PVV-fractie willen graag van de Staatssecretaris weten wat de consequenties
zijn van het verbod van de stoffen die op de advieslijst met additieven staan, voor
zowel de normale sigaret als de (liquids van de) e-sigaret.
De leden van de PVV-fractie willen verder graag weten welke wijzigingen in uiterlijk
en samenstelling van sigaretten de Staatssecretaris overweegt om het roken minder
aantrekkelijk en verslavend te maken. Kan hij deze vraag beantwoorden met een ja of
nee: wil hij de filter afschaffen? Wil hij de kleur en het patroon van sigarettenpapier
vervangen door een donkere kleur? Wil hij op elke sigaret een afzonderlijke waarschuwing?
Wil hij het nicotinegehalte in sigaretten verlagen? Wil hij suikers en smaakstoffen
in sigaretten verbieden? Welke van deze opties om sigaretten minder aantrekkelijk
en verslavend te maken voor jongeren zijn bewezen effectief en waaruit blijkt dit?
De Staatssecretaris geeft aan dat hij met de recente campagne van Artsen Slaan over
vapes uitvoering heeft gegeven aan de motie van het lid Maeijer (Kamerstuk 32 793, nr. 665). De leden van de PVV-fractie willen graag weten welke plannen de Staatssecretaris
nog meer heeft op het gebied van gerichte voorlichting aan jongeren over vapes en
sigaretten. Jongeren kopen snus en vapes voornamelijk via Snapchat en Instagram. Waarom
vindt de voorlichting niet via die kanalen plaats?
De Staatssecretaris geeft aan steam stones te willen reguleren. De leden van de PVV-fractie
willen van hem graag weten op welke manier.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de bij dit schriftelijk overleg
betrokken (onderzoeks-)rapporten op het gebied van tabaksproducten, e-sigaretten en
snus. Deze leden hebben hier enkele vragen bij.
Factsheet NVWA over de inspectieresultaten van nicotinezakjes
De leden van de CDA-fractie vragen de Staatssecretaris op welke termijn er uitvoering
gegeven gaat worden aan de aangenomen motie van het lid Kuik c.s. over het nicotinezakjes
zonder tabak onder de Tabaks- en rookwarenwet brengen3.
Deze leden lezen dat het kabinet hier via de ministerraad reeds mee akkoord is gegaan4 en zij vragen de Staatssecretaris wanneer de betreffende wetgeving naar de Kamer
gestuurd wordt en wanneer het totaalverbod in kan gaan.
Factsheet gestandaardiseerde sigaret
De verwachting is dat de EC in 2024 met een voorstel voor herziening van de TPD komt.
De leden van de CDA-fractie zijn er voorstander van om het aanpassen van het nicotinegehalte
in sigaretten daarin mee te nemen. Kan de Staatssecretaris het proces voor de herziening
van de TPD nader schetsen, inclusief momenten dat hierop vanuit Nederland invloed
op uitgeoefend kan worden?
Het experiment van Verslavingszorg Noord-Nederland naar de behandeling in de verslavingszorg
van rokers die moeilijk kunnen stoppen, is nu anderhalf jaar bezig en heeft voornamelijk
in het teken gestaan van het opdoen van ervaring. De Staatssecretaris schrijft in
zijn brief dat het streven is om op 1 april 2023 te starten met het feitelijke onderzoek
naar de effectiviteit en kosten van een geprotocolleerde groepsbehandeling van zwaar
verslaafde rokers in de verslavingszorg. De leden van de CDA-fractie vragen of het
feitelijke onderzoek inderdaad volgens planning is gestart en of de Kamer over de
resultaten nog dit jaar geïnformeerd zal worden.
Toezegging stoppen met roken campagne
In het plenaire debat over het Nationaal Preventieakkoord in 2019 (Handelingen II
2018/19, nr. 103, item 9) heeft toenmalig Staatssecretaris Blokhuis toegezegd om bij de uitwerking van de
campagne over stoppen met roken te overwegen het roken in de auto in het bijzijn van
kinderen mee te nemen. De huidige Staatssecretaris geeft in zijn brief aan dat bij
de campagne is gekozen voor een focus op de risico’s van derdehands rook, en dat het
roken in de auto hier niet in kon worden meegenomen. De toezegging van de voormalig
Staatssecretaris zou daarmee volgens de huidige Staatssecretaris zijn afgedaan. De
leden van de CDA-fractie hebben hier echter wel nog enkele vragen over. Klopt het
dat een op de zeven Europese jongeren wekelijks in een rokerige auto zit en deelt
de Staatssecretaris het met deze leden dat dit vanwege de kleine ruimte zeer schadelijk
is. In veel landen, waaronder Engeland, België en Frankrijk, is roken in auto’s waarin
kinderen zitten helemaal niet meer toegestaan. Een groep artsen en wetenschappers
vindt dat Nederland moet volgen. Zij zijn daarom vorig jaar de actie #RijRookvrij
gestart.5 Uit onderzoek blijkt dat de maatregel effectief is om kinderen te beschermen tegen
meeroken in de auto. Daarnaast is het draagvlak voor de maatregel heel hoog: negen
op de tien Nederlanders vinden dat auto’s waarin kinderen zitten geheel rookvrij zouden
moeten zijn. In december heeft de Staatssecretaris aangekondigd dat hij plekken waar
kinderen vaak komen, zoals sportterreinen, wettelijk rookvrij gaat maken. Den leden
van de CDA-fractie vragen daarom of de Staatssecretaris kan aangeven of hij auto’s
waarin kinderen zitten hierin meeneemt. Waarom wel, of waarom niet?
Overig
De leden van de CDA-fractie vragen tenslotte hoe de Staatssecretaris de uitvoering
heeft opgepakt van de aangenomen motie van de leden Kuik en Van Esch over een vergunningplicht
voor verkooppunten van tabak waarbij de gemeente een maximumaantal verkooppunten per
wijk kan hanteren6.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie
De leden van de PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de rapporten en
handhavingsresultaten over tabaksontmoediging. Dit roept bij hen enkele vragen op.
De leden van de PvdA-fractie maken zich grote zorgen over de verkoop aan en het gebruik
van snus en vape producten door jongeren. De resultaten van de steekproeven van de
NVWA zijn niet bemoedigend. Deze leden zijn benieuwd wat de intensivering van controle
op de leeftijdsgrens voor vapes betekent. Kan de Staatssecretaris toelichten hoeveel
controles er nu jaarlijks worden uitgevoerd door de NVWA en hoeveel meer controles
er worden uitgevoerd door de intensivering? Zullen hier extra fte voor worden vrij
gemaakt? En zo ja, hoeveel? Ziet de Staatssecretaris ook ruimte om strengere consequenties
te verbinden aan de verkoop van vapes, sigaretten et cetera aan minderjarigen?
De leden van de PvdA-fractie steunen het voorstel om nicotinezakjes in zijn geheel
te verbieden. Heeft de Staatssecretaris zicht op het effect van het gebruik van nicotinezakjes
door jongeren op hun latere rookgedrag? Zo ja, wil hij dit met ons delen? Zo nee,
wil hij dit gaan onderzoeken?
De leden van de PvdA-fractie zijn enthousiast over de genoemde beleidsopties van het
RIVM over producteisen. Deze leden willen graag dat maatregelen die ook op nationaal
niveau ingevoerd kunnen worden voorspoedig worden opgepakt. Begrijpen deze leden het
goed dat de Staatssecretaris dit pas wil oppakken nadat de EC met een voorstel voor
de herziening van de TPD is gekomen? Waarom ziet de Staatssecretaris geen ruimte om
eerder met de maatregelen die zich richten op het uiterlijk van de sigaret aan de
gang te gaan, zo vragen deze leden. Is het verstandig om de timing van maatregelen
af te laten hangen van de EC? Zij vragen of de Staatssecretaris zich in Europese context
inspant om het aanpassen van nicotinegehaltes in de herziening van de TPD te laten
landen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie
De leden van de GroenLinks-fractie hebben de brief van de Staatssecretaris met interesse
gelezen. Deze leden zijn te spreken over de doelen die de Staatssecretaris treft om
tabaksgebruik te verminderen. Daarvoor is het uitgevoerde onderzoek naar de samenstelling
van tabaksproducten belangrijk, maar de voorgenomen maatregelen voor een rookvrij
generatie ook. De leden van de GroenLinks-fractie hebben wel enkele vragen over met
betrekking tot de brief en het tabaksbeleid van de regering.
De leden van de GroenLinks-fractie hebben kennisgenomen van de rechtszaak en het daaropvolgende
hoger beroep inzake de zogenoemde «sjoemelsigaret»7. Al jaren is bekend dat de gebruikte ISO-tests ertoe leiden dat de daadwerkelijk
hoeveelheid schadelijke stoffen in tabak veel hoger ligt dan de testresultaten aangeven
en daardoor de normen structureel worden overschreden. Ook het Europese Hof heeft
eerder geconcludeerd dat sigaretten die in ISO-tests aan wettelijke normen voldoen,
alsnog de richtlijnen kunnen overschrijden. Waarom kiest de Staatssecretaris er tot
op heden voor om de ISO-meetmethode te hanteren, terwijl bijvoorbeeld ook de – veel
betrouwbaardere – Canadian Intense (CI) methode beschikbaar is8? Erkent de Staatssecretaris dat tabaksfabrikanten daarmee in de gelegenheid worden
gesteld om de normen voor verslavende en schadelijke stoffen in tabak te overschrijden
en dat daardoor de volksgezondheid geschaad wordt? Is de Staatssecretaris voornemens
om het gebruik van ISO-tests te verbieden en erop toe te zien dat wettelijke normen
daadwerkelijk worden gehandhaafd? Gaat de Staatssecretaris tabaksproducten verbieden
die in werkelijkheid niet voldoen aan de wettelijke normen, ook als dat betekent dat
tabaksfabrikanten schadeclaims indienen?
De leden van de GroenLinks-fractie constateren dat de tabakslobby nog steeds actief
is in de Nederlandse politiek. Ook al is niet bekend wat de precieze effecten zijn
van de tabakslobby op het gevoerde beleid, kan worde vastgesteld dat tabaksproducten
dermate schadelijk en verslavend zijn gemaakt dat de volksgezondheid er ernstig door
geschaad is. Uit uitgelekte documenten blijkt dat fabrikanten doelbewust strategieën
hanteren om kinderen te verslaven9 en dat zij politici hebben gemanipuleerd om in te stemmen met en vast te houden aan
de eerdergenoemde ISO-methode. Dit is onverenigbaar met het ondertekende antilobbyverdrag
Framework Convention on Tobacco Control van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
Ziet de Staatssecretaris toe op naleving van dit antilobbyverdrag, en zo nee, waarom
niet? Wat gaat de Staatssecretaris doen om de tabakslobby te beperken in hun mogelijkheden
om desinformatie in het parlement te verspreiden? Is de Staatssecretaris voornemens
om overtredingen van het antilobbyverdrag te bestraffen, en zo ja, met welke sancties?
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris of er nog meer maatregelen
te bedenken zijn om roken op school terug te dringen. Deze leden zijn blij dat de
rookvrije schoolterreinen sinds augustus 2020 verplicht zijn. Zij maken zich echter
zorgen over de scholieren die net buiten het schoolterrein roken, en het beoogde effect
van het verbod ondermijnen. Deze leden vragen wat de overheid samen met maatschappelijke
partners kan doen om specifiek in buurten waar veel gerookt wordt het bewustzijn te
vergroten van het belang van een rookvrije generatie.
Daarnaast vragen de leden van de ChristenUnie-fractie wat de Staatssecretaris vindt
van een rookvrije schooltijd, zoals die in Denemarken, Finland en Ierland geldt. In
deze landen geldt de regel dat er tijdens schooltijd niet gerookt mag worden. Bij
overtreding kunnen de huisregels van de school gelden, net zoals bij te laat komen.
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen de suggesties van het RIVM om sigaretten
minder aantrekkelijk en verslavend te maken en moedigen de Staatssecretaris aan om
deze suggesties op te volgen. Zij betreuren het dat de TPD bepaalde ingrepen tegenhoudt.
Kan de Staatssecretaris aangeven welke suggesties van het RIVM wel (gedeeltelijk of
geheel) over te nemen zijn zonder te conflicteren met de TPD? Welke effecten op de
aantrekkelijkheid en verslavende werking van sigaretten zouden deze suggesties naar
verwachting hebben en wat zou dit betekenen voor het aantal jongeren dat start met
roken en verslaafd raakt? Welke inzet pleegt de Staatssecretaris om de TPD spoedig
te laten herzien?
Ten aanzien van de verkoop van vapes vragen de leden van de ChristenUnie-fractie op
welke manier het verbod op online verkoop van e-sigaretten en e-liquids, dat 1 juli
2023 ingaat, zal worden gehandhaafd. Monitort de Staatssecretaris de naleving van
het verbod en intensiveert hij de handhaving als de naleving tegenvalt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Het lid van de BBB-fractie heeft kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris.
Het lid van de BBB-fractie ondersteunt het voornemen om een lijst met verboden additieven,
die de verslavende werking van tabak verhogen, op te nemen in de tabaks- en rookwarenregeling.
Ook het lid van de fractie BBB vindt het zeer zorgelijk dat jongeren vape en snus
producten gebruiken. Zij dankt de Staatssecretaris voor de factsheets die meer inzicht
geven in het gebruik. In de factsheet «Inspectieresultaten 2021 en 2022» staat ook
een sector «Overig» aangeven. Kan de Staatssecretaris aangeven welke winkels hiermee
worden bedoeld en wat de aanpak in dit categorie behelst naast het uitvoeren van controles?
II. Reactie van de Staatssecretaris
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de rapporten en handhavingsresultaten
over tabaksontmoediging en hebben daarover nog enkele vragen.
Onderzoek gebruik en kopen van snus en vape producten door jongeren
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Staatssecretaris uitvoering geeft aan de
motie van de leden Mohandis en Bikker10 door de controle op de leeftijdsgrens voor vapes te intensiveren door middel van
het inzetten van testkopers. Echter, de illegale verkoop van vapes aan minderjarigen
wordt met deze inzet niet geraakt. Mede met het oog op het smaakjesverbod vragen de
leden van de VVD-fractie de Staatssecretaris hoe hij van plan is de illegale verkoop
van vapes, bijvoorbeeld via sociale media, terug te dringen.
Antwoord:
De controle op de leeftijdgrens is een van de speerpunten binnen het toezicht op de
Tabak- en rookwarenwet door de NVWA. Daarbij is in de afgelopen periode het toezicht
meer gericht op het aanbod van e-sigaretten (zoals vapes) aan jongeren. De NVWA werkt
daarbij risicogericht. Onder andere naar aanleiding van meldingen van burgers en signalen.
Zo kunnen signalen bijvoorbeeld bij de douane vandaan komen als er partijen vapes,
of andere producten zoals snus, in Nederland worden ingevoerd. De focus daarbij ligt
bij importeurs en groothandels, om zo te voorkomen dat vapes die niet aan de eisen
voldoen in Nederland in de handel worden gebracht.
Ook worden controles uitgevoerd bij verkooppunten en via online platforms en op social
media. Als e-sigaretten worden aangetroffen die niet aan de eisen voldoen of wanneer
het verkoopverbod of de leeftijdgrens wordt overtreden, wordt er opgetreden. Indien
relevant wordt onderzocht via welke route die producten in Nederland in de handel
zijn gebracht, zodat het verspreiden van illegale producten ook via de importeurs
en groothandels een halt kan worden toegeroepen. Bij online verkoop via social media
laat de NVWA de betreffende posts door de betreffende platformen verwijderen. Daarnaast
voert de NVWA gesprekken met diverse social media platforms om te bekijken wat zij
aan hun kant nog meer kunnen inregelen voor wat betreft de verkoop van onder andere
vapes via hun kanalen.
Het online toezicht op de leeftijdgrens blijft een uitdaging voor de NVWA omdat zij
de overtreding, de verstrekking van vapes, heterdaad moet constateren. Het verbod
op de verkoop op afstand dat 1 juli 2023 van kracht is geworden, biedt daarom ook
voor het toezicht door de NVWA uitkomst.
De capaciteitsinzet van de NVWA voor het toezicht op de tabakswetgeving is op dit
moment op hetzelfde niveau als eerdere jaren en dit toezicht zal ook worden voortgezet.
De controle op de naleving van de leeftijdsgrens voor vapes zal worden geïntensiveerd
nadat de aanwijzing van uitzendkrachten is ingeregeld. De hiertoe benodigde wetswijzing
is aangenomen in de Eerste Kamer maar moet nog in werking treden. Na inwerkingtreding
zal deze intensivering van het toezicht van de NVWA verder worden vormgegeven.
Tot slot hecht ik eraan te zeggen dat een aanpak met handhaving door de NVWA niet
de enige oplossing voor het maatschappelijke probleem om het gebruik van dit soort
producten onder jongeren terug te dringen. Het is ook van belang dat winkeliers, gebruikers
en hun omgeving (zoals ouders en scholen) bewust zijn van de gevaren van het gebruik
van dit soort producten.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de rapporten en
handhavingsresultaten over tabaksontmoediging. Zij hebben daarbij nog enkele vragen.
Genoemde leden lezen in het onderzoek naar het gebruik en kopen van snus en vape producten
dat minderjarigen snus en vape producten met name via vrienden of via sociale media
kopen. De leden van de D66-fractie achten het van groot belang dat minderjarigen niet
(starten met) roken of tabaksproducten gebruiken. Zij maken zich dan ook zorgen over
het resultaat dat dergelijke producten te koop zijn voor minderjarigen via sociale
media. Kan de Staatssecretaris verder uitweiden over zijn plan van aanpak om dit tegen
te gaan? Welke mogelijkheden ziet hij, anders dan campagnes? De Nederlandse Voedsel-
en Warenautoriteit (NVWA) is gevraagd om controle op de leeftijdsgrens voor vapes
te intensiveren. Hebben zij voldoende zicht op wat er op sociale media gebeurt? Hebben
zij hier voldoende capaciteit voor?
Antwoord:
De controle op de leeftijdgrens is een van de speerpunten binnen het toezicht op de
Tabak- en rookwarenwet door de NVWA. Daarbij is in de afgelopen periode het toezicht
meer gericht op het aanbod van e-sigaretten (zoals vapes) aan jongeren. De NVWA werkt
daarbij risicogericht. Onder andere naar aanleiding van meldingen van burgers en signalen.
Zo kunnen signalen bijvoorbeeld bij de douane vandaan komen als er partijen vapes,
of andere producten zoals snus, in Nederland worden ingevoerd. De focus daarbij ligt
bij importeurs en groothandels, om zo te voorkomen dat vapes die niet aan de eisen
voldoen in Nederland in de handel worden gebracht.
Ook worden controles uitgevoerd bij verkooppunten en via online platforms en op social
media. Als e-sigaretten worden aangetroffen die niet aan de eisen voldoen of wanneer
het verkoopverbod of de leeftijdgrens wordt overtreden, wordt er opgetreden. Indien
relevant wordt onderzocht via welke route die producten in Nederland in de handel
zijn gebracht, zodat het verspreiden van illegale producten ook via de importeurs
en groothandels een halt kan worden toegeroepen. Bij online verkoop via social media
laat de NVWA de betreffende posts door de betreffende platformen verwijderen. Daarnaast
voert de NVWA gesprekken met diverse social media platforms om te bekijken wat zij
aan hun kant nog meer kunnen inregelen voor wat betreft de verkoop van onder andere
vapes via hun kanalen.
Het online toezicht op de leeftijdgrens blijft een uitdaging voor de NVWA omdat zij
de overtreding, de verstrekking van vapes, heterdaad moet constateren. Het verbod
op de verkoop op afstand dat 1 juli 2023 van kracht is geworden, biedt daarom ook
voor het toezicht door de NVWA uitkomst.
De capaciteitsinzet van de NVWA voor het toezicht op de tabakswetgeving is op dit
moment op hetzelfde niveau als eerdere jaren en dit toezicht zal ook worden voortgezet.
De controle op de naleving van de leeftijdsgrens voor vapes zal worden geïntensiveerd
nadat de aanwijzing van uitzendkrachten is ingeregeld. De hiertoe benodigde wetswijzing
is aangenomen in de Eerste Kamer maar moet nog in werking treden. Na inwerkingtreding
zal deze intensivering van het toezicht van de NVWA verder worden vormgegeven.
Tot slot hecht ik eraan te zeggen dat een aanpak met handhaving door de NVWA niet
de enige oplossing voor het maatschappelijke probleem om het gebruik van dit soort
producten onder jongeren terug te dringen. Het is ook van belang dat winkeliers, gebruikers
en hun omgeving (zoals ouders en scholen) bewust zijn van de gevaren van het gebruik
van dit soort producten.
Tevens zijn deze leden in dit kader benieuwd naar de voortgang van motie van de leden
Van der Laan en Ceder die de regering verzoekt te onderzoeken welke stappen er gezet
moeten worden om ook de e-sigaret zelf een uniform en neutraal uiterlijk te geven11. Wat is de huidige stand van zaken en de planning voor de uitvoering hiervan?
Antwoord:
Ik heb het RIVM de opdracht gegeven om te onderzoeken welke stappen er gezet moeten
worden om ook de e-sigaret zelf een uniform en neutraal uiterlijk te geven. Het RIVM
geeft aan dat dit onderzoek begin 2024 opgeleverd kan worden.
De leden van de D66-fractie zijn voorstander van het neutraal maken van het uiterlijk
van sigaretten, evenals die van e-sigaretten. In dit kader vragen genoemde leden de
Staatssecretaris hoe hij kijkt naar het niet meer vermelden van de merknaam en merkvariant
op de sigaret zelf.
Antwoord:
Het niet meer vermelden van merknamen en merkvarianten zou een optie kunnen zijn om
sigaretten minder aantrekkelijk te maken. In juli 2022 is wetgeving in werking getreden
die een neutraal uiterlijk van sigaretten voorschrijft waarbij het is toegestaan de
merknaam en merkvariant te vermelden. Gezien de demissionaire status van het kabinet,
is het aan een volgend kabinet om te overwegen de regels voor de neutrale sigaret
verder aan te scherpen.
De leden van de D66-fractie lezen dat de Staatssecretaris voornemens is om nicotinezakjes
in zijn geheel te verbieden. Wanneer verwacht hij dat dit verbod in werking kan treden?
Wat is de status van het wettelijke proces?
Antwoord:
Op dit moment ligt het wetsvoorstel waarin dit geregeld wordt ter notificatie voor
in de Europese Unie. Tot eind augustus kunnen anderen lidstaten reageren op dit wetsvoorstel.
In het geval dat er geen opmerkingen zijn vanuit de Europese Unie, dan wordt het wetsvoorstel
aan beide Kamers aangeboden. Afhankelijk van de snelheid van behandeling van deze
wet in uw Kamer kan de wet van kracht worden. Overigens geldt er op dit moment onder
de Warenwet reeds een verkoopverbod voor nicotinezakjes met meer dan 0,035 mg nicotine
per zakje.
In de brief lezen de leden van de D66-fractie dat de Staatssecretaris de aanbevelingen
van het RIVM inzake de overweging om «zeer lage, niet verslavende nicotinegehaltes
voor sigaretten te verplichten» goed kan volgen, maar het op dit moment juridisch
niet mogelijk is dit op nationaal niveau aan te passen. Kan de Staatssecretaris aangeven
welke bepalingen in de Europese Tabaksproductenrichtlijn (TPD) daar precies aan in
de weg staan?
Antwoord:
Artikel 3 van de Tabaksproductenrichtlijn (hierna: TPD) schrijft de maximale hoeveelheid
nicotine die in sigarettenrook mag zitten voor. Dit is de zogenaamde maximale emissiewaarde
van nicotine in een sigaret. Deze waarde is vastgesteld op 1 milligram nicotine per
sigaret. Door deze regel is indirect ook de hoeveelheid nicotine die in de sigaret
zelf mag voorkomen gereguleerd. Het mag producenten namelijk niet onmogelijk gemaakt
worden om aan deze maximale emissiewaarde van 1 milligram per sigaret te komen. Een
reductie van nicotine in tabak naar een niet verslavend niveau van 0,4 milligram/gram
tabak, zoals wordt voorgesteld in de factsheet van het RIVM, maakt het onmogelijk
sigaretten met een gehalte van maximaal 1 milligram nicotine in de sigarettenrook
te produceren en beperkt daarmee fabrikanten. Het is daarom juridisch niet mogelijk
het nicotinegehalte in tabak nationaal te beperken.
Voorts stelt de Staatssecretaris in zijn brief dat het de verwachting is dat de Europese
Commissie (EC) in 2024 met een voorstel voor herziening van de TPD komt. Kan de Staatssecretaris
aangeven of deze verwachting nog steeds geldt? Is er al meer bekend over de tijdlijn,
bijvoorbeeld wanneer de Nederlandse reactie op de herziening dient te worden ingediend?
Kan de Staatssecretaris meer specifiek ingaan op deze tijdlijn en de Kamer, bij wijziging
van de verwachting dan wel de tijdlijn, hier tijdig over informeren?
Antwoord:
In het EU Beating Cancer Plan van februari 2021 heeft de Europese Commissie (hierna:
EC) zich in de actielijst m.b.t. tabak – o.a. de herziening van de TPD – een ruime
marge in de tijd voorbehouden: 2021–2025. Gezien de stappen die ondernomen worden
bij een dergelijk proces en de verkiezing voor het Europees Parlement in de zomer
van 2024, zal een voorstel van de EC waarschijnlijk onderdeel zijn van het werkprogramma
van de nieuwe EC die op zijn vroegst eind 2024 zal starten. Ik verwacht een voorstel
van de EC daarom op zo’n vroegst in 2025. Na de publicatie van het voorstel vinden
dan de onderhandelingen plaats binnen raadsformaties en Europees Parlement en zijn
er voldoende formele momenten voor beïnvloeding en wordt de Kamer geïnformeerd via
het BNC-fiche.
In de Kamerbrief lezen de leden van de D66-fractie eveneens dat de Staatssecretaris
het rapport en de aanbevelingen van het RIVM mee zal nemen bij de Nederlandse reactie
op de herziening. Geeft de Staatssecretaris daarmee aan dat de Nederlandse inzet bij
de herziening van de TPD zal zijn om het mogelijk te maken om zeer lage, niet verslavende
nicotinegehaltes voor sigaretten te verplichten? Kan de Staatssecretaris dit bevestigen,
zo vragen de leden van de D66-fractie.
Antwoord:
Mijn inzet is om sigaretten en aanverwante producten zo onaantrekkelijk mogelijk te
maken om zo de doelstelling van een rookvrije generatie in 2040 dichter bij te brengen
en met name jongeren te beschermen tegen verslavende en schadelijke nicotineproducten.
Het omlaag brengen van nicotinegehaltes lijkt daarbij een aantrekkelijk idee en is
afgelopen juli meegegeven als inbreng voor de evaluatie van de TPD.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris.
Genoemde leden hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de PVV-fractie willen graag van de Staatssecretaris weten wat de consequenties
zijn van het verbod van de stoffen die op de advieslijst met additieven staan, voor
zowel de normale sigaret als de (liquids van de) e-sigaret.
Antwoord:
Het rapport van het RIVM geeft duidelijkheid over welke additieven in tabaksproducten
en e-sigaretten verboden zijn op basis van de regels over ingrediënten in tabaksproducten
en e-sigaretten uit artikel 7.6 van de TPD. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over additieven
die de inhalatie van rook of damp makkelijker maken, zoals menthol. De consequentie
van het verbod op deze additieven is dat tabaksproducten en e-sigaretten minder aantrekkelijk
worden.
Het kabinet is voornemens om een bijlage op te nemen bij de Tabaks- en rookwarenregeling.
Hierdoor wordt het voor de handhaving (NVWA) duidelijker welke ingrediënten niet in
sigaretten en e-sigaretten mogen voorkomen, en is ook voor de fabrikanten duidelijker
welke stoffen zij niet mogen gebruiken op basis van de Europese regels.
De leden van de PVV-fractie willen verder graag weten welke wijzigingen in uiterlijk
en samenstelling van sigaretten de Staatssecretaris overweegt om het roken minder
aantrekkelijk en verslavend te maken. Kan hij deze vraag beantwoorden met een ja of
nee: wil hij de filter afschaffen? Wil hij de kleur en het patroon van sigarettenpapier
vervangen door een donkere kleur? Wil hij op elke sigaret een afzonderlijke waarschuwing?
Wil hij het nicotinegehalte in sigaretten verlagen? Wil hij suikers en smaakstoffen
in sigaretten verbieden? Welke van deze opties om sigaretten minder aantrekkelijk
en verslavend te maken voor jongeren zijn bewezen effectief en waaruit blijkt dit?
Antwoord:
Mijn inzet is om sigaretten en aanverwante producten zo onaantrekkelijk mogelijk te
maken om zo de doelstelling van een rookvrije generatie in 2040 dichter bij te brengen
en met name jongeren te beschermen tegen verslavende en schadelijke nicotineproducten.
Op dit moment wordt er hard gewerkt aan de voorstellen die ik in mijn brief van 2 december
2022 heb aangekondigd (Kamerstukken 32 011 en 32 793, nr. 97). Zo wordt er op dit moment gewerkt aan de voorgestelde wet- en regelgeving met betrekking
tot het verbieden van nicotinezakjes, het terugdringen van het aantal verkooppunten,
de neutrale verpakking van de sigaar en e-sigaret, rookvrije plekken waar veel kinderen
komen, het vaststellen van een lijst met verboden additieven en het verbod op accessoires
die smaak toevoegen aan tabak. Een aantal van deze maatregelen zijn ook zeer relevant
voor het minder aantrekkelijk maken van producten of richten zich op het uiterlijk
van de verpakking12. Vanwege de demissionaire status van het kabinet is het aan een volgend kabinet om
verdere maatregelen te overwegen om sigaretten minder aantrekkelijk en verslavend
te maken.
De Staatssecretaris geeft aan dat hij met de recente campagne van Artsen Slaan over
vapes uitvoering heeft gegeven aan de motie van het lid Maeijer. De leden van de PVV-fractie
willen graag weten welke plannen de Staatssecretaris nog meer heeft op het gebied
van gerichte voorlichting aan jongeren over vapes en sigaretten. Jongeren kopen snus
en vapes voornamelijk via Snapchat en Instagram. Waarom vindt de voorlichting niet
via die kanalen plaats?
Antwoord:
De artsen van #artsenslaanalarm geven al langere tijd een belangrijk signaal af dat
zij de verwoestende gevolgen van roken en vapen dagelijks in de spreekkamer terugzien.
Dat jongeren vapes willen gebruiken komt voor een belangrijk deel door het voorbeeld
dat influencers online geven. Zij geven soms bedoeld of onbedoeld de boodschap af
dat vapen cool of lekker zou zijn. Op verzoek heb ik de campagne van #artsenslaanalarm
ondersteund om influencers bewust te maken dat zij hiermee hun jonge volgers erg kunnen
schaden, en hen te vragen geen vapes meer te laten zien. Hiermee is de inzet met name
gericht op het voorkomen dat jongeren vapes interessant vinden en het willen kopen
of gebruiken. Ik ben graag bereid wanneer de artsen de campagne vervolg willen geven
te kijken of ik dit kan ondersteunen. De kracht van deze campagne is wel dat het een
initiatief is van zo veel artsen zelf. Daarbij past ook dat #artsenslaanalarm zelf
met communicatie-experts de goede boodschap en het meest passende kanaal kiezen.
De Staatssecretaris geeft aan steam stones te willen reguleren. De leden van de PVV-fractie
willen van hem graag weten op welke manier.
Antwoord:
Het wetsvoorstel dat nicotinezakjes onder de tabaks-en rookwarenwet brengt en in z’n
geheel verbiedt bevat ook het voorstel om andere, niet orale nicotineproducten zonder
tabak zoals stoomsteentjes te reguleren. Zo zullen voor deze producten onder andere
het reclameverbod, de leeftijdsgrens en andere verkoopbeperkingen gaan gelden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de bij dit schriftelijk overleg
betrokken (onderzoeks-)rapporten op het gebied van tabaksproducten, e-sigaretten en
snus. Deze leden hebben hier enkele vragen bij.
Factsheet NVWA over de inspectieresultaten van nicotinezakjes
De leden van de CDA-fractie vragen de Staatssecretaris op welke termijn er uitvoering
gegeven gaat worden aan de aangenomen motie-Kuik c.s. over het nicotinezakjes zonder
tabak onder de Tabaks- en rookwarenwet brengen13. Deze leden lezen dat het kabinet hier via de ministerraad reeds mee akkoord is gegaan14 en zij vragen de Staatssecretaris wanneer de betreffende wetgeving naar de Kamer
gestuurd wordt en wanneer het totaalverbod in kan gaan.
Antwoord:
Op dit moment ligt het wetsvoorstel waarin dit geregeld wordt ter notificatie voor
in de EU. Dit betekent dat andere lidstaten op het wetsvoorstel kunnen reageren. De
reactietermijn hiervoor, de zogenaamde «stand still» periode, verloopt eind augustus.
Mochten er geen opmerkingen zijn vanuit de EU dan wordt het wetsvoorstel aan beide
Kamers aangeboden. Op dit moment geldt er onder de Warenwet reeds een verkoopverbod
voor nicotinezakjes met meer dan 0,035 mg nicotine per zakje.
Factsheet gestandaardiseerde sigaret
De verwachting is dat de EC in 2024 met een voorstel voor herziening van de TPD komt.
De leden van de CDA-fractie zijn er voorstander van om het aanpassen van het nicotinegehalte
in sigaretten daarin mee te nemen. Kan de Staatssecretaris het proces voor de herziening
van de TPD nader schetsen, inclusief momenten dat hierop vanuit Nederland invloed
op uitgeoefend kan worden?
Antwoord:
In het EU Beating Cancer Plan van februari 202115 heeft de EC zich in de actielijst met betrekking tot tabak – o.a. de herziening van
de TPD – een ruime marge in de tijd voorbehouden: 2021–2025. Gezien de stappen die
ondernomen worden bij een dergelijk proces en de verkiezingen voor het Europees Parlement
in de zomer van 2024 zal een voorstel van de EC waarschijnlijk onderdeel zijn van
het werkprogramma van de nieuwe EC die op zijn vroegst eind 2024 zal starten. Ik verwacht
een voorstel van EC daarom op zo’n vroegst in 2025. Na de publicatie van het voorstel
vinden dan de onderhandelingen plaats binnen raadsformaties en Europees Parlement
en zijn er voldoende formele momenten voor beïnvloeding en wordt de Kamer worden geïnformeerd
via het BNC-fiche.
Er zijn uiteraard ook mogelijkheden voorafgaand aan de publicatie van het voorstel
zoals via de evaluatie van de huidige richtlijn waar het Ministerie van VWS in juli
van dit jaar input op heeft geleverd. Tevens ben ik voornemens om deze zomer de resultaten
van onderzoek naar sigaretemissies van teer, nicotine en koolmonoxide (TNCO) van het
RIVM met de EC te delen, en opnieuw bij de EC te bepleiten een andere meetmethode
voor te schrijven in de TPD.
Het experiment van Verslavingszorg Noord-Nederland naar de behandeling in de verslavingszorg
van rokers die moeilijk kunnen stoppen, is nu anderhalf jaar bezig en heeft voornamelijk
in het teken gestaan van het opdoen van ervaring. De Staatssecretaris schrijft in
zijn brief dat het streven is om op 1 april 2023 te starten met het feitelijke onderzoek
naar de effectiviteit en kosten van een geprotocolleerde groepsbehandeling van zwaar
verslaafde rokers in de verslavingszorg. De leden van de CDA-fractie vragen of het
feitelijke onderzoek inderdaad volgens planning is gestart en of de Kamer over de
resultaten nog dit jaar geïnformeerd zal worden.
Antwoord:
Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) is inderdaad voortvarend bezig met het onderzoek
om in kaart te brengen hoe goede behandeling van tabaksverslaving in de verslavingszorg
eruit zou moeten zien. Het vastleggen en inregelen van de vragenlijsten heeft iets
meer tijd gevergd, op 1 mei 2023 is het onderzoek daadwerkelijk van start gegaan.
VNN verwacht eind dit jaar de eerste onderzoeksresultaten te kunnen delen, hierover
zal ik vanzelfsprekend ook de Kamer informeren.
Toezegging stoppen met roken campagne
In het plenaire debat over het Nationaal Preventieakkoord in 2019 heeft toenmalig
Staatssecretaris Blokhuis toegezegd om bij de uitwerking van de campagne over stoppen
met roken te overwegen het roken in de auto in het bijzijn van kinderen mee te nemen.
De huidige Staatssecretaris geeft in zijn brief aan dat bij de campagne is gekozen
voor een focus op de risico’s van derdehands rook, en dat het roken in de auto hier
niet in kon worden meegenomen. De toezegging van de voormalig Staatssecretaris zou
daarmee volgens de huidige Staatssecretaris zijn afgedaan.
De leden van de CDA-fractie hebben hier echter wel nog enkele vragen over. Klopt het
dat een op de zeven Europese jongeren wekelijks in een rokerige auto zit en deelt
de Staatssecretaris het met deze leden dat dit vanwege de kleine ruimte zeer schadelijk
is. In veel landen, waaronder Engeland, België en Frankrijk, is roken in auto’s waarin
kinderen zitten helemaal niet meer toegestaan. Een groep artsen en wetenschappers
vindt dat Nederland moet volgen. Zij zijn daarom vorig jaar de actie #RijRookvrij
gestart.16 Uit onderzoek blijkt dat de maatregel effectief is om kinderen te beschermen tegen
meeroken in de auto. Daarnaast is het draagvlak voor de maatregel heel hoog: negen
op de tien Nederlanders vinden dat auto’s waarin kinderen zitten geheel rookvrij zouden
moeten zijn. In december heeft de Staatssecretaris aangekondigd dat hij plekken waar
kinderen vaak komen, zoals sportterreinen, wettelijk rookvrij gaat maken. De leden
van de CDA-fractie vragen daarom of de Staatssecretaris kan aangeven of hij auto’s
waarin kinderen zitten hierin meeneemt. Waarom wel, of waarom niet?
Antwoord:
We willen kinderen zo goed mogelijk beschermen tegen de schadelijke effecten van roken,
daarom hebben we in het Nationaal Preventieakkoord afgesproken dat in 2040 geen van
de jongeren en zwangere vrouwen nog roken en minder dan 5% van de volwassenen. Met
het Nationaal Preventieakkoord hebben we samen met een breed scala aan organisaties
op basis van acties en maatregelen al mooie stappen gezet richting een rook- en tabakvrije
omgeving. Volgens het laatste «Peilstationsonderzoek ouders» van het Trimbos-instituut
(2019), blijkt dat steeds meer kinderen thuis rookvrij opgroeien. Het verder rookvrij
maken van omgevingen waar kinderen komen vind ik heel belangrijk. Zo heb ik in mijn
brief van 2 december 2022 aangekondigd de omgevingen waar veel kinderen komen zoals
speeltuinen en sportparken rookvrij te maken. Ik heb begrip voor de roep om roken
in auto’s waarin kinderen zitten te verbieden. Een dergelijk rookverbod
grijpt echter in op de privésfeer van mensen en ook is de handhaving van het verbod
complex. Het is aan een volgend kabinet om een dergelijke maatregel in overweging
te nemen.
Overig
De leden van de CDA-fractie vragen tenslotte hoe de Staatssecretaris de uitvoering
heeft opgepakt van de aangenomen motie van de leden Kuik en Van Esch over een vergunningplicht
voor verkooppunten van tabak waarbij de gemeente een maximumaantal verkooppunten per
wijk kan hanteren17.
Antwoord:
In de motie wordt gevraagd om een uitwerking van een vergunningsplicht voor verkooppunten
van tabak waarbij de gemeente een maximumaantal verkooppunten per wijk kan hanteren.
Er wordt verzocht om de Kamer hier voor 2024 over te informeren. Momenteel wordt uitgezocht
wat ervoor nodig is om een wettelijke vergunningsplicht in te kunnen voeren en hoe
dit zich verhoudt tot de huidige beleidsinzet op het verminderen van het aantal tabaksverkooppunten.
Dit najaar zal ik uw kamer hierover informeren.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie
De leden van de PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de rapporten en
handhavingsresultaten over tabaksontmoediging. Dit roept bij hen enkele vragen op.
De leden van de PvdA-fractie maken zich grote zorgen over de verkoop aan en het gebruik
van snus en vape producten door jongeren. De resultaten van de steekproeven van de
NVWA zijn niet bemoedigend. Deze leden zijn benieuwd wat de intensivering van controle
op de leeftijdsgrens voor vapes betekent. Kan de Staatssecretaris toelichten hoeveel
controles er nu jaarlijks worden uitgevoerd door de NVWA en hoeveel meer controles
er worden uitgevoerd door de intensivering? Zullen hier extra fte voor worden vrij
gemaakt? En zo ja, hoeveel? Ziet de Staatssecretaris ook ruimte om strengere consequenties
te verbinden aan de verkoop van vapes, sigaretten et cetera aan minderjarigen?
Antwoord:
De NVWA houdt risicogericht toezicht op de eisen uit de Tabaks- en rookwarenwet om
zo bij te dragen aan de rookvrije generatie. Daarbij wordt toezicht gehouden op verschillende
onderwerpen zoals de leeftijdgrens, de producteisen, het reclameverbod en het rookverbod.
De controle op de leeftijdgrens is één van de belangrijkste speerpunten binnen het
toezicht op de Tabak- en rookwarenwet. In het toezicht is de afgelopen periode de
focus verlegd door het toezicht ook meer te richten op het aanbod van vapes aan jongeren.
Op dit moment is de capaciteitsinzet op hetzelfde niveau als eerdere jaren. Die inzet
zal worden verhoogd nadat de aanwijzing van uitzendkrachten is ingeregeld. De hiertoe
benodigde wetswijzing is aangenomen in de Eerste Kamer maar moet nog in werking treden.
Dan kan de intensivering verder worden vormgegeven. Op dit moment voert de NVWA circa
2.000 inspecties per jaar uit op de leeftijdgrens met behulp van een testkoper. Dit
aantal zal, via herprioritering binnen het toezicht op de Tabaks- en rookwarenwet,
worden verhoogd met naar verwachting 10%.
De leden van de PvdA-fractie steunen het voorstel om nicotinezakjes in zijn geheel
te verbieden. Heeft de Staatssecretaris zicht op het effect van het gebruik van nicotinezakjes
door jongeren op hun latere rookgedrag? Zo ja, wil hij dit met ons delen? Zo nee,
wil hij dit gaan onderzoeken?
Antwoord:
Er is geen onderzoek beschikbaar dat informatie geeft over de relatie tussen het gebruik
van nicotinezakjes en het latere rookgedrag. Het ligt echter wel in de lijn der verwachting
dat het gebruik van nicotinezakjes een effect kan hebben op het latere rookgedrag
van jongeren met normale sigaretten, zoals dat dat verband ook bij e-sigaretten bestaat.
Op dit moment heb ik geen plannen om dit specifieke onderwerp verder te (laten) onderzoeken.
De leden van de PvdA-fractie zijn enthousiast over de genoemde beleidsopties van het
RIVM over producteisen. Deze leden willen graag dat maatregelen die ook op nationaal
niveau ingevoerd kunnen worden voorspoedig worden opgepakt. Begrijpen deze leden het
goed dat de Staatssecretaris dit pas wil oppakken nadat de EC met een voorstel voor
de herziening van de TPD is gekomen? Waarom ziet de Staatssecretaris geen ruimte om
eerder met de maatregelen die zich richten op het uiterlijk van de sigaret aan de
gang te gaan, zo vragen deze leden. Is het verstandig om de timing van maatregelen
af te laten hangen van de EC? Zij vragen of de Staatssecretaris zich in Europese context
inspant om het aanpassen van nicotinegehaltes in de herziening van de TPD te laten
landen.
Antwoord:
In mijn brief heb ik aangegeven dat de conclusies van het RIVM aanknopingspunten bieden
voor het stellen van verdere eisen aan tabaksproducten. Een aantal van deze zaken
kunnen op dit moment nationaal niet worden doorgevoerd vanwege de regels uit de TPD.
Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk het nicotinegehalte drastisch te verlagen of
om suikers te verbieden. In de evaluatie van de TPD die afgelopen juli heeft plaatsgevonden
heb ik de suggesties van het RIVM voor het minder aantrekkelijk maken van sigaretten
meegegeven.
Vanwege de demissionaire status van dit kabinet ben ik terughoudend met het invoeren
van nieuwe wettelijke maatregelen. Wel ben ik hard aan het werk met de uitwerking
van een omvangrijk pakket aan maatregelen die ik in mijn brief van 2 december 2022
met u heb gedeeld. Zo wordt er op dit moment gewerkt aan de voorstellen voor wet-
en regelgeving met betrekking tot het verbieden van nicotinezakjes, het terugdringen
van het aantal verkooppunten, de neutrale verpakking van de sigaar en e-sigaret, rookvrije
plekken waar veel kinderen komen, het vaststellen van een lijst met verboden additieven
en het verbod op accessoires die smaak toevoegen aan tabak. Een aantal van deze maatregelen
is ook zeer relevant voor het minder aantrekkelijk maken van producten of richten
zich op het uiterlijk van de verpakking.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie
De leden van de GroenLinks-fractie hebben de brief van de Staatssecretaris met interesse
gelezen. Deze leden zijn te spreken over de doelen die de Staatssecretaris treft om
tabaksgebruik te verminderen. Daarvoor is het uitgevoerde onderzoek naar de samenstelling
van tabaksproducten belangrijk, maar de voorgenomen maatregelen voor een rookvrij
generatie ook. De leden van de GroenLinks-fractie hebben wel enkele vragen over met
betrekking tot de brief en het tabaksbeleid van de regering.
De leden van de GroenLinks-fractie hebben kennisgenomen van de rechtszaak en het daaropvolgende
hoger beroep inzake de zogenoemde «sjoemelsigaret»18. Al jaren is bekend dat de gebruikte ISO-tests ertoe leiden dat de daadwerkelijk
hoeveelheid schadelijke stoffen in tabak veel hoger ligt dan de testresultaten aangeven
en daardoor de normen structureel worden overschreden. Ook het Europese Hof heeft
eerder geconcludeerd dat sigaretten die in ISO-tests aan wettelijke normen voldoen,
alsnog de richtlijnen kunnen overschrijden. Waarom kiest de Staatssecretaris er tot
op heden voor om de ISO-meetmethode te hanteren, terwijl bijvoorbeeld ook de – veel
betrouwbaardere – Canadian Intense (CI) methode beschikbaar is19? Erkent de Staatssecretaris dat tabaksfabrikanten daarmee in de gelegenheid worden
gesteld om de normen voor verslavende en schadelijke stoffen in tabak te overschrijden
en dat daardoor de volksgezondheid geschaad wordt? Is de Staatssecretaris voornemens
om het gebruik van ISO-tests te verbieden en erop toe te zien dat wettelijke normen
daadwerkelijk worden gehandhaafd? Gaat de Staatssecretaris tabaksproducten verbieden
die in werkelijkheid niet voldoen aan de wettelijke normen, ook als dat betekent dat
tabaksfabrikanten schadeclaims indienen?
Antwoord:
Zoals u weet, ben ik ook kritisch op de voorgeschreven ISO-meetmethode, en zou ik
het liefste willen handhaven met een methode die de werkelijke emissies beter benaderen,
zoals de WHO TobLabNet-methode. Op dit moment loopt er een rechtszaak bij het College
van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) om hierover de nodige juridische duidelijkheid
te geven.
In de tussentijd ben ik van mening dat ik juridisch gebonden ben aan het hanteren
van de ISO-meetmethode, omdat deze methode is voorgeschreven in de TPD. Dit blijkt
ook uit het externe juridisch onderzoek dat ik heb laten uitvoeren naar de vraag of
ik een andere meetmethode kan opnemen in nationale wetgeving.20 In dit onderzoek kwam naar voren dat uitsluitend de EC bevoegd is tot aanpassing
van de (Europees) voorgeschreven meetmethode.
Ik kijk uit naar de uitspraak van het CBb, die hopelijk meer duidelijkheid zal geven
of ik met een andere meetmethode kan handhaven. Het CBb heeft aangegeven uiterlijk
7 november 2023 een uitspraak te doen in de zaak.
De leden van de GroenLinks-fractie constateren dat de tabakslobby nog steeds actief
is in de Nederlandse politiek. Ook al is niet bekend wat de precieze effecten zijn
van de tabakslobby op het gevoerde beleid, kan worde vastgesteld dat tabaksproducten
dermate schadelijk en verslavend zijn gemaakt dat de volksgezondheid er ernstig door
geschaad is. Uit uitgelekte documenten blijkt dat fabrikanten doelbewust strategieën
hanteren om kinderen te verslaven21 en dat zij politici hebben gemanipuleerd om in te stemmen met en vast te houden aan
de eerdergenoemde ISO-methode. Dit is onverenigbaar met het ondertekende antilobbyverdrag
Framework Convention on Tobacco Control van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
Ziet de Staatssecretaris toe op naleving van dit antilobbyverdrag, en zo nee, waarom
niet? Wat gaat de Staatssecretaris doen om de tabakslobby te beperken in hun mogelijkheden
om desinformatie in het parlement te verspreiden? Is de Staatssecretaris voornemens
om overtredingen van het antilobbyverdrag te bestraffen, en zo ja, met welke sancties?
Antwoord:
Het klopt dat uit artikel 5, derde lid, van het WHO Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging
volgt dat verdragspartijen, zoals Nederland, maatregelen moeten nemen om het tabaksontmoedigingsbeleid
te beschermen tegen de commerciële belangen van de tabaksindustrie. Nederland heeft
beleidsvrijheid bij de invulling van dit artikel en heeft geen wetgevende maatregelen
en/of strafrechtelijke aansprakelijkheid overwogen. Wel worden andere soorten maatregelen
genomen om de werking van artikel 5, derde lid te waarborgen. Hiertoe worden vanaf
2015 elke vier jaar brieven gestuurd aan gemeenten, provincies en ministeries om deze
organen te herinneren aan terughoudendheid in contact met de tabaksindustrie om beïnvloeding
van het beleid door de industrie te voorkomen. Contact tussen overheid en de tabaksindustrie
is alleen toegestaan om wet- en regelgeving goed uit te voeren. Transparantie over
dit contact is belangrijk. Daarom maakt de overheid bijvoorbeeld verslagen van bijeenkomsten
openbaar.22
Het Presidium van de Kamer stond in 2017 en 2019 op het standpunt dat artikel 5.3
niet op hen van toepassing is.23 Wel kunnen Kamerleden elkaar aanspreken wanneer sprake is van contact met de tabaksindustrie.
Ik ben als Staatssecretaris van VWS echter niet verantwoordelijk voor wat Kamerleden
doen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris of er nog meer maatregelen
te bedenken zijn om roken op school terug te dringen. Deze leden zijn blij dat de
rookvrije schoolterreinen sinds augustus 2020 verplicht zijn. Zij maken zich echter
zorgen over de scholieren die net buiten het schoolterrein roken, en het beoogde effect
van het verbod ondermijnen. Deze leden vragen wat de overheid samen met maatschappelijke
partners kan doen om specifiek in buurten waar veel gerookt wordt het bewustzijn te
vergroten van het belang van een rookvrije generatie.
Daarnaast vragen de leden van de ChristenUnie-fractie wat de Staatssecretaris vindt
van een rookvrije schooltijd, zoals die in Denemarken, Finland en Ierland geldt. In
deze landen geldt de regel dat er tijdens schooltijd niet gerookt mag worden. Bij
overtreding kunnen de huisregels van de school gelden, net zoals bij te laat komen.
Antwoord:
Het is belangrijk dat jongeren niet (beginnen met) roken. De school is een belangrijke
normstellende omgeving waar roken geen plaats zou moeten hebben. Het is dan ook een
goede zaak dat onderwijsterreinen inmiddels al een aantal jaar rookvrij moeten zijn.
Via het programma Gezonde School worden scholen desgewenst ondersteund om een gezonde
schoolomgeving in te richten. Daarbij hoort ook het vergroten van het bewustzijn van
het belang van de Rookvrije Generatie. Ik ben doorlopend in overleg met onderwijspartijen
en kennisinstituten hoe we in onze ondersteuning anticiperen op nieuwe vragen, zoals
hoe om te gaan met vapes. Ik kijk met interesse naar ontwikkelingen in andere landen
om van te leren. Op die manier ben ik ook bekend met de rookvrije schooltijden zoals
die in een aantal landen gelden. Het staat scholen natuurlijk vrij om hier al uit
eigen beweging mee aan de slag te gaan, maar een wettelijk landelijk verbod ligt op
dit moment niet voor de hand.
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen de suggesties van het RIVM om sigaretten
minder aantrekkelijk en verslavend te maken en moedigen de Staatssecretaris aan om
deze suggesties op te volgen. Zij betreuren het dat de TPD bepaalde ingrepen tegenhoudt.
Kan de Staatssecretaris aangeven welke suggesties van het RIVM wel (gedeeltelijk of
geheel) over te nemen zijn zonder te conflicteren met de TPD? Welke effecten op de
aantrekkelijkheid en verslavende werking van sigaretten zouden deze suggesties naar
verwachting hebben en wat zou dit betekenen voor het aantal jongeren dat start met
roken en verslaafd raakt? Welke inzet pleegt de Staatssecretaris om de TPD spoedig
te laten herzien?
Antwoord:
Van de opties die het RIVM noemt kan ik nationaal het uiterlijk van sigaretten reguleren,
en een advieslijst opstellen met verboden additieven op basis van de TPD. De advieslijst
is in voorbereiding. Het reguleren van het uiterlijk van sigaretten vind ik in principe
een goed idee, omdat dit de aantrekkelijkheid van sigaretten kan verminderen. Een
lagere aantrekkelijkheid van sigaretten kan ervoor zorgen dat minder jongeren beginnen
met roken. Echter, vanwege de demissionaire status van het kabinet, ben ik van mening
dat het aan een volgend kabinet is om hierover te beslissen.
Mijn inzet richting de herziening van de TPD is om sigaretten en aanverwante producten
zo onaantrekkelijk mogelijk te maken om zo de doelstelling van een rookvrije generatie
in 2040 dichterbij te brengen en met name jongeren te beschermen tegen verslavende
en schadelijke nicotineproducten. Het Ministerie van VWS heeft afgelopen juli input
geleverd voor de evaluatie van de TPD. Tevens ben ik voornemens om deze zomer de resultaten
van het TNCO-onderzoek van het RIVM met de EC te delen, en opnieuw bij de EC te bepleiten
een andere meetmethode voor te schrijven in de TPD. Dit kan allemaal gezien worden
als input voor de EC voor de herziening van de TPD.
In het EU Beating Cancer Plan van februari 202124 heeft de EC zich in de actielijst met betrekking tot tabak – onder andere de herziening
van de TPD – een ruime marge in de tijd voorbehouden: 2021–2025. Gezien de stappen
die ondernomen worden bij een dergelijk proces en de verkiezingen voor het Europees
Parlement in de zomer van 2024 zal een voorstel van de EC zal waarschijnlijk onderdeel
zijn van het werkprogramma van de nieuwe EC die op zijn vroegst eind 2024 zal starten.
Ik verwacht een voorstel van EC daarom op zo’n vroegst in 2025. Na de publicatie van
het voorstel vinden dan de onderhandelingen plaats binnen raadsformaties en Europees
Parlement en zijn er voldoende formele momenten voor beïnvloeding en wordt de Kamer
worden geïnformeerd via het BNC-fiche.
Ten aanzien van de verkoop van vapes vragen de leden van de ChristenUnie-fractie op
welke manier het verbod op online verkoop van e-sigaretten en e-liquids, dat 1 juli
2023 ingaat, zal worden gehandhaafd. Monitort de Staatssecretaris de naleving van
het verbod en intensiveert hij de handhaving als de naleving tegenvalt?
Antwoord:
De NVWA houdt ook toezicht op het online aanbieden van tabaks- en aanverwante producten
ook via social media. Sinds 1 juli van dit jaar wordt ook toezicht worden gehouden
op het verbod op verkoop op afstand zoals de online verkoop. De NVWA zal nadat zij
een bepaalde periode gehandhaafd heeft een factsheet opleveren van haar toezicht op
het online verkoopverbod.
Vragen en opmerkingen het lid van de BBB-fractie
Het lid van de BBB-fractie heeft kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris.
Het lid van de BBB-fractie ondersteunt het voornemen om een lijst met verboden additieven,
die de verslavende werking van tabak verhogen, op te nemen in de tabaks- en rookwarenregeling.
Ook het lid van de fractie BBB vindt het zeer zorgelijk dat jongeren vape en snus
producten gebruiken. Zij dankt de Staatssecretaris voor de factsheets die meer inzicht
geven in het gebruik. In de factsheet «Inspectieresultaten 2021 en 2022» staat ook
een sector «Overig» aangeven. Kan de Staatssecretaris aangeven welke winkels hiermee
worden bedoeld en wat de aanpak in dit categorie behelst naast het uitvoeren van controles?
Antwoord:
Onder de categorie «overig» worden winkelcategorieën geschaard die minder vaak voorkomen
of meestal geen tabak of aanverwante producten verkopen. Denk hierbij onder andere
aan kappers, videotheken, belwinkels of souvenirwinkels.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
B.M.G. Smals, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
M. Heller, adjunct-griffier