Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 285 Invoering publiek toezicht en handhaving van de verordening 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten (Wet publiek toezicht en handhaving verordening bevordering billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten)
Artikel 1 (begripsbepalingen)
Artikel 2 (reikwijdte)
Artikel 3 (aanwijzing toezichthouder)
Artikel 4 (bindende gedragslijn)
Artikel 5 (handhaving)
Artikel 6 (hoogte bestuurlijke boete)
Artikel 7 (wijziging Algemene wet bestuursrecht)
Artikel 8 (wijziging Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek)
Artikel 9 (wijziging Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering)
Artikel 10 (inwerkingtreding)
Artikel 11 (citeertitel)
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Autoriteit Consument
en Markt te belasten met het toezicht op de naleving en de handhaving van Verordening
(EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering
van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten
(PbEU 2019, L 186);
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
Artikel 1 (begripsbepalingen)
In deze wet wordt verstaan onder:
Autoriteit Consument en Markt:
de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet
Autoriteit Consument en Markt;
bedrijfswebsitegebruiker:
bedrijfswebsitegebruiker als bedoeld in artikel 2, onderdeel 7, van verordening 2019/1150;
bindende gedragslijn:
een zelfstandige last die niet wegens een overtreding wordt opgelegd;
consument:
consument als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van verordening 2019/1150;
onlinetussenhandelsdienst:
onlinetussenhandelsdienst als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van verordening 2019/1150;
onlinezoekmachine:
onlinezoekmachine als bedoeld in artikel 2, onderdeel 5, van verordening 2019/1150;
Onze Minister:
Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;
verordening 2019/1150:
Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019
ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten
(PbEU 2019, L 186);
zakelijke gebruiker:
zakelijke gebruiker als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van verordening 2019/1150.
Artikel 2 (reikwijdte)
Deze wet is van toepassing op onlinetussenhandelsdiensten en onlinezoekmachines, voor
zover die worden verstrekt of worden aangeboden aan zakelijke gebruikers of bedrijfswebsitegebruikers
als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening 2019/1150 die:
a. zijn gevestigd in Nederland, en
b. via die onlinetussenhandelsdiensten of onlinezoekmachines goederen en diensten aanbieden
aan consumenten in Nederland.
Artikel 3 (aanwijzing toezichthouder)
De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van de
artikelen 3, eerste, tweede en vijfde lid, 4, 5, eerste, tweede, derde, vierde en
vijfde lid, 6, 7, 8, 9, eerste en tweede lid, 10, eerste lid, 11, eerste, tweede,
derde en vierde lid, en 12, eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid, van verordening
2019/1150.
Artikel 4 (bindende gedragslijn)
De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn tot naleving van een
bepaling als bedoeld in artikel 3 opleggen.
Artikel 5 (handhaving)
Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat een overtreding van een
bepaling als bedoeld in artikel 3 heeft plaatsgevonden, die daadwerkelijke of mogelijke
schade toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van zakelijke gebruikers
of bedrijfswebsitegebruikers, kan zij de overtreder opleggen:
a. een last onder dwangsom;
b. een bestuurlijke boete.
Artikel 6 (hoogte bestuurlijke boete)
1. De bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 5, onderdeel b, bedraagt ten hoogste het
bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid,
van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, 10% van de omzet van de overtreder,
onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan,
van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken,
in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt
opgelegd.
2. De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste lid ten hoogste kan worden opgelegd,
kan worden verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand
aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48,
eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere
overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke
boete onherroepelijk is geworden.
Artikel 7 (wijziging Algemene wet bestuursrecht)
In de artikelen 7 en 11 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht wordt telkens
in de alfabetische opsomming ingevoegd «Wet publiek toezicht en handhaving verordening
bevordering billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten».
Artikel 8 (wijziging Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek)
Na artikel 305c van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel ingevoegd,
luidende:
Artikel 305ca
Op een rechtsvordering als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van Verordening (EU)
2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van
billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten
(PbEU 2019, L 186), die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere
personen, is artikel 305a, lid 2, onderdelen c, d, aanhef en onder 7° en 8°, en e,
lid 3, onderdelen b en c, en lid 4, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9 (wijziging Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering)
Aan titel 14A wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 1018o
Op een rechtsvordering als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van Verordening (EU)
2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van
billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten
(PbEU 2019, L 186) is deze titel van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10 (inwerkingtreding)
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor verschillende onderdelen van deze wet verschillend kan worden bepaald.
Artikel 11 (citeertitel)
Deze wet wordt aangehaald als: Wet publiek toezicht en handhaving verordening bevordering
billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.