Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Boucke over het bericht 'Consument krijgt te weinig voor teruggeleverde stroom'
Vragen van het lid Boucke (D66) aan de Minister voor Klimaat en Energie over het bericht «Consument krijgt te weinig voor teruggeleverde stroom» (ingezonden 11 mei 2022).
Antwoord van Minister Jetten (Klimaat en Energie) (ontvangen 2 juni 2022).
Vraag 1
Kunt u bevestigen dat de gestegen tarieven voor stroom door leveranciers niet adequaat
worden verwerkt door leveranciers, waardoor klanten met zonnepanelen van deze leveranciers
te weinig worden betaald voor geleverde elektriciteit?1
Antwoord 1
Dit is aan de onafhankelijk toezichthouder om te beoordelen. Het onderzoek van de
Consumentenbond is bekend bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM).
Vraag 2
Wat is uw appreciatie van dergelijke lage vergoedingen door leveranciers?
Antwoord 2
Op grond van artikel 31c, derde lid van de Elektriciteitswet 1998 dient de leverancier
een redelijke vergoeding aan de afnemer te betalen, indien de door de afnemer op het
net ingevoede hoeveelheid elektriciteit groter is dan de hoeveelheid die in mindering
wordt gebracht op de aan het net onttrokken elektriciteit. De bevoegdheid om te bepalen
of een vergoeding redelijk is, ligt bij de ACM.
Vraag 3 en 4
Bent u van mening dat een redelijke vergoeding nog altijd minimaal 70 procent van
het kale leveringstarief dient te zijn, zoals tot 2014 gangbaar was?
Vindt u het gepast dat, in het licht van de verhoogde prijzen van leveranciers voor
het leveren van elektriciteit, deze leveranciers hun vergoeding voor het terugleveren
niet mee laten bewegen?
Antwoord 3 en 4
De bevoegdheid om te bepalen of een vergoeding redelijk is, ligt bij de ACM. Zie ook
het antwoord op vraag 2.
Vraag 5
Kunt u uitweiden over de acties die de Autoriteit Consument & Markt heeft ondernomen
of voornemens is te nemen naar aanleiding van het onderzoek van de Consumentenbond?
Antwoord 5
De ACM heeft mij aangegeven op basis van het onderzoek van de Consumentenbond en bij
ACM ConsuWijzer ontvangen signalen te kijken of, en zo ja, welke acties op dit moment
nodig zijn.
Vraag 6
Kunt u uitweiden over uw inzet voor de vergoeding in de nieuwe Energiewet?
Antwoord 6
De leverancier is op grond van artikel 31c, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998
verplicht om de kleinverbruiker een redelijke vergoeding te betalen voor de op het
net ingevoede elektriciteit voor zover deze niet wordt gesaldeerd. De redelijke vergoeding
betreft de prijs die voor elektriciteit betaald wordt, exclusief belastingen en heffingen.
De bevoegdheid om te bepalen of een vergoeding redelijk is, ligt bij ACM. Momenteel
geldt deze bepaling voor slechts een klein deel van de door zonnepanelen opgewekte
elektriciteit. De meeste kleinverbruikers met zonnepanelen voeden per verbruiksperiode
minder elektriciteit in op een net dan zij van dat net afnemen. Wanneer bij een kleinverbruiker
alle invoeding tegen zijn afname in een bepaald jaar mag worden gesaldeerd, dan is
deze bepaling voor diegene niet relevant. Bij kleinverbruikers die meer elektriciteit
op het net invoeden dan zij afnemen, geldt deze redelijke vergoeding alleen voor het
meerdere.
Met de afbouw van de salderingsregeling wordt de redelijke vergoeding voor alle kleinverbruikers
met zonnepanelen die op het net invoeden relevant. Gedurende de afbouw van de salderingsregeling
wordt het aandeel op een net ingevoede elektriciteit dat niet langer voor saldering
in aanmerking komt namelijk steeds groter. Hierdoor zal de leverancier aan zijn klanten
vaker een redelijke vergoeding betalen voor ingevoede elektriciteit. In het wetsvoorstel
«Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Wet belastingen op milieugrondslag
ter uitvoering van de afbouw van de salderingsregeling voor kleinverbruikers» wordt
met het oog op consumentenbescherming daarom een grondslag opgenomen waardoor het
mogelijk wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels te stellen over
de hoogte of de berekening van de redelijke vergoeding. Hierdoor wordt het mogelijk
om een ondergrens in lagere regelgeving op te nemen. De onderhandelingspositie van
kleinverbruikers is immers relatief zwak tegenover grote bedrijven, terwijl een redelijke
vergoeding belangrijk is voor de rentabiliteit van hun investering in zonnepanelen.
In de brief van 30 maart 20202 is het voornemen opgenomen om het wettelijk minimum vast te stellen op 80% van het
leveringstarief dat de kleinverbruiker heeft afgesproken met zijn/haar energieleverancier,
exclusief belastingen en heffingen.
Naar mijn mening zorgt een minimum vergoeding van 80% van het leveringstarief (exclusief
belastingen en heffingen) voor een goede balans tussen marktwerking en de belangen
van de energieleveranciers enerzijds en consumentenbescherming en de belangen van
zonnepanelenbezitters anderzijds. Op termijn is het wenselijk dat meer marktwerking
ontstaat en dat een kleinverbruiker zelf kan bepalen aan wie en tegen welke prijs
diegene de zelf geproduceerde en ingevoede elektriciteit wil verkopen. Vaststelling
van het minimumtarief bij algemene maatregel van bestuur biedt de mogelijkheid om
geleidelijk meer marktwerking in de tarieven voor ingevoede elektriciteit te introduceren.
Daardoor krijgen de energieleveranciers de gelegenheid om concurrentiemodellen te
ontwikkelen voor invoeding zonder dat dat voor grote schokeffecten zorgt in de consumententarieven
en de businessmodellen voor investeringen in zonnepanelen.
Het wetsvoorstel «Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Wet belastingen op
milieugrondslag ter uitvoering van de afbouw van de salderingsregeling voor kleinverbruikers»
wijzigt de Elektriciteitswet 1998. Deze wijziging is reeds vooruitlopend op de parlementaire
behandeling van het wetsvoorstel in het wetsvoorstel Energiewet overgenomen.
Vraag 7
Bent u bereid u voornemens hier een ondergrens te stellen voor de vergoeding?
Antwoord 7
Ja. Zie hiervoor het antwoord op vraag 6.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A.A. Jetten, minister voor Klimaat en Energie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.