Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bouchallikh, Maatoug en Alkaya over het nieuws dat medewerkers van Schiphol ernstige gezondheidsrisico’s lopen als gevolg van blootstelling aan ultrafijnstof
Vragen van de leden Bouchallikh, Maatoug (beiden GroenLinks) en Alkaya (SP) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het nieuws dat medewerkers van Schiphol ernstige gezondheidsrisico’s lopen als gevolg van blootstelling aan ultrafijnstof (ingezonden 13 december 2021).
Antwoord van Minister Harbers (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 15 februari 2022). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2021–2022, nr. 1301.
Vraag 1
Bent u bekend met de uitzending «ziek van Schiphol» van Zembla?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Zijn er sinds 2007 meldingen binnengekomen bij de Inspectie SZW over de grote hoeveelheid
uitstoot van ultrafijnstof op Nederlande luchthavens en het gevaar daarvan voor platformmedewerkers?
Zo ja, hoe zijn deze opgepakt en met welk resultaat?
Antwoord 2
Er zijn in totaal twee meldingen gedaan bij de Nederlandse Arbeidsinspectie met betrekking
tot de uitstoot van ultrafijn stof op Schiphol in verband met platformmedewerkers.
De meldingen zijn in 2021 gedaan. Deze meldingen zijn in behandeling genomen en hebben
geleid tot een onderzoek. Deze onderzoeken lopen nog.
Vraag 3
Hoe vaak heeft de Inspectie SZW op Schiphol sinds 2007 gecontroleerd op gezondheidsklachten
onder medewerkers als gevolg van uitstoot?
Antwoord 3
Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om te voldoen aan de Arbowet. De arbeidsomstandighedenregelgeving
kent doelvoorschriften die in de praktijk door de werkgever worden ingevuld met maatregelen
en middelen. De Nederlandse Arbeidsinspectie is de toezichthouder op de naleving van
deze regelgeving. De Arbeidsinspectie werkt programmatisch en risicogericht. Hiermee
wordt ingezet op het aanpakken van de grootste risico’s en het behalen van een zo
groot mogelijk maatschappelijk effect. Daarnaast doet de Arbeidsinspectie onderzoek
naar aanleiding van meldingen, klachten of andere signalen die binnenkomen.
De Arbeidsinspectie is naar aanleiding van twee meldingen in 2021, sinds eind 2021
bezig met een onderzoek op Schiphol, waarin het specifiek gaat over dieselmotoremissie
(DME) en vliegtuiguitstoot. Deze onderzoeken lopen nog.
Schiphol, KLM en de luchtvaart in algemene zin zijn grote werkgevers en daarmee regelmatig
onderwerp van toezicht. Dat kan gaan om zowel arbeidsvoorwaarden als arbeidsomstandigheden.
Bij KLM is sinds 2007 breed geïnspecteerd op de verplichtingen met betrekking tot
het werken met gevaarlijke stoffen, maar deze inspecties hadden geen betrekking op
DME in de buitenruimte of vliegtuiguitstoot. Deze inspecties hebben zich in het bijzonder
gericht op carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen (CMR-stoffen). Sinds 2006
zijn inspectieprojecten uitgevoerd met betrekking tot blootstelling aan DME in omsloten
situaties (binnenruimten). In deze situaties worden de grootste risico’s voor werknemers
verwacht.
Vraag 4
Wat is er gedaan ter bescherming van de werknemers toen twee jaar geleden bekend werd
dat door het RIVM hoge concentraties ultrafijnstof werden gemeten? Is de Inspectie
SZW toen in actie gekomen?
Antwoord 4
Het onderzoek van het RIVM van twee jaar geleden was gericht op de gezondheidsrisico’s
voor omwonenden, waarbij geen metingen zijn gedaan op het luchthaventerrein. Die zijn
wel gedaan in de periode mei-juni 2021. De rapportage hiervan is opgenomen in het
TNO-rapport «Verkennend onderzoek ultrafijnstof op het Schiphol terrein met behulp
van mobiele metingen» van 29 september 2021.
Het is en blijft een verantwoordelijkheid van de werkgever om aan de wet te voldoen
en om te zorgen voor veilige en gezonde werkomstandigheden. De Nederlandse Arbeidsinspectie
is eind 2021 begonnen met een onderzoek.
Vraag 5
Klopt de stelling van de FNV dat de veiligheid van de medewerkers op dit moment bij
het ministerie geen prioriteit heeft?
Antwoord 5
Nee, veiligheid en gezondheid van mensen is altijd belangrijk. Het is in de eerste
plaats de werkgever die op grond van de Arbowet- en -regelgeving ervoor verantwoordelijk
is dat werknemers gezond en veilig hun werk kunnen doen.
Het Ministerie van IenW heeft in 2020 het RIVM gevraagd om te onderzoeken wat de mogelijkheden
zijn voor gezondheidsonderzoeken onder werknemers. Dat heeft in september 2021 geleid
tot de publicatie van het RIVM-rapport «Verkenning haalbaarheid gezondheidsonderzoek
werknemers Schiphol».
Bijna tegelijkertijd is het TNO-rapport «Verkennend onderzoek ultrafijnstof op het
Schiphol terrein met behulp van mobiele metingen» gepubliceerd.
Het Ministerie van IenW heeft na het publiceren van beide rapporten er bij de sector
op aangedrongen om aan te geven hoe invulling kan worden gegeven aan de aanbevelingen
van het RIVM en TNO en heeft het belang van onafhankelijkheid benadrukt bij het besluiten
over die invulling. Ik heb de sector gevraagd om dit snel en grondig op te pakken,
gezien de onzekerheid die dit voor werkenden met zich meebrengt over de gevolgen voor
hun gezondheid.
Vraag 6
Kunt u aangeven wat u momenteel onderneemt om de gezondheid van platformmedewerkers
te monitoren en te beschermen?
Antwoord 6
Zie de antwoorden op vraag 4 en 5.
Vraag 7
Is het interne rapport van Schiphol en KLM uit 2007, dat in de uitzending van Zembla
wordt genoemd, bekend bij de Inspectie SZW? Zo ja, wat is er met de conclusies uit
dit onderzoek gedaan?
Antwoord 7
Het interne rapport van Schiphol en KLM uit 2007 is niet gedeeld met de Nederlandse
Arbeidsinspectie en was daarom niet bekend. Tijdens het lopende onderzoek heeft de
Arbeidsinspectie dit rapport eind 2021 ter beschikking gekregen. Deze informatie wordt
betrokken bij het lopende onderzoek.
Vraag 8
Klopt het dat Schiphol en KLM om subsidie hebben gevraagd bij de rijksoverheid om
hun medewerkers te beschermen?
Antwoord 8
Een dergelijke vraag is niet bekend bij de rijksoverheid.
Schiphol en KLM hebben aangegeven geen subsidie te hebben aangevraagd voor beschermende
maatregelen voor medewerkers.
Vraag 9
Bent u bereid om voor Nederlandse vliegvelden regelgeving in te stellen over het starten
van motoren op afstand van werknemers, vergelijkbaar met de regelgeving in Kopenhagen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Zoals in het antwoord op vraag 5 is aangegeven, is de sector nu bezig invulling te
geven aan de aanbevelingen van RIVM en TNO. Op basis daarvan zal worden bezien of
aanvullende stappen noodzakelijk zijn. Ik wil daar op dit moment niet op vooruitlopen.
Vraag 10
Klopt het dat KLM niet heeft meegewerkt aan het onderzoek van het RIVM? Wat vindt
u daarvan? Bent u bereid KLM hierop aan te spreken?
Antwoord 10
KLM heeft aangegeven dat een vertegenwoordiger van KLM, ter voorbereiding op het onderzoek
van het RIVM naar de haalbaarheid van een gezondheidsonderzoek bij werknemers op Schiphol,
in oktober 2020 een oriënterend overleg met medewerkers van het RIVM heeft gevoerd.
Daarna heeft deze KLM-vertegenwoordiger de vragenlijst helaas niet ontvangen.
Het RIVM heeft aangegeven dat men de vragenlijst voor het onderzoek niet aan afzonderlijke
bedrijven heeft gestuurd, maar aan het Schiphol Airline Operators Committee (SAOC).
SAOC heeft de vragenlijst vervolgens verspreid onder de bedrijven die werkzaam zijn
op de platforms. De anoniem ingevulde vragenlijsten zijn via het SAOC bij het RIVM
aangeleverd. Wat het RIVM kreeg aangeleverd was voldoende om het onderzoek uit te
kunnen voeren.
Vraag 11
Waarom is Schiphol toch opdrachtgever geworden van een nieuw onderzoek? Is het ministerie
en/of de Inspectie SZW alsnog bereid zelf opdracht te geven voor een grootschalig
onderzoek onder medewerkers door een onafhankelijke partij, waarbij in ieder geval
ook individuele blootstelling aan ultrafijnstof wordt meegenomen evenals actuele gezondheidsklachten?
Antwoord 11
Op grond van de Arbowet en -regelgeving is de werkgever primair verantwoordelijk voor
de arbeidsomstandigheden van zijn werknemers. Daarom zijn de bedrijven die actief
zijn op de platforms nu aan het bezien hoe ze invulling kunnen geven aan de aanbevelingen
van RIVM en TNO. Ik heb de sector gevraagd om dit snel en grondig op te pakken, gezien
de onzekerheid die dit voor werkenden met zich meebrengt over de gevolgen voor hun
gezondheid.
Schiphol en de andere werkgevers zijn momenteel bezig een sectorbrede taskforce en
een onafhankelijke begeleidingscommissie in te stellen. Die commissie krijgt een onafhankelijk
voorzitter om de onafhankelijkheid te borgen, zoals gevraagd door uw Kamer en aangegeven
in de Kamerbrief van 1 oktober 2021. Ook wordt voorzien in de betrokkenheid van de
zijde van het personeel.
Onder meer de individuele blootstelling aan ultrafijn stof en de actuele gezondheidstoestand
van de medewerkers zijn onderwerpen die in taskforce en begeleidingscommissie aan
de orde zullen komen.
Vraag 12
Wat vindt u ervan dat Schiphol aangeeft uiterlijk in 2030 de vliegtuigen naar de startbanen
te gaan slepen? Hoe geeft u uitvoering aan de motie-Alkaya/Bouchallikh (Kamerstuk
35 925-XII, nr. 30) om dit proces te versnellen?
Antwoord 12
Het slepen van vliegtuigen tussen de gates en de start- en landingsbanen, wordt duurzaam
taxiën genoemd. Om dit grootschalig op een luchthaven te kunnen invoeren, moet onder
meer duidelijk zijn wat dit betekent voor de veiligheid, welke fysieke aanpassingen
op de luchthaven nodig zijn, welke operationele procedures moeten worden aangepast,
enz. Hier moet zorgvuldig mee worden omgegaan, met name vanwege de veiligheid op de
luchthaven, want bij duurzaam taxiën neemt het aantal bewegingen op de luchthaven
verder toe.
Om duurzaam taxiën door te kunnen voeren als standaardprocedure op Schiphol zijn er
ingrijpende aanpassingen nodig aan de infrastructuur, processen en techniek. Naast
de ontwikkeling van de techniek en infrastructuur is er ook tijd nodig voor certificering
en goedkeuring. Schiphol is de eerste luchthaven die op grote schaal deze vorm van
taxiën wil introduceren voor 2030.
In het overleg tussen overheid en sector wordt onder meer bezien wat de planning is
om deze stappen zo efficiënt mogelijk te doorlopen en daarbij wordt rekening gehouden
met het verzoek in de genoemde motie om het proces te versnellen. Duidelijk is dat
het nog geruime tijd zal duren voordat duurzaam taxiën is ingevoerd, dus zullen in
de tussentijd andere maatregelen moeten worden getroffen door werkgevers om de werknemers
voldoende te beschermen. Welke maatregelen dat zijn, wordt gezamenlijk uitgewerkt
in de sectorbrede taskforce.
Vraag 13
Wanneer gaat u van start met het actuele onderzoek naar de gezondheid van platformmedewerkers
en bent u van plan om de medewerkers ditmaal te betrekken bij de opzet en uitvoering
van het onderzoek?
Antwoord 13
Zie de antwoorden op de vragen 5 en 11.
Vraag 14
Wat is de reden dat TNO tot op heden geen blootstellingsonderzoek heeft uitgevoerd
waardoor nog steeds niet bekend is aan welke concentraties medewerkers worden blootgesteld?
Antwoord 14
In het TNO-rapport «Verkennend onderzoek ultrafijnstof op het Schiphol terrein met
behulp van mobiele metingen» van 29 september 2021 is aangegeven dat één van de (aanvullende)
doelstellingen van het onderzoek was het verkrijgen van «Een eerste indruk van de toepasbaarheid van draagbare UFP sensoren voor het in kaart
brengen van de persoonlijke blootstelling van medewerkers van Schiphol.»
In het rapport is aangegeven welke conclusies daarover zijn getrokken en tot welke
aanbevelingen dat heeft geleid. Zoals in het antwoord op vraag 11 is aangegeven, beziet
de sector momenteel hoe invulling kan worden gegeven aan die aanbevelingen. Een van
de aanbevelingen is een «vervolgonderzoek uit te voeren naar de persoonlijke blootstelling van medewerkers
die waarschijnlijk het meest belast zijn (o.a. platform medewerkers, bagagemedewerkers)». Dit is een onderwerp dat in de nog in oprichting zijnde sectorbrede taskforce en
begeleidingscommissie aan de orde zal komen.
Vraag 15
Deelt u de mening dat de rijksoverheid als aandeelhouder van Schiphol en KLM net zo
goed verantwoordelijk is voor de bescherming van werknemers als de werkgever?
Antwoord 15
Het zorgdragen voor een veilige en gezonde werkomgeving is op grond van de Arbowet
en -regelgeving een taak van een bedrijf en niet van de aandeelhouders van dat bedrijf.
Het is natuurlijk wel de insteek van het Rijk om te zorgen dat mensen gezond en veilig
kunnen werken. Dat heeft de hoogste prioriteit en daar zetten wij ons ook voor in,
samen met alle relevante partijen.
Vraag 16
Deelt u de mening dat huidige en voormalige medewerkers van Schiphol recht hebben
op compensatie, indien zij door hun werkzaamheden gezondheidsschade hebben opgelopen?
Antwoord 16
Dit is in eerste instantie een zaak tussen werknemers en werkgevers. Werkgevers en
werknemers op Schiphol zullen hierover met elkaar in gesprek moeten gaan. Het schadeverhaal
bij beroepsziekten loopt via het aansprakelijkheidsrecht. Omdat het schadeverhaal
bij beroepsziekten complex is (het vaststellen van de oorzaak van de schade is vaak
ingewikkeld en de schadeafhandeling is daardoor tijdrovend en kostbaar) heeft het
Ministerie van SZW de commissie Heerts gevraagd advies uit te brengen over een betere
organisatie van het proces van schadeafhandeling bij beroepsziekten door blootstelling
aan gevaarlijke stoffen. Naar aanleiding daarvan werkt het Ministerie van SZW aan
een tegemoetkomingsregeling voor slachtoffers van ernstige beroepsziekten veroorzaakt
door blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Het streven is erop gericht dat de regeling
op 1 juli 2022 in werking treedt. Op 10 december 2021 is uw Kamer geïnformeerd over
de voortgang van deze regeling2. Deze tegemoetkoming komt niet in de plaats van een eventuele schadeloosstelling
door de werkgever; de weg naar schadeverhaal door de werkende blijft bestaan.
Vraag 17
Bent u bereid om de directies van KLM en Schiphol te ontbieden om uitleg te geven
over de gang van zaken omtrent de interne klachtenprocedure en de wijze waarop met
meldingen van medewerkers is omgegaan?
Antwoord 17
Het ministerie is op dit moment in overleg met Schiphol over de invulling van de aanbevelingen
van het RIVM en TNO. Zoals in het antwoord op vraag 11 is aangegeven, is de sector
bezig met het oprichten van een sectorbrede taskforce en onafhankelijke begeleidingscommissie,
die zich zullen buigen over de vervolgstappen die nodig zijn. Ook wordt voorzien in
betrokkenheid vanuit de zijde van het personeel.
Gelet op het hiervoor staande, is het nu niet nodig om te doen wat in de vraag wordt
gesteld.
Wel spoort het ministerie partijen aan om alles in het werk te stellen om de veiligheid
en gezondheid van de werknemers te waarborgen. De werkgevers geven aan dit belang
ook te zien.
Vraag 18
Zijn de risico’s van ultrafijnstof bij bedrijven op en rondom luchthavens opgenomen
in de plannen voor risico-inventarisatie en -evaluatie?
Antwoord 18
Volgens de Arbowet en -regelgeving moet de werkgever een Risico Inventarisatie en
Evaluatie (RI&E) van de arbeidsrisico’s hebben gemaakt. Aan de hand daarvan moeten
maatregelen worden getroffen om de geïnventariseerde risico’s aan te pakken.
De Nederlandse Arbeidsinspectie neemt het bekijken van de RI&E van betrokken werkgevers
op Schiphol mee in het eerdergenoemde lopende onderzoek.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.G.J. Harbers, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
C.E.G. van Gennip, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.