Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Nijboer over schatkistbankieren door zorginstellingen
Vragen van het lid Nijboer (PvdA) aan de Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over schatkistbankieren door zorginstellingen (ingezonden 8 september 2021).
Antwoord van Minister Hoekstra (Financiën), mede namens Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (ontvangen 4 oktober 2021).
Vraag 1
Klopt het dat het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een brief heeft
verzonden aan Jeugdzorg Nederland over het niet toelaten van zorginstellingen tot
schatkistbankieren? Zo ja, bent u bereid deze, na toestemming van Jeugdzorg Nederland,
te delen met de Kamer?
Antwoord 1
Ja, bijgevoegde briefwisseling1 heeft tussen de directeur van Jeugdzorg Nederland en de directeur Jeugd van het Ministerie
van VWS plaatsgevonden. Jeugdzorg Nederland stemt ermee in dat ik deze brieven deel
met de Kamer.
Vraag 2
Waarom worden zorginstellingen, zoals jeugdzorgorganisaties, niet toegelaten tot het
vrijwillig schatkistbankieren, terwijl onderwijsinstellingen wel toegelaten worden?
Antwoord 2
De beleidsdoelstelling van het schatkistbankieren is verwoord in artikel 12 van de
begroting van Financiën en Nationale Schuld en luidt «Optimaal kasbeheer van het Rijk
en van de instellingen die aan de schatkist zijn gelieerd». Hieruit volgt dat rechtspersonen
die publieke (liquide) middelen beheren in aanmerking kunnen komen voor vrijwillig
schatkistbankieren indien risicoarm beheer van deze middelen wenselijk is.2 Rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT) zijn in de basis verplicht om deel te
nemen aan schatkistbankieren zoals vermeld in artikel 5.2 van de Comptabiliteitswet
2016. Hoewel onderwijsinstellingen over het algemeen RWT’s zijn en daarmee in de basis
verplicht zouden moeten schatkistbankieren, zijn onderwijsinstellingen in het verleden
op basis van artikel 5.2, tweede lid, onderdeel e, van de Comptabiliteitswet 2016
uitgezonderd van deze verplichting. Bekostigde onderwijsinstellingen hebben sinds
de invoering van het schatkistbankieren voor RWT’s in 2004 op vrijwillige basis kunnen
schatkistbankieren. We zien dat steeds meer onderwijsinstellingen van die mogelijkheid
gebruikmaken.
Zorginstellingen zijn – over het algemeen – geen RWT en kunnen om die reden niet verplicht
aangewezen worden om te schatkistbankieren. In het geval van zorginstellingen zijn
zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten verantwoordelijk voor het inkopen van
voldoende zorg. Het onderbrengen van dit type instellingen in het schatkistbankieren
is, uitgaande van de gemiddelde zorginstelling, tegenstrijdig met de criteria en wetsbepalingen
zoals vastgelegd in de Comptabiliteitswet 2016.
Om in aanmerking te komen voor schatkistbankieren op vrijwillige basis spreekt de
Comptabiliteitswet 2016 namelijk nadrukkelijk over rechtspersonen die (liquide) publieke
middelen in beheer hebben, waarvan het wenselijk is dat deze middelen risico-arm worden
beheerd. De rechtsvorm, de zorgtaakstelling (die in geval van Jeugdzorg vaak bij gemeenten
ligt en niet bij de instelling zelf), maar ook Europese regelgeving rondom staatssteun
en mededinging voorkomen deelname aan het schatkistbankieren voor dit soort instellingen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat zorginstellingen met schatkistbankieren minder geld kwijt zijn
aan banken en meer overhouden voor het verlenen van zorg? Deelt u de mening dat het
ongewenst is dat zorginstellingen worden geconfronteerd met financiële risico’s zoals
negatieve rente, zeker nu die met toegang tot schatkistbankieren weggenomen zouden
kunnen worden?
Antwoord 3
Het is in de regelgeving vastgelegd dat de bodemrente die de staat rekent voor het
schatkistbankieren niet lager mag zijn dan 0%. In de huidige lage renteomgeving heeft
schatkistbankieren financiële voordelen voor deelnemers omdat banken veelal vanaf
een bepaalde grenswaarde een negatieve rente rekenen over deposito’s. Ik realiseer
me dat dit als een vervelende ontwikkeling kan worden ervaren, tegelijkertijd bevinden
we ons in een klimaat van historisch lage rentes. Zoals ook genoemd in de eerdere
beantwoording op de vragen van de heer Nijboer3 over de invloed van negatieve rente op zorg- en onderwijsinstellingen (ingezonden op 2 februari 2021), hebben zorginstellingen net als bedrijven en vermogende
consumenten te maken met negatieve effecten van het lagerenteklimaat, maar ervaren
zij tegelijkertijd ook positieve effecten. Zo hoeft er bijvoorbeeld minder rente over
nieuwe leningen betaald te worden.
Het is niet vast te stellen hoe de lage rente netto gezien doorwerkt in de financiële
positie van specifieke zorginstellingen. Verder bestaat er voor zorginstellingen de
mogelijkheid om hun leningenportefeuille verder te optimaliseren bij hun reguliere
financiers in de markt. Bijvoorbeeld voor grote zorginstellingen is dat ook mogelijk
bij de Europese Investeringsbank (EIB). De EIB verstrekt langlopende leningen tegen
relatief lage rentes, omdat ze dat geld zelf tegen lage rentetarieven kan lenen op
de kapitaalmarkt.
Vraag 4 en 5
Onder welke voorwaarden zouden zorginstellingen toegelaten kunnen worden tot schatkistbankieren?
Hoe kunnen de risico’s hierbij beperkt worden? Kunnen vergelijkbare voorwaarden als
voor onderwijsinstellingen worden gehanteerd?
Bent u bereid in kaart te brengen hoe zorginstellingen toegelaten kunnen worden tot
schatkistbankieren, zodat zorginstellingen zich volledig kunnen richten op het verlenen
van zorg en niet worden gestraft voor het aanhouden van veilige buffers?
Antwoord 4 en 5
In het beleid voor het (vrijwillig) schatkistbankieren zijn de criteria in de Comptabiliteitswet
2016 leidend. Deze wetgeving wordt gebruikt om individuele aanvragen te beoordelen
voor vrijwillige of verplichte deelname aan het schatkistbankieren.
Er wordt niet gestuurd op deelname van bepaalde sectoren en ook niet op het aantal
organisaties dat deelneemt aan schatkistbankieren. Sinds begin 2020 zien we een toestroom
aan aanmeldingen en toelatingen tot het schatkistbankieren. Elke aanvraag wordt nauwkeurig
afgewogen en op individuele basis beoordeeld binnen het bestaande juridische kader.
Gegeven de huidige inrichting van het zorgstelsel, de criteria in de Comptabiliteitswet
2016 en Europese regelgeving rondom staatssteun en mededinging is deelname voor instellingen
in het zorgstelsel, zoals ook is aangegeven in de brief naar Jeugdzorg Nederland,
niet mogelijk. Gegeven deze criteria en nationale en Europese regelgeving zien wij
ook geen mogelijkheden om de voorwaarden voor het schatkistbankieren verder te verruimen.
Vraag 6
Wilt u dit ook doen voor andere (semi-)publieke instellingen? En voor goede doelenorgansaties?
Waarom niet?
Antwoord 6
Er zijn diverse (semi-)publieke instellingen die deelnemen aan het schatkistbankieren,
op zowel verplichte als vrijwillige basis, afhankelijk van hun rechtsvorm en of ze
publieke middelen beheren. De instellingen die aan deze criteria, zoals uitgezet in
de Comptabiliteitswet, voldoen moeten in sommige gevallen verplicht, en kunnen in
sommige gevallen vrijwillig deelnemen aan schatkistbankieren. Goededoelenorganisaties
beheren overwegend geen publieke liquide middelen en zijn om die reden uitgesloten
van deelname.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.B. Hoekstra, minister van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.