Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport : Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader Rapport
35 526 Tijdelijke bepalingen in verband met maatregelen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 voor de langere termijn (Tijdelijke wet maatregelen covid-19)
Nr. 62
ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 21 april 2021 en het nader rapport d.d. 30 april 2021, aangeboden aan de Koning
door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het advies van de Afdeling
advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 15 april 2021, no. 2021000758,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde onderwerp rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd
21 april 2021, no. W13.21.0109/III bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 15 april 2021, no. 2021000758, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering
van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de adviesaanvraag ingevolge
58t van de Wet publieke gezondheid over de krachtens hoofdstuk Va van de Wet publieke
gezondheid geldende maatregelen, met het oog op een voorgenomen besluit tot verlenging
per 1 juni 2021, als bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de Tijdelijke wet maatregelen
covid-19.
Wettelijke procedure verlenging Twm
Artikel 58t van de Wet publieke gezondheid (Wpg) bepaalt dat de Afdeling advisering
van de Raad van State elke drie maanden wordt gehoord over de krachtens hoofdstuk
Va van de Wet publieke gezondheid geldende maatregelen, voorafgaand aan het besluit
tot verlenging als bedoeld in artikel VIII, derde lid van de Tijdelijke wet maatregelen
covid-19 (Twm). Een verlenging van de gelding van dit tijdelijke hoofdstuk van de
Wpg, alsmede van de andere in artikel VIII, eerste lid, van de Twm genoemde bepalingen,
geschiedt bij koninklijk besluit (kb) voor telkens maximaal drie maanden. De voordracht
voor zo’n kb kan pas worden gedaan nadat een ontwerp daarvan minstens een week daarvoor
aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Bij kb van 18 februari 2021 is
de geldingsduur van de Twm verlengd tot 1 juni 2021. Dat brengt met zich dat vóór
1 juni 2021 opnieuw een besluit over de verlenging moet worden genomen.
Noodzaak verlenging tot 1 september 2021
De regering stelt dat is gekozen voor verlenging van de Twm tot 1 september 2021 omdat
de maatregelen die op grond hiervan zijn genomen, vandaag de dag onverminderd noodzakelijk
zijn. Uit de cijfers die zij vermeldt in de laatste stand van zakenbrief van 13 april
jongsleden blijkt dat de situatie nog steeds zorgelijk is. Het aantal besmettelijke
personen is groot, net als het aantal ziekenhuisopnames- en oplopend aantal IC-opnames.
Het verdere verloop van het virus in de komende periode blijft zeer onzeker. In deze
stand van zaken ziet het Outbreak Management Team (OMT) geen aanleiding om al tot
versoepelingen te komen.
Daartegenover staat een steeds sterkere roep vanuit de maatschappij om de beperkende
maatregelen op allerlei terreinen juist te versoepelen. Daarbij spelen de steeds schrijnender
en zichtbaarder wordende economische en sociaal-maatschappelijke gevolgen van de crisis
een belangrijke rol. De recent aangekondigde versoepelingen die in zouden moeten gaan
op 28 april aanstaande beogen hierin een door de regering aangemerkte middenweg te
vinden.
De Afdeling constateert dat ter regulering van de balans die in dat spanningsveld
moet worden gezocht, het wettelijke kader van de Twm de komende periode onverminderd
noodzakelijk blijft. Zij wijst er in dit verband op dat de Twm niet alleen ingezet
kan en moet worden voor het opschalen van maatregelen, maar ook voor het gefaseerd
afschalen daarvan. Daartoe bepaalt de Twm expliciet dat zodra een op grond van die
wet vastgestelde ministeriële regeling of een deel daarvan niet langer noodzakelijk
is, deze zo spoedig mogelijk gewijzigd of ingetrokken wordt. Met andere woorden, de
Twm biedt de grondslag én regelt de bandbreedte van de op- en afschaling van de getroffen
en te treffen maatregelen. Tegen deze achtergrond kan de Twm in deze fase niet gemist
worden. Voldoende aannemelijk is dat ook ná 1 juni 2021 op deze wet gebaseerde maatregelen
nog enige tijd (deels) noodzakelijk zullen zijn om het virus verder in te dammen.
Het valt in samenhang met het voorgaande overigens op dat er ruim een jaar na aanvang
van de crisis nog altijd nieuwe onderdelen aan de Twm worden toegevoegd of in voorbereiding
zijn. Het gaat daarbij enerzijds om voorstellen die verdere beperkingen opleggen,
maar anderzijds juist ook om voorzieningen die bij kunnen dragen aan het afschalen
van maatregelen. In de toelichting bij het voorstel voor verlenging ontbreekt een
overzicht van deze reeds aangekondigde wijzigingen en het beoogde tijdpad daarvan.
Evenmin wordt ingegaan op de vraag of er daarnaast op dit moment nog andere wijzigingen
van de Twm worden voorzien of overwogen.
Effectiviteit van de wet
Het grillige en onvoorspelbare verloop van de verspreiding van het coronavirus maakt
het de komende tijd zeer lastig om nauwkeurig vooraf besluiten te nemen over het moment
en de wijze waarop maatregelen kunnen worden op- of afgeschaald. Daarbij speelt ook
het hiervoor genoemde spanningsveld een rol tussen enerzijds de «harde» cijfers die
er op dit moment nog op wijzen dat versoepeling niet of slechts zeer beperkt kan plaatsvinden
en anderzijds de sociale en economische belangen die aanmerkelijke versoepelingen
juist steeds urgenter maken. Daarover bestaan aanzienlijke verschillen van opvatting
en appreciatie die de afgelopen periode steeds duidelijker en scherper aan het licht
zijn getreden. Dat is mede gelet op de duur van de crisis begrijpelijk en onvermijdelijk.
Tegen deze maatschappelijke achtergrond behoeft de effectiviteit van de Twm en van
de daarop gebaseerde maatregelen de komende periode bijzondere aandacht. Met het oog
op de nalevingsbereidheid bij burgers en bedrijven en een doeltreffende handhaving
door de overheid zijn een zo consistent en coherent mogelijk beleid en een heldere
communicatie daarover, cruciaal. Voorkomen moet worden dat vanuit de begrijpelijke
wens om perspectief te bieden onbedoeld verwachtingen worden gewekt over afschaling
van maatregelen die soms spoedig daarna toch nog onhaalbaar blijken. Daardoor ontstaat
naast maatschappelijke teleurstelling ook een aanmerkelijk risico dat de geloofwaardigheid
en effectiviteit van het wettelijke regime en van de op grond daarvan nog steeds noodzakelijke
maatregelen wordt aangetast.
Conclusie
Gelet op de ingrijpendheid van de op de Twm gebaseerde maatregelen dienen deze niet
langer van kracht te zijn dan noodzakelijk is. Om die reden heeft de wetgever gekozen
voor een werkingsduur van de wet van drie maanden met de mogelijkheid van verlenging.
Gelet op de huidige omstandigheden zoals hiervoor genoemd, acht de Afdeling het oordeel
gerechtvaardigd dat het laten vervallen van (delen van) de Twm op dit moment niet
aan de orde is. Hierbij betrekt de Afdeling dat de Twm ook noodzakelijk is voor de
gefaseerde afschaling van de maatregelen. Verlenging van de in artikel VIII, eerste
lid, genoemde bepalingen van de Twm met een termijn van drie maanden ligt volgens
haar in de rede.
De vice-president van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
Naar aanleiding van dit advies merk ik het volgende op.
De Afdeling advisering van de Raad van State acht het oordeel gerechtvaardigd dat,
gelet op de huidige omstandigheden, het laten vervallen van (delen van) de Twm op
dit moment nog niet aan de orde is. De Twm biedt de grondslag én regelt de bandbreedte
van de op- en afschaling van de getroffen en te treffen maatregelen. Tegen deze achtergrond
kan de Twm in deze fase niet gemist worden. Voldoende aannemelijk is dat ook ná 1 juni
2021 de Twm noodzakelijk zal zijn om het virus verder in te dammen. Een ontwerpbesluit
tot verlenging van de Twm zal aan de beide Kamers van de Staten-Generaal worden voorgelegd.
Verder merkt de Afdeling advisering op dat er nieuwe onderdelen worden toegevoegd
aan de Twm, enerzijds gaat het om voorstellen die verdere beperkingen opleggen, anderzijds
gaat het ook juist om voorzieningen die bij kunnen dragen aan het afschalen van de
maatregelen. De Afdeling advisering wijst op het belang van een overzicht waarin de
reeds aangekondigde wijzigingen en het beoogde tijdpad daarvan is aangegeven.
Naar aanleiding van deze constatering is de toelichting bij het verlengingsbesluit
aangevuld met deze informatie.
Ik verzoek U daarom in te stemmen met openbaarmaking van het advies en het nader rapport
en toezending van deze stukken aan de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Th.C. de Graaf, vicepresident van de Raad van State -
Mede ondertekenaar
H.M. de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.