Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kerstens en Nijboer over brandveiligheid in seniorenwoningen
Vragen van de leden Kerstens en Nijboer (beiden PvdA) aan de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over brandveiligheid in seniorenwoningen (ingezonden 27 juni 2019).
Antwoord van Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
4 september 2019).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Seniorencomplexen onveilig bij brand: «We moeten
ouderen er letterlijk uit slepen»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2, 3 en 4
Heeft u eerdere signalen ontvangen als in het artikel genoemd, zoals de roep om aanscherping
van de brandveiligheidsvoorschriften voor seniorencomplexen? Zo ja, welke stappen
heeft u hier in reactie op genomen?
Welke mogelijke maatregelen ziet u om de rookverspreiding en lengte van de vluchtroutes
terug te dringen zodat ouderen beter in staat zullen zijn hun huis te verlaten in
het geval van brand?
Bent u bereid in overleg met de brandweer, het Instituut Fysieke Veiligheid en mogelijke
andere organisaties in het veld te evalueren in hoeverre de brandveiligheidsvoorschriften
te kort schieten en in samenspraak een plan van actie op te stellen? Zo ja, met welk
tijdspad? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2, 3 en 4
Ja. Over de brandveiligheid van seniorencomplexen heb ik eerder met uw Kamer gesproken.
Meest recent op het Algemeen overleg Bouwregelgeving en risicovloeren van 20 februari
2019 (Kamerstuk 28 325, nr. 194) naar aanleiding van mijn Kamerbrief van 31 januari 2019 inzake stand van zaken uitvoering
diverse toezeggingen en moties over brandveiligheid ouderen (Kamerstuk 32 757, nr. 151). Aansluitend hierop heb ik ongeveer gelijktijdig met deze beantwoording een nieuwe
brief gestuurd, waarin ik uw Kamer informeer over een uitgevoerd onderzoek naar een
aparte gebruiksfunctie voor seniorencomplexen in het Bouwbesluit. In het kader van
dit onderzoek is ook gesproken met de brandweer, het Instituut Fysieke Veiligheid
en andere organisaties. Ik meld in deze brief dat ik voornemens ben om de brandveiligheidseisen
voor woongebouwen aan te scherpen. In het kader van dit voornemen voert TNO een onderzoek
uit naar mogelijke nieuwe eisen, waaronder het beperken van de lengte van de vluchtroute.
De uitkomsten van het onderzoek van TNO zullen dit najaar nader worden besproken met
partijen, waaronder de brandweer. Ik ben voornemens vervolgens een voorstel tot aanpassing
van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012,
op te stellen. Deze wijziging kan dan tegelijkertijd met het Besluit bouwwerken leefomgeving
op 1 januari 2021 in werking treden. Deze wijziging zal via de voorhangprocedure aan
uw Kamer worden voorgelegd. Voor het beperken van de rookverspreiding zijn er in het
reeds gepubliceerde Besluit bouwwerken leefomgeving al zwaardere eisen opgenomen.
Vraag 5 en 6
Deelt u de mening dat de veiligheid van ouderen niet afhankelijk mag zijn van het
bouwjaar van het seniorencomplex waarin zij wonen?
Welke mogelijkheden ziet u om gemeenten te stimuleren om seniorencomplexen up-to-date
te brengen in termen van rookweerstandseisen zodat zij aan dezelfde normen voldoen
als nieuwe gebouwen? Welke actie gaat u daartoe ondernemen?
Antwoord 5 en 6
In de bouwregelgeving (Bouwbesluit en straks Besluit bouwwerken leefomgeving) zijn
er verschillende eisen voor nieuwbouw en bestaande bouw. Uitgangspunt bij zowel de
eisen voor nieuwbouw als bestaande bouw is dat bewoners veilig kunnen vluchten bij
brand. De eisen voor nieuwbouw zijn hoger omdat het bij nieuwbouw mogelijk is op kosten-efficiënte
wijze een hoger veiligheidsniveau te realiseren. De bouwregelgeving geeft de gemeente
(bevoegd gezag) de mogelijkheid van een maatwerkaanpak, waarbij zij bij een specifiek
bestaand seniorencomplex het veiligheidsniveau voor nieuwbouw kan op leggen. Een dergelijke
mogelijkheid geldt voor alle nieuwbouweisen, dus ook voor de rookweerstandseisen.
Het is aan gemeenten zelf, om in gevallen waarin dit noodzakelijk wordt geacht, van
deze mogelijkheid gebruik te maken. Ik heb gemeenten en brandweer hierop eerder al
geattendeerd. Ik bezie nog hoe ik de toepassing van deze mogelijkheid bij gemeenten
verder kan stimuleren.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
K.H. Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.