Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Westerveld over het bericht van de Commissariaat voor de Media ‘Commissariaat niet tevreden over beoordeling nevenfuncties KRO-NCRV’
Vragen van het lid Westerveld (GroenLinks) aan de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media over het bericht van de Commissariaat voor de Media «Commissariaat niet tevreden over beoordeling nevenfuncties KRO-NCRV» (ingezonden 19 april 2019).
Antwoord van Minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media) (ontvangen 16 mei
2019).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de onderzoeksresultaten van het Commissariaat voor de Media
in het bericht «Commissariaat niet tevreden over beoordeling nevenfuncties KRO-NCRV»?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat journalistieke onafhankelijkheid een belangrijke voorwaarde
is zodat journalisten geloofwaardig en gedegen hun werk kunnen uitvoeren? Deelt u
de opvatting dat de publieke omroep er daarom voor moet waken dat personeelsleden
de schijn van belangenverstrengeling opwekken?
Antwoord 2
Journalistieke onafhankelijkheid is een kernwaarde van de journalistiek en in het
bijzonder van het publieke mediabestel. Het is van belang dat (de schijn van) commerciële
beïnvloeding van publiek media-aanbod wordt voorkomen. In de Mediawet 2008 staat niet
voor niets dat de publieke mediadienst onafhankelijk is van commerciële- en overheidsinvloeden.
Vraag 3
Deelt u de mening dat een register nevenfuncties bijdraagt aan transparantie en daarmee
de schijn van belangenverstrengeling tegengaat? Zo ja, hoe verklaart u dat verschillende
publieke omroepen een dergelijk register nog niet openbaar op hun website hebben staan?
Antwoord 3
Een register van nevenfuncties kan bijdragen aan transparantie en het voorkomen van
(mogelijke) belangenverstrengeling. Op grond van de Governancecode Publieke Omroep
2018 (hierna: de Governancecode) dienen nevenfuncties gemeld te worden en getoetst
op mogelijke belangenverstrengeling. De verplichting tot openbaarmaking van nevenfuncties
geldt alleen voor topfunctionarissen en belangrijke journalistieke functionarissen.
Uit een inventarisatie van de Commissie Integriteit Publieke Omroep (hierna: CIPO)
blijkt dat de media-instellingen en de NPO, overeenkomstig de Governancecode op hun
websites nevenfuncties openbaar maken1.
Vraag 4
Bent u ervan op de hoogte dat de KRO-NCRV stelt dat zij de aanbevelingen van het Commissariaat
voor de Media hebben overgenomen en hebben geïmplementeerd? Deelt u de verwondering
dat, ondanks deze toezegging, het register nevenfuncties van de KRO-NCRV nog steeds
incompleet is, dat wil zeggen dat tot op de dag van vandaag de activiteiten van journalist
Jaspers bij veevoerfabrikant «For Farmers» in het «register nevenfuncties» van de
KRO-NCRV ontbreken?2
Antwoord 4
Zoals het bericht stelt was het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat)
niet tevreden over de wijze van beoordeling van de nevenfunctie van de betrokken presentatrice.
Het Commissariaat is van oordeel dat KRO-NCRV onvoldoende zorgvuldig is geweest bij
het beoordelen van de nevenfunctie en niet transparant is geweest op grond van welke
overwegingen KRO-NCRV deze nevenfunctie heeft goedgekeurd. KRO-NCRV heeft de procedures
op dit punt inmiddels aangepast.
CIPO heeft in januari 2019 een richtlijn opgesteld3 om nader te duiden in welke gevallen nevenfuncties van belangrijke presentatoren
van journalistieke programma’s openbaar gemaakt dienen te worden. Volgens deze criteria
worden de door de presentatrice gepresenteerde programma’s niet aangemerkt als journalistiek
programma en hoeven de nevenfuncties niet openbaar te worden gemaakt.
Vraag 5
Deelt u de mening dat transparantie over nevenactiviteiten van alle bestuurders, hoofd-
en eindredacteuren en presentatoren de betrouwbaarheid van de publieke omroep ten
goede komt? Wilt u zich inspannen om zoveel mogelijk transparantie te bewerkstelligen
bij de omroepen over nevenactiviteiten?
Antwoord 5
Als een publieke media-instelling zorgt voor een zorgvuldige beoordelingsprocedure
van nevenfuncties, verkleint de publieke media-instelling het risico op belangenverstrengeling.
Het op orde hebben van dit soort beoordelingsprocedures en transparante verantwoording
vormen belangrijke waarborgen voor de onafhankelijkheid van publieke media-instellingen.
Vraag 6
Is het hanteren en bijhouden van een register nevenfuncties voor de omroepverenigingen
en taakomroepen verplicht?
Antwoord 6
Op grond van de Governancecode is het bijhouden van een register nevenfuncties verplicht
voor de publieke media-instellingen en de NPO.
Vraag 7
Wie houdt toezicht of de registers van verscheidene publieke omroepen actief worden
bijgehouden, wetende het register nevenfuncties, register geschenken en register financiële
belangen en beleggingen?
Antwoord 7
Het toezicht op de naleving van de bepalingen over de openbare registers, en op de
overige bepalingen van de Governancecode, ligt bij CIPO.
Vraag 8
Wat zijn de consequenties als publieke omroepen de verschillende governancecodes overtreden,
zoals de «Governancecode Publieke Omroep 2018» en «Governance en Interne Beheersing»?
Antwoord 8
CIPO houdt toezicht op de naleving van de Governancecode. De raad van bestuur van
de NPO kan, als het toezicht op en de naleving van deze code door het bestuur en de
raad van toezicht van media-instellingen tekort schiet, gebruik maken van zijn wettelijke
bevoegdheden als bedoeld in artikel 2.154 van de Mediawet 2008 (inhouding op vastgestelde
bedragen).
In de Beleidsregels Governance en Interne beheersing geeft het Commissariaat een nadere
uitleg over de Mediawettelijke normen ten aanzien van de bestuurlijke organisatie
(artikel 2.142a Mediawet 2008), belangenverstrengeling (artikel 2.142 Mediawet 2008)
en interne bedrijfsprocessen (artikel 2.178 Mediawet 2008). Het Commissariaat is belast
met het toezicht op de naleving van genoemde bepalingen in de Mediawet 2008. Het Commissariaat
kan handhavend optreden bij overtreding van deze bepalingen. Op basis van het principe
toezicht op maat bepaalt het Commissariaat wat het meest passende instrument is om
in te zetten.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.