Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kuiken over onveiligheid in asielzoekerscentra
Vragen van het lid Kuiken (PvdA) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over onveiligheid in asielzoekerscentra (ingezonden 28 februari 2019).
Antwoord van Staatssecretaris Harbers (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 8 april
2019). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018–2019, nr. 2008.
Vraag 1
Kent u het bericht «Personeel asielzoekerscentra voelt zich onveilig: dagelijks agressie
en geweld»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent ook u net zoals vakbond FNV geschokt over de ernst van de meldingen? Zo ja, waarom?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
De meldingen die bij de vakbond FNV zijn binnengekomen zijn zorgelijk. Geweld tegen
medewerkers met een publieke taak is volstrekt onacceptabel.
Vraag 3
Beschikt u over cijfers of andere gegevens ten aanzien van de veiligheid van het personeel
in asielzoekerscentra? Zo ja, waaruit bestaan die? Zo nee, waarom niet en wilt u de
veiligheidssituatie voor het personeel in kaart laten brengen?
Antwoord 3
Ja. Het COA kent een incidentenregistratie in het IBIS (Integraal Bewoners Informatie
Systeem). De Rapportage Vreemdelingenketen (RVK) van januari-december 20172 geeft de IBIS incidentencijfers van alle COA-locaties over de jaren 2016 en 2017.
Daarnaast vindt er een incidentenregistratie via het eigen intranet plaats. Dit vindt
plaats met het oog op personeelszorg, binnen het kader van de risico inventarisatie
& evaluatie (RI&E). Ik streef ernaar de RVK over de periode januari-december 2018
met daarin gegevens aangaande de incidentenregistratie over het jaar 2018 voor het
komende meireces aan uw Kamer te zenden.
Vraag 4
Deelt u de mening van de bestuursvoorzitter van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
(COA) dat er naast de al genomen specifieke maatregelen meer nodig is? Zo ja, waarom?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Het is spijtig dat de getroffen maatregelen nog onvoldoende hebben geleid tot een
merkbare vermindering van het aantal incidenten. Het onderzoek dat de Inspectie JenV
heeft uitgevoerd naar de opvang van overlastgevende asielzoekers3 laat zien dat er meer maatregelen nodig zijn. Ik ben aan de slag gegaan met de aanbevelingen
van de Inspectie. In april zal ik uw Kamer informeren over de status hiervan.
Vraag 5
Deelt u de mening dat niet langer sprake is van incidenten maar van een structureel
probleem? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
De overlastproblematiek is inmiddels een structureel probleem. De ervaren overlast
wordt momenteel veroorzaakt door een beperkte groep bewoners, veelal afkomstig uit
Noord-Afrikaanse landen. Deze groep verblijft, als gevolg van de procedures op sporen
1 en 2, voor een beperkte periode in de opvang. De afgelopen periode is de instroom
van deze groep toegenomen en daarmee het voortduren van deze overlastproblematiek.
Vraag 6
Deelt u de mening van de in het bericht genoemde FNV-bestuurder dat om de werksituatie
veiliger te maken er meer medewerkers op de locaties, meer beveiliging en een onderzoek
naar de veiligheid van de gebouwen nodig zijn? Zo ja, hoe en hoe snel gaat u hiervoor
zorgen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
De gebouwen voldoen aan de veiligheidseisen passend bij de doelgroep waarvoor het
COA is ingericht. De groep overlastgevende asielzoekerslaat volstrekt onacceptabel
gedrag zien. Hiertoe zijn extra maatregelen in het leven geroepen, zoals het verscherpen
van de huisregels en overplaatsing naar een extra begeleiding en toezicht locatie
(ebtl). Hierover heb ik uw Kamer in mijn brieven van 8 juni en 15 november jl. geïnformeerd4. Daarnaast zijn er op steeds meer opvanglocaties aanvullende afspraken met gemeenten
en politie gemaakt.
Vraag 7
Is het waar dat het vooral asielzoekers uit zogenoemde veilige landen zijn die verantwoordelijk
zijn voor het geweld en de bedreigingen? Zo ja, welke mogelijkheden heeft u of gaat
u ontwikkelen om meer beperkende maatregelen op te kunnen leggen aan deze groep asielzoekers
en om te zorgen dat zij zo snel mogelijk ons land verlaten? Zo nee, wat is niet waar
aan deze bewering?
Antwoord 7
Uit gegevens vanuit de migratieketen blijkt dat personen uit de zogenoemde veilige
landen relatief vaker dan de gemiddelde asielzoeker overlastgevend en/of crimineel
gedrag vertonen. Hierbij is niet aan te geven of dit ook geldt voor het aantal incidenten
waarbij medewerkers van het COA slachtoffer zijn.
Zoals ook aangegeven in mijn brieven van 8 juni en 15 november jl.,5 is er reeds een palet aan maatregelen ontwikkeld dat kan worden ingezet om overlastgevende
asielzoekers aan te pakken en terugkeer te realiseren. Zo zijn er onder meer twee
ebtl’s geopend en worden overlastgevers eerder in vreemdelingenbewaring gesteld. Ook
heeft het COA het maatregelenbeleid aangescherpt waardoor er nadrukkelijker aandacht
is voor het verbod op onaanvaardbaar gedrag, de sancties die hierop staan (zoals het
inhouden van leefgelden of het beperken van opvang) en het doen van een melding en
aangifte in geval van incidenten. Daarnaast zijn er snellere procedures voor evident
kansarme asielaanvragen ingevoerd en worden er effectieve afspraken gemaakt over samenwerking
met veilige landen van herkomst voor de terugkeer van personen die irregulier in Nederland
verblijven. Aangezien de reeds bestaande maatregelen nog onvoldoende hebben geleid
tot een merkbare vermindering van het aantal incidenten, zet ik voortdurend in op
intensivering en optimalisering van de getroffen en nog te treffen maatregelen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.G.J. Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.