Schriftelijke vragen : De situatie bij Jeugdbescherming Noord
Vragen van de leden Moinat en Schilder (beiden Groep Markuszower) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de situatie bij Jeugdbescherming Noord (ingezonden 28 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Herstel van JB Noord blijkt niet uit eigen cijfers.
«Slechte jeugdbescherming kan schade juist vergroten»» en met de voortgangsrapportage
van Jeugdbescherming Noord van september 2026?1,
2
Vraag 2
Hoe beoordeelt u dat op 8 september 2026 nog 115 van de 929 maatregelen werden uitgevoerd
zonder vaste jeugdbeschermer, terwijl Jeugdbescherming Noord zelf aangeeft dat in
een normale situatie slechts 40 tot 60 maatregelen tijdelijk zonder vaste jeugdbeschermer
zouden worden beheerd? Wanneer moet dit aantal zijn teruggebracht tot ten minste het
door Jeugdbescherming Noord zelf genoemde normale niveau?
Vraag 3
Hoe beoordeelt u dat de ongecorrigeerde tijdigheid van het eerste face-to-facecontact
volgens de eigen monitor is teruggelopen van 83 procent in februari naar 60 procent
in augustus 2026 en de ongecorrigeerde tijdigheid van het eerste Plan van Aanpak in
dezelfde periode van 88 procent naar 50 procent, terwijl voor beiden een norm van
80 procent wordt gehanteerd?
Vraag 4
Kunt u voor juni, juli en augustus 2026 aangeven welk percentage van de niet tijdig
uitgevoerde eerste face-to-facecontacten en Plannen van Aanpak na individuele beoordeling
als een gegronde afwijking is aangemerkt en welk percentage ook na deze correctie
niet aan de norm voldeed?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u dat de werkvoorraad bij de risicotaxaties volgens dezelfde rapportage
is opgelopen van 47 in mei naar 68 in juni, 93 in juli en 109 in augustus 2026, terwijl
in de tabel een norm van 48 wordt vermeld? Kunt u garanderen dat desondanks bij ieder
kind onder verantwoordelijkheid van Jeugdbescherming Noord actueel zicht bestaat op
de veiligheid? Zo ja, waarop baseert u dat? Zo nee, welke maatregelen neemt u om dit
onmiddellijk te waarborgen?
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de personele kwetsbaarheid bij Jeugdbescherming Noord, nu het ziekteverzuim
onder SKJ-geregistreerde jeugdbeschermers in augustus opnieuw 15 procent bedroeg,
50 procent van de bezetting aan jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders pas na 2023
in dienst is gekomen, het moeilijk blijkt ervaren jeugdbeschermers aan te trekken
en tegelijkertijd sprake is van onderbezetting bij de gedragswetenschappers? Welke
concrete maatregelen worden genomen en wanneer moet de personele bezetting structureel
op orde zijn?
Vraag 7
Hoe beoordeelt u dat Jeugdbescherming Noord zelf waarschuwt dat de onderbezetting
bij gedragswetenschappers gevolgen kan hebben voor het behalen van de tijdigheidsnormen,
terwijl deze professionals een belangrijke rol vervullen bij inhoudelijke beslissingen
in dossiers?
Vraag 8
Hoe beoordeelt u dat het programma voor verbetering van betekenisvol cliëntcontact
volgens de voortgangsrapportage pas in november 2026 ter besluitvorming aan het management
wordt voorgelegd en de daadwerkelijke verbeterslagen vervolgens in de komende jaren
moeten plaatsvinden, terwijl tekortkomingen in het zien, horen en betrekken van kinderen
en gezinnen eerder al door de inspecties zijn vastgesteld?
Vraag 9
Hoe beoordeelt u de huidige cijfers tegen de achtergrond van het beëindigen van het
verscherpte toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie
en Veiligheid, terwijl zij constateerden dat nog niet alle kinderen, jongeren en ouders
tijdig de bescherming, begeleiding en hulp kregen die zij nodig hadden, de kwaliteit
van de uitvoering deels onvoldoende bleef en het vertrouwen in de verbeterkracht van
Jeugdbescherming Noord kwetsbaar bleef? Acht u het verantwoord het toezicht ongewijzigd
voort te zetten?
Vraag 10
Welke concrete en meetbare criteria hanteren de inspecties om te bepalen wanneer de
situatie bij Jeugdbescherming Noord aanleiding geeft tot intensivering van het toezicht
of een nieuwe toezichtmaatregel, en zijn deze criteria volgens u inmiddels bereikt
of in zicht?
Vraag 11
Hebben de cijfers uit de voortgangsrapportage van september 2026 aanleiding gegeven
tot aanvullende toezichtactiviteiten? Zo ja, welke en met welke bevindingen? Zo nee,
waarom niet? Bent u bereid de inspecties te verzoeken op korte termijn te beoordelen
of de huidige ontwikkelingen aanleiding geven tot intensivering van het toezicht en
de Kamer daarover te informeren?
Vraag 12
Kunt u, mede in het licht van de recente ernstige gebeurtenissen rond een 15-jarig
meisje dat onder toezicht stond van Jeugdbescherming Noord en waarover afzonderlijke
schriftelijke vragen zijn gesteld, aangeven hoe wordt gewaarborgd dat signalen van
acute of toenemende onveiligheid bij kinderen onder een maatregel onmiddellijk leiden
tot een actuele risico-inschatting en, indien noodzakelijk, aanvullende bescherming?
Indieners
-
Gericht aan
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Indiener
Nicole Moinat, Kamerlid -
Medeindiener
Shanna Schilder, Kamerlid