Schriftelijke vragen : Een bezuiniging op de belastingdienst van 440 miljoen euro met grote gevolgen voor de inkomsten van de overheid door reguliere invorderingen en lopende bedrijfsbezoeken
Vragen van het lid Van Brenk (50PLUS) aan de Staatssecretarissen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën over een bezuiniging op de belastingdienst van 440 miljoen euro met grote gevolgen voor de inkomsten van de overheid door reguliere invorderingen en lopende bedrijfsbezoeken (ingezonden 27 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de betreffende uitzending van Buitenhof en de publicatie in het
NRC?1,
2
Vraag 2
Bent u het eens met het geschetste (mogelijke) verlies aan inkomsten van de overheid
als gevolg van deze bezuiniging?
Vraag 3
In 2024 constateerde de Algemene Rekenkamer reeds dat de belastingdienst tenminste
1000 fte te kort kwam voor het uitvoeren van alle controlewerkzaamheden. Komt deze
bezuiniging daar bovenop? Hoeveel fte aan controlecapaciteit gaat met deze extra bezuiniging
verloren?
Vraag 4
Waarom is er gekozen voor het doorsluizen van deze bezuiniging naar de belastingdienst
terwijl de overheid juist zit te springen om extra inkomsten? Immers, minder controle
leidt toch ook tot minder inkomsten?
Vraag 5
Is deze bezuiniging ter advisering ook voorgelegd aan de Raad van State en Centraal
Planbureau (CPB)?
Vraag 6
Is het bij de regering bekend dat 50PLUS in haar tegenbegroting van 2019 dit vraagstuk
heeft voorgelegd aan het CPB (ex-ante budgettaire effecten tegenbegroting 50PLUS van
19 september 2018)? Is het u bekend dat het CPB op grond van de toen geldende uitgangspunten
heeft geconcludeerd dat (extra) uitgaven aan controle op naleving, tot extra inkomsten
van vergelijkbare omvang leidt? Deelt u de observatie dat, volgens dit uitgangspunt,
een bezuiniging dus ook spiegelbeeldig zal leiden tot minder inkomsten van vergelijkbare
omvang? Dan is er de facto toch helemaal geen financiële logica om tot een dergelijke
bezuiniging over te gaan? Zijn de modelmatige uitgangspunten van het CPB, sinds 2019
op dit punt formeel aangepast of niet?
Vraag 7
Kunt u aangegeven waarom er wel of niet er sprake is van (toenemende) schending van
het gelijkheidsbeginsel (artikel 1 Grondwet), de beginsel tot handhaving (bestuursrecht)
en het legaliteitsbeginsel (artikel 104 Grondwet) op het moment de invorderende en
controlerende taak onvoldoende wordt uitgevoerd?
Indieners
-
Gericht aan
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën -
Indiener
Corrie van Brenk, Kamerlid