Schriftelijke vragen : De berichtgeving inzake de kabinetsplannen met betrekking tot de bezuiniging op de ambtelijke organisatie
Vragen van het lid Mohandis (PRO) aan de Minister en Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de berichtgeving inzake de kabinetsplannen met betrekking tot de bezuiniging op de ambtelijke organisatie (ingezonden 27 oktober 2026).
Vraag 1
Wat is de reden dat op maandagochtend 26 oktober in diverse media, onder andere door
middel van een interview in het Algemeen Dagblad, te lezen was over de kabinetsplannen
met betrekking tot de bezuiniging op de ambtelijke organisatie, terwijl de Kamer de
brief pas ruim na die berichtgeving in de media ontving?
Vraag 2
Deelt u nog steeds de mening dat het in het belang van goede staatsrechtelijke verhoudingen
is dat de Kamer altijd eerst wordt geïnformeerd? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Wat is de reden dat u ervoor kiest om met name in de uitvoering fors te gaan snijden?
Wat zijn de gevolgen hiervan voor de uitvoering van belangrijke overheidstaken? En
hoe voorkomt u hiermee dat de uitvoering verder vastloopt?
Vraag 4
Klopt het dat er bij de Belastingdienst nu juist een tekort aan capaciteit is, waardoor
vele miljarden euro’s aan belastingen niet kunnen worden geïnd? Vindt u het uitlegbaar
dat de kans aanwezig is dat door het snijden in de uitvoering er nog meer belastingen
niet geïnd kunnen worden?
Vraag 5
Klopt het dat door fors te snijden in bijvoorbeeld het toezicht in de zorg, de zorgfraude
minder goed kan worden opgespoord, terwijl het juist de bedoeling is dat de vele miljarden
euro’s aan zorgfraude wel worden opgespoord? Hoe legt u deze inconsistentie uit?
Vraag 6
Kunt u een overzicht geven van de toezichthouders waarop bezuinigd zal gaan worden
en of deze toezichthouders nu al juist kampen met capaciteitstekorten om hun toezichthoudende
taken goed uit te kunnen voeren?
Vraag 7
Klopt het dat door het fraudebeleid van de overheid er nu heel veel voltijds-equivalent
(fte) nodig is om het toeslagenschandaal op te lossen?
Vraag 8
Kunt u specifiek uitleggen hoe precies tot de optelsom van de taakstelling is gekomen?
Welke concrete cijfers en onderbouwingen liggen hieraan ten grondslag? Of is de optelsom
het resultaat van het sluitend willen maken van de begroting?
Vraag 9
Welke risico’s ziet u ten aanzien van het feit dat er in de toekomst juist veel nieuwe
externe inhuur nodig is, omdat cruciale kennis niet meer aanwezig is bij de departementen
zelf? En hoe voorkomt u dat de overheid hiermee nog meer afhankelijk wordt van externe
bureaus?
Vraag 10
Welke risico’s ziet u ten aanzien van het gebruik van artificiële intelligentie (AI),
zolang Nederland en Europa vooral afhankelijk zijn van grote AI-bedrijven van buiten
de EU? Hoe weegt u deze ongewenste afhankelijkheid mee bij uw plannen om overheidsdienstverlening
en overheidstaken uit te voeren?
Vraag 11
Klopt het dat een groot deel van de kosten die gemaakt worden in Wet open overheid
(Woo)-procedures komen, doordat overheden stelselmatig te weinig hebben gedaan om
de achterstallige informatiehuishouding te verbeteren? Zo nee, hoe zit dit dan volgens
u wel?
Vraag 12
Wat is er de afgelopen jaren concreet gedaan om de informatiehuishouding te verbeteren?
Welke stappen die eerder zijn afgesproken, onder andere tijdens de behandeling van
de Woo in beide Kamers, zijn er concreet uitgevoerd? En waarom is dit tot op heden
nog niet substantieel verbeterd?
Vraag 13
Waarom wil het kabinet de openbaarheid van burgers en journalisten inperken, terwijl
het de overheid zelf is die haar informatiehuishouding niet op orde heeft? Hoe legt
u dit aan de samenleving uit?
Vraag 14
Kunnen alle relevante beslisnota’s, dus niet alleen de beknopte nota die nu is meegestuurd,
die ten grondslag liggen aan de samenstelling van deze brief, dus ook die over de
inhoud van de brief gaan en die afkomstig zijn van andere departementen, met de Kamer
worden gedeeld?
Vraag 15
Kunt u deze vragen ruim voorafgaand aan de relevante commissiedebatten over de informatie-
en werkafspraken tussen Kamer en kabinet en over de slagvaardige overheid afzonderlijk
van elkaar beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Indiener
Mohammed Mohandis, Kamerlid