Schriftelijke vragen : Het vergroten van de doelmatigheid van de doorbraakmiddelen uit het AZWA en het voorkomen van ongewenste marktverstorende effecten
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het vergroten van de doelmatigheid van de doorbraakmiddelen uit het AZWA en het voorkomen van ongewenste marktverstorende effecten (ingezonden 22 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met signalen uit het veld over onbedoelde concurrentie tussen subsidiegedreven
projecten en ondernemers als gevolg van verstrekte IZA-subsidies, bijvoorbeeld in
het digitale zorgdomein? Zo nee, bent u bereid om hier proactief onderzoek naar te
doen?
Vraag 2
Is er bij het verstrekken van IZA-middelen actief gekeken naar bestaande oplossingen
van bijvoorbeeld private partijen of zorgorganisaties, om terughoudendheid bij het
verstrekken van subsidies in die situaties te bevorderen? Zo ja, kunt u een toelichting
geven op hoe dit is gebeurd? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Welke lessen heeft u getrokken op het gebied van doelmatigheid en transparante en
eerlijke concurrentie uit de evaluatie van het Integraal Zorgakkoord (IZA)? Hoe worden
deze lessen geborgd bij het verstrekken van subsidies uit de doorbraakmiddelen van
het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)?
Vraag 4
Bent u bereid om een marktscan in te bouwen bij het verstrekken van de doorbraakmiddelen
uit het AZWA om ongewenste concurrentie met al bestaande toepassingen te voorkomen?
Zo ja, hoe gaat u deze vormgeven? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Kunt u toelichten op welke wijze er een gelijk speelveld wordt geborgd tussen publieke
en private spelers bij het toekennen van specifieke doorbraakmiddelen? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 6
Bent u bereid om in de toekomst alternatieve publiek-private routes te verkennen om
te bezien hoe de samenwerking tussen de zorgsector en het bedrijfsleven structureel
geborgd kan worden om in gezamenlijkheid de grote transitieopgaven het hoofd te bieden?
Bent u daarbij ook bereid om te kijken naar andere financieringsconstructies zoals
het benutten van de nog op te richten Nationale Investeringsinstelling? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 7
Kunt u toelichten wie verantwoordelijk is voor het toetsen van mogelijke marktverstorende
effecten bij het toekennen van de doorbraakmiddelen uit het AZWA? Op welke wijze wordt
geborgd dat deze beoordeling onafhankelijk van de betrokken zorgverzekeraars en zorgaanbieders
plaatsvindt? Bent u bereid om hier een onafhankelijke toets voor in te richten? Zo
nee, waarom niet?
Vraag 8
Bent u bereid om als voorwaarde voor het toekennen van doorbraakmiddelen uit het AZWA
te stellen dat aanvragers aantoonbaar hebben onderzocht welke bestaande toepassingen
al op de markt beschikbaar zijn? En ook waarom het ontwikkelen of financieren van
een alternatief doelmatiger zou zijn dan het inkopen danwel opschalen van deze toepassingen?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Bent u bereid om een procedure in te richten waarmee private partijen mogelijke marktverstorende
effecten van de inzet van IZA- en AZWA-middelen kunnen melden? En ook het onafhankelijk
kunnen laten beoordelen? Bent u daarbij ook bereid om te bezien onder welke omstandigheden
de al toegekende middelen kunnen worden bijgestuurd of stopgezet wanneer sprake blijkt
van ongewenste marktverstoring? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Ingrid Coenradie, Kamerlid