Schriftelijke vragen : Online oproepen tot een demonstratie op 31 oktober in Den Haag en het mogelijke risico op gewelddadige rellen zoals in Frankrijk
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over online oproepen tot een demonstratie op 31 oktober in Den Haag en het mogelijke risico op gewelddadige rellen zoals in Frankrijk (ingezonden 22 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de oproepen op TikTok en andere sociale media om op zaterdag 31 oktober
2026 vanaf 14.00 uur te demonstreren op het Malieveld in Den Haag, onder de naam «Generatie
Z Protest»?
Vraag 2
Bent u bekend met de online berichten waarin wordt verwezen naar de recente gewelddadige
rellen in Frankrijk en waarin wordt gesproken over het massaal optrekken richting
winkelgebieden en designerwinkels in Den Haag, en deelt u de zorgen dat dergelijke
oproepen kunnen wijzen op plannen voor geweld, vernielingen of plunderingen?
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het risico dat de aangekondigde demonstratie op 31 oktober uitloopt
op ernstige ongeregeldheden, en welke concrete signalen liggen aan deze inschatting
ten grondslag?
Vraag 4
Zijn de politie, de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en andere betrokken instanties
actief bezig met het volgen en beoordelen van online oproepen rond deze demonstratie,
waaronder berichten op TikTok, Telegram en besloten chatgroepen, en worden hierbij
waar nodig en wettelijk toegestaan ook personen of groepen onderzocht die mogelijk
geweld voorbereiden?
Vraag 5
Wordt onderzocht wie achter de oproepen tot deze demonstratie zitten, of sprake is
van georganiseerde groepen die uit zijn op confrontaties met de politie en of er aanwijzingen
zijn dat personen vanuit andere steden naar Den Haag willen komen om ongeregeldheden
te veroorzaken?
Vraag 6
Is er inmiddels overleg geweest tussen het ministerie, de politie, het Openbaar Ministerie
en de gemeente Den Haag over de aangekondigde demonstratie en het risico op rellen,
en welke preventieve maatregelen worden momenteel voorbereid?
Vraag 7
Wordt er rekening gehouden met de inzet van extra politiecapaciteit, waaronder de
Mobiele Eenheid, om eventuele grootschalige ongeregeldheden op 31 oktober direct te
kunnen aanpakken, en is voldoende capaciteit beschikbaar om tegelijkertijd de veiligheid
in andere delen van het land te waarborgen?
Vraag 8
Welke concrete maatregelen worden eventueel voorbereid om winkeliers, ondernemers
en omwonenden in Den Haag te beschermen tegen mogelijke vernielingen, geweld en plunderingen,
en kunt u garanderen dat de politie voldoende capaciteit heeft om bij ernstige ongeregeldheden
snel in te grijpen en deze ondernemers te beschermen?
Vraag 9
Bent u bekend met de recente maatregelen van de Italiaanse regering tegen gewelddadige
rellen, waaronder hogere straffen, het preventief kunnen vasthouden van jongeren tussen
de 14 en 17 jaar, het aansprakelijk stellen van ouders voor vernielingen door hun
kinderen en de inzet van militairen ter bescherming van kwetsbare locaties, en hoe
beoordeelt u deze maatregelen in de Nederlandse context?
Vraag 10
Welke mogelijkheden bestaan er in Nederland om personen van wie op basis van concrete
aanwijzingen wordt verwacht dat zij geweld of vernielingen willen plegen, voorafgaand
aan een demonstratie tegen te houden, aan te houden of een gebiedsverbod op te leggen,
en acht u deze bevoegdheden voldoende?
Vraag 11
Bent u bereid te onderzoeken of aanvullende preventieve bevoegdheden, naar voorbeeld
van Italië, noodzakelijk zijn om personen die aantoonbaar uit zijn op geweld al vóór
het uitbreken van rellen effectief te kunnen aanpakken, en zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Hoe beoordeelt u de inzet van plaatselijke avondklokken in Frankrijk om verdere rellen
en plunderingen te voorkomen, en ziet u dergelijke tijdelijke maatregelen ook als
een mogelijkheid om mogelijke ernstige ongeregeldheden te voorkomen – en niet enkel
als maatregel achteraf?
Vraag 13
Klopt het dat burgemeesters op grond van de artikelen 175 en 176 van de Gemeentewet
bij ernstige vrees voor grootschalige wanordelijkheden al preventief tijdelijke gebiedsgebonden
uitgaansverboden kunnen instellen, en welke juridische beperkingen gelden daarbij
voor het specifiek richten van dergelijke maatregelen op groepen die een aantoonbaar
risico vormen voor de openbare orde?
Vraag 14
Acht u de bestaande bevoegdheden voldoende om bij concrete aanwijzingen voor georganiseerde
rellen preventief op te treden tegen risicogroepen, bijvoorbeeld door tijdelijke gebiedsverboden,
groepsverboden of uitgaansbeperkingen, en bent u bereid aanvullende wetgeving te overwegen
als deze mogelijkheden tekortschieten (voor de toekomst)?
Vraag 15
Welke aanvullende maatregelen acht u noodzakelijk om te voorkomen dat vreedzame demonstraties
worden misbruikt door personen die uit zijn op geweld, vernielingen of plunderingen,
en bent u bereid hierover vóór 31 oktober concrete afspraken te maken met de betrokken
autoriteiten?
Vraag 16
Bent u bereid deze vragen, gezien de aangekondigde demonstratie op 31 oktober en de
mogelijke risico’s voor de openbare orde, uiterlijk dinsdag 27 oktober 2026 te beantwoorden,
zodat de Kamer tijdig kan beoordelen of voldoende maatregelen worden getroffen?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Ingrid Coenradie, Kamerlid