Schriftelijke vragen : Muizenschade aan grasland en de gevolgen voor mestregelgeving
Vragen van het lid Goudzwaard (JA21) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over muizenschade aan grasland en de gevolgen voor mestregelgeving (ingezonden 21 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Tienduizenden muizen en geperforeerd grasland: veldmuizenplaag
stelt wetenschappers voor raadsels»?1
Vraag 2
Welke gevolgen heeft de muizenschade voor de grasopbrengst en het herstel van de grasmat?
Welke knelpunten ondervinden getroffen boeren bij de mestregelgeving?
Vraag 3
Is onderzoek gedaan naar de verschillen in mineralisatie tussen het vernieuwen van
een gezonde grasmat en een grasmat na muizenschade, op verschillende grondsoorten?
Vraag 4
Bent u bereid de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) hierover om advies te
vragen en zo nodig onderzoek te laten doen naar de verschillen in mineralisatie tussen
verschillende grondsoorten?
Vraag 5
Bent u bereid op basis van een onderzoek bij muizenschade een vaste stikstofgift toe
te staan na vernieuwen van grasland op klei- en veengrond in de periode van 1 februari
tot en met 15 september, in plaats van bemesting op basis van een grondmonster? Zo
nee, waarom niet?
Vraag 6
Bent u bereid bij overmacht door muizenschade graslandvernieuwing toe te staan met
behoud van de eco-premie binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), onder
meer voor de eco-activiteiten die betrekking hebben op grasland, zoals langjarig grasland,
kruidenrijk grasland, grasklaver en bufferstroken langs grasland?
Indieners
-
Gericht aan
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Maarten Goudzwaard, Kamerlid