Stenogram : Wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht
13 Wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 95
Te raadplegen sinds
2026-10-20Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier3687936879Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 95
Voorzitter: Bromet
Wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht
Aan de orde is de behandeling van:
-het wetsvoorstel Wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met de implementatie van de herziening van de richtlijn luchtkwaliteit (36879).
De voorzitter:
Welkom bij het debat over de Wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met de implementatie van de herziening van de richtlijn luchtkwaliteit. Welkom aan de staatssecretaris en de Kamerleden. Ik ga het aantal interrupties niet beperken. We hebben weinig sprekers. De heer Heutink heeft zich afgemeld.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Als eerste wil ik het woord geven aan de heer Russcher van FVD.
De heer Russcher (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Brussel beslist, Den Haag voert uit. Dat is in één zin waar dit wetsvoorstel over gaat. Op papier lijkt het een technische wijziging van de Omgevingswet en de Awb, maar achter die techniek gaat een stevige aanscherping van de luchtkwaliteitsnormen schuil, met potentieel grote gevolgen voor onze industrie, onze woningbouwopgave, de infrastructuur en onze landbouw.
De normen zelf zijn al vastgesteld, ver van hier in Brussel. Nederland heeft tot 11 december 2026 om die nieuwe normen te implementeren in nationale wetgeving. Maar wat hebben wij als Tweede Kamer nou nog te zeggen? De halvering van de grenswaarde in 2030 en zero pollution in 2050 zijn namelijk allang in Brussel vastgesteld. Stemmen wij tegen de voorliggende wetswijzigingen, dan zijn we nog steeds gebonden aan die doelstellingen. Halen we die doelen straks niet, dan start de Commissie een inbreukprocedure, worden we voor het Hof gedaagd en volgt een dwangsom. Wij moeten leven naar de regels van Brussel en als we dat niet doen, kunnen we de portemonnee trekken.
Brussel heeft dus kaders gesteld die nu door Nederland ingevuld moeten worden. Normaal gesproken krijgt de Kamer die invulling vooraf te zien en kan zij er nog wat van vinden, maar omdat het kabinet hier zegt alleen Europese verplichtingen uit te voeren, heeft de Tweede Kamer geen enkele inspraak in deze uitwerking, en dus geen enkele inspraak in de mogelijke gevolgen voor de woningbouw, onze industrie en de landbouw. Ziehier het Brusselse beest in zijn volle glorie.
Voorzitter. Ik vrees dat we dit patroon kennen. Ook bij stikstof vormden Europese regels het vertrekpunt, maar was het de Nederlandse uitwerking die uiteindelijk leidde tot een dossier met enorme gevolgen voor boeren, vergunningverlening en woningbouw. Ook hier zie ik hetzelfde risico: Europese regels die in Nederland worden vertaald naar beleid met ingrijpende gevolgen voor onze industrie, onze woningbouw en onze landbouw, en een Kamer die is gedegradeerd tot een passieve toeschouwer.
En wie betaalt de rekening? De staatssecretaris schrijft in de eigen stukken dat er op dit moment geen middelen beschikbaar zijn voor de maatregelen die vanaf 2030 nodig zijn en dat de verschillende bestuurslagen dit zo nodig uit hun eigen begrotingen moeten dekken. Op deze manier komt de rekening, net als altijd, gewoon bij de burger terecht.
Voorzitter. Wat mij bovendien opvalt, is dat juist de overheden die deze regels straks moeten uitvoeren aan de bel trekken. Gemeenten en provincies waarschuwen dat de aangescherpte Europese luchtkwaliteitsnormen woningbouw en infrastructuur kunnen vertragen. Dat is ook niet zo vreemd, want hoe strenger de normen worden, hoe moeilijker het in de praktijk kan worden om vergunningen te verlenen voor nieuwe woningen, industriële projecten of infrastructuur.
Het RIVM laat nu zien dat Nederland de huidige Europese luchtkwaliteitsnormen vrijwel overal haalt. Onze luchtkwaliteit is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Voor welk probleem is dit wetsvoorstel nou precies een oplossing?
Ik heb dan ook een paar vragen aan de staatssecretaris. Welke extra gezondheidswinst verwacht het kabinet nog van de voorliggende forse aanscherping? Hoeveel minder ziekenhuisopnames, hoeveel minder ziektegevallen, hoeveel extra gezonde levensjaren levert dit Nederland op? Wat betekent dit daarnaast voor onze woningbouwopgave? Welke gevolgen verwacht de staatssecretaris voor de landbouwsector? Wat betekent het voor de industrie, gezien de RIVM-prognoses, die laten zien dat de verwachte overschrijdingen zich juist rond industrieterreinen concentreren? De prognoses tonen aan dat de richtlijnen niet gehaald zullen worden, onder andere op de Maasvlakte, rondom Tata Steel en bij Schiphol. Krijgen deze sectoren nog meer beknottende regelgeving en bemoeizucht, terwijl bedrijven op de Maasvlakte nu al vertrekken, Schiphol haar hubfunctie dreigt te verliezen en de chemische sector gecastreerd wordt door klimaat- en milieuwetgeving?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik ben heel erg benieuwd hoe FVD aankijkt tegen de luchtvervuiling die wij in Nederland hebben en die natuurlijk ook uit het buitenland komt, want luchtvervuiling houdt niet op bij de grens. Is Brussel niet juist het instrument waarmee we daarmee aan de slag kunnen gaan en de luchtkwaliteit voor mensen echt kunnen verbeteren?
De heer Russcher (FVD):
In die zin is er niks tegen Europese samenwerking, maar we zien nu in dit proces dat de Tweede Kamer gewoon compleet buitenspel wordt gezet. We debatteren hier nu over een aantal technische wijzigingen van een wet ten behoeve van uitwerkingen van doelstellingen voor 2030 en 2050. Als die doorgevoerd worden in wetgeving, hebben wij er daarna niks meer over te zeggen. Daar zit mijn voornaamste zorg.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Volgens mij hebben we er nu een debat over, juist om als Tweede Kamer mee te geven wat we belangrijk vinden. Ik snap dus niet zo goed waar de houding vandaan komt dat we er niks over te zeggen hebben. Volgens mij is het ontzettend belangrijk om met luchtvervuiling aan de slag te gaan, want een deel van uw vraag gaat over de gevolgen. Er zijn 11.000 mensen die voortijdig overlijden door luchtvervuiling. Wat zegt u tegen al die families en al die mensen?
De heer Russcher (FVD):
Ik zeg ten eerste dat wij als Tweede Kamer niks te zeggen hebben over de doelstellingen die al vaststaan en in Brussel bepaald zijn. In 2030 moet er een halvering van de luchtkwaliteitsnormen zijn en in 2050 moet er zero pollution zijn. Daardoor zal er een complete de-industrialisering op gang komen en zullen er een heleboel bedrijven uit Nederland vertrekken. De woningbouwopgave komt waarschijnlijk ook in gevaar. Daar zitten de zorgen van Forum voor Democratie.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Russcher (FVD):
Voorzitter. Verder is op dit moment geen euro gereserveerd voor de maatregelen die uit deze aanscherping volgen. Mijn laatste vraag is dan ook: hoe kan de staatssecretaris volhouden dat de gevolgen voor gemeenten, provincies en bedrijven behapbaar zijn?
Voorzitter. Het is aan ons, de politiek, om mogelijke, eventuele gezondheidswinst af te wegen tegen de gevolgen voor woningbouw, industrie, landbouw en de uitvoerbaarheid van beleid. Die afweging kan niet worden gemaakt zonder een zelfstandige Nederlandse impactanalyse. Daarom zal ik in de tweede termijn een motie indienen die de regering verzoekt om die aan deze Kamer voor te leggen, met aandacht voor woningbouw, industrie, landbouw, vergunningverlening en de eventuele gezondheidswinst.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Een interruptie van de heer Bikkers.
De heer Bikkers (VVD):
Ik ben benieuwd naar het volgende. Mocht de heer Russcher nou wel iets mogen vinden van die normen, had de heer Russcher dan gekozen voor andere normen of vindt hij de gestelde normen wel goed, maar had hij het proces liever anders gezien?
De heer Russcher (FVD):
Met het proces is sowieso heel veel mis. Ik denk dat ik dat net uitgebreid uitgelegd heb. Die normen hoeven wat ons betreft zeker niet strenger.
De heer Bikkers (VVD):
Ik begrijp de zorgen. Laat ik daarbij aansluiten. U zult die zorgen straks in mijn termijn ook wel horen. Tegelijkertijd is het goed om je te realiseren dat onze luchtkwaliteit al heel erg neigt naar de luchtkwaliteit van de normen die hier gesteld worden. Er wordt nu een frame neergelegd alsof het allemaal heel erg verschrikkelijk is. In 2015 schreef Alex Boogers, die u als literair liefhebber vast zult kennen, in Alleen met de goden over "het naamloze gat" Vlaardingen: "waar aan de overkant onder de rook van Rotterdam de schoorstenen van Pernis de luchtkwaliteit verslechterden". Inmiddels zit de luchtkwaliteit in Vlaardingen — dat gaat bijvoorbeeld om stikstofdioxide — al onder de normen die hier opnieuw gesteld worden. Wat is de reflectie van de heer Russcher daarop?
De heer Russcher (FVD):
Ik denk dat ik in mijn betoog al duidelijk heb aangegeven dat ik vooral vragen heb. Welke gezondheidswinst gaat dit opleveren? Als wij de luchtkwaliteitsnormen gaan halveren, wat levert ons dat dan op, hoeveel minder ziekenhuisopnames, hoeveel minder doden? Tegenover gezondheid staat onze economie, de welvaart. Wat gaat er gebeuren met de woningbouwopgave? Wat gaat er gebeuren met bedrijven die mogelijk gaan vertrekken? Ik denk dat we vooral niet moeten vergeten dat we de balans daarin niet kwijt moeten raken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Jansen van de PVV.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Vanmiddag hadden we hier een debat over de wijziging van de Visserijwet. Volgens mij was de voorzitter daar ook bij, als woordvoerder namens haar partij. Vanmiddag heb ik gezegd: wij krijgen van Brussel een dictaat, dat over ons wordt uitgestort, en wij, de staatssecretaris en de Kamer, zijn de stempelmachine van Brussel. Dat is wat wij op dit moment zijn. Precies hetzelfde gebeurt vanavond ook met dit wijzigingsvoorstel. De staatssecretaris noemt dit wetsvoorstel "een technische invulling", maar de echte inhoud en alle bestuurlijke lasten worden doorgeschoven naar het Besluit kwaliteit leefomgeving. Waarom is er voor deze technische wet afgezien van de internetconsultatie en een ATR-toets, terwijl de normen die in het onderliggende Bkl landen, gigantische economische gevolgen kunnen hebben?
Daarnaast moeten we per 2030 de normen voor stikstofdioxide en fijnstof halveren. Vanaf 2026 moeten overheden al routekaarten vaststellen als de concentraties boven de toekomstige normen van 2030 komen te liggen. Kan de staatssecretaris garanderen dat deze routekaarten en de halvering van de normen niet gaan leiden tot het intrekken of weigeren van omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld veehouders en boerenbedrijven?
Mijn derde punt. De EU-richtlijn en de uitwerking sturen aan op het behalen van de zeer strenge WHO-advieswaarden. Hoe voorkomt de staatssecretaris dat de verplichte routekaarten en de wettelijke verankering van deze doelen door de ngo's voor de rechter gebruikt worden om Nederland wederom op slot te zetten, bijvoorbeeld via procedures op grond van het Verdrag van Aarhus?
Als laatste. Er komen extra meetverplichtingen via zogenaamde supersites voor fijnstof en andere stoffen. Een vraag aan de staatssecretaris: welke impact heeft dit op de emissie-eisen voor agrarische bedrijven in de buurt van deze meetlocaties?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer van D66.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Voorzitter, dank u wel. Schone lucht: het zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar voor veel mensen is het dat niet. Elke dag ademen we lucht in die een slechte invloed heeft op onze gezondheid. Neem kinderen die astma ontwikkelen, mensen met hart- en vaatziekten of mensen die door luchtvervuiling eerder overlijden. Het is een onzichtbare invloed die mensen elke dag merken. Het is dus cruciaal dat we onze lucht zo schoon mogelijk krijgen, zodat we Nederlanders zo lang mogelijk gezond houden.
Voorzitter. Er is nog veel te winnen. De maatschappelijke kosten van luchtvervuiling worden door het Planbureau voor de Leefomgeving geschat op zo'n 19,5 miljard per jaar. Vrijwel dat hele bedrag is toe te schrijven aan gezondheidsschade. Om dit bedrag in perspectief te plaatsen: dit is bijna drie keer het eigen risico per persoon per jaar. Mensen en verzekeringsmaatschappijen zijn elk jaar drie keer het eigen risico kwijt aan zorgkosten, aan dure zorg en dure professionals, die daardoor niet meer bezig zijn om andere mensen te genezen. Mensen zijn hun eigen risico kwijt aan een risico dat ze niet kunnen vermijden.
Voorzitter. Wat D66 betreft voorkomen we dat mensen zich bij de huisarts moeten melden. Daarom heb ik wat vragen over deze wet. Het is fijn dat we nu deze richtlijnen implementeren, maar dan zijn we er nog niet. De steigers staan, maar er moet nog verder gebouwd worden. Vanaf 2030 worden de Europese grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide aangescherpt. We gaan bovendien de gemiddelde blootstelling van mensen verder terugdringen. Mijn fractie steunt dat van harte. Het is precies de richting die we op moeten.
Tegelijkertijd zien we dat deze wet beleidsarm is. De echte inhoudelijke uitwerking komt later. Dat brengt mij bij het Schone Lucht Akkoord. Daar zit wat mij betreft het bewijs in dat ambitie loont. Het was de huidige minister van Klimaat die daar ooit het startschot voor gaf, en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Voor de zomer bleek dat de gezondheidswinst van schone lucht zelfs groter is dan we hadden durven hopen. Er overlijden nu een kwart minder mensen door vieze lucht dan in de twintig jaar voor het akkoord. Laten we daar even bij stilstaan. Dat zijn mensen die er nu nog zijn en die er anders niet meer waren geweest. Een geweldig resultaat! Wat D66 betreft smaakt dat naar meer. Het laat zien dat het wél kan en dat we vooruitgang boeken als we durven kiezen en volhouden. Daarom ben ik blij dat deze staatssecretaris het goede werk voortzet bij de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord. Mijn vraag aan haar is dan ook of zij kan aangeven hoe deze richtlijn gaat bijdragen aan het bereiken van de doelen uit het Schone Lucht Akkoord. Ziet zij, gezien de goede resultaten die al geboekt zijn, ruimte om de ambitie van het akkoord nog verder aan te scherpen?
Voorzitter. Als de mooie woorden op papier niet in de praktijk worden gebracht, wordt de lucht niet schoner. Daarom ook nog wat vragen over de uitvoering. De regering schrijft zelf dat de nieuwe normen kunnen leiden tot meer overschrijdingen, dat er aanvullende maatregelen voor nodig zijn en dat die maatregelen geld en extra capaciteit voor controle vragen. Dat is een eerlijke analyse, maar in dezelfde brief wordt dat risico vervolgens vooruitgeschoven. De staatssecretaris geeft aan dat het toezicht op de grenswaarden binnen de huidige taken van de omgevingsdiensten valt en dat de financieringsbehoefte pas in kaart wordt gebracht wanneer in de verdere beleidsuitwerking nieuwe taken worden toegevoegd. Maar is dat niet de verkeerde volgorde, en bovendien te laat? Als we vandaag al weten dat er straks aanvullende maatregelen nodig kunnen zijn, willen we toch nu weten wat dat betekent voor de capaciteit van het vergunning-, toezicht- en handhavingsstelsel? Omgevingsdiensten kunnen dit er niet zomaar bij doen. Bedrijven hebben tijd nodig om te investeren.
Wie te laat begint met rekenen, komt te laat met handelen. Daarom drie vragen aan de staatssecretaris. Wat gaat de staatssecretaris concreet doen om ervoor te zorgen dat bedrijven in 2030 binnen de norm blijven in plaats van erbuiten vallen? Is de staatssecretaris bereid om nu, vooruitlopend op de verdere beleidsuitwerking, in kaart te brengen wat de strengere normen betekenen voor de capaciteit en financiering van het VTH-stelsel? Laten we het op zijn beloop en constateren we dat er in 2030 meer overschrijdingen zijn en dat er dus meer controle nodig is? Of zorgen we ervoor dat we in dat scenario helemaal niet terecht gaan komen? Mijn fractie kiest liever voor dat laatste.
Voorzitter. D66 steunt deze Europese stap naar schonere lucht. Wij willen gezonde Nederlanders, minder ziekte, minder druk op de zorg en meer gezonde levensjaren. Daar draait het om.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Bikkers van de VVD.
De heer Bikkers (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Schone lucht is belangrijk voor gezondheid van mensen, voor een prettige leefomgeving en voor een Nederland waarin mensen gezond kunnen wonen en werken. Daarom is het goed dat we vandaag spreken over de implementatie van de herziene Europese richtlijn.
Voorzitter. Dit debat gaat wat de VVD betreft ook over iets anders, namelijk over de manier waarop we Europese regels in Nederland uitvoeren. We kennen in Nederland de neiging om Europese regels soms net wat strenger te maken, met extra eisen, extra verplichtingen en extra regeldruk. Uiteindelijk zullen het bedrijfsleven, inwoners en medeoverheden daar de rekening voor betalen. Dat moeten we voorkomen.
Het wetsvoorstel dat vandaag voorligt, is gelukkig beperkt van aard. Het gaat om de noodzakelijke technische wijzigingen van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht om de Europese richtlijn te kunnen implementeren. Uit het wetsvoorstel zelf volgen geen extra verplichtingen of lasten voor bedrijven, burgers en overheden. De heer Russcher zei het al: we zullen gewoon moeten voldoen aan de Europese richtlijn. Ook de Raad van State had technisch geen opmerkingen. Wat dat betreft kunnen wij deze wet steunen.
Voorzitter. De echte politieke keuze wordt vandaag niet gemaakt. Die komt bij de verdere uitwerking van deze richtlijn. Daar heeft de VVD graag vandaag wat duidelijkheid over.
Voorzitter. De Europese richtlijn scherpt de normen vanaf 2030 fors aan. De grenswaarde voor stikstofdioxide gaat bijvoorbeeld van 40 naar 20 microgram per kubieke meter. Ook voor fijnstof worden de normen aangescherpt. De VVD begrijpt waarom we dit doen: luchtverontreiniging heeft gevolgen voor de gezondheid. Waar de luchtkwaliteit onvoldoende is, moeten we die verbeteren. Maar Europese normen implementeren betekent wat ons betreft niet automatisch dat Nederland daar nog een schep bovenop moet doen. Daarom mijn eerste vraag aan de staatssecretaris. Kan zij vandaag heel duidelijk toezeggen dat Nederland deze richtlijn een-op-een implementeert? Dus geen strengere normen via de achterdeur en geen aanvullende nationale verplichtingen zonder aantoonbare noodzaak. En als Nederland gebruik wil maken van nationale beleidsruimte, kan de staatssecretaris dan toezeggen dat zij binnen die maatregelen inzichtelijk maakt wat rechtstreeks Europees verplicht is en waar Nederland toch die beleidsruimte zou moeten gaan gebruiken?
Voorzitter. Ik vind dat belangrijk, want als wij in Nederland strengere regels invoeren dan onze buurlanden, dan moeten we daar wel goede redenen voor hebben. Ik wil daarom een harde toezegging van de staatssecretaris dat Nederland niet verder gaat dan Europees noodzakelijk, tenzij daar duidelijk een zwaarwegende onderbouwing voor bestaat die wij als Kamer ook kunnen inzien.
Voorzitter. De nieuwe normen zijn niet alleen een milieuvraagstuk. Ze kunnen ook gevolgen hebben voor de manier waarop we Nederland inrichten. Want wat gebeurt er als er op een bepaalde plek een nieuwe norm wordt overschreden? Dan kan er een routekaart nodig zijn, dan zijn er maatregelen nodig en die maatregelen kunnen gevolgen hebben voor vergunningverlening, woningbouw, infrastructuur, mobiliteit en het bedrijfsleven. Dat is precies waarom de VVD wil voorkomen dat die luchtkwaliteit een nieuw slot wordt op de ontwikkeling van Nederland. De heer Russcher sprak er ook al over. We willen woningen bouwen. We willen bedrijven de ruimte geven om te investeren. We willen Nederland bereikbaar houden. We willen tegelijkertijd de lucht schoner maken. Die belangen hoeven niet tegenover elkaar te staan, maar dat vraagt wel om goede keuzes.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik ben heel erg benieuwd naar hoe de heer Bikkers aankijkt tegen schone lucht, waar we het vanavond ook over hebben. Is het niet zo: hoe schoner, hoe beter? Juist de zorgen die de heer Bikkers aanhaalt, kunnen worden opgelost door zo snel mogelijk de lucht schoner te maken.
De heer Bikkers (VVD):
Tuurlijk, "hoe schoner, hoe beter" is altijd waar. Alleen is de vraag: hoe komen we daar? Hoe zorgen we ervoor dat het proportioneel, betaalbaar en haalbaar wordt, ook voor het bedrijfsleven? Want als wij hier in Nederland nu strengere regels opstellen voor de luchtkwaliteit, dan heeft dat direct effect op het bedrijfsleven. Bedrijven zullen hun weg elders gaan vinden en uiteindelijk jagen we de vieze lucht de grens over en zadelen we er anderen mee op. En: daarmee hebben we ook verlies van werkgelegenheid en alles wat daarbij hoort. Daarom streeft de VVD echt naar schonere lucht aan de ene kant, maar tegelijkertijd ook naar een eerlijk speelveld in Europa.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Juist daarom is het toch belangrijk om die maatregelen in de uitvoering mee te nemen en is het nodig om daarin te investeren? Dat antwoord hoor ik niet zo terug. Ik snap dat u zorgen heeft. Die zorgen heb ik ook, maar ik ben ook heel erg benieuwd naar welke maatregelen de VVD dan bereid is te nemen om de lucht echt schoner te krijgen.
De heer Bikkers (VVD):
Volgens mij is het niet aan de VVD om de lucht schoner te maken, maar is het uiteindelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid die we met elkaar hebben. Daar heeft het bedrijfsleven een verantwoordelijkheid in, natuurlijk, maar wel binnen het redelijke. Daarom zeg ik: op het moment dat we zien dat landen om ons heen maatregelen treffen, dan gaan we die natuurlijk ook treffen, maar het is niet zo dat wat de VVD betreft Nederland voorop moet lopen, trendsetter moet zijn, daarmee strengere regels gaat stellen en het bedrijfsleven nog meer gaat belasten met extra regels, lastendruk en extra investeringen die moeten worden gedaan, ten koste van het bedrijfsleven.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Tot slot. Wanneer hebben we te veel schone lucht?
De heer Bikkers (VVD):
Volgens mij kunnen we nooit te veel schone lucht hebben.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dan kan ik het zomaar eens zijn met de spreker. Nee, waar het mij om gaat is het volgende. Richtlijnen moet je vertalen in nationaal beleid. Nationaal beleid is iets dat op een gegeven moment op de ministeries wordt uitgewerkt, waarmee de bewindspersoon dan naar de Kamer komt en waar wij als Kamer een oordeel over mogen vellen. Waar het volgens mij fout gaat, is: op het moment dat wij de vertaling maken van de richtlijn naar nationaal beleid zien wij niet terug of daar een nationale kop is ingeslopen. Dat is volgens mij ook hetgeen wij zouden moeten weten van de staatssecretaris. Ik vraag aan de heer Bikkers: moeten wij niet weten of de vertaling van de richtlijn zo ruim is dat daar, al dan niet onbedoeld, een nationale kop is ingeslopen? Zou dat niet hetgeen moeten zijn dat wij van de staatssecretaris moeten weten?
De heer Bikkers (VVD):
Ja, volgens mij was dat ook exact mijn vraag. Kijk, dit is een een-op-eenvertaling. Dit is een technisch ding. Maar wat hierna komt is een AMvB. Die AMvB komt in de voorhangprocedure naar de Kamer. Daarin wil ik van de staatssecretaris echt expliciet opgenomen hebben waar zij eventueel zou afwijken van de richtlijnen die meegegeven worden, met welke gedachte dat gedaan is en goed beargumenteerd. Sterker nog, ik denk dat wij elkaar erin vinden dat we liever helemaal geen extra maatregelen zien bovenop dat wat Europa van ons vraagt. Maar als de staatssecretaris daar wél voor kiest, wil ik dat expliciet terugzien in die AMvB, zodat wij hier in deze Kamer met elkaar het gesprek kunnen voeren over proportionaliteit en de maatregelen die getroffen worden.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dat is heel fijn om te horen. Van de week hadden wij een commissiedebat. Toen heb ik uw partijgenoot, mevrouw Den Hollander, verteld dat de VVD in de afgelopen tien jaar 67 keer heeft ingestemd met nationale koppen. Ik ben blij om te horen dat de VVD blijkbaar tot inkeer is gekomen en zich eindelijk gaat manifesteren als een partij die opkomt voor ondernemers en inwoners, maar wel zorgt voor een gelijk speelveld. Ik ben zeer benieuwd of de heer Bikkers ook namens zijn partij uiteindelijk tegen voorstellen gaat stemmen die verder gaan dan wat wij als Nederland zijnde verplicht moeten doen.
De heer Bikkers (VVD):
Ik zie dit niet anders dan als een compliment in mijn richting. Dank u wel.
Voorzitter. Het vraagt om goede keuzes, zei ik al. Daarom vraag ik de staatssecretaris hoe zij ervoor gaat zorgen dat de gevolgen van een mogelijke beleidsrijke AMvB en de regeling vooraf volledig in beeld worden gebracht. Worden bedrijven, gemeenten, provincies en uitvoeringsorganisaties daar ook daadwerkelijk tijdig bij betrokken? Het kan niet zo zijn dat de regels straks op papier staan, maar dat degenen die ze moeten uitvoeren vervolgens ontdekken dat ze niet uitvoerbaar zijn. Nieuwe maatregelen moeten proportioneel en kosteneffectief zijn. Zeker voor het mkb moeten we voorkomen dat de regels leiden tot onnodige administratieve lasten. Graag hoor ik daar een toezegging van de staatssecretaris op.
Voorzitter. De VVD vindt dat we moeten sturen op resultaat. Als ergens de luchtkwaliteit onvoldoende is, moeten we kijken waar dat door komt, welke bron het veroorzaakt en welke maatregelen daadwerkelijk voor een verbetering kunnen zorgen. Dit betekent dat we wat ons betreft geen generieke beperkingen moeten opleggen als een gerichte maatregel hetzelfde of soms zelfs meer effect heeft. We zien liever innovaties, schonere technieken en verduurzaming dan maatregelen die zonder onderscheid bedrijven, inwoners en projecten raken. Technologische ontwikkelingen bieden namelijk juist kansen. Schonere voertuigen, schonere productieprocessen en innovatie kunnen ervoor zorgen dat de emissies dalen zonder dat we economische activiteit Nederland uit duwen. Dat laatste is belangrijk. Als bedrijven Nederland namelijk verlaten omdat de regels hier strenger zijn dan elders in Europa, maar de productie vervolgens ergens anders doorgaat, dan hebben we weinig bereikt. Dan zijn misschien de Nederlandse cijfers verbeterd, maar geldt dit niet noodzakelijkerwijs ook voor de mondiale luchtkwaliteit. Daarom moet bij iedere maatregel worden gekeken naar de daadwerkelijke effecten op de luchtkwaliteit én naar de maatschappelijke en economische gevolgen.
Voorzitter. De VVD wil dus eigenlijk twee dingen tegelijk. We willen schonere lucht én we willen een Nederland waarin er ruimte blijft om te wonen, te werken, te ondernemen en te investeren. Dat is geen tegenstelling. Dat is juist een opdracht.
Het wetsvoorstel dat vandaag voorligt kunnen we steunen. Het is noodzakelijk om de Europese richtlijnen op een correcte manier te implementeren en het bevat zelf geen verplichtingen of lasten. Maar de boodschap aan dit kabinet is wat mij betreft helder: geen nationale koppen, voldoende aandacht voor de uitvoerbaarheid en ruimte voor woningbouw en economische ontwikkeling. De komende maanden worden belangrijke politieke keuzes gemaakt in de lagere regelgeving. Daar zal de VVD scherp op blijven, want schone lucht is belangrijk, maar dat zijn goede regels ook. Uiteindelijk moeten we ervoor zorgen dat Nederland schoner wordt, zonder Nederland onnodig op slot te zetten.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot in de eerste termijn van de Kamer geef ik het woord aan mevrouw Zalinyan van PRO.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank, voorzitter. Ik voer vanavond ook het woord namens Ines Kostić van de Partij voor de Dieren. Die kon hier helaas niet bij zijn.
Afgelopen maandag, 7 september, was het de Internationale Dag van de Schone Lucht. De projectorganisatie van het Schone Lucht Akkoord had een aantal toolkits op de website staan om er aandacht aan te besteden, maar alleen nunspeet.nieuws.nl heeft dit opgepikt. Kennelijk valt er nog niet zo veel te vieren.
Voorzitter. Een gezonde leefomgeving is een voorwaarde voor een gezond leven. De lucht die we inademen zou ons niet ziek moeten maken. PRO staat voor een gezonde leefomgeving en een overheid die mensen beschermt tegen vervuiling waar zij zelf nauwelijks iets aan kunnen doen. Hoeveel luchtvervuiling gewone mensen moeten inademen is uiteindelijk het gevolg van de keuzes die wij vandaag hier maken. Daarom wil ik de staatssecretaris meteen een fundamentele vraag stellen: wat is haar actiebereidheid om de lucht echt gezond te maken en ervoor te zorgen dat Nederland daadwerkelijk aan de nieuwe normen voor luchtkwaliteit gaat voldoen? Want normen vastleggen is één ding, zorgen dat de lucht daadwerkelijk schoner wordt, is iets anders. Onze lucht is vies en ongezond. We worden ziek van vervuiling. Onze natuur lijdt eronder. Onze economie loopt schade op en we doen nog lang niet alles wat mogelijk is om dit te verbeteren. Vorig jaar berekende het PBL nog dat de totale maatschappelijke schade door milieuvervuiling 46 miljard euro is, drie keer de begroting van IenW, 4,6% van ons bnp. En de trend is stijgend.
Voorzitter. Er is gelukkig ook goed nieuws. Door strengere regels, technologische vernieuwing, ambitieuze gemeenten en 100 rijden op de snelweg is de luchtkwaliteit verbeterd. Dat laat zien dat beleid werkt. Maar schoner dan het was, is niet hetzelfde als schoon genoeg. De lucht in Nederland is beter geworden, maar nog steeds niet gezond genoeg. De advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie worden nergens in Nederland gehaald en deze gaan juist uit van gezondheid. En dat is niet alleen een probleem rond industriegebieden of drukke snelwegen, want in Limburg is de luchtkwaliteit zelfs in natuurgebieden soms slechts matig. Dat laat zien hoe wijdverspreid luchtvervuiling is: je kunt er niet zomaar aan ontsnappen door ergens anders te gaan wonen of door de natuur op te zoeken.
De heer Bikkers (VVD):
De vraag aan mevrouw Zalinyan is: wanneer is de lucht dan wel schoon genoeg?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Wij gaan uit van de WHO-advieswaarden, omdat die echt uitgaan van de gezondheid van de mens. Dat betekent: hoe gezond is iemand en gaat iemand eerder overlijden of juist niet? En wat zijn de gezonde levensjaren? Wij gaan dus uit van de WHO-advieswaarden.
De heer Bikkers (VVD):
Dat begrijp ik. Ik denk ook dat we daar in de toekomst vast en zeker naartoe zouden kunnen gaan, maar de vraag is dan nog wel of mevrouw Zalinyan het met mij eens is dat het in een druk bevolkt land met een economie die we draaiende willen houden, praktisch onmogelijk is om daar zo snel naartoe te groeien. Laat ik het zo zeggen: kan mevrouw Zalinyan vijf Europese landen noemen waar die WHO-normen wel gehaald worden?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik kijk graag naar Nederland en naar hoe wij zorgen voor schone lucht voor Nederlanders. Dat staat voor mij voorop. Wat mij betreft is het nodig om zo snel mogelijk actie te ondernemen om de lucht zo schoon mogelijk te krijgen. En juist in een dichtbevolkt land kan elke maatregel die wij nemen, direct invloed hebben op heel veel meer mensen. Ik vind het voor een dichtbevolkt land dus juist een kans om de lucht schoner te krijgen.
De heer Bikkers (VVD):
Uiteindelijk zijn het Estland, Ierland en IJsland die neigen die normen te halen. Dat zijn landen die totaal niet vergelijkbaar zijn met Nederland qua economie en bevolkingsdichtheid. Wat is de reflectie van mevrouw Zalinyan op dit soort landen en hoe zij zijn georganiseerd, vergeleken met Nederland met al onze werkgelegenheid, bedrijvigheid, dichtbevolktheid en de bewegingen die we met elkaar maken? Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik zou de heer Bikkers willen uitnodigen om samen met mij ambitieus te zijn en juist te gaan strijden voor de gezondheid van de Nederlanders. Ik wil hem vragen om daarvoor te gaan staan, want die gezondheid staat voor mij voorop.
Ik vervolg mijn betoog. De gevolgen zijn groot, vooral voor kinderen. Een op de zes kinderen met astma heeft deze ziekte gekregen door luchtvervuiling. Kinderen die opgroeien in vervuilde lucht hebben bovendien een grotere kans op astma en minder goede longontwikkeling. Wij zijn blij met iedere verbetering, maar we zijn wel pas tevreden als de lucht die onze kinderen inademen, daadwerkelijk gezond is.
We weten ook waar de oplossing ligt. De industrie moet verder verduurzamen met strengere emissienormen, effectieve handhaving en strikte toepassing van het BBT-beginsel. Maar ook de veehouderij speelt een belangrijke rol. Intensieve veehouderijen stoten namelijk fijnstof en ammoniak uit. Er ligt nu eindelijk een pakket dat hier wat aan doet, zodat de natuur ook kan herstellen. Maar ook hier moeten we de volksgezondheid centraler stellen bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dankzij de emissieregels die Europa voorschrijft voor nieuwe auto's, wordt het wegverkeer ook schoner.
Voorzitter, verbetering is mogelijk. Maar dat betekent ook dat we geen excuus hebben om stil te blijven staan, nu we weten dat beleid de lucht schoner maakt en de gezondheid van kinderen en volwassen beschermt. Dan moeten we ook de bereidheid hebben om door te pakken. Dit weten we overigens al heel lang, want elke euro die wordt geïnvesteerd in schone lucht, levert €40 maatschappelijke winst op. Of je nu naast Tata Steel of Schiphol woont, langs een drukke weg of ergens in een stad, overal word je blootgesteld aan vervuiling. Burgers kunnen zich er nauwelijks zelf tegen beschermen; dat moeten wij doen.
Daar zit voor mij ook een bredere zorg. We hebben het gezien bij stikstof en we zien het nu bij de Kaderrichtlijn Water, en als we niet oppassen, zien we hetzelfde straks ook bij de luchtkwaliteit: we komen pas in beweging wanneer er normen worden overschreden, procedures dreigen en de rechter moet ingrijpen. Steeds opnieuw slagen we er onvoldoende in om de gezondheid en de leefomgeving van mensen tijdig te beschermen. Onze natuur en ons milieu verdienen bescherming, maar uiteindelijk gaat het ook over de mensen die iedere dag in die leefomgeving wonen.
Voorzitter. Ik kom bij de wet. Nederland heeft bij strengere Europese normen vaak terughoudend geopereerd, terwijl we gezien onze bevolkingsdichtheid juist veel baat hebben bij een gezond milieu. We namen de geactualiseerde WHO-advieswaarden niet zelf over en waren te laat met voldoen aan de huidige normen. Nu schrijft Europa voor dat we opnieuw een stap moeten zetten; zonder de EU waren deze stappen waarschijnlijk nóg moeilijker geweest. Wij steunen daarom deze wetswijziging, zelfs in deze karige omzetting. PRO is immers pro-gezondheid. We hadden niet op Brussel hoeven te wachten, maar ik ben blij dat we nu deze stap zetten.
Met deze nieuwe normen neemt de gezondheidsschade niet automatisch voldoende af. Veel van de stoffen waarvan we ziek worden, hebben hier immers geen eigen norm. Ultrafijnstof staat er niet in. Componenten van dat fijnstof, zoals zwavelverbindingen, pfas of metalen staan er ook niet in. Het zoutzuur van ICL staat er ook niet in. Paks en pcb's staan er ook niet in. Wanneer krijgen deze stoffen een gezondheidsnorm die effectief kan worden afgedwongen? Waarom is er gekozen voor deze minimale en gezondheidskundig deels achterhaalde omzetting? Hoe gaat de staatssecretaris deze wet gebruiken om problemen beter in beeld te krijgen, effectieve oplossingen te ontwikkelen en gemeenten en provincies te ondersteunen bij eigen omgevingswaarden en maatregelen?
We hebben het Schone Lucht Akkoord, een convenant met lokale overheden maar met beperkte middelen en zonder afdwingbare voorschriften, en we krijgen nieuwe normen. Zonder aanvullende maatregelen zal Nederland in 2030 opnieuw niet overal aan die normen voldoen. Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat meer gemeenten aansluiten bij het SLA?
Dan dreigt ook opnieuw hetzelfde patroon: eerst weten we wat nodig is, dan stellen we doelen, vervolgens halen we die doelen niet en uiteindelijk moeten maatschappelijke organisaties, bezorgde burgers of de rechter ervoor zorgen dat we de overheid alsnog in beweging krijgen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is daarom heel concreet: wat gaat zij extra doen om ervoor te zorgen dat we in 2030 wél aan deze normen voldoen en waar komen de nieuwe knelpunten? Welke sectoren en wijken hebben extra maatregelen nodig? Is er generiek beleid nodig om heel Nederland schoner te maken?
Voorzitter. Uiteindelijk maak ik mij niet zozeer zorgen over deze wet of over de bemoeienis van Brussel, maar wel over wat vervuiling met ons doet. Ik maak mij zorgen over de sluipende aantasting van onze gezondheid: meer kanker, longklachten en hart- en vaatziekten, en stoffen die zich verspreiden en ophopen in de natuur, water en bodem en uiteindelijk ook in ons. Met voldoende eigen beleid hadden we deze por van Brussel misschien niet nodig gehad. Maar uiteindelijk is het niet de vraag of we de norm netjes in de Nederlandse wet zetten; de vraag is of we bereid zijn om te doen wat nodig is om de lucht daadwerkelijk gezonder te maken. Ik hoop dat gezonde lucht iets is waar we niet alleen bij stilstaan op 7 september; ik hoop dat we elke dag een dag van gezonde lucht kunnen maken. Alleen een norm op papier beschermt namelijk niemand, schone lucht wél.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee komt de eerste termijn van de Kamer ten einde. We schorsen even, tot 20.10 uur.
De vergadering wordt van 19.51 uur tot 20.10 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer verder. De staatssecretaris heeft de antwoorden. Aan u het woord.
Staatssecretaris Bertram:
Dank u wel, voorzitter. Vandaag hebben we het over de herziene EU-Richtlijn luchtkwaliteit. We hebben het ook over via welk proces — daar gingen ook een hoop vragen over — we tot deze aanpassing zijn gekomen en wat er eigenlijk nog gaat komen. Ik wil in mijn inleiding vooral even ingaan op wat dit voor ons betekent en waarom dit van belang is, maar ook op wat het proces is. Ik denk dat ik daarmee ook al een aantal vragen vanuit de Kamer kan beantwoorden. Dan denk ik dat ik dan nog een paar wat preciezere vragen over heb, bijvoorbeeld over de supersites et cetera, maar die doe ik op het laatst.
Schone lucht. Ik kan u allen verzekeren dat dit ook voor het kabinet enorm belangrijk is, want wie is er nou niet voor schone lucht? Dat is volgens mij geen obligate opmerking. Ik denk dat het een plicht is voor ons allen om daar zo ver mogelijk mee te komen, want schone lucht betekent betere gezondheid. Ik weet nog dat ik een gesprek had met een deel van het burgerberaad. Daar zaten zowel mensen in vanuit de linkerkant als vanuit de rechterkant, zoals we ook hier in de Kamer zitten. Eigenlijk vroeg ik hun: hoe ben je nou tot een slotsom gekomen waar je het samen over eens kunt worden? Toen zeiden ze: door na te denken over wat ons bindt, en dat is gezondheid. Gezondheid is dus iets wat ons politiek, waar je ook zit in de Kamer, bindt en waar we ons best voor willen doen. Dat geldt ook voor het kabinet.
Ik wil daarbij twee dingen benadrukken. Schone lucht komt inderdaad niet alleen vanuit Nederland, en vieze lucht dus ook niet. Dat betekent dus ook dat het heel belangrijk is dat we dat met deze Europese richtlijn echt gezamenlijk doen. Als je dat niet samen doet, betekent dat uiteindelijk dat je minder effect bereikt, juist voor onze burgers. Dat is een reden voor het kabinet om niet alleen maar "het moet van Brussel" te zeggen — dat is zo makkelijk — maar om te denken: dit is wel van belang. Als je dat niet gezamenlijk doet … Vieze lucht stopt niet bij onze grenzen, dus we moeten dat ook wel gezamenlijk doen. Tegelijkertijd geeft dat ook een level playing field. Bedrijven weten waar ze aan toe zijn en instellingen weten waar ze aan toe zijn. Voor het kabinet is dat net zo van belang als het strijden voor schone lucht.
Het goede nieuws is — dat is door verschillenden van u gezegd, en zeker ook in verschillende bijdragen — dat we de huidige normen overal in Nederland halen. De lucht is serieus veel schoner geworden. De heer Bikkers zei het, maar anderen hebben het ook gezegd: als je kijkt naar hoe onze luchtkwaliteit ervoor staat, dan kun je niet zeggen dat het niet deugt. Nee, we gaan inderdaad de goede kant op. Ik geef gelijk aan mevrouw Vellinga mee dat het Schone Lucht Akkoord heel belangrijk is geweest. Je ziet dat je een heel eind komt als je als bestuurders de handen ineenslaat. Zo is bijvoorbeeld de uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof tussen 2005 en 2025 gehalveerd. Dat is, denk ik, serieus een belangrijk resultaat voor onze burgers en dus ook voor onszelf.
Waarom kunnen we niet achteroverleunen? Eén. Het is belangrijk genoeg. Twee. We hebben een Europese richtlijn. We hebben tegen elkaar gezegd dat ook deze Europese richtlijn uiteindelijk gezamenlijk is bediscussieerd in het Europees Parlement. We hebben ook terugkoppeling gekregen via de verschillende fiches. We hebben tegen elkaar gezegd dat het belangrijk is dat we nog een volgende stap zetten. Dat is eigenlijk precies waar het nu om gaat. Ik wil ook tegen mevrouw Zalinyan zeggen dat ik het belangrijk vind dat we de stap zetten naar de Europese richtlijn. We weten dat we voor 2050 gezegd hebben: zero pollution. Dat duurt nog een hele tijd, maar dat zijn wat mij betreft de verschillende stadia waarop wij gaan inzetten. Dat is ook de inzet van het kabinet.
Wat ligt er nu voor? Ik vind het belangrijk om dit te benadrukken: we zitten eigenlijk in de eerste fase. Ik zou het volgende ook tegen de heer Jansen willen zeggen. Op dit moment betekenen de voorstellen die het kabinet hier bij u neergelegd heeft, een strikte toepassing. Als je dat doet, betekent dat dat je nog niet aan de beleidsrijke voorstellen toe bent gekomen, maar dat je het op die manier mogelijk maakt dat de Europese richtlijn wordt geïmplementeerd. Het is dus belangrijk om met elkaar vast te stellen dat het als je dit technische stuk doet, niet nodig is om adviezen in te winnen. We hebben dat echt strikt gedaan en het is niet meer en niet minder dan het technisch zorgen dat; de heer Bikkers wees daar ook op.
Dat betekent dat we nog een heel belangrijk debat met elkaar te gaan hebben. Dat is het debat over fase 2, want dan komt ook de onderliggende beleidsarme AMvB. Dan krijg je een AMvB die beleidsrijk is. "Beleidsrijk" betekent dat we het moeten hebben over de toetsdrempels, want de toetsdrempels bepalen natuurlijk voor een belangrijk deel wanneer er extra plannen gemaakt moeten worden en wat bestuurders dan ook mogelijkerwijs nog extra moeten doen. Daar gaan we in het najaar mee beginnen. Dus wat we nu doen is de basis leggen, en wat we vanaf het najaar gaan doen — dan komt ook de discussie met uw Kamer — is kijken hoe dat beleidsrijke programma eruitziet en welke consequenties dat heeft.
Ik zou daar eigenlijk twee dingen bij willen zeggen. Ik denk dat dat ook voor de heer Russcher van belang is. Die wees daarop, maar verscheidene van u hebben daarop gewezen. Het gaat om de vraag: wat gaat u dan met die procedure doen? Dat gaat twee dingen betekenen. Als we met die beleidsrijke algemene maatregel van bestuur komen, kan ik de procedurele waarborgen garanderen. Dat betekent uitvoeringstoetsen, internetconsulatie en voorhang bij de Kamer. Dat start dus in het najaar. Dan brengen we ook — ik vind dat u dat van mij mag verwachten — de consequenties in kaart van de implementatie van de Europese richtlijn en dus ook van de keuzes die we dan gezamenlijk moeten maken, waaronder die toetsdrempels. Het is belangrijk om dat te doen, omdat het een beleidsrijke AMvB is. Dat betekent dat er naast de toetsdrempels ook een impactanalyse op de woningbouw moet worden gedaan, want — daar moeten we ook eerlijk in zijn — het kan consequenties hebben voor de woningbouw en dat wil je weten. Dat wil je snel weten, want als je ziet dat het consequenties heeft, dan moet je die gaan mitigeren. Daar heb je dus echt ook die procedure voor nodig en daar heb je de tijd voor nodig.
We moeten aandachtsgebieden gaan benoemen waar je misschien verzwaard moet monitoren. Het RIVM heeft nog een aantal onderzoeken die belangrijk zijn om erbij te betrekken. Het is ook de start van een onderzoek naar een passend maatregelenpakket, om te kijken wat voor ondersteuning je nu eigenlijk nodig hebt voor bestuurders. Kortom, er komt een beleidsrijke AMvB. Die doorloopt de normale procedure. Dat betekent dat u dan ook van mij mag verwachten dat ik u via die onderzoeken en die impactanalyses kan meenemen in de consequenties van die AMvB.
En dan komt denk ik het laatste. Daar wees de heer Bikkers op, net als de heer Russcher en de heer Jansen. Dat betekent dat je het ook moet hebben over de mitigerende maatregelen. "Mitigerende maatregelen" betekent: ja, we willen echt gaan voor gezondheid, en tegelijkertijd moet je weten wat de impact is op bijvoorbeeld de woningbouw en misschien ook wel op de veehouderij en op de industrie. Dat zijn zorgen die het lokaal bestuur inmiddels natuurlijk ook heeft meegegeven. Als je weet dat dit eraan zit te komen, dan wil je namelijk ook weten wat je te doen staat. Dus we hebben gezegd: beleidsrijk betekent de normale procedure door, dat betekent inzichtelijk maken wat de consequenties zijn en dat betekent ook dat je inzichtelijk moet maken wat dan de mitigerende maatregelen zijn die je nodig hebt daar waar je de consequenties te groot vindt. Stel dat je rondom de woningbouw zou zeggen: ja, weet je, dit heeft wel een grote consequentie. Dat moeten we eerst vaststellen, maar dan vind ik dat ik met het kabinet moet aangeven welke mitigerende maatregelen er nodig zijn.
Tot slot — en dan kom ik op de vragen — zou ik op de vraag of we hier heel somber over moeten zijn, willen zeggen: ik denk het niet. Ik denk dat we het wel heel serieus moeten doen. Ik denk dat we het ook met de medeoverheden heel serieus moeten doen. Maar als je kijkt naar hoe hard de elektrificatie gaat, naar de schonere machines die worden ingezet in de bouw, naar het elektrificeren van schepen en naar het stikstofprogramma dat het kabinet aan het inzetten is, dan zie je dat de verwachting is, ook van partijen die deskundig zijn op dit terrein, dat je niet hoeft te denken dat het echt heel ingewikkeld wordt, maar dat je wel waakzaam moet zijn. Dat is ook precies wat ik wil doen. Ik wil dus geen somberheid uitstralen. Ik denk dat je met al die maatregelen een eind komt.
Tegelijkertijd is het niet de bedoeling — dat wil ik gelijk ook tegen de heer Bikkers zeggen, en de heer Jansen vroeg er natuurlijk ook naar — dat wij gaan werken met nog weer een kop op die Europese richtlijn. We hebben gezegd: het gaat om de implementatie van die Europese richtlijn. Als je kijkt naar wat er in de Europese richtlijn staat, wat het streven is en wat de streefwaarden en de grenswaarden zijn, dan zie je dat het echt weer een fikse stap voorwaarts betekent. Tegelijkertijd betekent het ook dat je oog moet hebben voor de consequenties en dat we gezamenlijk zo goed mogelijk moeten proberen om die consequenties te mitigeren, daar waar wij gezamenlijk zouden zeggen: dit vinden wij lastig te dragen.
Voorzitter. Ik heb nog een aantal vragen gekregen. De eerste vraag van de heer Russcher was: hoeveel gezondheidswinst en hoeveel gezonde levensjaren levert dit eigenlijk op? Ik kan ervan zeggen dat luchtvervuiling uiteraard echt serieuze consequenties voor de gezondheid van mensen kan hebben. Dat is ook al gezegd in het debat. We zetten met die EU-richtlijn een ambitieuze, maar ook haalbare stap. We gaan richting 2050 op stap naar het voldoen aan de WHO-normen en zero pollution. In de tussenliggende periode wil ik het volgende doen. Ik heb u gezegd dat er een impactanalyse komt. Daarin gaan puzzelstukjes naast elkaar komen. Eén daarvan is een concretisering van wat die gezondheidswinst is, zodat precies die afweging kan worden gemaakt. Ik kan u dus toezeggen dat die analyse ten grondslag ligt aan de verschillende stappen die we zetten in de volgende fase richting die beleidsrijke AMvB.
De heer Russcher vroeg ook naar de effecten op de woningbouw. Dat is precies wat ik net zei: we nemen het mee in de effecten. Dat betekent dat we dat uiteraard ook met het ministerie van VRO doen, omdat we ook met hen willen beoordelen wat voor betekenis dit nou zou kunnen hebben, welke mitigerende maatregelen er zijn en wat er misschien in de tussentijd eigenlijk ook al gebeurd is. Het is namelijk geen statisch verhaal. Er komen ook extra maatregelen.
De heer Jansen vroeg: kan je nou voorkomen dat je met de nieuwe normen de bedrijven stillegt? Ik zou hem willen meegeven dat de analyses van het RIVM laten zien — dat zei ik net al — dat we al een heel eind op weg zijn met de normen voor 2030, maar dat we tegelijkertijd ook oog moeten hebben voor de eventuele effecten. Ook dit wordt dus meegenomen in de volgende fase op weg naar de beleidsrijke AMvB.
Voorzitter. De heer Russcher vroeg: hoe zit het met de bedrijven rond de Maasvlakte, IJmond en Schiphol? Krijgen die nog meer bemoeizucht? Krijgen die het nog lastiger? Ook tegen hem zou ik willen zeggen: wij gaan ervan uit dat je een heel eind komt met de maatregelen die nu al genomen worden. Maar ook daarvan zeg ik: in fase 2 ga ik samen met de decentrale overheden verkennen wat de implicaties zouden kunnen zijn en welke maatregelen je zou kunnen nemen.
Dan was er nog de vraag van de heer Russcher, en ook van de heer Jansen, wat dat voor de landbouwsector betekent. Uiteraard heb ik hier contact over met mijn collega van LVVN. We vinden het belangrijk om dit ook in fase 2 mee te nemen, om de impact mee te nemen en uiteraard ook te bekijken wat het stikstofpakket al doet. Wij verwachten namelijk dat dat laatste echt wel een grote impact heeft en dat dat betekent dat het met de mitigerende maatregelen misschien reuze meevalt. Desalniettemin is het belangrijk om ervoor te zorgen dat we alle sectoren die ik net benoemd heb, meenemen in de analyse die we aan het uitzetten zijn.
Dan was er een vraag over het geld, altijd meer dan belangrijk: "Er is geen euro gereserveerd, dus hoe moet dat nu?" Dat is wat mij betreft ook de slotsom van die analyse. Want, één, we moeten met z'n allen bepalen wat die beleidsrijke AMvB is en we moeten bepalen wat de consequenties zijn en in eerste instantie wat de gezondheidswinst is. Twee. Wat zijn de implicaties en zijn er aanvullende maatregelen nodig? Wat betekent dat vervolgens — ik kom zo bij de vragen van mevrouw Vellinga — voor het VTH-stelsel, dus voor wat overheden moeten doen? Dat betekent echter dat je het onderaan de streep moet hebben over de vraag of het inderdaad financiële consequenties met zich meebrengt of dat het te plooien valt binnen de bevoegdheden, de ambities en ook al de taken van partijen; daartoe zijn we ook wel verplicht, want we hebben ook met de VNG en met het IPO de overeenkomst dat we altijd inzichtelijk moeten maken wat de effecten kunnen zijn. Wat mij betreft is dat de slotsom van de analyse die we gaan doen.
Mevrouw Vellinga vroeg naar de EU-richtlijn en het Schone Lucht Akkoord. Ik zou tegen mevrouw Vellinga willen zeggen dat van de verschillende waarden van het Schone Lucht Akkoord en de Europese richtlijn er eigenlijk twee hetzelfde zijn, maar dat met name de waarde van de NO2 echt minder moet worden. Dat is dus ook de opgave die we met z'n allen hebben. Tegelijkertijd is er bij de richtlijn natuurlijk ook de afspraak dat je op het punt van de grenswaarden die moeten worden gehanteerd, langzaam richting 2050 het gesprek moet voeren over de vraag hoe je elke keer een stap verder kunt komen. Op dit moment stop ik al mijn tijd in het implementeren van die Europese richtlijn, want ik denk dat dat prioriteit heeft, omdat bestuurders maar ook bedrijven willen weten waar ze aan toe zijn. Tegelijkertijd weten we dat dat natuurlijk uiteindelijk de afgesproken weg is. Maar wat mij betreft gaat het eerst om de Europese richtlijn. Ik denk dat we dan al een heel eind kunnen komen.
Dan heb ik nog een aantal vragen over het VTH-stelsel. Mevrouw Vellinga vroeg mij terecht wat dit nu betekent en of het nu zo is dat partijen dat al aankunnen binnen de bevoegdheden en de taken die ze hebben, of dat er nog een schep bovenop komt. Dat is precies het gesprek dat wij de komende maanden met de decentrale overheden, maar ook met de OD's gaan hebben: welk takenpakket heb je nu? De één heeft namelijk meer of minder te doen dan de ander. Je moet dus eigenlijk ook weten wat het voor jouw regio en jouw taken betekent. We gaan dus met de verschillende OD's en uiteraard ook met de decentrale overheden in gesprek over de vraag of dat een verzwaring betekent of dat ze eigenlijk al een heel eind op weg zijn. Sommige regio's zijn namelijk echt al een heel eind. Dat betekent ook dat we moeten concluderen of dat nu binnen hun takenpakket past of niet. Het is in ieder geval geen onderdeel dat we verwaarlozen en waarvan we gevoeglijk aannemen dat het wel kan. Het hoort bij het inzichtelijk maken van het implementeren van, zo meteen, die beleidsrijke AMvB.
Dan was er nog een vraag van mevrouw Vellinga: kunt u er concreet voor zorgen dat bedrijven binnen de norm blijven? Ik zou tegen mevrouw Vellinga willen zeggen dat het natuurlijk niet het Rijk is dat ervoor moet zorgen dat die bedrijven aan de normen voldoen, maar dat de medeoverheden dat moeten doen. Het is natuurlijk wel zo dat we het in de komende periode in die gesprekken moeten hebben over de vraag: wat zijn de implicaties en wat verwachten jullie? We gaan uiteraard ook met partijen, bijvoorbeeld VNO-NCW en het mkb, in gesprek om ook daar te bekijken wat die verschillende consequenties zijn. We willen die verschillende puzzelstukken dus wel breed naast elkaar leggen.
Dan heb ik nog een aantal vragen over …
De voorzitter:
Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Vellinga-Beemsterboer.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik wilde even controleren of we elkaar goed hadden begrepen. Ik probeerde een tegenstelling te schetsen; we kunnen namelijk twee routes lopen. Of we gaan met de omgevingsdiensten in gesprek en accepteren dat er meer controles plaats moeten vinden en dat hun takenpakket vergroot wordt. Of we zetten ook heel erg in op die bedrijven, waarmee we er dan wellicht voor kunnen zorgen dat we ook voorkómen dat die omgevingsdiensten mogelijk een zwaarder takenpakket krijgen. Hoe kansrijk vindt de staatssecretaris dat?
Staatssecretaris Bertram:
Ik zie op zich de kansrijkheid. Je ziet nu immers al bij het implementeren en het samenwerkingsverband — dat is het SLA natuurlijk — dat partijen elkaar weten te vinden. Je ziet ook dat bedrijven daar heel druk mee doende zijn. Ik noemde net al het rijtje van elektrificeren en maatregelen die binnen bedrijven worden toegepast om echt meer voor die schone lucht te gaan doen. Dus als het innovatiespoor bijvoorbeeld nog meer bewandeld zou kunnen worden — ik ben ook met een aantal bedrijven in gesprek over hoe dat zou kunnen — dan kan dat uiteindelijk echt een positieve invloed hebben op de taken die de medeoverheden zo meteen gaan hebben, maar ook op het hele VTH-stelsel.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Begrijp ik dan ook goed dat dit een nadrukkelijk actiespoor daarbinnen is? Is het dan bijvoorbeeld ook denkbaar dat bedrijven op de een of andere manier worden uitgenodigd om zich aan te sluiten bij zo'n Schone Lucht Akkoord? Hoe ziet de staatssecretaris dat voor zich?
Staatssecretaris Bertram:
Wij hebben met bedrijven sowieso de tafels voor chemie en een aantal andere sectoren. Dus wij zitten best regelmatig met bedrijven om tafel. Daar gaat het bijvoorbeeld om schone lucht, pfas, staalslakken. Dat betekent dat je met bedrijven ook praat over vragen als: welke innovatieve technieken zijn ook voor jullie relevant en hoe kunnen we die langzamerhand meer gaan toepassen? Als u dat bedoelt, dan kan ik dat direct toezeggen; dat doen we sowieso. Dat zou best ook een belangrijke impuls kunnen geven die ervoor zorgt dat de resultaten misschien wel eerder worden behaald. Innovatie is voor ons sowieso een belangrijk spoor.
Voorzitter. Dan heb ik nog een aantal vragen over. De heer Jansen vroeg waarom ik met dit wetsvoorstel de ATR-toets heb overgeslagen. Ik heb dat net eigenlijk al benadrukt, maar ik denk dat het goed is om het nog een keer te onderstrepen. Ik wil nog een keer benadrukken dat we nu in de technische fase zitten. In die technische fase doen we het echt een-op-een en zit er geen kop op. In de volgende fase gaan we natuurlijk netjes het hele proces door. Dat betekent ook dat iedereen dan zijn plek krijgt in die consultatie.
De vraag van de heer Bikkers heb ik net beantwoord. Dan heb ik nog twee vragen over van mevrouw Zalinyan. Mevrouw Zalinyan deed eigenlijk een oproep aan mij. Ik was blij en verheugd om te horen dat in ieder geval ook u deze Europese richtlijn ondersteunt. Ik ging er ook wel een beetje van uit, maar toch is het goed om te horen. U vroeg of we nog een aantal andere stappen kunnen zetten, omdat schone lucht vreselijk belangrijk is. Ik kan u toezeggen dat ik nu echt voor die Europese richtlijn ga. Ik denk dat het heel belangrijk is, ook voor de duidelijkheid naar de medeoverheden, dat we die Europese richtlijn nu implementeren en dat we dat zo goed mogelijk doen. Ik heb met mensen gesproken over de implementatie van dat SLA. Dan zie je dat partijen wel degelijk zelf ook met suggesties komen en dat lokaal bestuur en provinciaal bestuur uiteindelijk onderling in regio's ook tot afspraken komen, waarbij meer stappen worden gezet. Van mijn kant ligt de nadruk nu echt op de Europese richtlijn, maar dat laat onverlet, ook met innovaties, dat sommige dingen misschien uiteindelijk wel sneller gaan dan we nu denken.
Voorzitter. Dan denk ik dat ik in ieder geval de vragen die ik hier bij mij had, heb beantwoord.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Zalinyan heeft nog een vraag.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik heb nog een vraag gesteld over de andere stoffen die niet gedefinieerd zijn in deze wet. Dan gaat het over pfas, metalen, paks, pcb's. Ik vroeg wat we met die normen gaan doen en wanneer de staatssecretaris van plan is om daar normering voor aan te brengen.
Staatssecretaris Bertram:
U heeft gelijk. Dat was inderdaad nog een vraag. Zoals ik net heb gezegd, ga ik nu uiteraard voor het implementeren van die Europese richtlijn. Daarin is ook gedefinieerd om welke stoffen het gaat. Ik denk dat die ook niet zomaar gekozen zijn, maar dat het ook hele belangrijke stoffen zijn. Er zijn natuurlijk andere trajecten. Denk aan de gesprekken die we met elkaar hebben over Tata Steel. We hebben het ook over de vraag wat je op dit moment eigenlijk al meer kunt meten dan we nu doen. Maar dat zijn wel andere trajecten. Dat is in ieder geval niet het traject dat ik bewandel via de Europese richtlijn. Dat neemt niet weg dat dat ook belangrijke discussies zijn, maar het is, denk ik, belangrijk dat we deze Europese richtlijn implementeren en dat daar ook alle energie naartoe gaat.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik kan me heel goed voorstellen dat dat niet nu in dit traject meegenomen wordt, maar mijn vraag was ook meer als volgt bedoeld: wanneer is de staatssecretaris van plan om met die stoffen aan de slag te gaan en om echt gezondheidsnormen vast te stellen?
Staatssecretaris Bertram:
Daar zou ik heel graag wat verder op in willen gaan als we elkaar spreken bij een volgend overleg met de commissie. Ik denk dat er verschillende trajecten lopen. Wat mij betreft maak ik dan dus een overzicht op basis waarvan we het gesprek nog eens even kunnen voeren.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Ik ben nog heel erg benieuwd naar iets anders. Wij stellen nu natuurlijk normen vast voor emissies van de stoffen, maar dat zijn nog niet echt de gezondheidsnormen, dus wat mensen daadwerkelijk inademen. Kan de staatssecretaris erop reflecteren hoe we dan toch gaan zorgen dat die gezondheid verbeterd wordt en dat we niet alleen naar emissies kijken?
Staatssecretaris Bertram:
Wat die Europese richtlijn beoogt, heeft al een enorme positieve impact op de gezondheid van mensen. Ik denk daarom dat het zeer de moeite waard is om op enig moment over en weer duidelijkheid te hebben over waar hard aan gewerkt wordt. Dat laat onverlet dat er natuurlijk ook nog steeds andere zaken zijn die aangepakt moeten worden, maar op dit moment zeg ik: dit is de Europese richtlijn. Kijk bijvoorbeeld naar wat in Nederland het Schone Lucht Akkoord heeft gedaan. Alle eer voor het opstarten daarvan gaat inderdaad naar een van mijn voorgangers. Ik denk dus dat je met elkaar echt iets heel serieus kunt bereiken en dat dat ook al heel veel doet voor de gezondheid van mensen. Ik wil dat in de volgende fase in ieder geval nog wat inzichtelijker maken, omdat dat natuurlijk ook een van de vragen was: kun je een weging maken tussen wat het doet voor de gezondheid van mensen en wat het betekent voor de aanvullende maatregelen die je verder nog zou willen nemen voor het mitigeren van een aantal effecten? Wat mij betreft is dat het belangrijkste. Nogmaals, ik ga in een volgend commissiedebat graag ook in op die andere stoffen. Rondom Tata Steel spreken we daar ook over. Ook over ultrafijnstof heeft de commissie natuurlijk best goede dingen gezegd. Sommige dingen kunnen we al meten, maar sommige dingen nog niet; dat zie je ook in de RIVM-rapporten. Dat vereist dus echt nog wel een aparte discussie.
De voorzitter:
De aller-, allerlaatste vraag.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Het gaat om een niet-beantwoorde vraag, namelijk over het SLA: wat gaat de staatssecretaris doen om te zorgen dat meer gemeenten zich aansluiten? Op dit moment zijn er iets meer dan 130 gemeenten aangesloten. Dat is niet eens de helft. Volgens mij kunnen we daar dus ook meer ambitie in gebruiken.
De voorzitter:
Het "SLA" is het Schone Lucht Akkoord.
Staatssecretaris Bertram:
Jazeker. In de gesprekken die we met de medeoverheden hebben, zit natuurlijk ook steeds een oproep. Dat is voor ons een belangrijk instrument. Ik vind het zelf ook belangrijk omdat het heeft laten zien hoe je met elkaar tot resultaat kunt komen zonder dat het al vastligt in allerlei waarden. Wat mij betreft: hoe meer partijen daarbij aansluiten, hoe beter. U heeft gelijk: ik zal in die gesprekken met bestuurlijk Nederland ook benadrukken hoe belangrijk het is dat je elkaar daarop weet te vinden.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik ga meteen door naar de tweede termijn van de Kamer, met als eerste spreker de heer Russcher van Forum voor Democratie.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik hoorde de staatssecretaris net al spreken over de impactanalyse en de gemaakte implementatiekeuzes. Daar ben ik heel blij mee, want daar heb ik ook twee moties over.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de herziene Europese Richtlijn luchtkwaliteit leidt tot een aanzienlijke aanscherping van de luchtkwaliteitsnormen;
constaterende dat de gevolgen voor woningbouw, industrie, landbouw, infrastructuur en vergunningverlening in Nederland nog niet in beeld zijn gebracht;
overwegende dat een zorgvuldige afweging vraagt om inzicht in zowel de maatschappelijke kosten als de verwachte gezondheidswinst;
verzoekt de regering om, vóór vaststelling van de beleidsrijke wijzigingen van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling ter implementatie van de herziene Richtlijn luchtkwaliteit, een zelfstandige Nederlandse impactanalyse aan de Kamer te zenden waarin de gevolgen voor woningbouw, industrie, landbouw, infrastructuur, vergunningverlening, uitvoeringslasten en de verwachte gezondheidswinst in kaart worden gebracht,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 7 (36879).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de beleidsrijke wijzigingen van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling ter uitvoering van de herziene Richtlijn luchtkwaliteit via de gebruikelijke voorhangprocedure aan de Kamer zullen worden voorgelegd;
overwegende dat de Kamer ook bij implementatie van Europese regelgeving tijdig moet kunnen kennisnemen van de nationale uitwerking daarvan;
verzoekt de regering om bij de voorhang van de beleidsrijke wijzigingen van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling ter implementatie van de herziene Richtlijn luchtkwaliteit een toelichting te voegen op de gemaakte implementatiekeuzes en de gevolgen daarvan voor woningbouw, industrie, landbouw, infrastructuur en vergunningverlening,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 8 (36879).
De heer Russcher (FVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Jansen slaat over. De derde spreker is mevrouw Vellinga-Beemsterboer; zij slaat ook over. De heer Bikkers van de VVD wil wel een tweede termijn.
De heer Bikkers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De staatssecretaris heeft al aangegeven gesprekken te voeren met de medeoverheden, maar het is goed om te weten wat er met die gesprekken gedaan wordt. Daarom heb ik de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de inhoudelijke implementatie van de herziene Europese Luchtkwaliteitsrichtlijn nog wordt uitgewerkt in lagere regelgeving;
overwegende dat de aangescherpte luchtkwaliteitsregels gevolgen kunnen hebben voor vergunningverlening, woningbouw, infrastructuur, mobiliteit en economische bedrijvigheid;
overwegende dat bedrijven, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties beschikken over noodzakelijke praktijkkennis om de regels uitvoerbaar, proportioneel en kosteneffectief vorm te geven;
verzoekt de regering bedrijven, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties vroegtijdig en aantoonbaar te betrekken bij de verdere uitwerking van de luchtkwaliteitsregels en bij de voorhang van de lagere regelgeving inzichtelijk te maken hoe hun inbreng is betrokken en verwerkt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikkers.
Zij krijgt nr. 9 (36879).
De heer Bikkers (VVD):
Voorzitter. Ook hoorde ik de staatssecretaris heel expliciet aangeven dat het echt om een een-op-eenimplementatie gaat. De ervaring leert toch dat een AMvB soms niet geheel transparant wordt of toch afwijkt. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Richtlijn (EU) 2024/2881 vanaf 2030 aangescherpte Europese normen voor de luchtkwaliteit voorschrijft;
constaterende dat de inhoudelijke uitwerking hiervan nog plaatsvindt via het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling;
overwegende dat moet worden voorkomen dat bij deze uitwerking onnodig strengere normen of aanvullende verplichtingen worden ingevoerd dan Europees noodzakelijk is;
verzoekt de regering om bij de verdere implementatie uit te gaan van een een-op-eenimplementatie van de Europese richtlijn, om bij de voorhang van de lagere regelgeving inzichtelijk te maken welke onderdelen rechtstreeks uit de richtlijn voortvloeien en waar nationale beleidsruimte bestaat, en om eventuele voorstellen om verder te gaan dan Europees noodzakelijk is afzonderlijk en zwaarwegend te onderbouwen, inclusief de gevolgen voor woningbouw, bereikbaarheid, bedrijvigheid en regeldruk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikkers.
Zij krijgt nr. 10 (36879).
Dank u wel. Tot slot mevrouw Zalinyan van PRO.
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de staatssecretaris en natuurlijk de ambtenaren voor de beantwoording van de vragen. Ik heb deze staatssecretaris heel hoog zitten, dus ik hoop dat we ook de luchtkwaliteit de komende drie jaar kunnen verbeteren en dat we niet hetzelfde debat in 2030 hoeven te voeren. Ik hoop dat we daarmee aan de slag kunnen gaan.
Ik heb nog twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de huidige rapportages luchtkwaliteit vooral rapporteren over microgrammen, kilometers weg en aantallen dagoverschrijdingen;
overwegende dat de gezondheidsimpact van een nét-niet-overschrijding niet anders is dan van een nét-wel-overschrijding;
overwegende dat dit onvoldoende in beeld brengt hoeveel mensen worden blootgesteld aan ongezonde concentraties luchtvervuiling;
verzoekt de regering om bij toekomstige rapportages eveneens aantallen blootgestelden te rapporteren en hierbij een veiligheidsmarge/bandbreedte in acht te nemen;
verzoekt de regering om het effect van beleidsmaatregelen mede te toetsen op afname van het aantal mensen dat wordt blootgesteld aan ongezonde concentraties luchtvervuiling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 11 (36879).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat met het huidige beleid de voorgeschreven luchtkwaliteitsdoelen van 2030 niet worden gehaald;
overwegende dat Nederland daarmee per 2030 acuut in overtreding is, ruimtelijke plannen in de problemen kunnen komen en potentiële gezondheidswinst niet wordt gerealiseerd;
verzoekt de regering met een pakket aanvullende en niet-vrijblijvende generieke en lokale maatregelen te komen die zorg dragen voor het tijdig halen van de doelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 12 (36879).
Mevrouw Zalinyan (PRO):
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. We schorsen voor vijf minuten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
De staatssecretaris is terug en gaat de moties beoordelen.
Staatssecretaris Bertram:
Voorzitter, dank u wel. Er zijn zes moties.
De motie op stuk nr. 7 van de heer Russcher is oordeel Kamer. Bij de beleidsrijke AMvB ga ik uiteraard op al die aspecten in.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 7: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
Dat geldt ook voor de volgende motie van de heer Russcher, over de implementatiekeuzes duidelijk maken. Dat ga ik doen, dus: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 8: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nummer 9 is oordeel Kamer. Dan ga ik ervan uit dat de heer Bikker doelt op de beleidsrijke regelgeving en niet op de regelgeving waar we het nu over hebben. Dat check ik even bij de heer Bikker.
De heer Bikkers (VVD):
Het is de heer Bikkers; ik ben niet getrouwd met mijn gewaardeerde collega van de ChristenUnie.
Staatssecretaris Bertram:
Sorry! Bikkers.
De heer Bikkers (VVD):
U kunt de motie inderdaad zo interpreteren.
Staatssecretaris Bertram:
Dank u wel.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 9: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
Dat geldt dan ook voor de motie op stuk nr. 10, want die gaat dan ook over de beleidsrijke AMvB. Oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 10: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 11 van mevrouw Zalinyan: ook oordeel Kamer. De aantallen blootgestelden meten we inderdaad, dus die kunnen ook in de rapportage.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 11: oordeel Kamer.
Staatssecretaris Bertram:
De motie op stuk nr. 12 is ook oordeel Kamer. Mijn inzet is dat ik de doelen tijdig wil halen zoals vastgelegd in de richtlijn en dat ik dat uiteraard doe ik balans met andere opgaven, zoals ik geschetst heb. Dat wil ik er nog even bij zeggen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 12: oordeel Kamer.
Daarmee bent u aan het einde gekomen van uw termijn en is er een einde gekomen aan dit debat. Dank aan de minister, dank aan de Kamerleden, dank aan alle ondersteuning.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Dan sluit ik hierbij de vergadering.