Stenogram : Verduurzaming industrie
12 Verduurzaming industrie
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 95
Te raadplegen sinds
2026-10-20Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier2982629823Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 95
Verduurzaming industrie
Aan de orde is het tweeminutendebat Verduurzaming industrie (CD d.d. 16/04).
De voorzitter:
Ik stel voor dat we meteen doorgaan met het tweeminutendebat Verduurzaming industrie. Er zijn acht sprekers van de zijde van de Kamer. Is het lid Kostić in huis? Nog niet? Dan gaan we eerst naar de heer Flach, die ik het woord geef voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. In het commissiedebat heb ik mijn zorgen uitgesproken over de cluster 6-bedrijven. Zij hebben net zo goed als de bedrijven in de industriegebieden te maken met hoge energiekosten, de verduurzamingsopgave en netcongestieproblematiek. Het mag niet zo zijn dat deze bedrijven het ondergeschoven kindje zijn. Het is goed dat de staatssecretaris dit erkent en heeft aangegeven dat de cluster 6-aanpak wordt doorgezet. Ik heb nog wel een vraag. Mag ik ervan uitgaan dat cluster 6-bedrijven, evengoed als de andere industriële bedrijven, aanspraak kunnen gaan maken op de elektriciteitsenvelop van het kabinet, ongeacht de plek waar ze zitten?
Bestaande aansluitingen op het elektriciteitsnet moeten met de inzet van flexibel gebruik veel beter benut kunnen worden. Het kabinet werkt aan de verbreding en versterking van de Flex-e-regeling voor de energie-intensieve industrie. Dat is heel goed, wat de SGP betreft. Het budget voor de huidige regeling is nu al overtekend. Bedrijven met groot vermogen kunnen er nog weinig mee. Flexibiliteitsopties met bijvoorbeeld gasturbines komen niet in aanmerking. Mijn vraag is: wil de staatssecretaris voor het begrotingsdebat met een voorstel komen, inclusief bijpassend budget, zodat bedrijven er al komend jaar mee aan de slag kunnen?
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Oosterhout namens PRO.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Het is alweer een aantal maanden geleden dat het commissiedebat heeft plaatsgevonden en de noodzaak is er niet minder op geworden. Deze zomer was er een van grote klimaatschade, nog meer fossiele prijsstijgingen en toenemende Chinese dumping. Dat zijn problemen die we niet oplossen door stil te staan of terug te kijken, maar door te bouwen aan nieuwe oplossingen: een nieuwe generatie zonnepanelen, groene chemicaliën of hernieuwbare brandstoffen. Dat zijn oplossingen die Nederland duurzamer, onafhankelijker en concurrerender maken. Dat gebeurt niet vanzelf, maar met gericht industriebeleid. Daarom de volgende moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de huidige maatwerkaanpak primair gericht is op het verduurzamen van bestaande grote industriële uitstoters, terwijl het cruciaal is om ook nieuwe innovatie hier te behouden en op te schalen;
constaterende dat Nederland tal van groene koplopers kent die nieuwe industriële activiteiten willen ontplooien, bijvoorbeeld in de groene chemie en schone technologie, maar dat deze bedrijven onvoldoende worden ondersteund;
verzoekt de regering om een aanpak te verkennen voor het opschalen van nieuwe groene fabrieken en industriële ketens, waarin onder meer coördinatie van overheidsinzet en beleid, toegang tot financiering, infrastructuur, grondstoffen en vraagcreatie stevig worden verankerd, en de Kamer hier in het najaar over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout en Jumelet.
Zij krijgt nr. 317 (29826).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat instrumenten voor het opschalen van nieuwe duurzame industriële activiteiten, zoals de VEKI, NIKI en DEI+ beperkt zijn in omvang en tijd;
constaterende dat Nederland daardoor veel kansen laat liggen om een koploperspositie te pakken in sectoren als schone technologie en groene chemie, terwijl we daarmee onze weerbaarheid en concurrentiepositie kunnen versterken;
verzoekt de regering opties in kaart te brengen voor een toereikend financieel instrumentarium om nieuwe groene ketens op te schalen en die te betrekken bij het voorjaarspakket,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 318 (29826).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van den Berg namens JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, dank u wel.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de uitval van één bedrijf binnen een geïntegreerd industriecluster grote gevolgen kan hebben voor andere bedrijven in dat cluster;
overwegende dat onomkeerbaar verlies van essentiële industriële ketens moet worden voorkomen;
verzoekt de regering binnen het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie een escalatieprocedure vast te stellen waarbij concrete signalen van dreigende uitval binnen een strategisch industriecluster aanleiding geven tot een clusteranalyse, waarin de oorzaken en keteneffecten van de dreigende uitval in kaart worden gebracht en mogelijke opties voor overheidsingrijpen worden voorgelegd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 319 (29826).
De heer Van den Berg (JA21):
Mijn tweede en laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 5% tot 20% van de bedrijven overweegt activiteiten uit Nederland te verplaatsen vanwege de hoge regeldruk en energieprijzen;
overwegende dat een sterke en concurrerende industrie essentieel is voor de Nederlandse economie en welvaart;
verzoekt de regering bij de ontwikkeling van nieuw klimaatbeleid het behoud van industriële bedrijvigheid en het Nederlandse concurrentievermogen als belangrijkste uitgangspunt te hanteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 320 (29826).
De heer Van den Berg (JA21):
Ik licht toe waarom deze punten de belangrijkste uitgangspunten zijn. Dat klinkt voor sommigen misschien wat vreemd, maar je kan, denk ik, enkel goed klimaat- of duurzaamheidsbeleid maken als je dat samen met de industrie doet. Als dat concurrentievermogen niet op orde is, gaat de industrie vanzelf weg en is er helemaal geen prikkel meer om überhaupt nog industrie te verduurzamen, want die hebben we dan al weggepest. Vandaar dus dat punt. Ik denk dat als we dat op deze manier zo samenpakken, we samen met die industrie echt ergens kunnen komen. Dat is volgens mij een hele principiële keuze die we hier als Kamer moeten maken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Müller, namens de VVD.
Mevrouw Müller (VVD):
Dank, voorzitter. Nederland heeft een sterke en schone industrie nodig. Strategisch relevante en concurrerende bedrijven moeten hier kunnen investeren en verduurzamen, maar als industrie vertrekt omdat Nederland zijn energieprijzen en infrastructuur niet op orde heeft, is dat geen succesvol klimaat- of industriebeleid. Het commissiedebat is alweer enige tijd geleden en volgende week ontvangen we ook de begroting. Daarom dien ik vandaag geen moties in, maar ik heb wel drie concrete vragen en verzoeken aan het kabinet.
Ten eerste Aramis. In het commissiedebat hebben we uitgebreid gesproken over het grote belang van dit CO2-opslagproject. Inmiddels lees ik in de media positieve berichten. Staan de seinen daarmee echt op groen voor een positief, definitief investeringsbesluit in 2027? Kan het kabinet toezeggen de Kamer tijdig over de voortgang en het investeringsbesluit te informeren?
Ten tweede werkt het kabinet aan een visie op de raffinagesector. Kan de staatssecretaris toezeggen daarin expliciet mee te nemen welke strategische betekenis de Nederlandse raffinagecapaciteit heeft voor de leveringszekerheid en weerbaarheid van Nederland en Europa? Wanneer kunnen wij deze visie verwachten?
Tot slot heb ik behoefte aan een compleet financieel beeld. Kan de staatssecretaris toezeggen in de eerstvolgende brief over de verduurzaming van de industrie inzichtelijk te maken welke financieringsinstrumenten beschikbaar zijn, hoeveel middelen daarmee gemoeid zijn en wanneer deze instrumenten beschikbaar komen of aflopen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Jumelet, namens het CDA.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. Ik heb drie vragen. Vraag één is in lijn met de vraag van de heer Flach. Tijdens het commissiedebat heb ik ook aandacht gevraagd voor de positie van de energie-intensieve industrie. Dat is op zijn zachtst gezegd nog steeds een zeer actueel onderwerp. Ik wil de staatssecretaris vragen om vandaag in ieder geval een update te geven over het naar voren halen van de envelop voor de tegemoetkoming voor de elektriciteitsprijs. Hoe staat het ermee? Daaraan gekoppeld is de vraag of ook cluster 6-bedrijven hiervan gebruik kunnen gaan maken.
Voorzitter. Dan de tweede vraag. Het is inmiddels al een tijdje geleden dat de Kamer in grote meerderheid vroeg om het afschaffen van de nationale CO2-heffing, maar die bestaat nog steeds. Het is goed dat het effectieve tarief momenteel nul euro bedraagt, maar definitieve duidelijkheid is, denk ik, beter. Kan de minister aangeven wat de voortgang is van de definitieve afschaffing van de CO2-heffing voor de industrie?
Voorzitter. Mijn laatste vraag, ten slotte. Een recente studie van PricewaterhouseCoopers Duitsland laat zien dat ongeveer de helft van de Europese initiatieven voor groen staal is uitgesteld, gestopt of verkleind. Vanuit het oogpunt van strategische autonomie is dat een slecht voorteken. Mijn vraag is welke lessen het kabinet hieruit trekt voor het streven naar groenstaalproductie in Nederland. Wat is ervoor nodig om daar wél een succes van te maken?
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan het lid Kostić, namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. Volgens mij is het belangrijk dat als we belastinggeld aan bedrijven gaan geven, zeker als het gaat om buitenlandse bedrijven, we in ieder geval weten hoeveel dat uiteindelijk echt gaat worden. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is een maatwerkafspraak met Tata Steel Nederland te sluiten waarbij maximaal 2 miljard euro aan directe maatwerksteun beschikbaar is;
constaterende dat meer dan honderden economen eerder de Kamer en het kabinet hebben gewaarschuwd voor het gevaar van een subsidiefuik, ambtenaren van Financiën ook negatief hadden geadviseerd over het geven van subsidie aan Tata Steel en recent onderzoek van Milieudefensie en SOMO stelt dat de totale publieke kosten die gedurende de looptijd van de voorgenomen maatwerkafspraak kunnen samenhangen met onder meer infrastructuur, biomethaan, nettarieven en CO2-opslag kunnen oplopen tot 10,8 miljard;
overwegende dat het kabinet deze berekening betwist, maar de Kamer nog geen volledig en integraal overzicht heeft ontvangen van alle directe én indirecte financiële verplichtingen en risico's voor de Staat die uit de voorgenomen maatwerkafspraak kunnen voortvloeien;
verzoekt de regering om geen onomkeerbare stappen te zetten rondom Tata voordat de regering de Kamer een integraal en onafhankelijk doorgerekend overzicht verstrekt van alle directe, indirecte, voorwaardelijke en langjarige financiële verplichtingen en risico's voor de Staat en de belastingbetaler die met de afspraak samenhangen, uitgesplitst naar maatwerksteun, energie-infrastructuur, netkosten, biomethaan, CO2-opslag en overige publieke voorzieningen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 321 (29826).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. In het debat voor de zomer had ik gevraagd om een industrievisie. De minister had toegezegd om daar na het zomerreces mee te komen, waarbij ook natuur, klimaat et cetera worden meegenomen. Ik heb die nog niet gezien, dus ik was benieuwd wat ongeveer de planning daarvan is.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Klos namens D66.
De heer Klos (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik kijk terug op een productief debat, inderdaad alweer enige tijd geleden. Ik wilde dat eindigen met een verzoek aan het kabinet.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet middelen heeft gereserveerd in een elektriciteitsenvelop om de industrie te ondersteunen bij de stijgende elektriciteitskosten;
overwegende dat betaalbare elektriciteit van groot belang is voor het concurrentievermogen van de Nederlandse industrie en voor de verduurzaming van productieprocessen;
overwegende dat publieke middelen zo veel mogelijk moeten bijdragen aan een structurele verlaging van de energiekosten van bedrijven en daarmee aan een toekomstbestendige industrie in Nederland;
verzoekt de regering om bij de vormgeving van de elektriciteitsenvelop te stimuleren dat ondersteuning bijdraagt aan de verbetering van de energie-efficiëntie en een structurele verlaging van de energierekening van bedrijven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Klos.
Zij krijgt nr. 322 (29826).
De heer Klos (D66):
Dank u wel.
De heer Flach (SGP):
In dit verband heb ik één vraag over die elektriciteitsenvelop. Zowel ikzelf als de heer Jumelet hebben gevraagd of cluster 6-bedrijven daar ook aanspraak op kunnen maken. Ook daar kan volgens dezelfde criteria die de heer Klos naar voren brengt omgegaan worden met elektriciteit. Mag ik daaruit opmaken dat hij ook de oproep richting de staatssecretaris steunt dat die envelop beschikbaar zou moeten zijn voor cluster 6-bedrijven?
De heer Klos (D66):
Ik wil die ruimte aan het kabinet laten, maar wat de heer Flach nu zegt, klinkt helemaal niet onverstandig.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer van de BBB. Hij is de laatste spreker van de zijde van de Kamer in dit tweeminutendebat.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse industrie kampt met hoge energiekosten, netcongestie en aanvullende nationale heffingen;
overwegende dat het rapport-Wennink juist wijst op het belang van een sterk vestigingsklimaat en stabiele randvoorwaarden voor het verdienvermogen van Nederland;
verzoekt de regering geen nieuwe nationale lasten voor de industrie voor te stellen zolang niet is aangetoond dat de internationale concurrentiepositie hierdoor niet verslechtert,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 323 (29826).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat duizenden bedrijven wachten op transportcapaciteit op het elektriciteitsnet en dat belangrijke randvoorwaarden voor verduurzamingen nog ontbreken;
overwegende dat beleid volgens de principes van haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid vormgegeven moet worden;
verzoekt de regering geen aanvullende klimaat- of verduurzamingsverplichtingen voor de industrie in te voeren voordat voor de betreffende bedrijven aantoonbaar voldoende energie-infrastructuur beschikbaar is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 324 (29823).
De heer Van den Berg (JA21):
Ik hoor eigenlijk twee dingen. Ik hoor dat we enerzijds helemaal geen nieuw klimaatbeleid en verduurzamingsbeleid voor de industrie moeten introduceren, maar anderzijds ook weer wel, maar op voorwaarde dat er dan netwerkinfrastructuur is. Hoe rijmen die twee moties dan met elkaar? Dat volg ik niet.
De heer Vermeer (BBB):
Kijk, wij willen gewoon geen nationale koppen, en wij willen geen extra klimaatbeleid. Maar de realiteit is dat we op dit moment nog met een Klimaatwet zitten met allerlei voorwaarden daarin, en dat ik gewoon weet dat dit kabinet allerlei nieuwe voorstellen gaat doen. Daarom wil ik ook kijken welke partijen eigenlijk deze principes ondersteunen, dus dat onze concurrentiepositie overeind moet blijven, wat ze hier in het debat allemaal zeiden over het rapport-Wennink, maar ook dat het niet goed is dat bedrijven gewoon niets door kunnen voeren, ook al zouden ze dat volgens de huidige wetten, die er al zijn, moeten doen. Dat laatste constateren wij steeds in verschillende debatten over netcongestie. Over het basisprincipe ben ik het dus helemaal eens met de heer Van den Berg — stoppen met die flauwekul — maar dat is niet de juridische en wettelijke realiteit van bedrijven die al in allerlei regelingen zitten.
De voorzitter:
Dank u wel. Was dat het einde van uw inbreng?
De heer Vermeer (BBB):
Ja, hoor.
De voorzitter:
Dan schors ik zeven minuten voor de beantwoording van de staatssecretaris.
De vergadering wordt van 17.54 uur tot 18.00 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en ik geef het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris De Bat:
Dank, voorzitter. De motie op stuk nr. 317 geef ik oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 318: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 319: oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 320 van de heer Van den Berg. "Belangrijkste" is te stellig. We hebben juist afgesproken dat we CO2-reductie, concurrentiepositie en weerbaarheid in een driehoek zien: alle drie zijn belangrijk om te realiseren. Omdat dit echt alleen over "belangrijkste" gaat, ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 320: ontraden. De motie op stuk nr. 321.
Staatssecretaris De Bat:
Dat is de motie-Kostić over de data. Nog deze maand komt er een brief waarin meer informatie komt over het hele traject. Daarin zullen we reageren op de rapporten waarnaar u verwijst. Zoals u weet, zullen er geen onomkeerbare stappen zijn en krijgt de Kamer uiteindelijk ook nog het onderhandelingsresultaat te zien. In dat opzicht komt er dus nog heel veel aan.
De voorzitter:
Tot welk oordeel leidt dat?
Staatssecretaris De Bat:
Het oordeel is "ontraden".
De voorzitter:
Ontraden. Eén vraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het klonk eigenlijk als "oordeel Kamer". De motie vraagt om een concrete onderbouwing. We willen dus niet alleen een briefje met wat zinnen over het rapport. In de motie wordt ook een concrete onafhankelijke onderbouwing gevraagd van de financiële kosten die hier echt mee gemoeid zijn. Is de bewindspersoon daartoe bereid?
Staatssecretaris De Bat:
Er komt een brief met een eerste update van waar we staan en wat er allemaal gaande is, en een uitleg over wat er allemaal ligt. Ook daarin zullen we al op het rapport reageren. Uiteindelijk komt er daarna natuurlijk nog een stap. Wij kiezen ons eigen proces. Daarom hebben we de motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 322.
Staatssecretaris De Bat:
De vraag bij de motie op stuk nr. 322 aan de heer Klos is om die motie aan te houden, omdat we nog dit najaar met een brief willen komen om uit te leggen hoe we het doen. Eigenlijk is de motie nu gewoon te vroeg. Het is niet zo makkelijk om die envelop op een goede manier op de juiste plek te krijgen; daar kom ik straks bij de vragen ook nog even op terug. Deze motie geeft daar net al te veel instructie voor, zodat we misschien klem komen te zitten. Eigenlijk wil ik dus vragen om de motie nu nog even aan te houden.
De voorzitter:
Is de heer Klos daartoe bereid?
De heer Klos (D66):
Misschien eerst nog een wedervraag. De Kamer heeft gedebatteerd over die elektriciteitsenvelop. Het kabinet komt al met een uitwerking daarvan. Ik doe het verzoek om in die envelop een bepaalde overweging mee te nemen, die ik volgens mij relatief voorzichtig heb geformuleerd. Vindt de staatssecretaris dat de Kamer ten principale nooit vooraf richting zou mogen meegeven? Moeten we altijd achteraf iets vinden van het beleid van het kabinet, of mag de Kamer vooraf ook iets vinden?
Staatssecretaris De Bat:
Alles wat in het debat gewisseld is, wordt vanzelfsprekend meegenomen, maar de motie is nog vrij strak. Deze geeft richting aan wat we moeten doen, maar wij weten gewoon niet of het kan. Dat maakt het ingewikkeld. We zijn echt aan het puzzelen hoe die envelop het doel waarvoor die is ingezet ook haalt. Dat is echt een puzzel. Wij lezen de uitspraak als dat het die kant op moet. Dat is net even ingewikkeld. Daarom ontraad ik de motie ook niet, maar vraag ik om deze aan te houden, zodat we even de tijd hebben om het uit te puzzelen.
De voorzitter:
Indien de motie niet wordt aangehouden, zal deze als ontijdig worden geapprecieerd.
De motie op stuk nr. 323.
Staatssecretaris De Bat:
De moties op de stukken nrs. 323 en 324 van de heer Vermeer zijn beide erg absoluut. Dat zal vast zijn doel zijn, maar dat maakt het voor ons niet makkelijker om deze moties "oordeel Kamer" te geven. Ik moet ze ontraden omdat ze zo absoluut zijn. De internationale concurrentiepositie kan op allerlei manieren in het gedrang zijn, dus helemaal geen nationale lasten daaraan koppelen, is ingewikkeld. U weet dat in het coalitieakkoord staat dat er geen nationale koppen op Europees beleid komen. Dat blijft staan, maar helemaal niets doen is ook ingewikkeld. U formuleert beide moties heel absoluut en dat maakt dat ik beide moties ga ontraden.
De motie op stuk nr. 324 moet ik zeker ontraden. Het kan natuurlijk zo zijn dat je niet overal tegelijk op infrastructuur kunt aansluiten. Dan kan het wel zo zijn dat je toch met een bedrijf een afspraak maakt om bepaalde maatregelen te nemen. De moties zijn net iets te absoluut geformuleerd en daarom ontraad ik ze.
De voorzitter:
Eén interruptie van de heer Vermeer. Gaat uw gang.
De heer Vermeer (BBB):
De staatssecretaris zegt het heel goed: ze zijn absoluut. Wat mij betreft zijn ze ook in lijn met het coalitieakkoord. Anders is het coalitieakkoord gewoon een lege huls. In de motie staat: geen nieuwe nationale lasten.
Staatssecretaris De Bat:
Maar er staat nog een zin achter: zolang niet is aangetoond dat de internationale concurrentiepositie hierdoor niet verslechtert. Het zijn twee dingen die je moet aantonen, die ingewikkeld zijn. Het kan ook zo zijn dat er andere redenen zijn waardoor de internationale concurrentiepositie verslechtert, en dan heb je dus geen mogelijkheid om bijvoorbeeld toch een stap te zetten op het gebied van duurzaamheid.
De voorzitter:
De moties op de stukken nrs. 323 en 324 zijn ontraden. Nee, nee, nee, we gaan niet onderhandelen over dicta. Dat kunt u na afloop doen.
Staatssecretaris De Bat:
Dat kunnen we na afloop doen, meneer Vermeer.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer Van den Berg ook nog een interruptie heeft.
De heer Van den Berg (JA21):
Nog even over de motie op stuk nr. 320. Ik wil het dictum niet wijzigen. De staatssecretaris zegt dat er een driehoek is: de driehoek van het concurrentievermogen, de duurzaamheid en de weerbaarheid. Als we die driehoek in stand houden en met deze motie uitspreken dat van die drie het concurrentievermogen het belangrijkste is, dan is dat toch een prima oplossing zonder die driehoek van de staatssecretaris open te breken?
Staatssecretaris De Bat:
Als je vindt dat drie zaken belangrijk zijn en je een maatregel die je treft of een beleidsinstrument dat je inzet in die driehoek wilt wegen, kan je niet een van die punten zwaarder laten wegen, want dan wordt je driehoek scheef. Dat werkt niet. Wij vinden ze alle drie belangrijk: de concurrentiepositie, de weerbaarheid van onze totale industrie, maar ook het reduceren van CO2. Dat wil de industrie zelf ook, maar wel in die balans.
De voorzitter:
Bent u aan het einde gekomen van uw beantwoording?
Staatssecretaris De Bat:
Zeker.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris.
Staatssecretaris De Bat:
Excuus, voorzitter. Ik was klaar met de moties, maar er waren ook nog best wel wat vragen gesteld.
De voorzitter:
Het resterende deel: de vragen.
Staatssecretaris De Bat:
De heer Flach vroeg naar de Flex-e-regeling. Ja, u krijgt daar informatie over na de begroting. Zo werkt dat nu eenmaal. Dat komt. Voor 2027 wordt dat bekend.
Dan de envelop. Zoals ik al zei bij de appreciatie van de motie, zijn we in gesprek over hoe het nu het beste kan en hoe die ingeregeld moet worden. Het moet doelmatig besteed worden. We hebben op dit moment nog geen besluiten genomen. We hopen dat we in het nieuwe jaar zo snel mogelijk dat besluit definitief kunnen maken. Dat is waar we nu staan. Op de vraag of daar ook cluster 6-bedrijven aan gekoppeld kunnen worden, is het antwoord ja. Dat hangt natuurlijk wel van de uitwerking af, maar in principe is dat wel het doel.
Dan een vraag van de VVD over de berichtgeving die is verschenen over Aramis. Dan wordt het altijd ingewikkeld, want dan mag ik er niks over zeggen. Maar u wordt erover geïnformeerd. We zijn heel druk bezig om ervoor te zorgen dat zo'n investeringsbesluit wel genomen kan worden.
Een vraag over de visie op de raffinagesector. Die komt dit najaar. Daar zijn we dus druk mee bezig. Dit najaar komt die uw kant op.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde van uw beantwoording? Ik zie dat mensen willen interrumperen, maar ik stel voor dat we de beantwoording eerst even afronden. Daarna is er nog ruimte voor een vervolgvraag.
Staatssecretaris De Bat:
Dan ook de vraag of we kunnen toezeggen dat in de eerstvolgende brief over de verduurzaming van de industrie het gehele financieringsinstrument beschikbaar kan worden gemaakt. Ook dat zullen we doen. Op Prinsjesdag wordt het overzicht geboden van de begroting en het meerjarenprogramma van het Klimaat- en energiefonds. In de volgende brede brief zullen we dan een gedetailleerd overzicht opnemen van de middelen zoals we die kunnen gaan bestemmen.
Er was een vraag van de heer Jumelet van het CDA over de CO2-heffing. Ook daar geven we rondom Prinsjesdag helderheid over, dus helaas kan ik daar nu even niet zo heel veel over zeggen. Zo werkt dat nu eenmaal.
Er was ook nog een vraag over het PwC-rapport in relatie tot de envelop en strategische autonomie. We komen later nog met informatie over die maatwerkafspraken; dat heb ik ook aan het lid Kostić gemeld. Dan zullen we dat ook meenemen. Op dit moment is dat het antwoord op de vraag van de heer Jumelet.
De planning van de visie voor de industrie. Collega Van Veldhoven heeft toegezegd om dit najaar met een brief te komen. Die brief is in de maak en zal er hopelijk eind deze maand, begin volgende maand zijn.
Dan ben ik wel aan het eind gekomen, voorzitter.
De voorzitter:
Nog één vervolgvraag van mevrouw Müller.
Mevrouw Müller (VVD):
Fijn dat die raffinagevisie onze kant op komt, maar mijn specifieke vraag aan u was om toe te zeggen dat we de weerbaarheid van Nederland daar heel goed in meenemen, maar ook die van Europa.
De voorzitter:
Kan de staatssecretaris dat toezeggen?
Staatssecretaris De Bat:
Ja.
De voorzitter:
Bij dezen. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde vragen en de leden voor het gevoerde debat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over alle moties ingediend bij de voorgaande tweeminutendebatten zal op 22 september worden gestemd. Ik schors de vergadering voor een uur en vijf minuten voor de dinerpauze. De vergadering is tot 19.15 uur geschorst.
De vergadering wordt van 18.10 uur tot 19.14 uur geschorst.