Stenogram : Mijnbouw
11 Mijnbouw
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 95
Te raadplegen sinds
2026-10-20Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier32849Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 95
Mijnbouw
Aan de orde is het tweeminutendebat Mijnbouw (CD d.d. 03/06).
De voorzitter:
Ik stel voor dat we meteen doorgaan met het volgende tweeminutendebat. Dat betreft het tweeminutendebat Mijnbouw. Ik kijk of mevrouw Van Oosterhout al in de zaal is. Of wordt zij waargenomen door mevrouw Tseggai? Dat is niet het geval. Dan gaan we eerst naar de heer Van den Berg. Wellicht kan mevrouw Van Oosterhout worden uitgenodigd om zich naar de plenaire zaal te begeven.
Is dit niet een debat met de heer Van der Burg? Ik hoor hem "nee" zeggen en daarom schors ik even totdat de afvaardiging in vak K aanwezig is. Daarna gaan we meteen verder. Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid en schors de vergadering.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en heet de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei van harte welkom voor het tweeminutendebat Mijnbouw. Ik geef als eerste het woord aan de heer Van den Berg namens JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, dank u wel.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de binnenlandse aardgasproductie veel sneller daalt dan de binnenlandse vraag naar aardgas, waardoor de afhankelijkheid van andere landen toeneemt;
overwegende dat binnenlandse aardgasproductie bijdraagt aan het behoud van werkgelegenheid, kennis en infrastructuur in Nederland;
overwegende dat binnenlands geproduceerd aardgas een veel lagere ecologische voetafdruk kent dan geïmporteerd aardgas;
overwegende dat gaswinning uit de Nederlandse kleine velden ons minder afhankelijk maakt van andere landen en daarmee bijdraagt aan leveringszekerheid;
verzoekt de regering het beleid om geen nieuwe opsporingsvergunningen op land te verlenen te herzien;
verzoekt de regering nieuwe aanvragen voor opsporingsvergunningen op land te behandelen, en verlenging van bestaande opsporingsvergunningen binnen de gestelde termijnen te behandelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 317 (32849).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat voor mijnbouwbesluiten wettelijke beslistermijnen gelden, maar trajecten voor olie- en gasprojecten in de praktijk geregeld veel langer duren dan de formele termijnen;
constaterende dat het ministerie inmiddels werkt met een indicatieve doorlooptijd van 49 weken en de sector wijst op doorlooptijden van 20 tot 30 maanden;
overwegende dat onvoorspelbare doorlooptijden investeringen afremmen, kleineveldenproductie sneller laten teruglopen en leveringszekerheid en strategische autonomie schaden;
verzoekt de regering om haast te maken met de in het Sectorakkoord gaswinning opgenomen maatregelen om de vergunningverlening te versnellen, en deze zo veel mogelijk te verankeren in de komende herziening van de Mijnbouwwet;
verzoekt de regering de doorlooptijden van vergunningstrajecten te monitoren en verbetering (of verslechteringen) daarin aan de Kamer jaarlijks bij de rapportage over het Sectorakkoord gaswinning te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 318 (32849).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Den Helder en De Kooy een belangrijke uitvalsbasis vormen voor de zee- en luchtgebonden ondersteuning van mijnbouw op de Noordzee;
overwegende dat de combinatie van offshorebedrijven en militaire voorzieningen kansen biedt voor gezamenlijke benutting van infrastructuur en kennis;
verzoekt de regering, onder coördinatie van de portefeuillehouder Mijnbouw en voortbouwend op de bestaande civiel-militaire samenwerking, met de regio en de mijnbouwsector afspraken te maken over het versterken van Den Helder/De Kooy als logistieke en onderhoudsbasis voor Noordzeemijnbouw, gericht op bereikbaarheid, medegebruik van voorzieningen en vakmensen;
verzoekt de regering de Kamer voor eind 2026 te informeren over de maatregelen, verantwoordelijkheden en planning,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 319 (32849).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Oosterhout namens PRO.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Dank u wel, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er plannen zijn voor de nieuwe zoutwinning onder de Waddenzee;
constaterende dat er onlangs een ontwerpbesluit is gepubliceerd dat extra zoutwinning toestaat;
constaterende dat de Waddenzee UNESCO Werelderfgoed is;
overwegende dat het UNESCO Werelderfgoedcomité zich ernstig zorgen maakt over de bescherming van dit unieke gebied en daarom een inspectiemissie stuurt;
verzoekt de regering om geen definitief besluit te nemen over het winningsplan voor de zoutwinning onder de Waddenzee voordat duidelijk is welke gevolgen dit heeft voor de Werelderfgoedstatus van de Waddenzee,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 320 (32849).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er plannen bestaan voor nieuwe of uitgebreide gaswinning in de Friese en Utrechtse veenweidegebieden;
constaterende dat veenweidegebieden al kampen met structurele bodemdaling en dat gaswinning deze daling verder versnelt;
overwegende dat bodemdaling door gaswinning permanent en onomkeerbaar is, en dat de effecten op het watersysteem, de drinkwatervoorziening en de leefomgeving niet te herstellen zijn;
verzoekt de regering in kaart te brengen voor welke gaswinningslocaties in veenweidegebieden een vergunning nog kan worden geweigerd en tot die tijd geen nieuwe vergunningen te verlenen en geen onomkeerbare besluiten te nemen over bestaande aanvragen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 321 (32849).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het ontwerpbesluit Havenmond instemt met een verhoging van het productievolume van het winnen van zout onder de Waddenzee van 32 miljoen naar 45,5 miljoen ton zout;
overwegende dat deze uitbreiding een groter deel van de top 20-monumentenstad Harlingen met bodemdaling confronteert;
overwegende de grenswaarden voor bodemdaling en scheefstelling uit de samenwerkingsovereenkomst tussen Frisia Zout, de Stichting Bescherming Historisch Harlingen, gemeente Harlingen en provincie Fryslân;
overwegende dat bij vergelijkbare mijnbouw, zoals bij Nobian, wel wordt voorzien in bouwkundige opnames, een omgevingsfonds en een vooraf gevuld schadefonds;
verzoekt de regering bij het instemmingsbesluit op het winningsplan Havenmond de voorschriften uit de zienswijze van de Stichting Bescherming Historisch Harlingen op te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout.
Zij krijgt nr. 322 (32849).
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Tot slot nog een vraag over de gaswinning in Wieringa. Wat vindt de staatssecretaris van de zorgen van de omwonenden? Erkent hij dat belangrijke informatie over de gevolgen van de gaswinning voor bodemdaling, waterbeheer, natuur en infrastructuur ontbreekt in het winningsplan? Gaat hij deze vergunning daarom tegen het licht houden?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Müller namens de VVD.
Mevrouw Müller (VVD):
Voorzitter. Ik heb twee moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland de komende jaren nog aardgas nodig heeft en dat verantwoorde gaswinning uit de kleine velden op land en op de Noordzee bijdraagt aan onze leveringszekerheid en het verminderen van onze importafhankelijkheid;
overwegende dat in het sectorakkoord is afgesproken de vergunningverlening voor gaswinning sneller en beter te laten verlopen, maar procedures in de praktijk nog regelmatig vertraging oplopen;
overwegende dat de Kamer inzicht nodig heeft in de uitvoering van deze afspraken en de voortgang van de vergunningverlening;
verzoekt de regering om in de jaarlijkse voortgangsrapportage over het sectorakkoord inzicht te geven in het aantal lopende vergunningaanvragen voor gaswinning uit kleine velden op land en op de Noordzee, de doorlooptijden en eventuele termijnoverschrijdingen, de oorzaken daarvan en de maatregelen die zijn of worden genomen om procedures zorgvuldig te versnellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Müller.
Zij krijgt nr. 323 (32849).
Mevrouw Müller (VVD):
Bij verantwoorde gaswinning op land hoort ook een snelle, gedegen en menselijke schadeafhandeling als eventuele bevingen door gaswinning zich voordoen. De staatssecretaris is hard aan de slag met de afhandeling van de beving in Geelbroek. We zijn met de commissie op werkbezoek geweest en hebben met inwoners gesproken. De lokale bestuurders riepen ons op om voor mensen in bijzondere situaties maatwerk mogelijk te maken. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat op 14 maart 2026 bij Geelbroek een aardbeving heeft plaatsgevonden als gevolg van voormalige gaswinning en dat deze beving schade aan woningen en andere gebouwen kan hebben veroorzaakt;
overwegende dat uit de schadeafhandeling rond het Groningenveld en de gasopslagen Norg en Grijpskerk blijkt dat bewoners met een stapeling van problemen kunnen vastlopen of tussen bestaande regelingen en instanties terecht kunnen komen;
verzoekt de regering om samen met de betrokken gemeenten en de provincie Drenthe een lokaal en laagdrempelig vangnet voor bijzondere situaties in het beoordelingsgebied rond Geelbroek in te richten, dat bewoners met een stapeling van problemen persoonlijk kan begeleiden en waar nodig maatwerk kan bieden, en de Kamer hierover voor het einde van 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Müller, Jumelet en Köse.
Zij krijgt nr. 324 (32849).
Mevrouw Müller (VVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Jumelet namens het CDA.
De heer Jumelet (CDA):
Voorzitter. We ontvingen vandaag een brief van de staatssecretaris, waarin het gaat over de afhandeling van de aardbevingsschade in Geelbroek. Ik begrijp dat bij de afhandeling van die aardbevingsschade eerst wordt ingezet op schademeldingen van vóór 30 juni en op gevallen waarbij de hardheidsclausule geldt. Dit roept wel vragen op over de overige schademeldingen, die van na 30 juni. Ik lees in de brief dat het inmiddels om 794 gevallen gaat. De staatssecretaris schrijft dat hij eerst een beter beeld wil krijgen en later wil bekijken of de lessen uit de versnelde aanpak kunnen worden meegenomen in de afhandeling. De vraag is dan: welke duidelijkheid kan hij deze inwoners nú bieden? Wat kunnen zij het beste doen? Kunnen zij voorlopig afwachten en mogelijk later alsnog in aanmerking komen voor versnelde afhandeling, of staat nu al vast dat voor hen de reguliere schadeafhandeling geldt? Wanneer en hoe moeten deze inwoners daar dan een keuze in maken? Het lijkt me belangrijk dat zij hier snel duidelijkheid over krijgen. Is de staatssecretaris dat met mij eens?
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de staatssecretaris.
De vergadering wordt van 17.29 uur tot 17.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris De Bat:
Dank, voorzitter. Er waren toch nog wel wat moties.
De motie op stuk nr. 317 van de heer Van den Berg gaat over het behandelen van de nieuwe aanvragen voor opsporingsvergunningen. Het kabinet streeft naar een verantwoorde afbouw van gaswinning op land. Daar hoort bij dat we geen nieuwe opsporingsvergunningen verlenen, dus deze motie moet ik met die uitleg ontraden.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 318.
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk op stuk nr. 318.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag, meneer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Is het niet juist heel verantwoord om de gaswinning af te bouwen en dat dat gelijk tred houdt met de daling van het gasverbruik in Nederland? Dat daalt met een bepaald percentage. Het lijkt me niet heel verantwoord als je dan te snel afbouwt.
Staatssecretaris De Bat:
Daar kun je inderdaad over van mening verschillen. Die afbouw gaat gepaard met het niet meer opsporen van nieuwe gasvelden. Dat is wel de afspraak.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 318.
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk nr. 318 geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 319.
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk nr. 319 past misschien niet helemaal bij dit debat, maar als de heer Van den Berg ermee akkoord gaat dat hier heel nadrukkelijk bij hoort dat er een samenwerking met Defensie nodig is om dit allemaal te onderzoeken — dat is natuurlijk wel belangrijk, want Defensie is een belangrijke speler in dit geheel — dan kan ik 'm oordeel Kamer geven. Daar hoort ook bij dat er eigenlijk al heel veel gebeurt op dit vlak, omdat er al een intentieovereenkomst met Defensie is. In dat opzicht zou die motie dus bijna overbodig kunnen zijn, maar als we ook de Kamer moeten informeren — dat is een nieuw verzoek — zeg ik op basis daarvan: oordeel Kamer.
De voorzitter:
Oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 320.
U heeft oordeel Kamer, meneer Van den Berg.
De heer Van den Berg (JA21):
Voorzitter, alleen ter bevestiging. Ik heb 'm inderdaad zo beoogd dat het een samenwerking is met Defensie. Dat klopt, ja.
De voorzitter:
Ja.
De motie op stuk nr. 320.
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk nr. 320 ontraad ik met verwijzing naar het debat dat daarover heeft plaatsgevonden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 321.
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk nr. 321 idem dito. Daar hebben we uitgebreid over gesproken en daarmee ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 321: ontraden.
De motie op stuk nr. 322.
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk nr. 322 gaat over het winningsplan Havenmond. Er zijn heel veel zienswijzen ingediend en daar zijn we nog mee bezig. Daarom is dit echt een motie die ik nu moet ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 323. Mevrouw Van Oosterhout, één vervolgvraag.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Die redenering kan ik niet helemaal volgen. Het is een heel lang proces geweest in samenwerking met allerlei organisaties. Het is heel belangrijk dat hun stemmen ook worden meegewogen, dus ik begrijp niet zo goed wat de staatssecretaris nu zegt.
Staatssecretaris De Bat:
Ik zeg dat we alles overwegen. Met deze motie wordt er een verzoek neergelegd om het al direct op te nemen. Dan is er dus geen keuze meer in de overweging, terwijl dat wel hoort. Zij is in die zin dus te stellig geformuleerd.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 323.
Staatssecretaris De Bat:
De motie op stuk nr. 323 van mevrouw Müller geef ik oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 324 idem dito.
Dan waren er ook nog twee vragen. Er was een vraag over de vergunning-Wieringa, om die tegen het licht te houden. Zoals gebruikelijk worden er adviezen gevraagd bij een aantal instanties: decentrale overheden, TNO en ook het SodM. Al die adviezen samen moet ik zorgvuldig afwegen. Alleen als het veilig en verantwoord kan, zal er een positief besluit volgen. Maar daar zijn we nog niet, want we krijgen nu nog adviezen binnen. Op basis van die adviezen werd dit bericht gepubliceerd. Wij zijn dus nog niet aan de weging van al die adviezen toe. Dat gaan we later doen. Nogmaals, het kan alleen als het veilig en verantwoord is.
Dan de vraag van de heer Jumelet over de 700 meldingen die ook nog na de deadline binnen zijn gekomen. Hij gaf terecht aan dat we nu bezig zijn met het afhandelen van de eerste groep. Dat vraagt de komende maanden echt nog wel werk en vanaf 1 januari ook met de ringen 3 en 4. Ook daar heb ik in de brief iets over geschreven. Vanzelfsprekend gaan we ondertussen nadenken over hoe dit het beste kan. Daarover hebben we binnenkort overleg met de regio. Daar zullen we dit ook bespreken. Daarna zullen we de betrokkenen allemaal informeren, om ervoor te zorgen dat iedereen weet wat er moet gebeuren. Er is een recht op afhandeling conform het oude protocol, dus in die zin is er een stuk zekerheid. Tegelijkertijd willen we deze groep ook graag op een verantwoorde manier begeleiden. Daar komen we dus later op terug.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.